Hoogeloon, H. Pancratius (Pancras)

Cultusobject: H. Pancratius (Pancras)
Datum: 12 mei
Periode: 15e / 16e eeuw (?) - heden
Locatie: Parochiekerk van St. Pancratius
Adres: Hoofdstraat 50, 5528 AK Hoogeloon
Gemeente: Bladel
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Uiterlijk sinds het einde van de 15e eeuw wordt in Hoogeloon de heilige Pancratius vereerd en door pelgrims bezocht. In de parochiekerk was een Pancratiusaltaar. Tussen 1712 en 1718 verwierf de kerk een reliek van de heilige. Tussen circa 1910 en 1960 floreerde de cultus met bedevaart. Sindsdien is de verering tot overwegend lokale proporties teruggebracht. Pancratius werd en wordt er vooral aangeroepen tegen huidziekten bij kinderen.
Auteur: Arnoud-Jan Bijsterveld
Illustraties:
Topografie - In 1186 werd de norbertijnerabdij van Tongerlo bevestigd in het bezit van land, de halve tiend en het halve patronaatsrecht van de kerk van Hoogeloon. De andere helft was in handen van leden van de familie Van Rode, die in 1232 van dit recht afstand deed ten gunste van de abdij van Tongerlo. Sindsdien stelde de abt van Tongerlo de pastoor van Hoogeloon aan. Tot 1831 zou deze meestal een norbertijn van de abdij zijn.
- Het altaar van 'Sinte Pancraes' in de kerk van Hoogeloon wordt al vermeld in 1495. In de beneficieregisters van het aartsdiakenaat Kempenland wordt vanaf 1510 melding gemaakt van een Pancratiusaltaar in de kerk van Hoogeloon. Volgens de geschiedschrijver van het bisdom Den Bosch, Schutjes, zou dit beneficie van drie missen per week op 17 maart 1504 gesticht zijn. In 1564 wordt St. Pancratius als patroonheilige van de kerk van Hoogeloon genoemd.
- De parochiekerk van Hoogeloon werd in 1648 overgedragen aan de protestanten en in 1808 aan de katholieken gerestitueerd.
- In de jaren 1924-1925 werd een nieuwe parochiekerk gebouwd, die op 8 mei 1925 door pastoor J.N. Valens (1909-1934) werd ingezegend; de plechtige consecratie door de bisschop van Den Bosch, A.F. Diepen, vond plaats op 6 september 1926. De architect was J.H.H. van Groenendael, een leerling van Pierre Cuypers. De middeleeuwse kerk werd, op de toren na, in 1926 afgebroken.
- De nieuwe kerk werd door de kunstschilders Emmanuel Perey en Gerard Jacobs uit Vierlingsbeek voorzien van muurschilderingen, die op 25 juni 1933 waren voltooid. Deze zijn in 1962-1963 overgeschilderd. Een van de schilderingen toonde de onthoofding van de heilige met daaronder op een sierband: 'De H. Pancratius stierf den roemvollen marteldood onder keizer Diocletiaan in het jaar O.H. 287'.
Cultusobject - Pancratius (12 mei) was afkomstig uit Phrygië en vertrok in 304 naar Rome waar hij door paus Cornelius werd gedoopt en onderricht in de beginselen van het christelijk geloof. Pancratius werd omwille van zijn geloof omstreeks 305 op 14-jarige leeftijd ter dood veroordeeld en onthoofd. Voor de ridders van de late middeleeuwen was Pancratius de patroon van het eens gegeven woord. Pancratius wordt gerekend tot de veertien noodhelpers. Hij wordt sinds de 13e eeuw afgebeeld met zwaard en palmtak en sinds de 15e eeuw als Romeins soldaat of als ridder.
