Heerlerheide, H. Cornelius

Cultusobject: H. Cornelius
Datum: 16 september (+ oktaaf)
Periode: 1839 - heden
Locatie: Parochie van de H. Cornelius en de H. Paulus
Adres: Kerkstraat 6, 6413 EL Heerlerheide
Gemeente: Heerlen
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: In 1839 werd Heerlerheide verheven tot zelfstandige parochie onder het patrocinium van de H. Cornelius. Reeds in 1839 werden een beeld van de heilige en een reliek verworven. De pelgrims kwamen in de 19e en eerste helft 20e eeuw hoofdzakelijk uit Zuid-Limburg. In 1996 waren de meeste vereerders parochianen en oud-parochianen.
Auteur: Antoine Jacobs
Illustraties:
Topografie - De kerk ligt op een heuveltje in het centrum van Heerlerheide, een voormalig kerkdorp, dat circa drie kilometer ten noorden van Heerlen-Centrum ligt.
- In 1834 deden de inwoners van Heerlerheide een verzoek om een eigen parochiekerk te mogen bouwen. Het dorp telde toen ruim 1200 inwoners en de afstand tot de parochiekerk in Heerlen bedroeg ongeveer drie kilometer. In 1838 werd de bouw van de kerk, naar ontwerp van architect Lambert Jaminé, aanbesteed. Schrijnwerker Jan Dominicus Ritzen bouwde in de jaren 1838-1839 het neoclassicistisch kerkje.
- In de loop van de 19e eeuw groeide door de opkomst van de mijnindustrie de bevolking van Heerlerheide zo sterk, dat een nieuwe, grotere parochiekerk noodzakelijk werd. De toenemende migratie ten gevolge van de opkomst der mijnbouw maakte de behoefte aan nieuwbouw nog groter. In Heerlerheide zelf werd bovendien de mijn 'Oranje-Nassau III' gebouwd. Rond de oude kern met haar Corneliuskerk verrezen nieuwe woonwijken, de zogenaamde 'mijnwerkerskolonies'. Enkele hiervan kregen hun eigen rectoraats- of parochiekerk. De groeiende bevolking was ook aanleiding om het uit 1839 daterende kerkje in 1909 te vervangen door een neoromaanse kerk naar ontwerp van de architecten Joseph Cuypers en Jan Stuyt.
- In de jaren twintig van de 20e eeuw werd de Corneliuskerk ook het kerkelijk middelpunt van de Sloveense gemeenschap in de Limburgse mijnstreek. Jaarlijks vieren de Slovenen Pasen in deze kerk, waar elke maand een speciale eredienst voor hen plaats vindt. Bij de viering van het 60-jarig bestaan van de Sint-Barbaravereniging, werd in plechtige processie een beeltenis van Maria Pomagaj (Maria Help) zoals die in het bedevaartoord Brezje vereerd wordt, in de Corneliuskerk geplaatst.
Cultusobject - Zie voor St. Cornelius ⟶ Borgharen.
- De twee relieken van Cornelius zijn opgenomen in een zilveren onbewerkte reliekhouder met een ronde theca (ø 8 cm) uit 1854 en in een verguld koperen reliekhouder (16 cm hoog) met een theca in de vorm van een vierpas uit het laatste kwart van de 19e eeuw.
- Het lindehouten beeld van de heilige paus en martelaar Cornelius is een staakbeeld dat dateert uit het einde van de 18e of het begin van de 19e eeuw. Cornelius is in pauselijk ornaat met tiara gekleed. In zijn linkerhand houdt hij een staf met patriarchaal kruis. Met zijn rechterhand maakt Cornelius een zegenend gebaar. De sculptuur staat onder een houten 19e-eeuwse troonhemel op een altaar in de zuidelijke transeptarm.
