HomeDatabankenBedevaarten

Lunteren, H. Antonius Abt

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Antonius Abt
Datum: Eerste zondag van juli
Periode: Ca. 1425 (?) - ca. 1667
Locatie: Parochiekerk van St. Antonius Abt (thans N.H.) in Capelle-Lunteren; Koreneng te Meulunteren
Adres: Dorpsstraat 34, 6741 AL Lunteren
Gemeente: Ede
Provincie: Gelderland
Bisdom: Utrecht
Samenvatting: In de buurtschap Lunteren bij Ede werd omstreeks 1425 een kapel gebouwd, die toegewijd werd aan de H. Antonius, abt-kluizenaar. Het is niet bekend of de Antoniusdevotie reeds uit deze tijd stamt. In 1566 scheidde Lunteren zich als zelfstandige parochie af van Ede. Na de reformatie bleek de verering van de onder boeren zeer geliefde heilige, die zich concentreerde rond de kapel en een bepaalde plek op de Koreneng te Meulunteren, zich tot ongeveer 1667 in stand te kunnen houden.
Auteur: Jan Kuys, Ton Steenbergen & Jacques Tersteeg
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Ten behoeve van de bewoners van de buurtschap 'Luntheren' of Meulunteren (Molen-Lunteren), die kerkelijk onder de parochie Ede behoorde, werd er omstreeks 1425 een kapel gebouwd, die toegewijd werd aan St. Antonius. Ter onderscheiding van Meulen-Lunteren werd de buurt rond deze kapel Capelle-Lunteren genoemd. De kapel lag in het centrum van deze buurtschap, ten noorden van Ede.
- In een stuk uit 1566, het jaar waarin Lunteren zich na veel strijd als zelfstandige parochie wist af te scheiden van Ede, wordt het volgende over de kapel verhaald:

'onse vooralders ende andere guede luyden, daaromtrent geseten [in die buurt wonende], ten eynde sy eenyge solatium van Godesdienst mettertyt solden moegen krijgen, dat sy uyt huere elemosins ende offeranden sy daertho gaven ter eere Goades ende des heiligen vrunt St. Anthonis, een schone capelle getummert ende dieselve alsoe gedoteerd met renthen'.

Van Slichtenhorst, die in zijn Geldersse Geschiedenissen uit 1654 de verheffing van de Lunterse kapel tot parochiekerk beschrijft, voegt hieraan toe:

'Want de Papisten in dit gevoelen steeken dat H. Thonis (zo sy hem noemen) in syn leven hier soude hebben verkeert, ende de klock doen maecken off na syn naem doopen, plaghten sy jaerlyc, zelfs ook in onze tijden, om het kerkhof van Lunteren eerbiedighe omganghen te doen'.