- In het parochiearchief berust een schrijven uit Rome van 3 november 1712 van aartsbisschop Dominicus de Zaulis, waarbij aan de Tongerlose norbertijn Norbertus Mattens als authentieke reliek een stukje been, met een rood koordje in een zilveren doosje vastgehecht, werd geschonken. Onder deze deels gedrukte en deels met de pen ingevulde tekst deelde Mattens aan pastoor Godschalk Janssens (1699-1722), norbertijn van dezelfde abdij, mee, dat hij de reliek aan de kerk van Hoogeloon schonk. Op 28 april 1718 verkreeg men het kerkelijk fiat deze reliek openbaar te vereren. Men ontving in Hoogeloon dus pas tussen 1712 en 1718 een reliek van St. Pancratius. Deze is gevat in een zilveren handtheca.
- In 1884 schonken de kinderen Willems uit Hoogeloon beelden van O.L. Vrouw en St. Pancratius aan de parochiekerk, die vervaardigd waren door H. Ceelen te Roermond. Hij beeldde Pancratius af als een Romeinse jongeling met in zijn ene hand als martelaarswerktuig het zwaard en in de andere hand de palmtak. Het beeld werd door bedevaartgangers behangen met zilver en juwelen. Pastoor F.A.M. Clercx (1941-1958) stond het houten beeld in 1952 af aan pater Fr. van der Looy voor diens missie in Brazilië, waar het ten prooi viel aan termieten.
- Thans staat in de rechter zijkapel van de parochiekerk een vurenhouten, onbeschilderd (afgeloogd) en gevernist Pancratiusbeeld van 1,4 meter hoog. Het werd vermoedelijk omstreeks 1915 gemaakt door Jan Custers uit Stratum. Uit correspondentie van pastoor J.N. Valens met het bisdom blijkt dat hij toestemming vroeg dit beeld te mogen plaatsen. In de oude parochiekerk hing het tegen de rechterbinnenzijde van het koor, zoals te zien is op een foto van het interieur van deze kerk. Pancratius is afgebeeld met in de rechterhand een zwaard en in de linkerhand een palmtak. Aan zijn voeten staat een kruik waaruit water stroomt en een korfje met broden.
Verering - De St. Pancratiusverering is mogelijk geïntroduceerd door de familie Van Ranst, die in de 13e eeuw gegoed was te Hapert, dat met de parochie Hoogeloon verenigd was. Ranst (ten oosten van Antwerpen) is een bekende bedevaartplaats van St. Pancratius.
- Gramaye spreekt in zijn werk uit 1610 van een Pancratiusverering in Loon op Zand, die herhaaldelijk en mogelijk ook hier met Hoogeloon verward wordt. Wellicht was er omstreeks 1600 een actieve verering in Hoogeloon, hetgeen wordt bevestigd door de aanwezigheid van een aan Pancratius gewijd altaarbeneficie.
- Vanaf 1718 kon in Hoogeloon een authentieke reliek van St. Pancratius vereerd worden, maar over de vereringspraktijk is verder niets bekend.
- Dominee Stephanus Hanewinkel (1766-1858) vermeldt in zijn Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch in de jaare 1798-1799 het volgende: 'hebben Kinderen den Daauw-worm, men laat hen te Hoogloon beleezen'.
- Op 20 mei 1912 richtte pastoor J.N. Valens de 'Broederschap ter eere van den H. Pancratius' op, om vooral zijn voorspraak in te roepen tot afwering of genezing van kinderziekten, in het bijzonder dauwworm (uitslag op het hoofd). Sindsdien kon ook een aflaat worden verdiend van 50 dagen na het uitspreken van een Pancratiusgebed. In 1935 werd deze aflaat uitgebreid tot 300 dagen. Pastoor F.A.M. Clercx kon met schriftelijke bewijzen aantonen dat in de jaren 1940-1952 de bedevaart en het bezoek aan St. Pancratius nog steeds toenamen, met als hoogtepunt de jaren 1946-1949. In 57 brieven, vooral afkomstig uit Noord-Brabant, Zuid-Holland en de Achterhoek, blijkt naast aanmeldingen voor de broederschap en de vraag naar medailles, gewijd water en brood, steeds sprake te zijn van verhoringen en plotselinge genezingen. Pancratius werd en wordt in Hoogeloon aangeroepen tegen kinderziekten als dauwworm, eczeem, hoofdzeer en andere huidzieken. Soms roept men hem vanwege zijn onthoofding aan tegen hoofdpijn.
