HomeDatabankenBedevaarten

Handel, O.L. Vrouw van Handel

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw van Handel
Datum: Meimaand; gehele jaar
Periode: Tweede helft 14e eeuw - heden
Locatie: Kapel van O.L. Vrouw van Handel in de parochiekerk O.L. Vrouw ten Hemelopneming
Adres: O.L. Vrouwestraat 63, 5423 SJ Handel
Gemeente: Gemert-Bakel
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Oorspronkelijk was de verering voor O.L. Vrouw van Handel uitsluitend een aangelegenheid van de bewoners van de heerlijkheid Gemert, wier beschermvrouwe zij was. Aan het einde van de 17e eeuw groeide de heilige plaats in korte tijd uit tot een interregionaal bedevaartoord voor katholieke inwoners van de Nederlandse Republiek, die in hoofdzaak kwamen uit de aangrenzende Meierij van Den Bosch. Omstreeks 1800 raakte de verering in verval door de concurrentie van de nabije bedevaartplaats Kevelaer (D) en de gevolgen van de Franse Revolutie. Handel wist zich echter op wat bescheidener schaal te handhaven als regionaal bedevaartoord en is dat gebleven tot op de dag van vandaag.
Auteur: Marc Wingens
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Van de verering voor O.L. Vrouw en de kapel van Handel waarin deze plaatsvond, is voor het eerst sprake in een charter uit 1368. Deze kapel, die sinds 1946 fungeert als parochiekerk van Handel, heeft in de loop der eeuwen diverse ingrijpende vergrotingen en veranderingen ondergaan. De voornaamste, nog altijd zichtbare ingrepen vonden plaats in de 18e eeuw en omstreeks 1900. In 1708 werd de aanbouw voltooid van een groot koor, terwijl in het midden van de 18e eeuw het schip is vernieuwd. Tussen 1894 en 1896 en vanaf 1902 werden onder leiding van Jos Cuypers, in samenwerking met zijn vader Pierre, zijbeuken en een nieuwe toren in neogotische stijl toegevoegd. Men trok het grote priesterkoor bij het schip en bouwde een nieuw koor, waarna de barokke bouwelementen aan de neogotische delen werden aangepast. In de jaren vijftig van de 20e eeuw vonden er nog enkele kleinere toevoegingen plaats.
- In de kapel was het miraculeuze beeld tussen circa 1600 en circa 1950 opgesteld in het midden van het schip, op een altaarachtige piëdestal (vernieuwd in 1838 en 1902). De centrale opstelling stelde de pelgrims in de gelegenheid een drievoudige ommegang om het beeld te maken waarmee contact met het heilige tot stand kon worden gebracht.
- Nadat de kapel in 1946 tot parochiekerk werd verheven, is het beeld geplaatst op een altaar in de zuidelijke zijbeuk van de kerk, die als Mariakapel werd ingericht. Het beeld rust sindsdien in een schrijn (ca. 1950) dat op een marmeren zuil staat. Het schrijn is gemaakt van brons dat met koper en opaline is ingelegd. Het schrijn wordt van boven afgesloten door opaline platen waardoor een lamp op het beeld kan schijnen. In het schrijn staat het beeld op een kleine piëdestal van messing in de vorm van een opengewerkte kelk. Voor het O.L. Vrouwealtaar staat een modern marmeren altaar. Ter linker- en rechterzijde hiervan zijn moderne kaarsenstandaards geplaatst die voorzien zijn van pijpen voor de rookafvoer.
- De wanden van deze kapel zijn in 1954 met opaline tegels bekleed door de Roermondse kunstenaar Max Weiss. Centraal achter het miraculeuze beeld toont de tegelwand, die zich voortzet op de gewelven, de hemelvaart van Maria. Daarboven zijn engelen te zien die banderollen dragen met de beide titels uit de Litanie van Loreto waaronder O.L. Vrouw van Handel sinds de 17e eeuw wordt vereerd: 'Troosteres der bedrukten' en 'Toevlucht der zondaren'. De tegelbekleding wordt afgesloten door een strook verbeeldingen van andere titels uit de Litanie van Loreto. In de Mariakapel zijn driemaal drie glas-in-loodramen aangebracht, vervaardigd in het atelier van Max Weiss in 1950. Het eerste drieluik stelt de verering voor van het miraculeuze beeld met belendend twee miraculeuze genezingen; het tweede drieluik het beeld tussen twee engelen, geflankeerd door een mannelijke en een vrouwelijke aanbidder; het derde drieluik laat een over de drie ramen verdeeld tafereel zien van de legende van de bouw van de kapel en het ontspringen van de bron.
- Tussen circa 1600 en circa 1900 kende Handel naast de kapel de volgende elementen die een plaats hadden binnen de O.L. Vrouwecultus: de meidoorn waarin het Mariabeeld zou zijn aangetroffen, de heilige bron en de statieweg van de Zeven Smarten van Maria, waarlangs de pelgrims vanuit Gemert naar Handel trokken. De meidoorn is omstreeks 1920 doodgegaan en verwijderd; de beide andere cultuselementen bestaan nog steeds - zij het in gewijzigde vorm. De heilige bron (in de volksmond: 'heilig putje') is in 1919 van een nieuwe opbouw voorzien waarop een engel is geplaatst. Boven de opbouw bevindt zich een gemetseld baldakijn in neogotische stijl, bekroond met een kopie van het beeld van O.L. Vrouw van Handel. Het geheel is vervaardigd door de beeldhouwer Van Balgoy uit Nijmegen. Aan de opbouw zijn twee kranen bevestigd waaruit de bedevaartgangers water kunnen tappen. Bij de kranen bevonden zich in juli 1995 diverse plastic bekers.
- De staties van de Zeven Smarten van Maria zijn door nieuwe, neogotische wegkapelletjes vervangen in de jaren 1888-1891; overigens is een van de oude kapelletjes blijven staan. Langs de statieweg - in de volksmond: 'keskesdijk' (kastjesdijk, naar de kapelletjes) - zijn bovendien nog twee extra kapellen geplaatst: het achtste wegkapelletje bevat een reliëf van de Moeder van Smarten, terwijl de negende, de zogenaamde Ossenkapel (1890; architect: J. Heijkants), een bidhuis is dat het ossenmotief uit de oorsprongslegende memoreert. De reliëfs in de acht 19e-eeuwse wegkapelletjes zijn ontworpen door A. Lenaers, evenals de uitbeelding van het ossenmotief boven het altaar in de Ossenkapel (uitgevoerd in Franse kalksteen en sinds de restauratie begin jaren negentig in felle kleuren beschilderd).