De eigenaardige vermelding van de blijkbaar in de kapel aanwezige klok, die door Antonius zelf gemaakt zou zijn of door zijn toedoen aan hem was toegewijd, heeft wellicht te maken met de Antoniusbel (zie onder).
- Enkele perceelsnamen te Lunteren bewaarden nog de herinnering aan de Antoniusverering. In de 17e eeuw wordt het Sint Anthonisgoed genoemd, dat in de buurt van de toenmalige pastorie bij de Achterstraat moet hebben gelegen. Ook was er een Sint Anthonishoeve en Sint Anthonishegghe.
- Van de middeleeuwse Antoniuskerk van Lunteren, die vanaf de 18e eeuw regelmatig werd herbouwd en vernieuwd, resteert vandaag alleen nog de middeleeuwse toren.
Cultusobject - Zie voor deze heilige ⟶ Culemborg, H. Antonius Abt.
- Verondersteld mag worden dat er in de kapel te Lunteren een Antoniusbeeld stond, dat tijdens een jaarlijkse ommegang werd meegedragen. Anno 1996 bezit de in 1959 gebouwde r.k. noodkerk in Lunteren, die eveneens is toegewijd aan St. Antonius, een 15e-eeuws Nederrijns houten beeld van Antonius met het varken (hoogte ca. 150 cm). Volgens een onbetrouwbaar verhaal zou dit beeld afkomstig zijn uit de oude Antoniuskapel en werd het door katholieke Lunternaren na de reformatie ergens in veiligheid gebracht. Jarenlang zou het beeld verborgen zijn geweest, totdat het uiteindelijk, na veel omzwervingen, terecht kwam in het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht. De r.k. parochie heeft het beeld van dit museum in bruikleen. Er bestaan geen bronnen die de veronderstelde herkomst van het huidige Antoniusbeeld kunnen bewijzen.
Verering De cultus te Lunteren
- Niet alleen in het boerendorp Lunteren, doch ook in de omgeving in andere plaatsen op de Veluwe was Antonius een bekende heilige. Zo bestonden er te Barneveld en Otterlo Antoniusvicariën. Te Scherpenzeel was een Antoniuskerk en Wageningen kende een St. Antoniusschutterij (in 1912 opgeheven).
- Het archiefmateriaal met betrekking tot de Lunterse Antoniusdevotie dateert pas van na de hervorming. Over de oorsprong ervan zijn geen gegevens bekend. Gegevens over de bedevaart zijn schaars. Er werd jaarlijks een ommegang gehouden waarin waarschijnlijk een beeld van de heilige werd in processie meegedragen. Slichtenhorst's bijzondere vermelding van de Antoniusklok wijst er wellicht op dat er tijdens de processie geluid werd, mogelijk met het doel demonen en boze geesten te verdrijven.
- In 1610 werd Hubertus Liesselius benoemd tot eerste predikant van de buurschap.
Opvallend is dat gedurende een groot deel van de 17e eeuw de klachten over 'paepsche superstitiën' te Lunteren aanhouden. Aan de hand van regelmatige klachten over 'opentlijcke afgoderie als tot Lunteren int beginsel Julii waer men Sint Toenis vierde', die bewaard zijn in de acta van de Gelderse synode die zowel te Arnhem als te Harderwijk gehouden werd, en de acta van de Overveluwse classis, kan men zich nog een beeld vormen van de aard en omvang van de Lunterse devotie. Zo geeft dominee Fontanus op 11 augustus 1600 tijdens de synode te kennen dat er te Lunteren, 'als men St. Toenis vierde', een grote menigte volk van alle kanten bijeen was gekomen en dat op die dag 'de kerke geopent' en een 'misse gezongen' was. Temidden van dit volk bevond zich een vrouw uit Twello, Catharina Zijl genaamd, die van toverij werd beschuldigd. De drost van de Veluwe werd door de Synode gelast haar te arresteren. Soortgelijke, maar minder uitvoerige klachten staan vermeld in de synodale acta van 1603 en 1604.
Op 26 juni 1624 deed de synode wederom een beroep op de overheid: 'Den Scholtus van Ede geauthoriseert om de superstitie, die te Lunteren op den 6. Julii pleegt te geschieden, by publicatie te verbieden en desnoods met geweld te stuytenen verhinderen'.
De boerenbevolking van Lunteren en omgeving schijnt zich niet veel te hebben aangetrokken van deze maatregelen, want op 2 juli 1632 werd de drost van de Veluwe wederom gelast 'de begankenisse [ommegang] of olde superstitie van St. Toenis te Lunteren, die men aanstaande Sondag wel weder zou willen ondernemen' publiekelijk te verbieden 'op poene van [op straffe van] 't opperste kleed [?], te executeren tegens de inwoonders by aanteekning en tegen de uytheemsche by arrest'.
- Blijkens de acta van de Overveluwse classis vinden omstreeks 1645 nog jaarlijks processies plaats in juli. De klacht van 29 juni 1647, opgenomen in de synodale acta, gaat wat dieper op deze processies in: 'Den Drost van Veluwen gelast ordre te stellen op 't weeren van de bedevaart, die den 4. Julii gemeenlijk te Lunteren geschied om de kerk en een plaats in de Koorn-enk met toeloop uyt 't Stight, Gooyland etc.'. De volgende dag, 30 juni, wendt zich het Hof nog uitvoeriger tot de Landdrost van de Veluwe:

'dat omtrent middensomer alsnoch jaerlix, niettegenstaende onse voorgaende mandamenten, tot Lunteren solde gepleecht sijn eenen bedevaert van Saterdachavont den geheelen nacht, ende voorts den volgende Sondach, so om die kercke als bij seeckere plaetse in den Koornenck bij der Roomsche gesinde, niet alleen uyt deser maer oock uyt d'omliggende plaetsen, sonderlingh uyt het Stift van Utrecht, Goeylandt ende elders'.

