HomeDatabankenBedevaarten

Leur, H. Cornelius

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Cornelius
Datum: 16 september (weekend naastbij)
Periode: 19e eeuw - heden
Locatie: Parochiekerk St. Petrus
Adres: Lange Brugstraat 32, 4871 CP Etten-Leur
Gemeente: Etten-Leur
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: Breda
Samenvatting: In 1787 werd Leur een zelfstandige parochie. Enkele jaren later verkreeg men een relikwie van de H. Cornelius en een aflaat voor zijn feestdag. De gehele 19e eeuw werd de heilige in de parochie vereerd, maar of er in die periode bedevaartgangers kwamen, is niet bekend. Eind 19e eeuw lijkt de belangstelling te zijn toegenomen. De in 1913 opgerichte broederschap heeft ongeveer 5000 leden geteld. Vanaf die tijd tot heden heeft de verering zeker een uitstraling gehad buiten Leur: eerst regionaal, later afnemend tot de omliggende plaatsen.
Auteur: Ottie Thiers
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Leur behoorde tot het eind van de 18e eeuw tot de Ettense St. Lambertusparochie. In 1787 kreeg het dorp een eigen schuurkerk, gelegen achter herberg De Eikelboom aan de Lange Brugstraat. Dat jaar was Leur een zelfstandige parochie geworden met als patroon de H. Franciscus van Sales.
- In 1888-1889 werden de oude schuurkerk en de herberg afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe neogotische kruiskerk met driebeukig schip en dubbeltorenfront naar ontwerp van Petrus van Genk uit Leur. De kerk werd toegewijd aan St. Petrus, mogelijk omdat vier Petrussen nauw bij de bouw betrokken waren: de pastoor, de bisschop, de architect en de eigenaar van een deel van de bouwgrond.
- In de westelijke muur van het transept is op één van de ramen de H. Cornelius afgebeeld, geflankeerd door de H. Aloysius en de H. Antonius, van wie de kerk ook relieken bezit. De ramen zijn geschonken door de familie Otten. Achterin de kerk naast de ingang staat aan de muur het Corneliusbeeld met daaronder een kaarsenstandaard.
Cultusobject - Zie voor St. Cornelius ⟶ Achtmaal.
- Het beeld van Cornelius is gepolychromeerd en ongeveer 1,20 m hoog. Het stelt de heilige voor als paus, staande met in de linkerhand een hoorn; de rechterhand maakt een zegenend gebaar. Het beeld is in 1895 gemaakt in Antwerpen door J. van Genk-Seelen.
- De kerk bezit twee relikwieën van de heilige, verkregen in 1801 en 1895. De eerste bevindt zich in een kleine, ovale theca (ca. 2 cm hoog). Op een ondergrond van rode stof zijn een botpartikel bevestigd en twee papierstrookjes met de tekst 'S. Cornelii P.M.' ('[reliek] van de H. Cornelius paus en martelaar'). De kleine theca is gevat in een grotere, ovale theca met gegoten opengewerkte bloem- en bladerrand, aan de onderzijde een acanthustakje en aan de bovenzijde een uitgezaagd glad zilveren kruisje (circa 1800; 10,5 x 6,5 cm ; merken: Amsterdam, C=D=B). Het bijbehorende certificaat is uitgegeven in Rome op 29 juli 1801, waarna op 12 november de vicaris van Breda verering te Leur toestond.
- De tweede relikwie is gevat in een koperen verzilverde ronde theca (Ø ca. 4 cm). Op een ondergrond van goudkleurige stof is een papier geplakt, bedrukt met rode en blauwe figuren en de tekst 'S. Cornelii P.M.' ('[reliek] van de H. Cornelius paus en martelaar'). Boven de tekst is een botpartikel bevestigd. De theca bevindt zich in een grotere, zilveren wisselhouder met greep (circa 13 cm hoog). Op 4 september 1895 is de relikwie, die in 1879 al was geapprobeerd, in de abdij van Achel van een certificaat voorzien. Op 13 september werd toestemming verleend voor verering in het bisdom Breda.
