Kapellebrug, O.L. Vrouw ter Eecken

Cultusobject: O.L. Vrouw ter Eecken
Datum: 2 juli; 8 september; gehele jaar
Periode: 15e eeuw (?) - 1645 / 1935 - heden
Locatie: Mariakapel, behorend tot de parochie St. Jan de Doper
Adres: Hoofdstraat 6, 4564 AP St. Jansteen
Gemeente: Hulst
Provincie: Zeeland
Bisdom: Breda
Samenvatting: In de middeleeuwen stond te Kapellebrug een kapel voor O.L. Vrouw ter Eecken, die druk bezocht werd en waar zich wonderbare genezingen voordeden. In 1578 is deze verwoest en in 1623 herbouwd, waarna een bloeiperiode begon die duurde tot 1645. Als gevolg van de reformatie verplaatste de verering zich naar De Klinge, over de grens. Historisch onderzoek en een toneelspel leidden tot herbouw van de kapel en herleving van de devotie in Kapellebrug in de jaren dertig. Deze bedevaartplaats is de bekendste en drukst bezochte van oostelijk Zeeuws-Vlaanderen.
Auteur: Ottie Thiers
Illustraties:
Topografie - De huidige kapel van O.L. Vrouw ter Eecken, gelegen te Kapellebrug aan de oostzijde van de weg Hulst - St. Niklaas (B), is gebouwd in 1935. Op exact dezelfde plaats heeft tweemaal eerder een kapel gestaan. Vroeger liep hier de Gentse Vaart, een kanaal van Hulst naar Gent. Een ondiepe watergang, die ongeveer parallel loopt aan de provinciale weg, is alles wat er nog van over is. Vroeger lag over het water een brug ter hoogte van de kapel. Het dorp dankt hieraan zijn naam.
- De oudst bekende kapel is in 1578 verwoest. Gedeeltelijk op dezelfde fundering is door pastoor-deken Legier Cardon in 1623 het koor van een nieuwe kapel opgetrokken; in 1626 is er een stuk aangebouwd, waardoor de ruimte ongeveer driemaal zo groot werd. Het geheel moet een sterke gelijkenis vertoond hebben met de kapel van O.L. Vrouw van Stoupe te Ertvelde (B). Tot midden 17e eeuw is deze tweede kapel in gebruik geweest; waarschijnlijk is zij vóór 1686 afgebroken. Van de inrichting is weinig bekend. Behalve het Mariabeeld bezat men een altaartafereel van Jezus, Maria en Jozef, geschonken door de Antwerpse koopman Jacques de Man. Een pauselijke aflaatbul heeft ingelijst aan de wand gehangen. In de jaren 1640 zijn nog twee biechtstoelen en twee marmeren wijwaterschelpen aangeschaft.
- In 1721 heeft pater Martinus Buys in het vlakbij over de grens gelegen De Klinge een stenen wegkapelletje laten oprichten voor O.L. Vrouw ter Eecken, niet meer dan een eenvoudige zuil met ruimte voor een beeld. Dit kapelletje is in 1798 tijdens de Franse overheersing afgebroken en in 1804 door pater Zacharias de Coene herbouwd. Hiervoor in de plaats bouwde pastoor Govaert een nieuwe, grotere kapel in 1873, die nog steeds in gebruik is en in de Kapelstraat staat. Het dorp is er inmiddels omheen gegroeid. Het beeldje prijkt onder een stolp boven een weelderig versierd altaar. De stolp staat in een houten schrijn in de vorm van een kapelletje, met tegen de achterwand een eikenboom. Brandende lichtjes, een (brood)mand vol wassen ex-voto's en talrijke plaquettes met dankbetuigingen getuigen van een bloeiende verering. Wie echter in het dorp de weg vraagt naar de kapel van O.L. Vrouw ter Eecken, loopt een goede kans naar Kapellebrug verwezen te worden.
- Historisch onderzoek en opgravingen in de jaren twintig en dertig leidden tot de herontdekking van de oude locatie te Kapellebrug, waarop in 1935 een nieuwe kapel met beêweg is gebouwd, die overdag altijd open is voor publiek. Kapel en tuin zijn in 1990 gerestaureerd. Wanneer men door het toegangshek gaat ligt de kapel aan de rechterhand. Links van het hek staat een monument met een voorstelling van O.L. Vrouw van Smarten. Het is in 1948 geschonken door de toneelvereniging St. Jan ter nagedachtenis aan J.A. Everaard. Vervolgens beginnen de staties van de 'beêweg', die de zeven smarten van Maria uitbeelden: I 'Voorspelling van Simeon', II 'De vlucht naar Egypte', III 'Het verlies in den tempel', IV 'Ontmoeting op den kruisweg', V 'Kruisiging en dood van Jesus' en VI 'Afneming van het kruis'. Deze staties liggen rondom een grotere ruimte, waar vroeger banken stonden, maar die tegenwoordig grotendeels beplant is. Vooraan deze ruimte staat, als laatste statie, een ruim 5 meter hoog betonnen kruisbeeld waaronder de beeltenis van Maria met haar gestorven Zoon en de tekst 'Troosteres der bedroefden'. In het voetstuk werden stenen verwerkt afkomstig uit de opgegraven fundamenten van de eerste en tweede kapel. Even ernaast bevindt zich een gemetselde preekstoel.