Verering Ontstaan en groei Corneliusverering
- De parochie werd toegewijd aan de H. Cornelius. Wellicht geschiedde dit ook als eerbewijs aan de Luikse bisschop Cornelis van Bommel, die de stichting van de parochie mogelijk had gemaakt. Mgr. Van Bommel benoemde op 8 februari 1839 kapelaan H.D. Reyners van Waubach tot pastoor te Heerlerheide. Hij werd op 18 maart 1839 geïnstalleerd.
- De Corneliusverering gaat terug tot het jaar 1839. In mei 1839 werd namelijk het Corneliusbeeld gekocht en verwierf de parochie beide relieken. Tevens werden zogenoemde 'Cornelius-briefjes' gedrukt. Op 25 juni 1839 verleende paus Gregorius XVI een volle aflaat aan iedereen die op de feestdag van Cornelius (16 september) of op een der overige dagen van het octaaf de kerk van Heerlerheide bezocht. In september 1839 kreeg de pastoor toestemming om de relieken te laten vereren en de lijders aan vallende ziekte op dezelfde wijze te zegenen en gezegend water te verstrekken als dat in de bedevaartplaats Kornelimünster (bij Aken) gebeurde. De Corneliuscultus te Heerlerheide nam ook de instructie over van Kornelimünster (vgl. ⟶ Dieteren), wat onder andere blijkt uit een in het Duits gesteld stuk, dat opsomt wat een epilepsiepatiënt moet doen om te genezen van zijn ziekte. De patiënt moet zoveel koren verzamelen als hij weegt. De tegenwaarde in geld van dat koren moet hij in het offerblok van de kerk deponeren. Vervolgens moet hij een jaar lang vasten, hetgeen betekent dat hij op vrijdag maar een maaltijd mag gebruiken. De feestdag van Cornelius moet hij als een zondag vieren en elk jaar dient hij de kerk een zilveren penning of munt te brengen.
- De verering te Heerlerheide had direct een groot succes. Reeds in 1840 had pastoor Reyners assistentie van kapelaans uit Kerkrade nodig om de toegestroomde pelgrims op te vangen. Tijdens het octaaf werd ook dikwijls door de redemptoristen van Wittem gepreekt. Pater Scheepers hield er in 1887 de octaafpreken. De toenmalige nieuw aangetreden pastoor J.H.L. Timmers deed hem het verzoek een devotieboekje samen te stellen over de verering van Cornelius in het algemeen. Het verscheen reeds in 1888.
- Gedurende de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw bleef de toeloop groot. De parochianen vereerden de heilige in de middag, in de ochtend kwamen de pelgrims 'uit Holland en (in den vredestijd) uit Duitschland', zoals Van Rooijen in 1918 schreef. Naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van het octaaf noteerde de Limburger Koerier van 14 september 1889: 'De overgroote menigte, die telkenjare van heinde en verre hare gebeden vol hulde en dankbaarheid aan de voeten van dezen grooten paus komt uitstorten, zal dit jaar vooral eenen onuitwisbaren indruk van Heerlerheides godsdienstzin mede huiswaarts nemen'. Er werd niet geschat hoe groot de 'overgroote menigte' was. De Limburger Koerier van 13 september 1897 maakt melding van 'ontelbare' gebedsverhoringen die in de kerk waren verkregen. Uit heel Zuid-Limburg vonden de gelovigen hun weg naar Heerlerheide. Tot 1909 vierde Heerlerheide het octaaf van 16 tot en met 23 september. Op aandrang van de parochianen en van pelgrims vroeg pastoor Smidts aan bisschop Drehmanns of binnen het octaaf twee zondagen opgenomen konden worden. Het was in september oogsttijd en elke werkdag was kostbaar, bovendien kon door gebruikmaking van twee zondagen het liturgisch repertoire worden vergroot. Uiteraard moest ook de aflaatperiode veranderd worden. Paus Pius X verleende op 21 augustus 1909 voor een periode van zeven jaar toestemming om het octaaf en de daaraan verbonden aflaat te veranderen. Sedertdien bleven er elk jaar twee zondagen in het octaaf.