Uit deze en de voorgaande klachten wordt vooreerst duidelijk dat de Antoniusviering te Lunteren niet plaatsvond op zijn kerkelijke feestdag, 17 januari, doch op de eerste zaterdag en zondag van de maand juli.
- Vervolgens bleken de bedevaartgangers niet alleen uit Lunteren en directe omgeving afkomstig, doch ook uit het Sticht Utrecht en het Gooiland. Blijkbaar verzamelden de pelgrims zich reeds op de zaterdagavond te Lunteren en trok men in deze tijd ook 's nachts op.
De feestelijkheden tenslotte concentreerden zich rond de kerk en 'bij seeckere plaetse in de Koornenck'. Blijkbaar trok men dus van de kerk naar deze plek (en terug). Het is niet onwaarschijnlijk dat er op de Koreneng, zoals bij Wageningen op de Westberg, een of meer kruisen stonden langs de processieroute. Nog steeds draagt een van de niet bebouwde en onverharde wegen in het Enggebied tegen Meulunteren de naam Kruisengseweg. In het Buurtboek komt ook de naam Kruissandt voor, misschien wel de bedoelde plek op de Koreneng.
- De laatste synodale klachten tegen de Lunterse praktijken dateren uit de zestiger jaren van de 17e eeuw (25 juni en 13 juli 1666 en 12 juni 1667) en hebben te maken met het slappe optreden van de landdrost. Daarna horen we niets meer en lijkt de Antoniusverering te zijn uitgestorven.
- Het enige dat anno 1996 van de Antoniusverering in Lunteren resteert is de speciale aandacht die de r.k. parochie jaarlijks rond het feest van de heilige op 17 januari aan hem besteedt tijdens de zondagliturgie. Aan de buitenzijde van de huidige r.k. kerk prijkt bovendien nog een 600 kg wegend stenen beeld van Antonius met varken (hoogte ca. 1,75 m). Het is in 1976 gekocht uit de franciscanerkerk te Alverna (Wijchen). Van een verering is al lang geen sprake meer.

Bronnen en literatuur Archivalia: Arnhem, Rijksarchief in Gelderland: acta in het archief van desynode van Gelderland en de classis Overveluwe; archief van het Hof van Gelre, resolutieboeken en correspondentie.
Tekstedities: J. Reitsma en J.S. van Veen, Acta der provinciale synoden gehouden in de Noordelijke Nederlanden gedurende de jaren 1572-1620, dl. 4 (Groningen 1892) p. 112, 125 en 133; H.L.D [riessen], 'Een bedevaart te Lunteren in 1647 (brief van het Hof aan de Landdrost van Veluwe dd. 30 juni 1647)', in: Bijdragen en mededelingen Gelre 39 (1936) p. 106; H.L.D[riessen], 'Nogmaals de bedevaart te Lunteren', in: Bijdragen en mededelingen Gelre 40 (1937) p. 91-92.
Literatuur: J.S. van Veen, 'De stichting van het kerspel Lunteren en haar gevolgen', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 29 (1903) p. 352; J.S. van Veen, 'Losse blaadjes uit de kerkgeschiedenis van de Veluwe', in: Bijdragen en mededelingen Gelre 25 (1922) p. 89 en 131; G. de Bruyn, Moederkoren, heilig vuur en de Antonietenorde (Lunteren 1986); [P. Hoekstra], 'Waar lag het oudste Lunteren?', in: Bij de amse pomp; orgaan van de vereniging Oud-Lunteren, 2 oktober 1988, p. 13-14; P. Hoekstra, Lunteren, een historische studie (Barneveld 1989) p. 34-38 en p. 52-54; Henk Gallée, 'In Lunteren staat St.-Antonius op straat; een 32-jarig wonder in Gelderland', in: Katholiek Nieuwsblad, vrijdag 18 januari 1991; 'Oudheidkamer Lunteren zoekt naar oorsprong naam dorp'. In: De Veluwepost, vrijdag 19 januari 1996.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Lunteren; Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie 's-Gravenhage: archief De Poll-Haarsma-De Witt, Catalogusnr. 266: gewassen tekening in kleur (12,5 x 20,8 cm) door A. de Haan, van de kerk en omgeving te Lunteren, dd. 21 augustus 1735

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<