- De bakstenen kapel is in 1935 gebouwd naar een ontwerp van architect F.P. Joseph Rouleau uit Hulst, meet circa 18 x 6,5 meter en biedt zitplaatsen aan ongeveer 80 bezoekers. Het beeld van O.L. Vrouw ter Eecken staat boven het altaar. In de voor- en achtergevel bevinden zich zeven smalle, hoge vensters, die de zeven kruisdragers uit 'Het spel der crucen' symboliseren (zie onder Verering). Het huidige gebrandschilderde glas boven de ingang dateert uit 1969. Zes glas-in-loodramen in de zijgevels vertellen de geschiedenis van de verering. Links van de ingang hangt de achterwand vol met plaquettes met dankbetuigingen. Aan de andere kant vindt men in een van de ramen een schaaltje met medailles. Vooraan, rechts van het altaar, hangt een rek met ansichtkaarten en devotioneel drukwerk. Links vooraan staat een vaandel met een afbeelding van O.L. Vrouw ter Eecken, gebaseerd op een 17e-eeuwse voorstelling. Vlakbij hangt een kleine vitrine met beelden van O.L. Vrouw die te koop zijn. Op de vitrine hebben bezoekers wat geschenkjes, ex-voto's en een foto achtergelaten.
- In de zijkapel zijn zes glas-in-loodramen aangebracht die de historie van de kapel voorstellen. Boven de ingang van de kapel is een gebrandschilderd glas geplaatst dat in 1969 is geschonken door de toneelvereniging St. Jan. Het ontwerp is van Roeland Massa uit St. Niklaas, de uitvoering van Albert Mesdagh uit Gent.
- Buiten de kapel bevindt zich een 'beêweg' met zeven staties van de zeven smarten en een kruis die zijn ontworpen door Simon Goossens uit Antwerpen. Voorts staat er een Mariamonument voorstellende de zeven smarten, onthuld op 2 mei 1948, geschonken door de toneelvereniging St. Jan ter nagedachtenis aan J.A. Everaard en ontworpen door de Jacques Stephanus Kreykamp uit Oosterhout (hoogte ca. 1,80 m). Het betreft een staande gekroonde Maria, die haar armen over zeven figuren (lammen, zieken, etc) houdt. Op de sokkel staat de inscriptie: Zolang op aard / zijn kruis en pijn / zolang zal ik der mensen / moeder zijn.
Cultusobject - In de middeleeuwse kapel heeft een Mariabeeld gestaan met een zwart kleed, dat in 1578 verwoest is of verdwenen. Bij de herbouw van de kapel in 1623 is een nieuw beeld geïnstalleerd, dat waarschijnlijk met de andere kapelgoederen na de val van Hulst geconfisqueerd en verdwenen is.
- Het houten beeldje in de Klingense kapel stelt de Moeder Gods voor, met op haar arm het kind, dat zijn armpjes uitstrekt. Het is slechts 6 centimeter hoog. Het is dan ook zeer onwaarschijnlijk dat dit hetzelfde beeld is dat door mgr. Triest onder grote belangstelling plechtig gewijd is.
- Het beeld (eikenhout ca. 1 m hoog) in de nieuwe kapel is in 1935 vervaardigd door Simon Goossens uit Antwerpen. Maria draagt het Kind op de rechterarm, in de linker draagt zij een wereldbol. Beiden zijn gekroond. Een 17e-eeuwse afbeelding van O.L. Vrouw ter Eecken heeft model gestaan. De kapel bezit een reliek van O.L. Vrouw, gecertificeerd op 21 juni 1935 door mgr. Hopmans, bisschop van Breda.
Verering De eerste kapel te Kapellebrug, tot 1578
- Ooit zou, volgens een vroeg-17e-eeuwse overlevering, het beeldje gevonden zijn in een eik en later in de kapel gebracht. De oudste vermelding van de kapel, als plaatsaanduiding 'onser Vrouwen ter Eecken', is gevonden in de archieven van Hulst in 1459. Andere gangbare benamingen waren 'kapel in 't Schorre' en 'St. Joriskapel'. Waarschijnlijk was aan de kapel oorspronkelijk een St. Jorisverering verbonden, die later overschaduwd is door de Mariaverering. Deze kapel is in 1578 volledig verwoest.