- Groepsgewijs en individueel bleven de pelgrims Heerlerheide bezoeken. De Limburger Koerier van 22 september 1915 maakt gewag van honderden pelgrims op de door-de-weekse dagen en duizenden op de zondagen. 'Zondag, den laatsten dag, was het buitengewoon druk, zóó druk zelfs, dat men bij het vereeren der relikwie na de Hoogmis het Sint-Corneliusbeeld meermalen herhaaldelijk zag wankelen op zijn troon'. De Limburger Koerier meldt verder dat er in vroeger jaren als gevolg van te veel 'levenslust' tijdens de wereldse kant van de Corneliusfeesten er wel eens rake klappen vielen. Rond de kerk stonden kraampjes opgesteld waar men devotionalia, maar tevens snoep en speelgoed kon kopen. In de café's rond de kerk werd - in de nazomer - pruimenvlaai geserveerd.

De bedevaart sinds 1945
- Na de Tweede Wereldoorlog nam de belangstelling voor het Corneliusoctaaf af. Naar verluidt hing dit samen met de geringe belangstelling die pastoor F.H.J. Kusters (1945-1965) hiervoor koesterde en nieuwe pastorale opvattingen in het algemeen binnen de kerk. Kapelaan en daarna pastoor M.H.J. Kerkhoffs (1959-1967 en 1967-1979) daarentegen stimuleerde de Corneliusdevotie sterk. Hij voerde in 1965 het Corneliusbrood in en zorgde ervoor dat de pelgrims het Corneliuswater niet meer zelf hoefden te tappen uit grote zinken wijwaterbekkens, maar in voorgevulde flessen konden kopen. Dat jaar werden 1250 zakjes brood en 1025 flesjes water uitgereikt. Het Corneliusbeeld, dat tot dan toe in het middenpad van de kerk had gestaan, werd door hem prominent op het priesterkoor gezet. Ook pastoor Spronck (1965-1967) verdedigde in het Limburgs Dagblad van 14 september 1967 de Corneliusverering tegen kritiek dat zulke devoties uit de tijd waren. In 1964 had de buurtvereniging de kraampjes in ere hersteld. De opbrengst was bestemd voor de missie. Ondanks de pogingen tot revitalisering door kapelaan/pastoor Kerkhoffs gaven de jaren zestig toch een kentering te zien. De belangstelling - ofschoon nog steeds groot - nam af en de pelgrims kwamen niet langer uit Zuid-Limburg als geheel, maar vooral uit Heerlerheide en omgeving. In de jaren negentig van de 20e eeuw bezochten gemiddeld nog steeds zo'n 5000 bedevaartgangers tijdens het octaaf de Corneliuskerk. De parochie Nieuwenhage herstelde in 1994 het oude gebruik om weer processiegewijs te voet naar Heerlerheide te trekken.
- In 1996 werd het octaaf geopend op zaterdagavond 14 september en gesloten op zondag 22 september. Ter propaganda waren tevoren ongeveer 100 affiches verstuurd aan alle kapellen en kerken in de dekenaten Brunssum, Heerlen en (gedeeltelijk) Kerkrade. De pers die gewoonlijk ook aandacht besteedde aan het octaaf, liet het dat jaar afweten, waardoor er wat minder bezoekers waren dan anders. Behalve op de openingsdag waren er elke dag minimaal twee missen en 's middags een kinderzegening. Op 16 september waren er drie missen in de ochtend en een avondmis. Tijdens de avondmis was de bisschop van Roermond, F.J.M. Wiertz, hoofdcelebrant. Naar verluidt was hij de eerste bisschop van Roermond die het Corneliusoctaaf bezocht. De kerk was bij die gelegenheid tot de laatste plaats bezet, hetgeen neerkomt op zo'n 400 bezoekers. Na de mis daalden de bisschop en de pastoor elk met een reliekhouder van het koor en konden de pelgrims de relieken kussen. Op het koor stond versierd met bloemen het Corneliusbeeld opgesteld. Voor het beeld werden veel (noveen-)kaarsen aangestoken. Corneliusbrood en -water, medailles, noveengebeden en -kaarsen, beeldjes en andere devotionalia werden aan het kraampje achter in de kerk verkocht.