- Omstreeks 1900 is niet alleen de bestaande infra-structuur van de cultus vernieuwd; er heeft ook een ingrijpende uitbreiding plaatsgevonden door de aanleg van een groot processiepark achter de kapel. Naast enkele losse sculpturen kent het park twee statiereeksen: die van de vijftien geheimen van de rozenkrans (waarvan de sculpturen tussen 1906 en 1910 zijn vervaardigd door J. N. Bouckaert uit Gent) en die van de kruisweg (vanaf 1918 uitgevoerd door Van Balgoy). De heilige bron is in het processiepark opgenomen. In haar nabijheid staat sinds 1947 een groot, overkapt rustaltaar, geschonken door de inwoners van de gemeente Gemert uit dank voor de bescherming die O.L. Vrouw van Handel hun tijdens de oorlogsjaren zou hebben geboden. Boven het altaar is een Lieve Vrouw van keramiek aangebracht. Het altaar wordt geflankeerd door reliëfs van hetzelfde materiaal die aan de rechterhand van Maria mannen in aanbidding, en aan haar linkerhand dito vrouwen voorstellen. De keramieke sculpturen zijn van de hand van Charles Eyck. Voor het altaar staan vier maal 22 rijen houten banken met elk circa acht zitplaatsen. Het processiepark is in 1992 en in 2012 grondig opgeknapt.
- Een laatste element in de Handelse sacrale topografie zijn 'Huize Padua' (gebouwd in 1741): de 'kluis' van de broeders penitenten, en het aangrenzende capucijnenklooster (uit 1851). Beide zijn in de jaren tachtig verlaten door de oorspronkelijke bewoners en maken sindsdien deel uit van een psychiatrische inrichting die in de 19e eeuw door penitenten en capucijnen is opgericht. Beide bouwwerken liggen in de onmiddellijke nabijheid van Handel. Overigens ligt Huize Padua niet op Handels, maar op Boekels grondgebied. De geschiedenis van de oorspronkelijke bewoners is steeds met die van de Handelse cultus verweven geweest: de penitenten waren sinds 1723 belast met de kosterij, terwijl de capucijnen sinds 1851 bij de zielzorg assisteerden.
Cultusobject - Het cultusbeeld is 35 centimeter hoog en in de eerste helft van de 14e eeuw uit lindehout gesneden. Het stelt Maria voor, die Jezus op haar linkerarm houdt. In haar rechterhand houdt zij een scepter. Moeder en kind zijn beiden gekroond. Tussen circa 1600 en 1902 was het beeld als een vorstin gekleed. Het droeg gewaden van kostbare stoffen en kronen en scepters van edelmetaal. Op deze wijze werd de macht van de Moeder-Maagd tot uitdrukking gebracht. Tijdens een inventarisatie van de inboedel van de Handelse kapel in 1718 was het Handelse beeld gehuld in een mantel, bestikt met goud, zilver en parels. Daarnaast droeg het 'een goude keetingh waer over syn gebonden twee goude herten, een goude cruyske met noch een goude cruyske met robijne steenen ingeleght, met noch een goude medaelle [..]' en een 'silvere overgulde [vergulde] scepter'.
- Het kind op de arm van het beeld was gehuld in een 'rocxke' van hetzelfde materiaal. Moeder en kind droegen bovendien 'silvere croontiens met gesteente ingeleght'. De gehele garderobe van het O.L. Vrouwebeeld bestond uit elf mantels en tien sluiers. Het miraculeuze beeld is in 1902 ontdaan van zijn gewaden, gerestaureerd en opnieuw gepolychromeerd in het atelier van Cuypers te Roermond.
- In de Handelse pastorie wordt een eenvoudige houten kopie bewaard van het miraculeuze beeld, die waarschijnlijk omstreeks 1800 is gesneden en als processiebeeld gebruikt zal zijn.
Verering Oorsprong
- Uit verschillende overleveringen is in de 19e eeuw het volgende oorsprongsverhaal geschapen: een schaapherder vond lang geleden een Mariabeeld in een meidoorn, op enige afstand van Gemert. Toen Gemertenaren begonnen met de bouw van een kapel op de vindplaats, renden de ossen die het bouwmateriaal trokken, hieraan voorbij, waarna men besloot de kapel op de plek te bouwen waar de ossen waren gestopt. Op deze woeste plek vormde gebrek aan water een belemmering voor de voortgang van de bouw. Op een dag zagen de bouwvakkers echter O.L. Vrouw die naast de bouwplaats de kleren van Jezus aan het wassen was; zij had een bron op de heilige plaats laten ontstaan.
- De rector van de Handelse kapel, Guilhelmus Moraeus, gaf in 1628 te kennen dat de verering 400 jaar eerder zou zijn ontstaan toen een beeldje van O.L. Vrouw 'in eenen doren stock' (een meidoorntak) zou zijn gevonden. Als gevolg van deze opmerking voert men sindsdien de oorsprong van de verering terug tot 1220. Aangezien de kapel van O.L. Vrouw pas voor het eerst wordt vermeld in de tweede helft van de 14e eeuw, lijkt deze ontstaansdatum niet erg waarschijnlijk.
- De meidoorn die Moraeus noemde, verwijst naar een type legende dat blijkens het bovenstaande ook in de vorige eeuw nog werd verteld: de zogenaamde inventielegende die stelt dat in een onbestemd verleden een Mariabeeld werd aangetroffen in een bron of een boom (⟶ Meerveldhoven, ⟶ Oirschot, O.L. Vrouw en ⟶ Uden, O.L. Vrouw). Het beeld zou het teken zijn van de goddelijke uitverkiezing van deze plek. De inventielegende leverde een van de meest gebruikelijke verklaringen voor de oorsprong van heilige plaatsen, met name voor agrarische gemeenschappen als Gemert. De meidoorn kan een hoge ouderdom bereiken. Indertijd was hij bovendien een van de eerste struiken die in het voorjaar tot bloei kwamen. Evenals het beeld van O.L. Vrouw representeerde de meidoorn de vruchtbaarheid van akkers, mens en vee die voor de bewoners van de heerlijkheid van essentieel belang was. O.L. Vrouw werd bovendien geacht deze bij uitstek te kunnen bevorderen. In 1920 stond er nog een meidoorn in de buurt van de kapel die als de vindplaats van het beeld werd aangewezen.
- Waarschijnlijk bleef de verering voor O.L. Vrouw van Handel voor de kerkelijke goedkeuring beperkt tot de heerlijkheid Gemert, waarvan Handel deel uitmaakte. Tenminste sinds 1585 werd op tweede Paasdag bij de kapel te Handel een ommegang met het Mariabeeldje gehouden, terwijl op tweede Pinksterdag de Gemertse dorpsgemeenschap het beeldje in processie kwam ophalen om het naar de parochiekerk te brengen. Daar bleef het staan tot op de derde dag na de overbrenging. Met deze rituelen smeekten de bewoners van de heerlijkheid een goede oogst af. De verplaatsing van het brandpunt van sacraliteit naar het hart van de gemeenschap tijdens de cruciale periode voorafgaande aan de oogst - Pinksteren valt meestal omstreeks een juni - toont de bepalende betekenis van de sacrale plaats voor het welzijn van de heerlijkheid.