De tweede kapel te Kapellebrug, 17e eeuw
- In 1622 werd Legier Cardon pastoor en landdeken van Hulst. Hij stuitte aan de uiterste grens van zijn parochie op de ruïne van de in 1578 verwoeste kapel, die nog steeds als heilige plaats werd vereerd. Hij vond er offers, stukjes kaars en men wees hem personen aan die er genezing hadden gevonden. Men wist hem ook te vertellen dat de kapel vroeger druk bezocht werd en dat monniken uit de abdij van Baudeloo er 's zaterdags altijd de mis opdroegen uit pure devotie, zonder dat zij daartoe verplicht waren.
- Cardon verzamelde alle gegevens en rapporteerde deze aan de bisschop van Gent, mgr. Antonius Triest. De voorgaande jaren had men in Vlaanderen de wederopbouw van vernielde kerken stevig ter hand genomen. Pastoor Cardon zelf had de herbouw van de kapel van O.L. Vrouw van Stoupe geleid, gelegen tussen Assenede en Ertvelde. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij per ommegaande, op 16 mei 1623, van zijn bisschop opdracht kreeg ook de kapel van O.L. Vrouw ter Eecken te herbouwen. De ligging van de kapel, aan de grens met vijandelijk gebied, was een extra argument voor de te leveren inspanning. Men verwachtte van Maria steun voor het behoud van het ware geloof. In dit licht zag Cardon ook de wonderen die er geschiedden; als kerk, clerus en gelovigen aldus begunstigd werden, moesten zij dit voorrecht wel waardig zijn.
Slechts zes weken later, op zondag 2 juli, O.L. Vrouw Visitatie, werd de eerste steen gelegd in aanwezigheid van plaatselijke hoogwaardigheidsbekleders, een honderdtal soldaten en volk dat van heinde en verre was toegestroomd. Op 9 september van hetzelfde jaar kwam de bisschop een nieuw Mariabeeld installeren en wijden, waarbij 'duizenden en duizenden' mensen uit Hulst, Hulsterambacht, Land van Waas, Land van Beveren, Antwerpen en Gent aanwezig waren. De bisschop bepaalde de officiële feestdag op 2 juli. Jaarlijks moest het beeld dan in een plechtige processie worden rondgedragen. Deze datum was voorgesteld door pastoor Cardon op praktische gronden. Later vernam hij van de oudste inwoners dat dit ook vroeger de feestdag van de kapel was geweest. Hij begreep eens te meer hoezeer hij een werktuig van de voorzienigheid was. De pastoor liet een boekje drukken ter bevordering van de verering, waarin hij de geschiedenis van O.L. Vrouw ter Eecken optekende; dit boekwerkje, waarvan slechts één exemplaar bewaard is gebleven, is onze voornaamste bron.
- Cardon was zeer zorgvuldig in het onderzoek naar de wonderen die hem ter ore kwamen. In aanwezigheid van hoogwaardigheidsbekleders werden officiële akten opgemaakt van genezingen uit ca. 1555, 1617, 1622, 1623 (5x) en 1624 (4x). De oudere gevallen betroffen alleen koortsen, de recente ook verlammingen, kreupelheid, een open been en een huidaandoening. De begunstigden kwamen uit Clinge, Hulst (waaronder een Ierse soldaat), Moerbeke en Stekene. Talrijke andere genezingen die plaatsgevonden zouden hebben beschreef de pastoor niet, want hij had onvoldoende bewijs omdat de begunstigden zich 'uit onnozelheid of ondankbaarheid' niet gemeld hadden. Kort voor de teloorgang van de kapel, in 1642, heeft de toenmalige pastoor akten laten opmaken betreffende twee genezingen uit 1636 en 1640. De begunstigden waren inwoners van Hulst, die leden aan zware ziekten en koortsen.
- De kapelrekeningen (teruggevonden voor de jaren 1626-1627 en 1642-1645) tonen aan dat het hele jaar door bedevaartgangers kwamen, maar dat 19 maart, de feestdag van H. Jozef, en 2 juli met octaaf een grotere drukte met zich meebrachten. De drukte op 19 maart hield verband met de broederschap van de H. Joseph, door mgr. Triest op 10 juni 1624 opgericht te Ter Eecken en gelieerd aan de opperbroederschap te Gent. Op 2 juli, de jaarlijkse feestdag, ging pastoor Cardon voor, op de andere dagen van het octaaf kwam telkens een andere pastoor met zijn parochianen langs: '[Klooster-]Zande, Melsele, de deken van Land van Waas, Vrasene, Sint Pauwels, Sint-Gilles, Stekene en Kemseke'. Offerblok en collecte brachten goed op, alsmede de verkoop van 'rynghen, boecxkens, roosenhoeykens, beeldekens en medailjen van Sent Joseph'. Daarnaast kwamen regelmatig bijzondere schenkingen en legaten voor. De verering bloeide snel op, dankzij de herinnering aan vroeger tijden en dankzij steun van de kerkelijke en wereldlijke overheden. De bisschop verleende op 16 juni 1623 een aflaat van veertig dagen aan eenieder die in de kapel tot Maria bad en aan ieder die schenkingen deed ten behoeve van de herbouw. De nuntius te Brussel voegde daar op 23 juni nog verschillende aflaten aan toe voor hen die op 2 juli of op een zaterdag (de aan Maria gewijde weekdag) kwamen, en voor hen die na biecht en communie de eerste vijf jaren op 2 juli zouden komen om te bidden tot intentie van de paus.