- Er zijn nooit georganiseerde bedevaarten ondernomen naar St. Pancratius te Hoogeloon maar individueel kwam men uit geheel Brabant, ook Belgisch Brabant. Tijdens het kinderlof op 18 mei 1952 stond het kerkplein vol kinderwagens. Ouders namen hun kinderen op de arm mee naar binnen, waar pastoor Clerx, ondanks het 'kinderlawijt', het lof vierde. Na afloop daarvan onstond 'een stormachtige relikwie-verering', voor het Pancratiusbeeld werden kaarsen opgestoken en tot besluit bad de pastoor de kinderzegen, uit een Rituale Romanum contractum dat tot na het midden van de 19e eeuw in Nederland werd gebruikt en waarbij voor de gelegenheid in de zegen van St. Machutus diens naam werd vervangen door die van St. Pancratius. In 1951 kwamen, buiten de feestdag, gedurende het jaar gemiddeld vier maal per week aanvragen op de pastorie binnen voor gewijd water en brood.
- De liturgische veranderingen van de jaren zestig en het verwijderen van St. Pancratius van de officiële heiligenkalender hebben de verering wel geschaad maar niet ten gronde gericht. Anno 1996 viert men in Hoogeloon op 12 mei nog steeds de feestdag van St. Pancratius met aangepaste misvieringen, het branden van kaarsen, de kinderzegen en de wijding van water en brood. Ook klinkt een Pancratiuslied en worden er prentjes uitgedeeld. De meeste aanwezigen komen uit de eigen parochie en verder komen er bedevaartgangers uit Midden-Brabant en Noord-Limburg. In 1981 vereerden de aanwezigen bij het Pancratiusaltaar de reliek. Daarna las de pastoor een speciaal gebed, waarna de pelgrims de gelegenheid kregen er zelf te bidden en een kaars op te steken. Tegen de muur stond een tafeltje met daarop het gewijde water en brood (een toastje). Dit moest volgens een precieze gebruiksaanwijzing aan de zieke worden toegediend. Is iemand niet in staat op 12 mei naar Hoogeloon te komen, dan kunnen het water en het brood altijd aan de pastorie worden opgehaald of desgewenst worden opgestuurd. 's Middags vindt er in de kerk om 15.00 uur het lof plaats. In drukker tijden was het nodig om tweemaal lof achter elkaar te houden. De kerk is nu nog goed gevuld met moeders en hun baby's. De moeders zingen het Pancratiuslied en wachten de zegening af: eerst een zegen met het Allerheiligste, daarna met wijwater. Een Pancratiusprocessie is er in Hoogeloon nooit geweest. Wel wordt het beeld in de jaarlijkse sacramentsprocessie meegedragen.
- Omstreeks 1900 werd aan kinderen als tweede naam die van Pancratius gegeven. Kloosterlingen uit Hoogeloon kozen de naam als kloosternaam. Beide gebruiken waren ook elders gangbaar. Ook de plaatselijke zuivelfabriek werd naar hem genoemd.