- In 1627 erkende bisschop Ophovius van Den Bosch de cultusplaats te Handel, nadat een diocesane commissie de wonderbaarlijke aard had vastgesteld van een drietal genezingen te Handel. Ondanks de bisschoppelijke goedkeuring bleef Handel voorlopig slechts een van de minder aanzienlijke bedevaartplaatsen in het bisdom Den Bosch. Die positie zou in de nabije toekomst alleen maar verslechteren. De Republiek lijfde de heerlijkheid Gemert namelijk in 1648 in bij haar Generaliteitslanden. De Staatse bezetting werd in 1662 opgeheven. Toen pas kon de officiële kerkelijke erkenning gaan bijdragen tot de voorspoedige ontwikkeling van deze cultusplaats. Zij groeide uit tot een belangrijk bedevaartoord voor inwoners van de aangrenzende Meierij nadat de cultusplaatsen in dit deel van het bisdom in de clandestiniteit waren terechtgekomen en hun regionale betekenis hadden verloren.

Cultusleiding
- De cultus te Handel werd geleid door leden van de Duitse orde; een geestelijke ridderorde die in 1366 de soevereiniteit verkreeg over de heerlijkheid Gemert. Omstreeks deze tijd is er ook voor het eerst sprake van een O.L. Vrouwekapel van de orde te Handel. Sinds 1459 werd hier een rector aangesteld die het beheer en de kerkelijke diensten aanvankelijk overliet aan een vervanger, de deservitor. Tijdens de eerste decennia van de 17e eeuw werden de Handelse rectoren hiermee echter persoonlijk belast door hun superieur: de landcommandeur van de Duitse orde. Deze gang van zaken kwam de verering ongetwijfeld ten goede. Zij zal zijn doorgevoerd met het oog op de diocesane goedkeuring die in 1627 haar beslag zou krijgen. Omdat Handel slechts een uur gaans van Gemert verwijderd lag, was het niet strikt noodzakelijk dat de rector ook ter plaatse woonachtig zou zijn. Het duurde dan ook nog tot 1683 voordat de eerste rector zich permanent te Handel vestigde.
- Wellicht was het in de jaren rondom de approbatie voldoende om de zorg voor de cultus aan een enkele geestelijke over te laten, aangezien de verering toen nog nauwelijks een regionale uitstraling bezat. Dit veranderde na de opheffing van de Staatse bezetting in 1662. Vanaf het einde van de 17e eeuw werden de rectoren dan ook geassisteerd door kapelaans. Deze assistentie was echter verre van toereikend voor de omvangrijke pastorale zorg die moest worden geboden op de hoogtijdagen. Tijdens deze dagen waren dan ook vele seculiere en reguliere geestelijken aanwezig om te preken, biecht te horen en de communie uit te reiken. In 1709 schatte rector Cillis het aantal aanwezige geestelijken van buiten de commanderij op maar liefst 18 tot 24 omstreeks de zes voornaamste feestdagen, waaronder Pinksteren en Maria Hemelvaart. Ook de taken die aan de kosterij verbonden waren, werden steeds omvangrijker. In 1694 stelde rector Aldenhuysen een klopbroeder aan tot koster, die al spoedig een knecht kreeg toebedeeld. De broeders hielden zich met huishoudelijke taken bezig, zoals het onderhoud van de kapel en het brouwen van bier. Daarnaast zorgden de broeders voor de vervaardiging en toelevering van produkten die onontbeerlijk waren voor de cultus, zoals offerkaarsen en hosties. De continuïteit in het kosterijbedrijf was gegarandeerd toen rector Luyten in 1723 een contract sloot met een gemeenschap van derde-ordelingen. Deze broeders penitenten vestigden zich reeds in 1741 buiten de heerlijkheid na de nodige aanvaringen met de Gemertse brouwers, die zij concurrentie aandeden. Niettemin bleven de penitenten de kosterij uitoefenen tot 1833. Hun nieuwe verblijf lag precies op de grens met de commanderij, op een kwartier gaans van Handel.
- Om de omvangrijke pelgrimsstroom te vergroten of tenminste in stand te houden, hield de cultusleiding zich onophoudelijk bezig met de bevordering van de verering. Niet alleen de voortdurende vergroting en verfraaiing van het sacrale complex droegen hier toe bij, maar ook het verwerven van aflaten, de oprichting van broederschappen en de introductie van nieuwe vereringsobjecten. De cultusleiding maakte bovendien op directe wijze propaganda voor de bedevaart door de publicatie van mirakelboekjes en devotieprenten. Uit het dagboek van rector Luyten, die in 1718 werd aangesteld, blijkt bovendien dat hij in de jaren na zijn aanstelling geregeld wervingsreizen maakte in de verre omtrek van Handel, die hem in de gelegenheid stelden zichzelf te presenteren en oude bedevaartbanden aan te halen of te herstellen.

Economische betekenis
- Het in stand houden van een omvangrijke staf en het onderhoud en de voortdurende verbetering van de materiële infrastructuur waren mogelijk dankzij de hoge inkomsten uit de bedevaart. Ten behoeve van hun geestelijk en lichamelijk heil leverden de pelgrims fundaties en donaties, en bestelden zij missen en benedicties. Het meeste geld spendeerden zij echter aan offergaven. De Handelse rector had daarnaast nog inkomsten uit de verkoop van devotionalia, waarvan hij het monopolie bezat. De komst van grote aantallen pelgrims was tevens van economisch belang voor handelaren van binnen en buiten de heerlijkheid. De betekenis van Handel als marktplaats nam toe. Vijf jaar na het herstel van de cultus, in 1667, kondigde de landsheer, die deze profane activiteit niet vond stroken met het godsdienstige karakter van de bedevaart, een marktverbod bij de kapel af. 'Om onse goede ingesetenen als andere niet te beletten eenighe neeringhe ende profijte te doen' bepaalde hij evenwel dat deze activiteiten op enige afstand van de kapel mochten worden verricht.

Uitstraling en omvang voor 1800
- De bemoeienissen van de cultusbeheerders hadden tot resultaat dat Handel aan het begin van de 18e eeuw een gevestigd bedevaartoord was met een ruime uitstraling die met name naar het noordwesten was gericht; naar het territorium van de Nederlandse Republiek. Dit lag ook voor de hand: de katholieke Zuidnederlandse en Duitse gebieden in oostelijke en zuidwestelijke richting waren omstreeks 1700 reeds goed van bedevaartplaatsen voorzien terwijl de nabijheid van Handel een uitkomst bood voor katholieken uit de Republiek die in eigen land niet op bedevaart konden gaan. Het kerngebied van de Handelse cultus bestreek, afgezien van de heerlijkheid Gemert, het Land van Cuijk en de Meierij van Den Bosch in Staats-Brabant. Een beperkte uitstraling ging uit naar het Gelderse rivierengebied, het westelijk deel van Staats-Brabant en het zuiden van Holland. Voor processies uit Breda, Bergen op Zoom en Rotterdam was Handel overigens een tussenbestemming op hun weg naar Kevelaer.