- Uit de rekeningen van de jaren 1640 blijkt dat de viering op 2 juli verschoven was naar 8 september, de feestdag van Maria's Geboorte. Wanneer deze feestdag naderde werd de wijde omgeving hiervan in kennis gesteld. Vanwege plundering en oorlogsgevaar werd de inventaris van de kapel steeds per schuit naar Hulst gebracht en voor de plechtigheden weer terug naar Kapellebrug, met een leger als escorte. De val van Hulst op 5 oktober 1645 luidde het einde van de devotie in voor Kapellebrug. De inventaris van de kapel werd geconfisqueerd. De kapel schijnt nog enige jaren gebruikt te zijn geweest en is daarna afgebroken en in vergetelheid geraakt.

De verering uitgeweken over de grens
- In het Belgische De Klinge, slechts enkele kilometers verderop, verrees in 1648 een kerk, mede ten behoeve van de katholieken in Staats-Vlaanderen. In 1721 is in deze plaats tevens een nieuw kapelletje voor O.L. Vrouw ter Eecken opgericht. Een miraculeus beeld werd in processie naar de kapel gedragen. Of dit het beeld was dat in 1623 door de Gentse bisschop te Kapellebrug werd geïnstalleerd, is de vraag. Indien dit wel zo was, dan is het waarschijnlijk bij de afbraak in 1798 van de kapel in De Klinge verloren gegaan, waarna het huidige beeldje bij de herbouw in 1804 geplaatst zou kunnen zijn. Hoewel het een zeer bescheiden wegkapelletje was, waren de inkomsten behoorlijk.

De derde kapel te Kapellebrug, 1935 - heden
- In de jaren na de eerste wereldoorlog ontstond een grote interesse voor het katholieke en het plaatselijke verleden. J. Adriaanse ontdekte een exemplaar van het boekje van Cardon, ging op zoek naar gegevens in archieven en publiceerde zijn bevindingen, wat weer tot aanvullende reacties leidde. Gaandeweg bleek dat O.L. Vrouw ter Eecken oorspronkelijk afkomstig was uit Kapellebrug; de fundamenten van de oude kapel werden bij opgravingen in 1933 en 1934 teruggevonden. Tezelfder tijd onderzocht J.A. Everaard de geschiedenis van de vroegere heerlijkheid van Sint Jan ten Steene, waartoe Kapellebrug behoorde. In 1933 werd een openluchtspel opgevoerd, waarin resultaten van beide onderzoeken ingenieus samengevoegd waren, hoewel ze slechts tijd en plaats enigszins gemeen hadden. In het stuk, dat speelde op het eind van de 15e eeuw en eigenlijk handelde over vrijheer Vilain, werd een abel spel opgevoerd, ''t Spel der crucen', waarin O.L. Vrouw ter Eecken optrad. Op de eerste zondagmiddag in mei stond zij eenieder te woord, voerde zelfs een dialoog met de duivel, en verloste uiteindelijk de smekelingen van hun kruisen. Dit spel bracht zoveel plaatselijk enthousiasme teweeg voor de herontdekte verering, dat het mogelijk werd een nieuwe kapel te bouwen op de oorspronkelijke lokatie, waarvoor zelfs enkele bestaande woningen werden afgebroken. Pastoor J. Preijers van St. Jansteen trad in de voetsporen van zijn 17e-eeuwse voorganger Cardon, en coördineerde het onderzoek, de totstandkoming van de kapel en de verspreiding van de devotie.