Verering - Cornelis de Bruijn werd in 1797 de eerste pastoor van Leur, nadat hij de schuurkerk als kapelaan vanuit Etten sinds de bouw ervan had bediend. Na een fragment van het H. Kruis en een reliek van de kerkpatroon verwierf De Bruijn een relikwie van de H. Cornelius voor de kerk.
- In 1806 verleende paus Pius VII een volle aflaat aan de gelovigen die onder de gebruikelijke voorwaarden de kerk van Leur bezochten op een aantal feestdagen, waaronder die van de H. Cornelius. De laatste was eigenhandig als keuzeheilige bijgeschreven door de apostolisch vicaris van Breda. Ook in 1878 en in 1896 verkreeg de kerk dergelijke aflaatbrieven voor meerdere feestdagen. De laatste aflaat mocht voor een periode van onbepaalde tijd worden verleend, ook in het octaaf van het Corneliusfeest.
In hoeverre de verering in de 19e eeuw gelovigen van buiten de parochie trok is niet bekend; noch het parochiearchief, noch de literatuur geven uitsluitsel. De aanschaf van de tweede relikwie en het beeld in 1895, gevolgd door de nieuwe aflaatbrief, lijken te wijzen op een groeiende belangstelling voor de devotie.
- Op 2 september 1913, tijdens het pastoraat van Antonius Blankers, is in de kerk van Leur de Corneliusbroederschap opgericht. Doel was 'het verspreiden der godsvrucht tot den H. Cornelius, ten einde door zijne machtige voorspraak van alle zenuwziekten, vooral van stuipen, jicht en vallende ziekte, bewaard te blijven of daarin geholpen te worden'. Het lidmaatschap kostte minimaal een kwartje per jaar. Er is een ledenregister bewaard gebleven uit de periode 1917 - circa 1936, dus grotendeels uit de tijd van Blankers' opvolger pastoor Laurentius Dekkers (1917-1933). Het bevat de namen van een kleine 5000 leden, die door 22 zelatricen bezocht werden.
De leden kwamen in deze periode voornamelijk uit heel Noord-Brabant westelijk van Breda: Breda, Dinteloord, Etten, Fijnaart, Ginneken, Hoeven, Klundert, Kruisland, Leur, Oudenbosch, Oud Gastel, Prinsenbeek, Princenhage, Roosendaal, Rucphen, Rijsbergen, Sprundel, Stampersgat, Standdaarbuiten, Steenbergen, St. Willebrord, Nieuw Vossemeer, Ulvenhout, Wouw, Zegge, Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek.
Na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal betalende leden gestaag af: van ongeveer 1600 in 1945 via 1000 rond 1960 tot 100 in de jaren 1970. Sindsdien is de broederschap slapende.
- Anno 1997 wordt de Corneliusviering in het weekend na 16 september nog steeds door parochianen en gelovigen uit omliggende plaatsen bezocht. Een relikwieverering en zegen hebben zeker in de 20e eeuw altijd deel uitgemaakt van de viering. Men offert kaarsen of geld en koopt desgewenst medailles. De heilige lijkt in Leur in de eerste plaats te zijn aangeroepen tegen ziekten bij de mens, in het bijzonder bij kinderen. In 1959 kwam men nog van elders met kinderen om hen te laten 'overlezen'. P.C. Boeren vermeldt in 1962 dat op 'kindjeskermis' (16 september of zondag naastbij) 'moeders haar kleinen naar de kerk dragen om ze laten zegenen met een relikiwe van St. Cornelius'. Tegenwoordig wordt Cornelius ook als veepatroon vereerd. Er zijn geen votiefgeschenken, maar volgens A. van Rooijen (1918) werden destijds te Leur wel vele gebeden verhoord.
