Kockengen, O.L. Vrouw

Cultusobject: O.L. Vrouw
Datum: 15 augustus
Periode: 15e eeuw - midden 17e eeuw
Locatie: Parochiekerk van O.L. Vrouw (thans N.H.)
Adres: Kerkplein 9, 3628 AE Kockengnen
Gemeente: Breukelen
Provincie: Utrecht
Bisdom: Utrecht
Samenvatting: De bedevaartpraktijk te Kockengen was gericht op Maria. Deze verering dateert van de 15e eeuw en heeft geduurd tot voorbij het midden van de 17e eeuw. De bedevaarten en de processies hadden een regionaal karakter en en werden gehouden op het feest van Maria Hemelvaart (15 augustus). De aantrekkelijkheid ervan in religieus opzicht werd vermoedelijk versterkt door de combinatie van de godsdienstige viering van het Mariafeest met het houden van een kerkwijdingsfeest met jaarmarkt (kermis).
Auteur: Theo Clemens
Illustraties:
Topografie - Het dorp Kockengen is gelegen in het polderlandschap van het zogenaamde Nederkwartier van de provincie Utrecht, ca. vijf kilometer ten westen van Maarssen. De parochie O.L. Vrouw Hemelvaart bestond al in het midden van de 14e eeuw.
- De parochiekerk dateert uit het begin van de 15e eeuw en is sinds de reformatie in het bezit van de gereformeerden. Na ongeveer twee eeuwen in Teckop gekerkt te hebben, kregen de katholieken van Kockengen in 1852 weer een eigen kerk.
Cultusobject - De verering richtte zich op Maria; de aard van het cultusobject is onbekend.
Verering - Kockengen verwierf in de 15e eeuw enige vermaardheid als bedevaartplaats. Vooral in de maand augustus zouden jaarlijks velen naar Kockengen getrokken zijn om de voorspraak van Maria in te roepen. In die tijd is ook de broederschap van de H. Maagd ontstaan, die op 15 augustus een ommegang organiseerde.
- In de literatuur staat niets over de aanwezigheid van een bijzonder beeld noch over Kockengen als mirakelplaats. Wellicht ging het destijds om een combinatie van de viering van een Mariafeest en het feest van de kerkwijding. Van Heussens korte notitie over Kockengen opent zelfs met deze cumulatie van redenen om feest te vieren: in dit dorp van het Nedersticht werd gewoontegetrouw 'voor dezen / op het feest van Mariaas Hemelvaart / een ommegang gedaan en de kerkwijding' gevierd. Vaststaat dat deze feestelijkheden een meer dan lokaal karakter hadden, aangezien ook de Mariabroederschappen van Vleuten en Mijdrecht op 15 augustus naar Kockengen trokken.
- De literatuur zwijgt over de bedevaarten en ommegangen in de 16e eeuw. Vermoedelijk zijn ze gewoon doorgegaan. Ze bleken immers nog volop te bestaan toen ze eind 16e, begin 17e eeuw door de gereformeerden werden bestreden. Ondanks een nauwelijks voorbeeldige en weinig standvastige pastoor tussen 1588 en 1606 en ondanks repressief optreden van de overheid hielden velen vast aan de oude religie en de ommegangspraktijk. In 1606 slaagde de gereformeerde kerk er weliswaar in de kerk te 'zuiveren' van paapse elementen en een predikant aan te stellen, maar over het vasthouden aan traditionele praktijken rond de viering van 15 augustus horen we nog in verslagen aan Rome uit 1638 en 1656. In 1638 wordt vermeld 'Similis quoque cultus vestigia existunt in pago Kockengen' (Van een gelijkaardige cultus [verwijzend naar de Mariabedevaart in ⟶ Amersfoort] bestaan ook sporen in het dorp Kockengen). In 1656 komt een vergelijkbare passage voor waaraan wordt toegevoegd: 'qui propterea locus annue ingenti concursu rusticorum, nequicquam frementibus haereticis frequentaris solet' (omdat dit een plaats is die jaarlijks bezocht pleegt te worden door een grote toestroom van boeren, terwijl de ketters hier tevergeefs over morren).
- Nadien wordt er in de literatuur niets meer vernomen van bedevaarten en processies. Van Heussen sprak er in 1719 over in de verleden tijd. Hiervoor zijn, ervan uitgaand dat de ommegangen inderdaad verdwenen zijn uit het godsdienstig leven van de Kockengers, veronderstellenderwijs een aantal verklaringen te geven.
In de eerste plaats is er wellicht een verband met de verschuiving van het kerkelijk zwaartepunt van Kockengen naar Teckop. In laatstgenoemde plaats, die vanwege de ligging op Hollands gebied veiliger was voor de katholieken, werd in 1653 een katholieke statie ingericht. Hier gingen de katholieken van Kockengen in het vervolg naar de kerk, nadat ze eerder (1608) door apostolisch vicaris Sasbout Vosmeer min of meer waren afgeschreven voor de katholieke kerk en vervolgens (vanaf 1633) bediend werden vanuit Woerden.
In de tweede plaats is de aantrekkelijkheid van de ommegangen misschien verminderd door de ontkoppeling van de religieuze viering van Maria Hemelvaart en de minder religieuze kermis annex jaarmarkt. Deze werd midden 18e eeuw bovendien niet meer gehouden op 15 augustus maar op de daaropvolgende zondag.
Een derde, aanvullende verklaring vormt de terughoudendheid jegens de traditionele kerkwijdingsfeesten onder de voormannen van de nieuwe, van grote ernst getuigende vroomheid die in de 17e eeuw steeds meer terrein won. In dit verband is het opmerkelijk dat op de twee bladzijden die in Van Heussens boek over het Utrechts bisdom aan Kockengen gewijd worden een meer dan vijf pagina's lange uitleg volgt over kerkwijdingen en kerkwijdingsfeesten. Belangrijk hiervan is vooral de actualisering: 'Hoe dat het tegenwoordig met de kermissen toegaat, en hoe dezelve meer besteedt worden om het lichaam vol op te geeven, en allerhande ongebondentheden te pleegen, als om zich met goddelijker zaaken te bemoejen; behoeft hier niet opgehaalt.'
In de vierde en laatste plaats moet ook gedacht worden aan de concurrentie van nieuwe Mariaplaatsen als ⟶ Oudewater en ⟶ Haastrecht. Daar werd de door jezuïeten gepropageerde O.L. Vrouw van Foy vereerd, nadat in 1647 in hun staties te Haastrecht en later ook te Oudewater een beeld van haar was geïntroduceerd. De katholieken uit de veenstreken - die tevoren naar Kockengen togen - zouden sedertdien vooral naar Oudewater getrokken zijn.
- Voorzover bekend is te Kockengen niet zoals elders sprake van een herleving in de late 19e of de eerste helft van de 20e eeuw. In het interieur van de huidige r.k. kerk, die dateert van 1854, zijn geen materiële sporen meer te vinden van de oude devotie. De herinnering aan het mariale verleden was bij de heroprichting van de statie in 1852 zover vervaagd, dat toen zelfs overwogen kon worden een andere patroon te kiezen dan Maria! Ook later zocht men Maria vooral elders.