- In 1999 droeg hulpbisschop E. de Jong op 16 september de hoogmis op. Tegenover een journalist verklaarden enige bezoekers van het octaaf (12 t/m 19 september), dat zij steun vonden bij Cornelius tegen hun epilepsie en dat zij Cornelius zagen als een krachtige 'beschermengel'. Het octaaf werd op zondag 19 september 1999 gesloten in de mis van 11.00 uur, waarna in het Corneliushuis koffie met pruimenvlaai geserveerd wordt onder de muzikale klanken van harmonie St. Jozef.
Materiële cultuur - Diversen: 1 een neobarokke 75 cm hoge zilveren en gedeeltelijk vergulde stralenmonstrans (1844) heeft reliëfs van de H. Drieëenheid, Maria met Kind en Cornelius. De reliëfs zijn 17,5 cm hoog; 2 gebrandschilderd venster met een voorstelling van de H. Cornelius in het koor van de kerk (1914).

Devotionalia
- Medailles: 1 ronde witmetalen medaille (ø 1,6 cm) met afbeeldingen van Cornelius met tiara, patriarchaal kruis en hoorn en O.L. Vrouw, opschriften: 'Stus Cornelius opn' en 'N.D. de Lorette Priez pour nous'; 2 ovale witmetalen medaille, 1,7 x 1,9 cm, afbeeldingen van Cornelius met tiara, patriarchaal kruis en hoorn en van O.L. Vrouw, opschriften: 'H. Cornelius bidt voor ons' en 'O Marie conçue sans peché, priez p. nous qui avons recours à vous'; 3 witmetalen hanger in de vorm van een roos (ø circa 0,7 cm) met afbeeldingen van Cornelius en O.L. Vrouw, opschriften: 'Stus Cornelius opn' en 'N.D. de Lorette priez pour nous'; 4 ronde witmetalen, blauw geëmailleerde medaille (ø 1,3 cm) met afbeelding van Cornelius met tiara, patriarchaal kruis en hoorn; 5 zeshoekige witmetalen, blauw geëmailleerde medailles (0,8 en 1 cm) met afbeeldingen van Cornelius; 6 witmetalen magnetische medaille (ø 3,5 cm) met afbeelding van Cornelius met tiara, patriarchaal kruis en hoorn, opschrift: 'Stus Cornelius opn'.
- Replicabeeld uit kunsthars (1986), 17 cm hoog van Cornelius in pauselijk gewaad met pallium, tiara, patriarchaal kruis en hoorn; gemaakt ter ondersteuning van de renovatie van de kerk.
- Diversen: 1 witmetalen sleutelhanger met afbeelding van Cornelius en twee opschriften: 'H. Cornelius' en 'Kom veilig thuis'; 2 ovaal matglazen raamsierraad in metalen vatting (16 x 22,5 cm) met afbeeldingen van Cornelius en de Corneliuskerk, opschrift: 'St. Cornelius Heerlerheide'.

Devotioneel drukwerk
- Gebedenboekjes: 1 A. Scheepers, St. Cornelius-Boekje of beknopte schets van het leven, den marteldood en de vereering van den H. Cornelius, Paus en Martelaar, Patroon tegen vallende ziekte, jicht, stuipen, kinkhoest en alle zenuwlijden (Gulpen: M. Alberts, 1888; 1e dr., 1889 2e verm.dr., 1923 5e dr.); 2 Corneliusoctaaf Heerlerheide (z.p, z.d., 12 p.); 3 Corneliusoctaaf Heerlerheide (z.p.: z.d., 16 p.); 4 Noveengebed (10,5 x 15 cm, z.p., z.d.); 5 'Water en brood. Cornelius-octaaf Heerlerheide' (stencil, 1996; 2 p.);
- Prentjes: 1 prentje met Corneliuslied 'Groote Sint Cornelis' (8 x 12 cm, impr. Roermond, 11 september 1900); vouwprentje met een afbeelding van het Corneliusbeeld te Heerlerheide (7 x 11 cm); 2 vouwprentje met een afbeelding van Cornelius (7,5 x 12 cm, Fa. P. Groen, Venlo, z.d.); 3 noveenvouwprentje met een foto van het beeld (7 x 11,2 cm); 4 p.); 4 'Noveen-gebed' (10,5 x 15 cm; ca. 1995; 1 p.).