- Van de omvang van de bedevaart geven slechts enkele 18e-eeuwse cijfers een indicatie. In 1709 ontvingen op tweede Pinksterdag circa 4500 bedevaartgangers de communie, terwijl rector Luyten het aantal pelgrims op die dag in 1719 berekende op 8994. Aan het einde van de 18e eeuw, in 1785, zouden volgens de toenmalige rector 18.000 pelgrims Handel hebben bezocht. Van de wonderbaarlijke genezingen die tijdens de 17e en 18e eeuw te Handel plaatsvonden, zijn 31 officiële akten bewaard gebleven.

Neergang na 1800
- De staatkundige veranderingen die omstreeks 1800 plaatsvonden, hadden een ongunstige uitwerking op de bedevaart naar Handel. Onder het Franse bewind, dat zich in 1794 in de heerlijkheid Gemert had gevestigd, werd de Duitse orde te Gemert ontbonden. Voortaan zouden wereldgeestelijken het rectoraat uitoefenen. Hetzelfde Franse bewind vaardigde in 1798 een processieverbod uit. Dit verbod werd in 1803, toen de heerlijkheid Gemert onder Bataafs bestuur kwam, echter weer ingetrokken. Sinds 1815 maakt de heerlijkheid deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. Over de verering te Handel en de omvang van de pelgrimstroom in de eerste helft van de 19e eeuw, binnen of buiten processieverband, is niets bekend. De Belgische opstand zorgde tijdens de jaren 1830-1839 echter voor een sterk verminderde bewegingsvrijheid die het aantal pelgrims dat ondanks de reeds decennia voortdurende onrust nog steeds naar Handel wilde komen, sterk zal hebben verminderd. Het restrictieve overheidsbeleid ten aanzien van processies, dat in 1848 met een processieverbod in de nieuwe grondwet werd verankerd, werkte evenmin bevorderend, hoewel processies die konden aantonen dat zij altijd zonder onderbreking naar Handel waren getrokken, mochten blijven bestaan.

Hernieuwde bevordering
- In de tweede helft van de 19e eeuw ving een nieuwe bloeitijd aan voor de bedevaartplaats Handel. Sinds 1851, toen in Handel een capucijnenklooster werd gesticht, werd de bedevaart mede door de capucijnen bevorderd en assisteerden zij de rector bij de zielzorg. De verering voor O.L. Vrouw van Handel lijkt echter pas tijdens het laatste kwart van de 19e eeuw actief te zijn gepropageerd. In 1875 verscheen het eerste Handboekje bij een bedevaart ter eere van OL Vrouw naar Handel onder Gemert van de hand van de priester A.J. Fritsen, in een druk van 3000 exemplaren. Het boekje zou later nog meermalen in bewerkte vorm worden herdrukt. De meest ingrijpende bewerking werd in 1887 door de uit Gemert afkomstige norbertijn Gerlacus van den Elsen verricht. In dezelfde periode kwam onder leiding van rector J. van de Laarschot (1883-1916) en zijn opvolger J.F.M. Duijnstee (1916-1922) een vrijwel complete metamorfose van het bedevaartoord tot stand (zie Topografie). Handel wist zijn regionale functie omstreeks 1900 te intensiveren, maar raakte gaandeweg traditionele bedevaarten uit met name West-Brabant en Zuid-Holland kwijt (zie Processies, broederschappen en georganiseerde bedevaarten). Tijdens het rectoraat van Duijnstee werd het miraculeuze beeld op eerste Pinksterdag 1920 officieel gekroond door bisschop A.F. Diepen van Den Bosch. De aanleiding was het (vermeende) 700-jarige bestaan van de bedevaartplaats. Bij de plechtigheid zouden circa 10.000 mensen aanwezig zijn geweest. De inwoners van de gemeente Gemert boden bij deze gelegenheid gouden kronen aan voor het beeld van moeder en kind.

De bedevaart sinds 1945
- In 1946 werd de kapel van O.L. Vrouw van Handel onder rector J.C.M. Castelijns tot parochiekerk verheven. Deze gebeurtenis had tot gevolg dat de verering voor O.L. Vrouw van Handel naar een zijbeuk werd verplaatst, die tijdens de eerste helft van de jaren vijftig uitvoerig werd gedecoreerd met verbeeldingen uit de mariologie en het (legendarische) verleden van O.L. Vrouw van Handel.
- Midden jaren zestig zette, tegelijk met de versobering van kerk en liturgie, onder de nieuwe pastoor M. Vogels een neergang van de bedevaart in. Deze was echter van korte duur: verschenen in 1966 7100 pelgrims in georganiseerd verband, in 1970 waren het er 8740. In 1981 kwamen gedurende de meimaand circa 25.000 bedevaartgangers naar Handel. Dit aantal is sindsdien min of meer constant gebleven: pastoor Vogels telde tijdens de meimaand van 1984 zo'n 30.000 communicanten; zijn opvolger Van der Maazen tien jaar later zo'n 25.000.
- Als bijzondere bedevaartplechtigheden kent Handel tegenwoordig op 15 augustus (Maria Hemelvaart) een eucharistieviering in de open lucht, met aansluitend een sacramentsprocessie, en een lichtprocessie in de maand oktober. Veel bedevaartgangers nemen nog altijd water mee uit de heilige bron, of drinken ervan ter plekke. Voor devotionalia kunnen zij terecht in een enkele kraam, rechts voor de toren van de kerk. Pastoor Van der Maazen zei daarover in 1996 het volgende: 'We willen de commercie in de hand houden. Eén kraampje met devotionalia en verder geen vistenten of frietkramen rond de kerk'.
- Van de wonderbaarlijke gebedsverhoringen die tijdens de 19e en 20e eeuw plaatsvonden, zijn er 20 in de bedevaartboekjes uit deze periode gepubliceerd.

Aflaten
- 1) In 1708 werd door een onbekende bisschop een aflaatbrief verstrekt bij gelegenheid van de wijding van de altaren in het nieuwe kerkkoor; 2) in 1784 ontving de Handelse cultusplaats een aflaatbrief die korte tijd later verloren ging, maar ongeveer de strekking moet hebben gehad van de volgende die hem in 1804 verving; 3) in 1804 verleende de paus rector Dullens het recht om bezoekers van de kapel een volle aflaat te laten verdienen op 11 verschillende dagen, waaronder eerste en tweede Pinksterdag en zes Mariale feestdagen. Dit privilege moest dat van 1784 vervangen, dat was verloren gegaan; 4) in 1874 verbond bisschop J. Zwijsen van 's-Hertogenbosch een aflaat van 40 dagen aan de cultus; 5) in 1893 werden een volle aflaat en een aflaat van zeven jaar en zeven maal 40 dagen verbonden aan het lopen langs de kapelletjes van de Zeven Smarten van Maria als godsdienstige oefening.