Materiële cultuur - Devotieprentjes: H. Mandos (1977; zie Bronnen) beeldt twee devotieprentjes af: 1 het ene is een tekening van de heilige met in zijn rechterhand een palmtak en in zijn linker een zwaard, staande voor de kerk van Haaksbergen. In een banderol boven zijn hoofd staat de tekst St. 'Pancratius B.V.O.'. Onder zijn voeten staat 'Feestdag 12 mei' en onder de tekening 'Bijzonder vereerd te Hoogeloon'. Dit prentje (11 x 7 cm; Maastricht: Grafische Kunstinrichting Ernest van Aelst, [ca. 1936]) heeft op de achterzijde een aflaatgebed en werd verspreid door Huisintveld's Boekhandel te Haaksbergen; 2 het gedachtenisprentje van de priesterwijding van Jan Beex uit Hoogeloon en diens eerste mis op 6 juni 1948 stelt de door hem getekende jongeling Pancratius voor met in zijn linkerhand het zwaard. Op de achtergrond links de oude toren van Hoogeloon, rechts de nieuwe kerk. Onder het plaatje staat 'S. Pancratius', coll. D. Gooren; 3 het door Margry (1982; zie Bronnen) weergegeven devotieprentje (12 x 7,8 cm; Eersel: Foto Remery) laat het beeld van St. Pancratius uit de kerk van Hoogeloon zien, voorzien van een aureool. Ook achterop dit prentje staat een aflaatgebed, coll. D. Gooren; 4 een ander, moderner prentje, afgebeeld bij W.C.M. Van Nuenen (1987; zie Bronnen), is een ets en stelt de heilige gehurkt voor onder een boog met het opschrift 'S. Pancratius'. In zijn rechterhand houdt de heilige een zwaard, in zijn linker een kroon. Aan de linkerzijde staat de tekst 'Sanctus Dei Pancratius consummatus est gladio'.
- Diversen: 1 broederschapsboekje (11 x 8 cm; 4 p.) 'Broederschap ter ere van de H. Pancratius [...] te Hoogeloon' met op de voorzijde 'Marteldood van de H. Pancratius volgens de schildering in de kerk van Hoogeloon N.-Br.'. Voor de schildering is het oude cultusbeeld te zien, coll. D. Gooren; 2 'Gebruiksaanwijzing', bevattende de wijze waarop het Pancratiuswater en -brood gebruikt moet worden (13,7 x 21,7 cm; 1 p.; ca. 1960).


Bronnen en literatuur Archivalia: Hoogeloon, parochiearchief. Regioarchief Eindhoven, archief heemkundekring Kempenland: brief G. Beex te Hoogeloon aan H. Renders van der Putt, 1951.
Tekstedities: G.A. Meijer, De Predikheeren te 's-Hertogenbosch 1296-1770. Eene bijdrage tot de geschiedenis van het Katholieke Noord-Brabant (Nijmegen: L.C.G. Malmberg, 1897) p. 247; A.F.O. van Sasse van Ysselt ed., Beschrijving der Meierij van 's-Hertogenbosch door Philips Baron van Leefdael ('s-Hertogenbosch: Zuid-Nederlandsche Drukkerij, 1918) p. 67-68; G.C.A. Juten ed., Consilium de Beke (Bergen op Zoom: Gebrs. Juten, z.j.) p. 158; G. Bannenberg, A. Frenken & H. Hens ed., De oude dekenaten Cuijk, Woensel en Hilvarenbeek in de 15de- en 16de-eeuwse registers van het aartsdiakenaat Kempenland, 2 dln. (Nijmegen: Drukkerij Gebr. Janssen, 1968-1970) dl. 2, p. 378; Jan van Laarhoven, Het Schetsenboek van Hendrik Verhees ('s-Hertogenbosch: Merlijn, 1975) p. 14-15, tekening oude parochiekerk; H.P.H. Camps ed., Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312, dl. 1 ('s-Gravenhage: Nijhoff, 1979) p. 136-137, nr. 79, dd. 6-9-1186, p. 171-172, nr. 103, dd. 1207, p. 208-209, nr. 136, dd. [eerste kwart 13de eeuw, na 1207], p. 237-238, nr. 162, dd. 21-9-1232; Frans X. Spiertz, Het rituale contractum et abbreviatum van de Noordelijke Nederlanden. Tekstkritische uitgave (Nijmegen: Universitaire Drukkerij, 1991) p. 126-128, Machutuszegen; Peter Meurkens (ed.), De dagboeken van P.N. Panken 1819-1904. Memorieboek van een Brabantse schoolmeester, dl. 6. 1892-1904 (Eindhoven: Kempen Uitgevers, 1998) p. 1893.