- De inzegening van de kapel op 2 juli 1935 vertoonde veel overeenkomst met de voorgaande in 1623. De bisschop van Breda, mgr. Hopmans, verzorgde de wijding in aanwezigheid van talloze geestelijken en vertegenwoordigers van de besturen van omliggende gemeenten. De bisschop van Gent was helaas verhinderd; de soldaten waren niet meer nodig. De eerstvolgende zondag kwamen circa 600 parochianen van St. Jansteen in processie naar de kapel. Er was een lof met preek in de open lucht, gevolgd door zegening van de staties, het volgen van de beêweg en het vereren van de relikwie van O.L. Vrouw. De week daarop was het de beurt aan de schoolkinderen van het dorp. Op zondag 28 juli kwam de afdeling van de Heikantse afdeling van de aartsbroederschap van de H. Familie, op 11 augustus de afdeling van de H. Familie van Clinge. Op zondag 8 september, eveneens een 'historische dag' voor de kapel, kwamen de afdelingen van de H. Familie uit Clinge en Graauw, plus talloze individuele bezoekers in de loop van de dag, zodat men tweemaal lof moest houden. Op 15 september, O.L. Vrouw van Zeven Smarten, was het weer enorm druk. Gedurende de winter hield men vanuit St. Jansteen enkele novenen voor zieken en werd de kapel dagelijks bezocht.
- Vanaf 1936 werd op alle zaterdagen in mei en op 2 juli de mis gelezen. Op zondag 3 mei werd het bedevaartseizoen geopend met de wijding van het grote kruis in de processietuin in aanwezigheid van ca. 600 bezoekers. In de meimaand kwamen weer een aantal afdelingen van de H. Familie en van congregaties uit omliggende plaatsen en stelden katholieke jeugdverenigingen zich onder Maria's bescherming. In 1938 liet pastoor Preijers ter bevordering van de devotie een 'filmstrook' vervaardigen met afbeeldingen van de oude geschiedenis van de kapel, de opgravingen en de nieuwe kapel. Deze foto's werden gebruikt ter illustratie van lezingen in verschillende plaatsen in oostelijk Zeeuws-Vlaanderen - met succes. Gedurende het seizoen kwamen steeds meer georganiseerde bedevaarten, gedurende het hele jaar bezochten individuele pelgrims de kapel.
- Tijdens de oorlog namen de groepsbedevaarten af, maar de individuele pelgrimage nam toe, hetgeen de pastoor toeschreef aan de sluiting van de grens waardoor de Belgische bedevaartplaatsen onbereikbaar waren. In 1944 werd een noveen gehouden vanuit Hulst en Lamswaarde voor vier ter dood veroordeelden uit Hulst, Lamswaarde en Stoppeldijk. Toen de bezetter hier lucht van kreeg werden deze tochten tegengehouden. In 1945 werd een dankbedevaart georganiseerd voor de redding van de veroordeelden. Er waren circa duizend deelnemers uit de hele streek. Ook een niet-katholieke overlevende liep mee. In 1946 maakte de KRO radio-opnamen over de verering.
- Tot ongeveer 1960 lijkt er nauwelijks een katholieke organisatie in de streek geweest te zijn die niet naar Kapellebrug ter bedevaart ging: parochies, jeugdverenigingen, afdelingen van de H. Familie, meisjescongregaties, r.k. werklieden, Katholieke Actie, verkenners, speeltuinverenigingen, ouden van dagen, Bond Jonge Boerinnen, niemand liet zich onbetuigd. Vanaf 1949 kwamen de eerste georganiseerde bedevaarten uit Noord-Brabant en het Waasland (B). Kapellebrug maakte in 1950 en 1951, samen met onder meer ⟶ Groede, ⟶ St. Willebrord en ⟶ Zegge, nog deel uit van een net van Mariabedevaartplaatsen in het bisdom Breda waarnaar jeugdbedevaarten voor de vrede werden georganiseerd. Vanaf 1952 werd jaarlijks in september een rozenkranskruistocht gehouden; soms waren er meer dan 2000 deelnemers. Het Mariajaar 1954 leverde een stroom verzoeken om informatie uit heel Nederland en België. Dat jaar verliet het beeld voor het eerst de kapel, om naar de basiliek van Hulst te gaan voor een ziekentriduum. In het kader van de rozenkranskruistocht werd voor het eerst een processie buiten het terrein gehouden. De pastoor en kapelaan waren als vertegenwoordigers van de devotiekapel uitgenodigd in Rome voor de viering van de 'Kroning van Maria'. Een speciaal vervaardigd vaandel ging mee.
- Begin jaren zestig nam het aantal groepsbedevaarten in hoog tempo af, maar individuele pelgrims zijn altijd blijven komen. Tegenwoordig zijn dit er 100 à 300 per week, afhankelijk van het seizoen. In de jaren zeventig werd op de zondagen in mei en oktober een rozenkransgebed gehouden. Tegenwoordig gebeurt dit iedere eerste zaterdag van de maand; van begin mei tot het einde van de zomertijd is er bovendien wekelijks op dinsdagavond een mis, die 50 à 70 bezoekers trekt. De kapel wordt verder nogal eens gebruikt voor huwelijksinzegeningen.