Bronnen en literatuur Archivalia: Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum: Theodora Maria de Vos, Geschiedenis van de katholieken te Kockengen 1843-1859 (Kockengen 1859; doorslagexemplaar van getypte versie van dit handschrift (Katholiek Documentatie Centrum Br. 11.808)).
Tekstedities: J. de la Torre, 'Relation seu descriptio', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 10 (1882) p. 191; J. de la Torre, 'Descriptio status', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 12 (1884) p. 196
Literatuur: H.F. van Heussen, Historie ofte beschryving van 't Utrechtsche bisdom, dl. 2 (Leiden: Christiaan Vermey, 1719) p. 490-497; L.J. van der Heijden, 'Teckop 1653-1852', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 41(1915) p. 52-83; W. van der Pas, 'O.L. Vrouw te Kockengen', in: Utrechts Katholiek Dagblad, 24 januari 1954; J.C. Jongeneel, Grepen uit de geschiedenis van de gemeente Kockengen (Alphen aan de Rijn 1959); W. van der Pas, Tussen Vecht en Oude Rijn: beschrijvende geschiedenis van Noord-West-Utrecht naar aanleiding van het eeuwfeest der R.K. Parochie Kockengen (Utrecht 1952); P.H.A.M. Abels, J.G.J. van Booma, 'Tussen Rooms-katholiek en Utrechts-gereformeerd. Het eigen karakter van het Utrechtse Reformatieproces', in: H. ten Boom e.a. ed., Utrechters entre-deux. Stad en Sticht in de eeuw van de Reformatie 1520-1620 (Delft 1992).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Kockengen; Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland: dossier parochie O.L. Vrouw Hemelvaart te Kockengen

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<