Processies, broederschappen en georganiseerde bedevaarten
- Tijdens de 17e en 18e eeuw was het aantal processies uit het voornaamste uitstralingsgebied, de Republiek, beperkt door het daar heersende verbod op openbare uitingen van katholicisme. De meeste Nederlandse pelgrims kwamen individueel of in ongeordend groepsverband. In de late 17e en de 18e eeuw worden jaarlijkse processies vermeld uit 14 verschillende plaatsen: Berlicum, Boxmeer, Dinther, Den Dungen, Eindhoven, Erp, Geldrop, Gemert, Helmond, 's-Hertogenbosch, Overloon, Schijndel, Sint-Anthonis en Valkenswaard. Deze plaatsen bevonden zich allemaal binnen een straal van circa 30 kilometer (een dagreis) van Handel en lagen grotendeels in de Meierij van Den Bosch. Daarnaast werd Handel aangedaan door broederschapsbedevaarten uit Breda, Bergen op Zoom, Rotterdam-Oosterhout (NB) en waarschijnlijk ook Heusden, maar hun bezoek maakte deel uit van een bedevaart naar Kevelaer waarbij Handel als tussenstation fungeerde.
- In het Handboekje der bedevaart noemt Gerlacus van den Elsen de volgende vroeg 19e-eeuwse processies die op vaste feestdagen kwamen: Bergen op Zoom, Cuyk, Oirschot, de gezamenlijke processie van Rotterdam, Schiedam en Delft en die van Kaatsheuvel en de Langstraat. In 1898, toen het Handboekje een herziene herdruk beleefde, verschenen er jaarlijks processies uit Boxtel, Breda, Geldrop, Gemert, Helmond, Oploo, Sint-Oedenrode, Tilburg, Valkenswaard en Vught. Veel van deze processies (Bergen op Zoom, Breda, de Langstraat, Oirschot, Rotterdam c.a., Tilburg en Vught) deden Handel aan op doorreis naar Kevelaer. Van den Elsen stelt in 1898 verder dat

'in den laatsten tijd [...] Congregatiën van andere dorpen begonnen [zijn] met jaarlijks eene bedevaart naar Handel te doen, zij hebben daarvoor echter geen bepaalden dag uitgekozen. Andere processiën en gezelschappen, die vroeger op hare reis naar Kevelaar O. L. V. van Handel nooit voorbijgingen, hebben ter oorzake van de spoorwegen een andere weg moeten nemen'.

In O. L. Vrouw van Handel uit 1920 voeren de capucijnen Cyrillus en Canisius een nieuwe processielijst op die langer is (20 plaatsen) dan die van Van den Elsen uit 1898, maar weer regionaler van aard; de Kevelaerprocessies blijken Handel voortaan definitief links te laten liggen.
- Anno 1996 trekken jaarlijks nog drie voetprocessies naar Handel: die van Gemert, Geldrop en Valkenswaard. De Valkenswaardse processie trekt, als laatste meerdaagse processie van het bisdom Den Bosch, elk jaar weer veel belangstelling van de regionale bladen. De deelnemers worden na aankomst in Handel bij de plaatselijke bevolking ondergebracht, waarna zij de volgende dag naar Valkenswaard terugkeren. De processie, die teruggaat tot het begin van de 18e eeuw, wordt sinds 1838 georganiseerd door een broederschap. De Valkenswaardse Broederschap der Handelse Processie is ondergebracht in een stichting en telde in 1986 31 broeders. De voetprocessie lijkt haar voortbestaan in de jaren zestig en zeventig vooral te danken te hebben gehad aan haar sportieve karakter, waardoor de jeugdige inwoners van Valkenswaard bleven participeren. De broederschap is sinds de jaren tachtig het religieuze karakter van de tocht opnieuw, en in toenemende mate, gaan accentueren. De belangstelling is sindsdien alleen maar toegenomen. Waarschijnlijk is de vereenzelviging van religie met traditie, als gevolg van de herintroductie van verschillende oude rituelen en gebruiken, hier mede debet aan. Volgens de pers liepen er in 1980 circa 650 personen mee; pastoor Van der Maazen hield het in 1995 op jaarlijks circa 2000 personen.
- Naast de voetprocessies kent Handel jaarlijks een groot aantal georganiseerde groepsbedevaarten. De pastoor telde er in 1995 zo'n 40, variërend van 10 tot 1000 personen, in de meimaand - de drukstbezochte bedevaartmaand. Van deze groepsbedevaarten krijgt die van de (oud-)militairen de meeste aandacht van de pers. Deze bedevaart bestaat sinds 1953. De Stichting Bedevaart Militairen en Oud-militairen Handel telde in 1995 15.000 leden. In 1983 namen er 900 personen aan de bedevaart deel - een aantal dat jaarlijks afneemt door een gebrek aan jonge instroom bij de Stichting.
Materiële cultuur - Votiefschilderijen: in de Handelse parochiekerk bevinden zich drie votiefschilderijen uit de 17e en 18e eeuw. Dit zijn er oorspronkelijk meer geweest: in 1802 waren het er nog zeven (Zie Bronnen, Van Laarhoven (1975) p. 92-93). Beschrijving van de drie schilderijen: 1 anoniem olieverfschilderij (51,5 x 47 cm) met als onderschrift: 'Anno 1669: Maegareta [dochter van] Peter Jan Otten van Schijndel / is tot Haendel subijt genesen van een langh-iarige blind- / heid den 8. September, aut wesende 27 iahren'. Maegereta is afgebeeld terwijl zij voor haar genezing bidt. Achter haar staan twee personen die waarschijnlijk de ouders voorstellen. Zij zullen het schilderij aan O.L. Vrouw van Handel hebben geschonken als dank voor de verkregen genezing; 2 anoniem olieverfschilderij (94,5 x 131 cm) met als opschrift: 'Hendrik Antonij Peeters - / te Helmond Geboore / kreupel zijnde / Aan beide Voete, / is Den / 8 September 1698 / te Handel / Subiet Genesen. / Oud Zijnde 8 jare'. Het jongetje staat met beide ouders afgebeeld voor het altaar van O.L.Vrouw van Handel, terwijl hij zijn krukken naar haar opheft ten teken dat hij van zijn kreupelheid is verlost. Aan de rechterzijde stromen mensen die het gerucht van het wonder hebben vernomen, door de deur naar binnen; 3 anoniem olieverfschilderij (99,5 x 136 cm) met als onderschrift (links): 'Franciscus Schrijvers van Schijndel geboren met een open navel en Joannes des zelfs broeder / hebbende eenen zwaren breuk zijn den 9 september 1726 genezen'; (rechts:) 'De gebroeders Willem en Joannis van Herpen van Schijndel beide blind aan het regter oog zijn te Haandel den 10 en 24 augustus 1726 genezen'. Op het schilderij zijn de beide gezinnen (overigens elkaars buren in Schijndel) afgebeeld voor het altaar van O.L. Vrouw van Handel, terwijl zij haar danken voor de genezing van de vier kinderen. Het is mogelijk dat de beide laatste schilderijen niet als votiefschilderijen zijn geschonken, maar in opdracht van de rector zijn vervaardigd als propagandamiddel.
