HomeDatabankenBedevaarten

Kralingen, H. Ontcommer (Wilgefortis, Ellebrecht)

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Ontcommer (Wilgefortis, Ellebrecht)
Datum: Onbekend
Periode: 15e eeuw - eind 17e eeuw (?)
Locatie: St. Ellebrechtskapel op Kralingeroord (thans De Esch, deelgemeente Kralingen, Rotterdam)
Adres: -
Gemeente: Rotterdam
Provincie: Zuid-Holland
Bisdom: Rotterdam
Samenvatting: De kapel, aan het begin van de 15e eeuw gebouwd aan het Kralingerveer, werd vermoedelijk bezocht om een beeld van Christus in lange tuniek (geduid als St. Ontcommer of Wilgefortis). Haringvissers uit de regio kwamen er een goede vangst afsmeken. De cultus overleefde de verwoesting van de kapel in 1572 nog ruim een eeuw.
Auteur: Willem Frijhoff
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De St. Ellebrechtskapel lag even voor het veer van Kralingen naar IJsselmonde aan de Maas, aan het Toepad (sedert 1895 St. Elbrechtspad geheten), dat aan de binnenkant van de Hoge Zeedijk (Nesserdijk) liep. Volgens verschillende auteurs zou de eerste steen ervan door baljuw Joris van Brederode gelegd zijn op de vigilie van St. A[da]lbertus 1482. Door contaminatie zou Albert of Elbert in de volksmond Ellebrecht zijn geworden. Het gebouw werd in 1572 definitief verwoest. Van Buijtenen heeft door een analyse van alle voorhanden documenten aannemelijk gemaakt dat de kapel wellicht al in 1419, zeker in 1426 bestond, vermoedelijk naast een strategisch gelegen toren, en dat ze in 1482 slechts is herbouwd. Van de drie in het verleden reeds veronderstelde patrocinia (Adelbert, Hildeprecht, Helprecht) blijkt de derde de juiste te zijn.
- De kapel behoorde tot het bezit van de heerlijkheid Kralingen, en werd samen daarmee in 1668 aan de stad Rotterdam verkocht. Volgens de opmeting van C. van Alkemade maten de ruïnes van de kapel toen 72 bij 18 voet. De 'geruineerde capelle van St. Elbregt' werd in 1689 in erfpacht gegeven aan Adriaen de Lange Pietersz. In 1785 kwam een herenhuis met toebehoren 'vanouds genaemt St. Ellebrecht' in bezit van oud-burgemeester Joan Gerbrand van Mierop. Het verdween in het midden van de 19e eeuw.
Cultusobject - De naam Ellebrecht, Elbrecht of Helprecht wordt beschouwd als equivalent van de heilige Wilgefortis of Ontcommer, een legendarische heilige, wier cultus zich sinds de 14e eeuw vanuit Vlaanderen in heel Noord-West-Europa verspreidde (⟶ Steenbergen, dl. 2). Gessler heeft aangetoond dat de cultus van Wilgefortis zich vanuit Vlaanderen heeft verspreid; Sint Helprecht of Helpericus zou echter op een Noordduitse connectie kunnen wijzen.
- Het ontstaan ervan berust vermoedelijk op een onjuiste interpretatie van een kruisbeeld (het Volto Santo van Lucca) waarop Christus in lange tuniek en met baard is afgebeeld. Daaraan werd een legende gekoppeld over een Portugese prinses die buiten medeweten van haar ouders was gedoopt en zich aan de Heer wilde wijden; op wonderbaarlijke wijze werd zij van een baard voorzien om aan haar huwelijkspretendent te ontsnappen. Haar vader liet haar daarop aan het kruis slaan (of vastbinden).
- In de kapel werd waarschijnlijk een afbeelding van Ontcommer (Christus met lange tuniek) vereerd.
Verering - Het missieverslag van apostolisch vicaris Jacobus de la Torre (1656) wijst op het bestaan van de ruïnes van de St. Hellebrechtskapel, formeel aan de maagd en martelares St. Wilgefortis of Ontcommer (20 juli) gewijd. De kapel werd voorheen regelmatig bezocht door haringvissers, die er op bedevaart kwamen alvorens de zee op te varen, en om een goede vangst smeekten, waarbij ze 'milde offerhande' deden (C. van Alkemade). Anders dan De la Torre meldt Van Heussen nog dat de plaats tot in zijn tijd 'zeer dikwijls van de Katholieke dorpelingen en boeren [werd] bezocht'.
- Bij de restanten van de koorpijlers kon men volgens Van Alkemade aan het einde van de 17e eeuw nog 'de fonte off het was- ende doopvat' zien. De kapel moet tot hulpkapel voor de zielzorg in Kralingseveer hebben gediend. Van Alkemade rapporteert ook een lokale overlevering over het votiefkarakter van de stichting: de kapel zou zijn gebouwd op grond van een gelofte die Karel van Charolais (hertog Karel de Stoute) aan St. Adalbert had gedaan toen hij op een schaatstocht tussen slot Honingen (Rotterdam) en Dordrecht door het ijs van de Merwede dreigde te zakken en te verdrinken.

Bronnen en literatuur Archivalia: Rotterdam, gemeentearchief: handschriften, nr. 3001.
Tekstedities: J. de la Torre, 'Relatio seu descriptio', in: Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht 10 (1882) p. 234-235.
Literatuur: Gerrit van Spaan, Beschrijvinge der stad Rotterdam en eenige omleggende dorpen (Rotterdam 1698); heruitg. door H.C. Hazewinkel, Antwerpen 1943) p. 3-4, met afb.; H.F. van Heussen, Historia Episcopatuum Foederati Belgii, dl. 1 (Antwerpen 1733) p. 181; M.P. van Buijtenen, 'Sint Elbrecht. Een mystificatie op Kralingeroord', in: Rotterdamsch Jaarboekje (1940) p. 142-177, hierin worden alle middeleeuwse bronnen besproken; A.C. Kersbergen, 'St. Elbrecht, een mystificatie op Kralingeroord', in: De Maasbode, 3 april 1940; M.P. van Buijtenen en A.K. Meyer, 'Heiligen tussen pierementen. Proeve van reconstructie en identificatie', in: Jaarboek Oud-Utrecht (1985) p. 9-61, aldaar p. 56; H.A. Voet, m.m.v. A.H. Martijnse, Groeten uit Kralingseveer (Capelle a/d IJssel-Alphen a/d Rijn 1983) afb. 21-24, St. Elbrechtspad.
- Over St. Wilgefortis: L.A.J.W. Sloet, De Heilige Ontkommer of Wilgeforthis. Geschiedkundig onderzoek ('s-Gravenhage 1884); G. Schnürer en J.M. Ritz, Sankt Kümmernis und Volto Santo. Studien und Bilder (Düsseldorf 1934); J. Gessler, La légende de Sainte Wilgeforte ou Ontcommer, la Vierge miraculeusement barbue. Notes bibliographiques, archéologiques et folkloriques (Brussel-Parijs: A.Picard, 1938); J. Gessler, 'Wilgefortiana. Een bibliographisch overzicht', in: Oostvlaamse Zanten 16 (1941) p. 1-14.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Kralingen; afbeelding van de ruïnes in C. van Alkemade en P. van der Schelling, Kabinet der publyke enz. gebouwen en gezigten van Rotterdam en Schieland [GA Rotterdam]; Van Spaan, Beschrijvinge (uitg. 1943) p. 4

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<