Materiële cultuur - Inschrijfbewijs broederschap met 'Reglement van het Broederschap v.d. H. Cornelius opgericht in de kerk van den H. Petrus te Leur 2 september 1913' (Gezien en goedgekeurd. Breda, 30 Jan. 1930. J. van Oers, Vic. Gen.; 7,5 x 12,2 cm., 2 p.).
- Medaille, aluminium, rond, Ø 13 mm. Voorzijde een buste van H. Cornelius met tiara, staf en hoorn, tekst: 'St Cornelius O.P.N.'. Achterzijde Maria op wolk die slang vertrapt, stralen omlaagzendend, tekst: 'O Marie conçue sans peché priez pour nous qui avons recours à vous'.

Bronnen en literatuur Archivalia: Zevenbergen: Regionaal Archief West-Brabant, gemeentearchief Etten-Leur, nr. 70. Leur, St. Petrusparochie: inv.nr. 15, liber memorialis, nr. 20 relikwiebrieven, nr. 21 aflaatbrieven, nr. 78 kasboek diverse broederschappen, nrs. 629-634 Corneliusbroederschap, oprichting, reglement, register, kladbriefjes financiën, gebed en zegen, nr. 426 inventarissen van eigendommen beheerd door het kerkbestuur 1905-1958, vermeldt Corneliusbeeld op eiken troon en gebrandschilderd raam.
Literatuur: J.B. Krüger, Kerkelijke geschiedenis van het bisdom van Breda etc., dl. 4 (Roosendaal: Van Leeuwen, 1878) p. 9-15, Leur algemeen, niets over Corneliusverering; Alb. van Rooyen, Vereering van den H. Cornelius (bijzonderen patroon tegen zenuwziekte) in Nederlandsche kerken en kapellen (Leiden: Futura, [1918]) p. 2, 37-39, geschiedenis Corneliusverering Leur vanaf ca. 1800; J.P. Bik, Feest- en vierdagen in kerk- en volksgebruik, dl. 3 (Velsen: Th. F. Wolfs, 1958) p. 113; Matthias Zender, Raüme und Schichten mittelalterlicher Heiligenverehrung in ihrer Bedeutung für die Volkskunde. Die Heiligen des mittleren Maaslandes und der Rheinlande in Kultgeschichte und Kultverbreitung (Düsseldorf: Rheinland Verlag, 1959) p. 167, vermelding als vereringsplaats bij vallende ziekte; P.C. Boeren, Heiligdomsvaart Maastricht. Schets van de geschiedenis der heiligdomsvaarten en andere jubelvaarten (Maastricht: 'Ernest van Aelst, 1962) p. 80; P.J. Meertens & M. de Meyer ed., Volkskunde-Atlas voor Nederland en Vlaams-België. Commentaar Aflevering II (Antwerpen: Standaard, 1965) p. 24, vermelding van Cornelius onder 'Etten' als beschermheilige tegen de stuipen; W.H.Th. Knippenberg, Kultuurhistorische verkenningen in de Kempen III. Oude pelgrimages vanuit Noord-Brabant (Oisterwijk: Stichting Brabants Heem, 1968) p. 30, korte vermelding Leur als levende bedevaartplaats met broederschap; A.J. van Esch, Etten-Leur in oude ansichten (Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1974) nrs. 21 en 25 foto's kerk; M.S.M. Hendrikx & R.J. Wols, Geschiedenis van de Leurse parochie 1797-1989 (Leur: Streekarchivariaat De Markkant / Heemkundige Kring Jan uten Houte, 1989) p. 43-45, 48 over de Corneliusbroederschap, relieken en aflaat.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Leur; volkskundige vragenlijst 23 (1959) invullers uit Breda, Hoeven, Princenhage en Sprundel, volkskundige vragenlijst 64a (1993); Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland-dossier parochie St. Petrus Etten-Leur.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<