- Op 2 mei 2006 werd bij gelegenheid van de inzegening van de vernieuwde klok voor de Mariakapel, op initiatief van de voorzitter van Caritas Sint Jansteen/Heikant, Paul Prince, de vereniging 'Vrienden van de Kapel van O.L. Vrouwe ter Eecken' opgericht, met als doel de instandhouding van de kapel en de erediensten.

Gebedsverhoringen
- Sinds de herleving van de verering zijn er verhoringen aan O.L. Vrouw ter Eecken toegeschreven. De eerste genezingen werden bekend in 1936, toen enkele begunstigden zich (persoonlijk of schriftelijk) meldden op de pastorie. Vanaf 1937 verschenen regelmatig advertenties met dankbetuigingen in het Dagblad van Zeeland, later in De Stem. Kort na de oorlog meende iemand zelfs dat O.L. Vrouw ter Eecken hem tien keer verschenen was, hetgeen hij op verzoek van de pastoor wel aan de bisschop, maar niet aan de pers bekend heeft gemaakt. Tot het begin van de jaren vijftig zijn er verhoringen aangemeld, maar de plaquettes in de kapel dragen ook jongere jaartallen: 1963, 1993, 1994.
- Op 2 juli 1935 is officieel de 'Broederschap ter ere van O.L. Vrouw van Smarten' opgericht. Deze heeft bestaan tot circa 1965, met leden in St. Jansteen, Kapellebrug en Hulst. De leden betaalden een kwartje per jaar. Het ledental is nooit boven de 450 uitgekomen.
- Aan de verering in Kapellebrug zijn aflaten verbonden: sinds de inzegening op 2 juli 1935 kan men een volle aflaat verdienen na een bezoek op de feestdag of het octaaf; daarnaast levert het gebed, afgedrukt op het bidprentje uit 1934, vijftig dagen op, mits het uiteraard godvruchtig verricht is.
Materiële cultuur - Devotieprentjes, behorend bij O.L. Vrouw ter Eecken te De Klinge: 1 voorzijde een afb. van Maria (gekroond) in een eik, zij houdt met beide handen het Kindje voor zich uit, dat armpjes en beentjes uitgestrekt heeft, op de achtergrond in de verte een kapelletje, eronder de tekst: Het mirakuleuze beeld van O.L.V. ter Eeke vereerd in de kapel te Clinge, achterzijde een 'gebed aan O.L.V. Ter Eeke', in oude spelling met ae en sch (z.p.: Hubert Meyer del., z.j.; 6,9 x 11,5 cm, zwart/wit); 2 een nieuwere versie van voorgaand exemplaar, wordt nog steeds verspreid, afbeelding op voorzijde gemaakt naar vorige, kwalitatief minder, achterzijde zelfde gebed, moderne spelling (z.p. z.j.; Nihil obstat: Gandae, 21 Septembris 1919, B. Haelterman C.L.C, Imprimatur: Gandae, 23 Septembris 1919, A. de Bock, vic. gen.); 3 prentje met op voorzijde een foto van het kapelletje (zonder de huidige omliggende bebouwing), en de tekst Heiligdom van het Mirakuleuze Beeld van O.L.V. ter Eeke, aanroepen en vereerd onder den titel van O.L.V. van 7 Weeën te De Clinge, de achterzijde geeft hetzelfde gebed als voorgaande, moderne spelling, zelfde Nihil obstat en Imprimatur (Antwerpen: Etabl. F. & E. De Coker, z.j.; 8 x 12,5 cm, zwart/wit) wordt nog steeds verspreid.