- Medailles: ovale aluminium medaille met ophangoog (2 x 2,7 cm) met op de voorzijde een afbeelding van O.L. Vrouw en de tekst 'O.L.Vr. v. Handel. Troosteres der bedroefden B.V.O.' en op de achterzijde een afbeelding van het H. Hart van Christus en de tekst 'Praebe fili mi cor tuum mihi' (20e eeuw); 2 ronde aluminium medaille (⊘ 4 cm) met een afbeelding van het cultusbeeld, omgeven door rozen, en het randschrift 'o.l.vr. van handel troosteres der bedrukten b.v.o.'. De medaille is op een achthoekig houten plankje met haakje bevestigd.
- Replica: gipsen replica's van het beeldje zijn in het begin van de 20e eeuw vervaardigd; exemplaren zijn er, voor zover bekend, niet bewaard.

Devotioneel drukwerk
- Algemeen: [Joannes] Nicolaus Verbeeck, Hyperdulie, of heyligen eer-dienst tot Maria de Moeder Gods waer in betoont word de vermeerderinge van Godts naeme, in het aenroepen van de h. Maria, door het eeren haerder beelden, bouwen van kercken, oprechten der autaeren, beneficien, missen etc. Onder den tijtel van haere naem, alles niet hinderlijck aen Godes eere (Antwerpen: J. van Soest, 1699; approbatie: Loven [Leuven] 14. October 1699. Hermanus Damen, Doctoor ende Professoor in de H Godtheydt; XXII + 200 + VIII p.).
- Bedevaartboekjes: 1 Joannes Nicolaus Verbeeck, Historie van Onse Lieve-Vrouw van Haendel. Onder de vrye neutrale rycks-heerlyckheydt van Gemert (Antwerpen: J. van Soest. 1699; approbatie: Loven [Leuven] 14. October 1699. Hermanus Damen, Doctoor ende Professoor in de H Godtheydt; VI + 85 + III p.; 2 D[aniel] V[ervest de Brouwer] E. P. , De opkomste eer ende vreugt van Handel, gelegen onder de vrye-neuterale ryks heerlykheyt Gemert, geschiet door het vermaart ende mirakuleus beeld van de Aldergenadigste Maget en Moeder Gods Maria, op eenen doorenstok gevonden over de vyf hondert jaar, op welke plaatze tot haarder eere de capelle getimmert is: ende nu met nieuwe liedekens ververst, en verciert, tot meerder verwekkinge van godvrugtigheyt tot de zelve Maget, in het jaar 1736 (1e dr. 1736, z.p.: 'Men vindse te koop by Jacomyn van Berlo, tot Gemert', z.j.; approbatie 1738; 44 p.; 3 idem (z.p.: 'Men vindse te koop by de broeders penitenten van Handel', [voor 1742]; approbatie 1738; 4 D[aniel] V[ervest de Brouwer] E. P. , De op-komste eer ende vreugd van Haendel gelegen onder de vrye-neutrale ryks-heerlykheyd Gemert, geschied door het vermaard ende miraculeus beldt van de Aldergenadigste Maget en Moeder Gods Maria, op eenen doornestock gevonden over de vyf hondert jaar, op welke plaatse tot haarder eere de capelle getimmert is: ende nu met nieuwe liedekens ververst, en vercierd, tot meerder verwekkinge van Godvrugtigheyd tot deselve Maget, in het jaar 1760 (z.p.: 'Men vindse te koop by de wed: Ian van der Willigen tot Gemert', 1760; 44 p.?; 5 Gebed tot Onze Lieve Vrouw van Handel ('s-Hertogenbosch-Amsterdam: Henri Bogaerts; impr.: 's-Hertogenbosch, 22 Jan. 1874, J. Zwijsen, Bisschop van 's-Hertogenbosch; 4 p.). Op de voorzijde staat een lithografie (13,4 x 9,2 cm), voorstellende O.L.Vrouw van Handel op de piëdestal uit 1838. Onder deze prent staat de tekst: 'Mirakuleus beeld van Onze Lieve Vrouw van Handel'; 6 A.J. Fritsen, Handboekje bij eene bedevaart ter eere van O.L. Vrouw naar Handel onder Gemert (z.p. 1875); 7 G. van den Elsen, Handboekje der bedevaart van Onze Lieve Vrouw van Handel (3e dr., Oosterhout: H.C. van der Aa & Zonen, z.j.; Cum permissu Superiorum Ordinis. Impr.: Datum Bredae, 13 Jan. 1898. J.J.M. van Goch, librorum censor); 8 Gebedenboekje zonder titel (Helmond: Electrische Drukkerij Gebr. van de Burgt, [Interbellum]; 8 p.). Op de voorzijde is een foto van een L. Vrouwebeeld gereproduceerd; 9 P. Lucius, Bij Moeder Maria in Handel. Troosteres van de bedroefden en Toevlucht van de zondaars. Bedevaartboekje (3e dr., Uden: De Winter, z.j.; Nihil obstat: P. Hubertus a Groessen O.M.Cap., P. Damascenus a Leiden O.M.Cap. Impr.: P. Anacletus a Breda O.M.Cap. Min. Prov., Buscodusci, die 28 Februarii 1993; Dr. J. Keulers, Libr. Cens., Ruraemundae, die 15 Aprilis 1939; andere dr. bij 'Egmont' te Uden met op de voorzijde de afbeelding van devotieprent nr. 12).
- Broederschaps/processieboekjes en -brochures: hieronder volgt slechts een gering gedeelte van het grote aanbod: 1 algemeen vouwblaadje 'Ter bedevaart naar O.L. Vrouw van Handel' ((12 x 7 cm; 4 p.; Interbellum); 2 Handboekje voor de pelgrims van Breda naar Handel en Kevelaar, in de eeredienst van de Allerheiligste Maagd Maria. Mede inhoudende eenige gebeden en gezangen uit kerkelijk goedgekeurde boeken ontleend en tot vermeerdering van godsvrucht hierbij gevoegd (Breda: J.J. van Turnhout, [1867]); 3 Orde van de bedevaart, welke jaarlijks op den 8 September, feestdag der geboorte van de H. Maagd Maria, door de Processie van St. Oedenrode wordt gedaan naar O.L.V. van Handel (Den Bosch: Lutkie & Cranenburg, 1871); 4 Eenige godvruchtige gezangen ten dienste der H. Familie van Schijndel, bij gelegenheid van hare bedevaart naar O.L.V. van Handel (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1890; impr.: 1877; latere dr. Boxtel: Wilhelm van Eupen, 1905); 5 Processie van Valkenswaard naar Handel (Achel: Drukkerij der P.P. Trappisten, [ca. 1880]) reglement en programma; 6 Eenige godvruchtige gezangen ten dienste der leden van de processie van Valkenswaard bij gelegenheid van hunne bedevaart naar O.L.Vrouw van Handel (Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1881); 7 Handboekje voor de Bedevaart van Lieshout naar Onze Lieve Vrouw van Handel (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1925; nihil obstat A. Hermus, evulg. vicaris-generaal J. Pompen, 's-Hertogenbosch 15 januari 1925); 8 Liederen en gebeden voor de Bedevaart van Valkenswaard naar O.L. Vrouw van Handel (z.p. [1980]).
