Ledeacker, H. Donatus

Cultusobject: H. Donatus
Datum: Tweede zondag van juli
Periode: Ca. 1860 - voor 1973
Locatie: Parochiekerk van St. Catharina van Alexandrië
Adres: Den Es 7, 5846 AP Ledeacker
Gemeente: Sint Anthonis
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Op initiatief van een aantal parochianen werden in 1860 missen gezongen ter ere van de heilige Donatus, omdat kort na elkaar door blikseminslagen twee branden waren ontstaan. Het jaar daarop kreeg men toestemming tot reliekverering en werd een devotiebeeld aangekocht. In 1891 kwam het tot een georganiseerde verering en kon men voortaan een volle aflaat op Donatusdag (30 juni) en in het octaaf verdienen. Al werd in 1963 nog een Donatuskapel in gebruik genomen, tien jaar later, bij het 175-jarig bestaan van de parochie, stond Donatus niet meer in de belangstelling.
Auteur: Walther van Halen
Illustraties:
Topografie - In juli 1798 werd de 15e-eeuwse St. Catharinakapel te Ledeacker aan de katholieke parochie van Sint Anthonis gerestitueerd. Het bedehuis had een eenbeukig schip met twee traveeën en een torentje boven de hoofdingang op het dak. Enkele maanden daarna, in oktober, werd Ledeacker tot een zelfstandige parochie verheven. Ledeacker was met ongeveer 180 communicanten gedurende de 19e eeuw de kleinste parochie van oostelijk Noord-Brabant.
- Onder P. Jansen, pastoor te Ledeacker van 1818 tot 1851, werd het kerkgebouw grondig gerestaureerd.
- In 1896 verkreeg de kerk een nieuwe voorgevel, nadat het klokkentorentje op het dak door de bliksem was getroffen. Het kerkbestuur besloot tot een kleine verhoging van de kerk en tot verlenging van het schip door de bouw van een toren en zangzolder. De werkzaamheden stonden onder toezicht van de Boxmeerse architect-aannemer A. de Best. Dertig jaar later werd de kerk onder toezicht van architect M. Martens uit Venray aanmerkelijk vergroot. In 1926 werden drie kapellen aan de linkerkant bijgebouwd en in 1930 kwam er een nieuwe rechterzijbeuk. Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de parochie in 1948 schonken de parochianen een nieuw hoofdaltaar. Omdat men niet kon achterhalen of, en zo ja wanneer, de kerk was geconsacreerd, heeft bisschop W.P.A.M. Mutsaerts van Den Bosch op 26 juli 1948 zowel de kerk als het nieuwe hoofdaltaar plechtig ingewijd.
- In 1963 werd een nieuwe Donatuskapel in gebruik genomen. Tegelijkertijd werd een muurschildering, die in 1904 door H. Bekkers en Mori uit Venlo ter ere van de bliksemheilige vooraan in de kerk op de linkerzijmuur was aangebracht, verwijderd.
Cultusobject - Zie voor St. Donatus ⟶ Beers.
- De reliek 'Ex crure Sti Donati' ('Uit het onderbeen van St. Donatus') was in 1854 verworven via de te Ledeacker geboren kruisheer P. Takken.
- Het devotiebeeld stelt de H. Donatus voor als Romeins legioensoldaat. Zijn linkerhand steunt op een schild, waarop bliksemschichten zijn afgebeeld. Zijn rechterhand heft hij met een priemende wijsvinger ten hemel. Het houten beeld is 102 centimeter hoog en is omstreeks 1860 vervaardigd. De rug van het beeld is gedeeltelijk uitgehold en met een plank gedicht. Tot 1963 stond het beeld in het priesterkoor, daarna in de nieuwe Donatuskapel. Tegenwoordig staat het devotiebeeld vooraan in de kerk.
Verering - Nadat in 1854 een Donatusreliek was verworven, kwam de verering van de H. Donatus in 1860 op gang. Na een hevig onweer, 'dat ook werkelijk eenige hoewel geringe rampen had teweeg gebragt', lieten enkele parochianen gezamenlijk 'zingende diensten' ter ere van de 'patroon tegen onheilen van onweer' opdragen. In oktober 1861 verkreeg pastoor A. van Geffen (1851-1867) toestemming van bisschop J. Zwijsen van Den Bosch om de reliek van Donatus te laten vereren in de parochiekerk. Vervolgens werd op kosten van enkele weldoeners een devotiebeeld aangekocht. Pastoor Van Geffen wilde in 1863 de initiatieven van zijn parochianen belonen door een aflaat aan te vragen; 'wegens de groote drukte te Rome' strandde deze poging. Hij beproefde daarop de intentie van de gelovigen door hen ter ere van de H. Donatus op diens feestdag te laten biechten en communiceren, hoewel zij nog geen aflaat konden verdienen. Ongeveer de helft van de communicanten voldeed aan deze bijzondere oproep. Voor Van Geffen was dat genoeg reden om opnieuw een aflaat aan te vragen:

'Wanneer ik in aanmerking neem, dat overal waar aflaten aan de vereering van dien heiligen zijn verbonden, de gelovigen ook eenen grooten ijver ten toon spreiden om die te verdienen en dat in geen der naast bijgelegene gemeentens zulke aflaten bestaan wend ik mij wel met diepe ootmoedigheid maar toch met vertrouwen tot U[we] D[oorluchtige] H[oogheid]'.

- In feite beoogde pastoor Van Geffen een georganiseerde verering van de H. Donatus op te zetten. Allereerst wilde hij een volle aflaat verwerven die op de feestdag van de Donatus of in het octaaf kon worden verdiend. Daarnaast had hij het idee om een Donatusbroederschap op te richten, waarvan de leden maandelijks op de tweede zondag een volle aflaat konden verdienen door dagelijks een of andere godvruchtige oefening ter ere van de patroon tegen schadelijke gevolgen van onweer te verrichten.
- Uiteindelijk zou de Donatusverering in 1891 tijdens het pastoraat van M. van den Oever (1873-1892) een georganiseerd karakter krijgen. Dat jaar verleende paus Leo XIII op 16 maart onder voorwaarden een volle aflaat aan 'alle christen geloovigen' op de feestdag van de H. Donatus of in het octaaf. Omdat deze aflaat slechts zeven jaar van kracht was, moest op het einde van de periode steeds opnieuw te Rome verlenging worden aangevraagd. Korte tijd later, op 2 juli 1891, kon de Donatusbroederschap canoniek worden opgericht.
- Pastoor S.J.F. van den Eynde (1892-1903) besteedde sinds juli 1893 de offergelden van de Donatusbroederschap, 14 à 15 gulden, 'volgens de intentie der gelovigen' aan gezongen missen, kosten van de pater en aan kaarsen en versiering van het Donatusbeeld. De gezongen missen voor de broederschapsleden waren zonder volle aflaat zoals in 1863 was aangevraagd. In 1898 verkreeg pastoor Van den Eynde toestemming om voortaan een feestmis ter ere van Donatus te mogen celebreren op de tweede zondag van juli, 'zooals o.a. te Altforst [⟶ dl. 1]'. Bovendien mocht hij deze feestdag van Donatus, die 'met veel plechtigheid en 'cum magno populi concursu' ['met grote toeloop van het volk'] gevierd wordt', nog meer luister bijzetten door de uitstelling van het H. Sacrament.
- Sinds juli 1908 mocht deze expositie gehouden worden vanaf het begin van de eerste mis tot na het lof. Bovendien werd toen toegestaan dat jaarlijks twaalf gezongen missen ter ere van de H. Donatus opgedragen mochten worden. Het 'jaarlijkse offer' bedroeg toen ongeveer zestig gulden, ongeveer vier maal zo veel als in 1893.
- Op 14 juli 1960 berichtte het Brabants Dagblad, dat de Donatusbroederschap 'een groot aantal leden uit heel het Land van Cuyk en zelfs nog van ver daarbuiten' telde, maar dat de toeloop de laatste jaren wat was achteruitgegaan. De bedevaartgangers van elders waren vooral familieleden, die op Donatusdag hun verwanten kwamen bezoeken. Tegenwoordig is de mis op de tweede zondag van juli voornamelijk een parochiële viering. Het devotiebeeld wordt op een troon gezet en met bloemen versierd, terwijl er ook een kaarsenbak bij wordt gezet. De H. Donatus wordt in de viering gememoreerd.

Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Hertogenbosch, bisdomarchief: parochiedossier Ledeacker; inventaris kerkelijk kunstbezit Ledeacker; diocesaan archief, dagregister uitgaande brieven 2 juli 1891, 21 juli 1893 en 4 juli 1908.
Literatuur: 'Ledeacker reeds 100 jaar bedevaartplaats St. Donatus', in: Brabants Dagblad, 14 juli 1960; J. van Goch, St. Tunnis en 't Leker op de foto! Een indruk van het leven en werken in St. Anthonis en Ledeacker in de periode 1870-1940, 2 dln. (Boxmeer [1983]-1993).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Ledeacker; mondelinge informatie in 1996 van mevr. J. Peeters en de heer J.D. van Duinhoven te Ledeacker.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<