- Voor O.L. Vrouw ter Eecken te Kapellebrug: 1 prentje met op voorzijde een reproduktie van de houtsnede van het titelblad van het boekje van Cardon, voorstellende O.L.V met Kind en wereldbol, beiden gekroond, eronder de tekst O.L. Vrouw Ter Eecken, bid voor ons., op de achterzijde een gebed, naar Cardon ([Steijl], [1934], 7 x 11 cm.; impr. Bredae, 2/2/1934, P. Hopmans. Episc. Bredanus, met 50 dagen aflaat) de oplage van 1934 bedroeg 10.000 ex., nog steeds verkrijgbaar; 2 vier zwart/wit ansichtkaarten van processieterrein, kapel, koor, en beeld (z.p.: Hub. Leufkens, z.j., 9 x 14 cm.); 3 Gebeden en gezangen ten gebruike van de vereerders van O.L. Vrouw ter Eecken in hare kapel te Kapellebrug (4e dr., 10e-12e duizendtal, z.p. 1954, impr. Breda, 28 mei 1941, J.M. van Oers, vic.gen.; voorgaande drukken 1935, 1941, 1945) 32 p., 15,6 x 11 cm; G.Claessens, em.pastoor, 'Ter ere van O.L. Vrouw ter Eecken, Kapellebrug' (St.Jansteen: [parochie St.Jan de Doper], 1995; 16 p., 14,6 x 21 cm) voorlopige gemoderniseerde versie van een deel van voorgaand boekje;
- Diversen: 1 in de periode 1523-1645 moet er het nodige drukwerk zijn verspreid, waarvan alleen het boekje van Cardon bewaard is gebleven (zie onder B); 2 van de ringen, rozenkransen, beeldjes en de medailles van St. Jozef, eveneens verkocht in deze periode, is niets teruggevonden; 3 bij de opgravingen in 1934 is een laatmiddeleeuws pijpaarden Mariabeeldje tevoorschijn gekomen, van het soort dat als pelgrimssouvenir diende. Het is in 1964 in bruikleen afgestaan aan het Bisschoppelijk Museum te Breda (nr. 902 XV); 4 replica's van het beeld van O.L. Vrouw ter Eecken, in wit en bruin, ca 30 cm en ca. 10 cm. hoog. De beelden zijn in de jaren tachtig niet meer verkrijgbaar geweest, maar worden sinds de opknapbeurt in 1990 weer aangeboden. Het kleine model is pas sindsdien in het aanbod opgenomen; 5 medaille, afb. O.L. Vrouw naar beeld in kapel, tekst O.L. Vrouw ter Eecken bid voor ons, en afbeelding van de kapel met tekst Kapel van O.L. Vrouw ter Eecken Kapellebrug (Z.) nog steeds verkrijgbaar; 6 vaandel, vervaardigd in 1954 in verband met het bezoek aan Rome, vierkant, met afbeelding naar 17e-eeuwse houtsnede in gebroken witte driehoek met punt naar boven, links ervan een rood vlak, rechts een blauw vlak, elk met een wapenschildje erin. De tekst: 'O.L.Vr. Ter Eecken.B.V.O.'

Bronnen en literatuur Archivalia: Breda, archief bisdom Breda, parochie St. Janssteen. Gent, bischoppelijk archief: Gent, kapelrekeningen 1626/1627. Gent, Rijksarchief in Oost-Vlaanderen: fonds bisdom van Gent, lias no. 996, kapelrekeningen 1642 -1645 en enkele stukken uit 1647 en 1648; bisschoppelijk archief, B 2569/2 Hulst, 12 p., 1642, notariële akten betreffende wonderen in 1636 en 1640, B 4697 en 4698, kapelrekeningen 1626-1627, kapelrekeningen 1642-1645 en enkele stukken uit 1647-1648. St.Niklaas, archieven van het Land van Waas: kaart van Pieter Verbist uit 1656, die de meest betrouwbare afbeelding geeft van de 17e-eeuwse kapel. St. Jansteen, parochiearchief: handschrift 'O.L. Vrouwe Ter Eecken', kopie van L. Cardon, 'Aenteickeningen...' (zie onder Literatuur), map 'Ter Eecken', bevat kroniek van de voorgeschiedenis van de derde kapel; map 'Kapel O.L. Vrouw Ter Eecken', bevat krantenknipsels, correspondentie e.d. m.b.t. kapel en verering 1933-1948; handschrift zonder titel, liber memorialis 1935-1977, met losse stukken
Literatuur: L[egier] Cardon, Aenteickeninghe van de oude devotie inde Capelle van Onse Lieve Vrouwe van Eecken by Hulst, mitsgaders van de wonderlijcke ende sonderlinghe behulpsaemheid op de voorseijde H. Moeder Godts Maria aen veel menschen aldaer gedaen, in 't ghenesen van veel siecken etc. (Gent: Ian vanden Kerckhove, 1624); J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, dl. 6 (Amsterdam: Bekker, 1909) p. 493, aldaar stelt Kronenburg dat O.L. Vrouw van Hulsterloo verplaatst is naar De Klinge, O.L Vrouw van Hulsterloo ging echter naar Drongen en O.L. Vrouw ter Eecken van Kapellebrug ging naar De Klinge; J. Adriaanse, De kapel van O.L. Vrouw ter Eecken te Clinge. Een historische schets uit dagen van vervolging, strijd en