- Devotie-instructie: 'Der Heil. Cornelius ist ein Patron wider die fallende Seuche' (Sittard: J.M. Alberts, ca. 1890?; 1 p.; ca. 20 x 28 cm); ex. in Thermenmuseum Heerlen).
Bronnen en literatuur Archivalia: Heerlerheide, parochiearchief H. Cornelius. Roermond, bisdomarchief: dossier kerkelijk kunstbezit parochie H. Cornelius Heerlerheide. Heerlen, gemeentearchief: persdocumentatie rubriek 11. Maastricht, Rijksarchief in Limburg: collectie Goossens. Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum: memo 95, 100, memoriaal Heerlerheide.
Literatuur: 'Heerlerheide', in: Limburger Koerier, 13 september 1897; 'St. Corneliusoktaaf te Heerlerheide', in: Limburger Koerier, 22 september 1915; Alb. van Rooijen, Vereering van den H. Cornelius (Bijzonder Patroon tegen zenuwziekten) in Nederlandsche kerken en kapellen (Leiden: Futura, 1918) p. 2, 24-25; A. Scheepers, St. Cornelius-Boekje of beknopte schets van het leven, den marteldood en de vereering van den H. Cornelius, Paus en Martelaar, Patroon tegen vallende ziekte, jicht, stuipen, kinkhoest en alle zenuwlijden (Gulpen: M. Alberts, 1923; 5e dr.) p. 31, vermelding Heerlerheide; H.A. Beaujean, 'Uit de geschiedenis van de parochie Heerlerheide', in: Historisch bulletin voor het land van Herle 1 (1951) p. 26-29, 52-56; P.J. Meertens & Maurits de Meyer ed., Volkskunde-atlas voor Nederlands en Vlaams-België. Commentaar, dl. 2 (Antwerpen: Standaard Boekhandel, 1965) p. 24; 'In september weer vele pelgrims naar Cornelius', in: Limburgs Dagblad, 26 augustus 1965; 'Het Cornelius-oktaaf te Heerlerheide', in: Limburgs Dagblad, 14 september 1967; H.A. Beaujean, Schetsen uit de geschiedenis van Heerlerheide (Heerlerheide 1975) p. 59, ingeroepen tegen, stuipen, kinkhoest en vallende ziekte; E. Tielemans, Volksgeneeskunde in Limburg. Een bibliografie (Limbricht: Limburgs Volkskundig Instituut, 1986) p. 24, nr. 21; J.H.M. Hoen, Vier dont ut zelf. 150 Jaar geschiedenis van een parochie (Heerlerheide: Parochie H. Cornelius, 1989); Henk H.J.A. Saeys, Geschiedenis van Sint-Cornelius (ongepubliceerd typoscript, Delft 1991); Piet Tans, 'De stille kracht van Sint Cornelius', in: Dagblad de Limburger, ed. Heerlen, 16 september 1999; Parochieblad St. Cornelius Heerlerheide 1 (1962) - heden [37 (1999)]; V. Delheij & A. Jacobs, Kerkenbouw in Limburg 1850-1914. Neogotische en neoromaanse parochiekerken en hun architecten (Sittard: Stg. Charles Beltjens, 2000) p. 169-171.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Heerlerheide; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993) Q113; mondelinge informatie in 1996 van parochiemedewerker F. Mulders.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<