- Devotieprenten: 1 kopergravure (8,8 x 6 cm), waarschijnlijk omstreeks 1700 vervaardigd door J. de Man te Antwerpen en enkele decennia later als Kevelaerprent op de markt gebracht door A.M. Bunel (zie Bronnen: Thijs (1990) p. 109). Antwerpen, Ruusbroeckgenootschap; 2 kopergravure (11,5 x 8,6 cm), in de eerste helft van de 18e eeuw uitgegeven door S. Verbruggen te Antwerpen, voorstellende O.L. Vrouw met links het dorp Gemert en de eerste van de kapelletjes van de Zeven Smarten; rechts de Handelse kapel, de heilige bron en een processie. Links- en rechtsonder zijn bovendien enkele wonderen afgebeeld. De banderol boven het beeld zegt: 'Troostersse der bedruckte Bidt voor ons'; de tekst onderaan luidt: 'Miraceleus Beldt van onse Live Vrouwe tot Haendel gelegen onder de Vry Heerlijckheijt Gemert'. Uden, kruisherenklooster; Deurne-Antwerpen, coll. F. Lemmens; 3 ingekleurde kopergravure (7,5 x 5,5 cm), in de eerste helft van de 18e eeuw uitgegeven door S. Verbruggen te Antwerpen. Deze prent is een vereenvoudigde uitvoering van de bovenstaande. Gemert, gemeentearchief; 4 ingekleurde kopergravure (6,5 x 4,5 cm) uit de tweede helft van de 18e eeuw. Het gaat hier wederom om een overeenkomstige, maar vereenvoudigde voorstelling; 5 ingekleurde kopergravure (9 x 5,7 cm), in de tweede helft van de 18e eeuw uitgegeven door I. Hertsens te Antwerpen. De voorstelling komt overeen met die van nr. 2. Gemert, coll. F. van der Aa; Uden, Museum voor Religieuze Kunst; Antwerpen, coll. A. Thijs; 6 ingekleurde houtsnede (35,7 x 30,5 cm), uitgegeven door P.J. Brepols te Turnhout in 1815. De prent toont een O.L. Vrouw in een boom die voor een kapel is gesitueerd, waar twee processies binnentrekken. Rechtsboven zweeft een engel. Onder dit geheel is een strook gereserveerd voor pelgrims met en zonder lichamelijke kwalen die knielend bidden. Boven hen hangen ex-voto's. Boven de prent staat de tekst: 'Gebed in den Nood tot de Alderheyligste Moeder Gods MARIA om dagelyks te spreeken voor het Heylig beeld'. Aan weerszijden en onder de prent is het gebed afgedrukt. Een exemplaar van de prent is te zien in de bedevaartkerk; 7 vouwprentje 'Mirakuleus beeld van Onze Lieve Vrouw van Handel' met een zwart-wit litho van O.L. Vrouw van Handel op haar piëdestal uit 1838 en een gebed met daarna verbonden aflaat aan de binnen- en achterzijde ('s-Hertogenbosch-Amsterdam: Henri Bogaerts; impr. bisschop J. Zwijsen, 's-Hertogenbosch 22 jan. 1874); 8 gekleurde lithografie (10,3 x 6,9 cm), uitgegeven door B. Kühlen te Mönchen Gladbach en met een goedkeuring van bisschop A. Godschalk van 's-Hertogenbosch dd. 15 okt. 1885. De prent toont O.L.Vrouw van Handel, geflankeerd door engelen, op haar piëdestal uit 1838, waarvoor ter linker en rechter zijde pelgrims knielen. Links achter O.L. Vrouw trekt een processie; rechts achter zijn de oorspronkelijke kapelletjes van de Zeven Smarten te zien; onder O.L. Vrouw bevindt zich links de kapel in de staat van vóór de verbouwing van 1894; rechts het capucijnenklooster. Tussen beide in wordt de heilige bron getoond. Onder de prent staat de tekst: 'Gedachtenis aan Handel'. Op de achterzijde staat een gebed. Gemert, gemeentearchief; Roermond, redemptoristen; 9 gekleurde lithografie (9,3 x 6,5 cm) met kanten omlijsting, uitgegeven ca. 1885. De prent toont een vereenvoudigde weergave van het voorgaande exemplaar: knielende pelgrims en engelen ontbreken. Gemert, gemeentearchief; Roermond, redemptoristen; 10 gekleurde lithografie (9,7 x 6 cm) uit ca. 1895, voorstellende O.L. Vrouw van Handel, omgeven door engelen. Hieronder is de reeds deels verbouwde kapel te zien (de oude toren is nog niet vervangen) met de tekst: 'Kapel in 1895'. Onder de kapel trekken diverse processies. Rechtsonder staan de kapelletjes der Zeven Smarten in hun oorspronkelijke staat; de meidoorn; en de heilige bron. Onder de prent staat de tekst: 'Gedachtenis aan Handel'. Gemert, gemeentearchief. Van deze prent bestaat een variant met kanten omlijsting; 11 niet getraceerde druk van O.L. Vrouw van Handel uit het interbellum, afgebeeld in de meidoorn. De prent is afgebeeld in Brabers (1977; zie Bronnen) p. 24; 12 gekleurde lithografie (10,3 x 7 cm) uit ca. 1920, met de goedkeuring van bisschop Godschalk van Den Bosch uit 1885. De prent stelt het ontmantelde beeld van O.L. Vrouw van Handel voor op een wolk, geflankeerd door engelen. Onder het beeld is de vernieuwde kapel te zien met enkele processies; rechts van de kapel de vernieuwde opbouw (1919) van de heilige bron. Onder de prent staat de tekst: 'Gedachtenis aan Handel'. Het is een vouwprent met aan de binnenzijde een aflaatgebed. Deze prent wordt nog altijd herdrukt en te Handel verkocht. Gemert, gemeentearchief; 13 prent 'O.L.Vr. van Handel' met een geschilderde afbeelding van O.L. Vrouw van Handel en op de achterzijde een gebed (11,5 x 8 cm; impr. J. Pompen vicaris-generaal, 's-Hertogenbosch 4 maart 1921; 14 vouwprent met foto (?) van een op het beeld van O.L. Vrouw van Handel gelijkend beeld op de voorzijde en een gebed en litanie (12 x 7 cm; Helmond: Electrische Drukkerij Gebr. Van de Burgt [ca, 1925]; 8 p.); 15 prent met tekening van het ontmantelde beeld in een fantasielandschap. De prent is gesigneerd: 'E.v.A. 93' (ca. 1930?).