verwoesting (Hulst: J. Adriaanse, 1923) o.a. de geschiedenis van de kapel volgens Cardon, Adriaanse plaatst de kapel abusievelijk in De Klinge (B); G.J., 'Bedevaartplaatsen in ons bisdom. Geschiedkundige bijzonderheden', in: Sancta Maria 1 (1923-1924) p. 44-45, bespreking van Adriaanse, 1923, met aanvullingen: Adriaanse ontdekte Cardon, en ontwart de knoop O.L.V. v. Hulsterloo/Clinge van Kronenburg. De schrijver vraagt zich af of de kapel van O.L.V. ter Eecken, die in Belgisch De Klinge staat, daar ook stond voor de herbouw in 1623. G.J. wijst op stadsrek. Hulst 1610 en 1626-27, waarin de Eecken-Capelle voorkomt met feestdag 2 juli; A.J. Fruytier, 'Onze Lieve Vrouw van Terhage te Beoostenblij bij Axel', in: Sancta Maria 8 (1930-1931) p. 76, 84, 91-92, 100-101, 108, aldaar p. 76, vermelding van de kapel te Kapellebrug, en de verering voor O.L.Vrouw ter Eecken, indertijd slechts plaatselijk bekend maar toch druk bezocht, verplaatst naar de schuilkerk in Clinge over de grens, kapel aldaar gebouwd in 1875; J.A. Everaard, Adriaan Vilain: vrijheer van Sint Jan ten Steene. Spel voor openlucht - in drie bedrijven - naar geschiedkundige gegevens uit het rijke verleden dezer vrije heerlijkheid (Kloosterzande 1933) dit spel leidde tot herleving van de devotie. Gebaseerd op historische gegevens, die later gepubliceerd zijn in 1936; J. Adriaanse en J.A. Everaard, De heerlijkheid van Sint Jan ten Steene en Inghelosenberghe ([St Jansteen]: Gemeentebestuur Sint Jansteen, 1936; eerder verschenen in het Jaarboek 1936 van de Oudheidkundige Kring 'De vier ambachten'. Dit onderzoek leverde de gegevens voor bovenvermeld openluchtspel, maar het bevat eigenlijk niets over O.L. Vrouw; J. Preijers, pastoor St. Jansteen, 'De devotie tot O.L. Vrouw ter Eecken te Kapellebrug', in: Sancta Maria 11 (1934) p. 228-229, 243-244, 251-252, 259, 282-283, 291-292, gebeurtenissen die leidden tot de bouw van de kapel en een samenvatting van Everaard, 1934, dat op dat moment verschijnt; J.A. Everaard, Geschiedenis van de kapel van O.L. Vrouw ter Eecken te Kapellebrug (Kloosterzande: Duerinck-Krachten, 1934; Impr. Bredae, 16 junii 1934, J.M. van Oers, vic.-gen.; 80 p.); J.A. Everaard, 'Verzamelde geschiedkundige gegevens betreffende de kapel van O.L.Vrouw ter Eecken te Kapellebrug', in: Jaarboek Oudheidkundige Kring 'De vier Ambachten' (1935) p. 50-74 + tek.; J. Van Vlierberge, 'De kapellen in Waasland. De Klinge. Kapel van O.L.Vrouw van Zeven Weeën of van O.L.Vrouw ter Eeken', in: Annalen van den oudheidkundigen kring van het land van Waas 47 (1935) p. 7-10; E., 'Onze Lieve Vrouw ter Eecken, Hulst St. Jansteen', in: Katholieke Illustratie 25 juni 1936; V. Schrijvers, 'Naar O.L. Vrouw 'Ter Eecken' te Kapellebrug', in: Mariahulde, dl. 2 (Grave: Le Sage Bibliotheek, 1946) p. 13-16, over de betekenis van O.L.V ter Eecken voor Hulst tijdens de Tweede Wereldoorlog; 'Jeugdbedevaarten voor de Vrede in Mei. Voor het gehele Bisdom Breda', in: Sancta Maria 25 (3 mei 1951) p. 69-70; C. van Winkelen, Sint Jansteen in oude ansichten. Waarin opgenomen afbeeldingen uit Absdale, Heikant en Kapellebrug (Zaltbommel-Zierikzee: uitgave in samenw. met Zeeuwse Boekhandel Zierikzee, 1977) nrs. 16, 20 en 74 over Everaard en kapel; A.M.J. Schutijser, De Lieve Vrouwtjes van Zeeland. Bedevaartplaatsen in Zeeland (Koudekerke: Schutijser, 1988) p. 41-45 en 55-67, O.L. Vrouw ter Eecken in Kapellebrug en Clinge/De Klinge worden hier apart behandeld, de schrijver vraagt zich af welk verband er is; Carlo Buysrogge en Eddy Weemaes, Sint Jansteen, Heikant, Kapellebrug en Absdale toen en nu (Hulst: Van Geyt Productions, 1993) p. 66 en 68; M. Daem, 'Wonderbaarlijke genezingen in 1636 en 1640 in de kapel van O.L. Vrouw ter Eecken in Sint Jansteen', in: Bulletin van de Oudheidkundige Kring De Vier Ambachten 12 (1993) 2, p. 25-29.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Kapellebrug; KRO-radio-opname van 27-10-1946: in het kader van een 'Zeeuwse dag' werden ⟶ O.L. Vrouw van de Polder (Middelburg), ⟶ O.L. Vrouw van de Inktpot (Aardenburg) en O.L. Vrouw ter Eecken in het programma opgenomen.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<