Literatuur: J.B. Gramaye, Taxandria in qua antiquitates etc. (Brussel: R. Velpius, 1610) p. 103-104, 138, Loon op Zand; [S. Hanewinkel], Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch in den jaare 1798-1799 (in Brieven), dl. 2 (Amsterdam: Saakes, 1799-1800; fotogr. herdr.: Schiedam: Interbook, 1973) p. 221; A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 5 (Gorinchem: Noorduyn, 1844) p. 765-766; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch, dl. 4 (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1873) p. 620-629; Alida Z. Huisman, Die Verehrung des Heiligen Pancratius in West- und Mitteleuropa (Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & Zoon, 1938) p. 64-68, Gent, Ranst, p. 82, Hoogeloon; W.H.Th. Knippenberg, 'Bedevaarten I', in: Brabants heem 26 (1974) p. 25-28; H. Mandos, 'Sint-Pancratius te Hoogeloon', in: Nico Roymans e.a. ed., Brabantse Oudheden. Opgedragen aan Gerrit Beex bij zijn 65ste verjaardag (Eindhoven: Stichting Brabants Heem, 1977) p. 265-278; L. van de Borne & L. Brok, D'n ouden toren van Hoogeloon (Hoogeloon: Rabobank, 1981); P.J. Margry, Bedevaartplaatsen in Noord-Brabant (Eindhoven: Bura Boeken, 1982) p. 166-170, 339; H. Beex, 'Hoogeloon en Pancratius', in: Bisdomblad, 14 mei 1982, p. 12; J.Th. M. Melssen, 'Sprokkelingen uit de geschiedenis van Hoogeloon c.a.', in: W.C.M. van Nuenen e.a., Drie dorpen een gemeente. Een bijdrage tot de geschiedenis van Hoogeloon, Hapert en Casteren (Hapert: Gemeente Hoogeloon c.a., 1987) p. 100-101, 110; L.C. Van Dyck, 'Hoogeloon in de bul van paus Urbanus III van 1186', in: W.C.M. van Nuenen e.a., Drie dorpen een gemeente (Hapert: Gemeente Hoogeloon c.a., 1987) p. 125-130; L. van den Borne, 'D'n ouden toren van Hoogeloon', in: W.C.M. van Nuenen e.a., Drie dorpen een gemeente (Hapert: Gemeente Hoogeloon c.a., 1987) p. 160-171; L. van den Borne, 'Sint Pancratiuskerk te Hoogeloon', in: W.C.M. van Nuenen e.a., Drie dorpen een gemeente (Hapert: Gemeente Hoogeloon c.a., 1987) p. 172-184; Th. van der Aalst, 'De heilige Severinus, parochiepatroon en schildhouder', in: W.C.M. van Nuenen e.a., Drie dorpen een gemeente (Hapert: Gemeente Hoogeloon c.a., 1987) p. 205-212; Gerrit den Ambtman, 'Een wijwatertje en een gezegend toostje', in: Algemeen Dagblad, 12 mei 1992, p. 2; Herman Strijbos, Kerken van heren en boeren. Bouwhistorisch verkenningen naar de middeleeuwse kerken in het kwartier Kempenland ('s-Hertogenbosch: Stichting Brabants Heem, 1995) p. 72-75; Chris Kolman, Ben Olde Meierink & Ronald Stenvert, Monumenten in Nederland. Noord-Brabant (Zeist: Rijksdienst voor de monumen-ten-zorg/ Zwolle: Waanders, 1997) p. 238-239,
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Hoogeloon; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 23 (1959), 64a (1993); Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum-Klib: bedevaartfoto's Margry (1981).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<