- Vaantjes: 1 gekleurde lithografie ca. 1880, uitgegeven door de Gebr. Verbeeck te Kevelaer en voorstellende O.L. Vrouw van Handel op haar pi�destal uit 1838, omgeven door enkele vereerders. Ter rechterzijde zijn de oorspronkelijke kapelletjes te zien van de Zeven Smarten; in de linker onderhoek de kapel voor de verbouwing van de jaren na 1894. De rechter onderhoek toont het capucijnenklooster. Tussen kapel en klooster is de heilige bron te zien. Alle onderdelen hebben een explicerende tekst. Het vaantje is afgebeeld in: Lathouwers (1982; zie Bronnen); 2 gekleurde lithografie ca. 1910 (34 x 41 cm) met een overeenkomstige voorstelling die aan de gewijzigde religieuze infrastructuur is aangepast. Ter rechterzijde zijn de oorspronkelijke kapelletjes van de Zeven Smarten vervangen door de nieuwe; in de linker onderhoek is de vernieuwde kapel afgebeeld. De rechter onderhoek toont de in 1910 geplaatste kapelletjes van de Vijftien Mysteriën van de Rozenkrans in plaats van het capucijnenklooster. Tussen beide is de heilige bron nog in ongewijzigde staat zichtbaar. Ook hier hebben alle onderdelen een explicerende tekst. Museum Catharijneconvent; 3 gekleurde lithografie ca. 1920 (31 x 38 cm) voorstellende (links:) het ontmantelde beeld van O.L. Vrouw van Handel, opgesteld voor twee van de nieuwe kruiswegstaties, en (rechts:) de kapel met daarachter de vernieuwde heilige bron. Museum Catharijneconvent; 4 gekleurde lithografie ca. 1930 (21 x 27 cm) uitgegeven door Vorfeld & Janssen te Kevelaer met, in tegenstelling tot de voorgaande en volgende, driehoekige vaantjes, een vierkante vorm, voorstellende (centraal:) O.L. Vrouw van Handel voor een mandorla en geflankeerd door engelen. In de linker bovenhoek is een van de kapelletjes van de Vijftien Mysteriën afgebeeld; in de rechter de heilige bron. De linker benedenhoek toont de beeldengroep 'Hof van Olijven' in het processiepark; de rechter de sculptuur 'Bruiloft te Cana'. Museum Catharijneconvent; 5 gekleurde lithografie, gesneden door Sef Sniedt (1948) en uitgegeven door H. Herkuleijns te Oosterbeek, voorstellende (links:) O.L. Vrouw van Handel met aan haar rechterzijde vier biddende gestalten en op de achtergrond de heilige bron en de kapelletjes van de Zeven Smarten. Museum Catharijneconvent.
- Ansichtkaarten: 1 kaart 'Miraculeus beeld van O.L. Vrouw van Handel (1220)' (Handel: A. Bouw - van Dijk [ca. 1930]; foto J. Bijnen, Waalre) met het vrijstaande 19e-eeuwse altaar; 2 kaart 'Altaar van O.L. Vrouw van Handel' (Helmond: uitg. Bureau 'Nestor' [ca. 1946]), gemaakt na de verplaatsing van het cultusbeeld naar de zijkapel, maar voor de herinrichting van deze kapel ca. 1950; 3 kaart met fotografische reproductie van het miraculeuze beeld, ingekleurd, tekst: 'O.L. Vrouw van Handel - 1220.' (Helmond: uitg. Bureau 'Nestor' [ca. 1950]); 4 kaart (ca. 1960) met de tekst 'Groeten uit Handel' en vijf kleurenafbeeldingen van de kerk, het kapelinterieur, het miraculeuze beeld, het rustaltaar en de put; 5 kaart 'Handel, Maria Kapel' (Handel: J.L. v.d. Brand Ponjé, Koster [ca. 1950]) met het nieuwe kapelinterieur; 6 kaart met een fotografische reproductie van het miraculeuze beeld (ca. 1960) met de tekst 'O.L. Vrouw, Handel'; kaarten die tenminste sinds de jaren tachtig te Handel te koop zijn: 7 kleurenfoto van het kapelinterieur met daaronder de tekst: 'Kapel; Onze Lieve Vrouw van Handel Bedevaartplaats vanaf omstreeks 1220'; 8 kleurenfoto van het miraculeuze beeld voor een bakstenen muur met op de achterzijde de tekst 'Onze Lieve Vrouw van Handel "Troosteres van de bedroefden" Anno 1220' (Drukkerij Gemert bv.); 9 idem, maar ditmaal is het miraculeuze beeld geplaatst voor de stam van een Amerikaanse eik.
- Affiche: Zondag 24 mei 1981 28e bedevaart van militairen en oud militairen naar O.L. Vrouw van Handel (N.Br.).
Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Hertogenbosch, Rijksarchief in Noord-Brabant: archief van de Duitse orde te Gemert. Gemert, gemeentearchief: gedeponeerd archief van de Duitse orde te Gemert; oud rechterlijk archief; oud administratief archief; parochiearchief O.L. Vrouw ten Hemelopneming Handel. 's-Hertogenbosch, Archivum Capucinorum Hollandensis: verspreide archivalia betreffende de bedevaartplaats Handel. Heeswijk-Dinther, archief van de Abdij van Berne: archief van G. van den Elsen.
Tekstedities:Joannes Nicolaus Verbeeck, Historie van Onse Lieve-Vrouw van Haendel. Onder de vrye neutrale rycks-heerlyckheydt van Gemert (Antwerpen, J. van Soest, 1699) uitgegeven wonderen; E. Loffeld, 'O. L. Vrouw van Handel', in: Bossche Bijdragen 20 (1956) p. 267-307, het dagboek van rector Luijten uit 1718; P. J. van Kessel & E. M. R. van Kessel-Schulte ed., Romeinse bescheiden voor de geschiedenis der roomskatholieke kerk in Nederland 1727-1853, 3 dln. (Den Haag 1975) p. 347; J. van Laarhoven ed., Het schetsenboek van Hendrik Verhees ('s-Hertogenbosch: Merlijn, 1975) p. 92-93; Peter Meurkens ed., De dagboeken van P.N. Panken, 1819-1904. Memorieboek van een Brabantse schoolmeester, dl. 6. 1892-1904 (Eindhoven: Kempen Uitgevers, 1998) p. 1896.
Literatuur: Augustinus Wichmans, Brabantia Mariana tripartita (Antwerpen: J. Cnobbaert, 1632) p. 407-414; Guilielmus Gumppenberg, Marianischer Atlass etc., dl. 4 (München J.H. von Gelder, 1673) p. 136, naar Wichmans; [Joannes] Nicolaus Verbeeck, Hyperdulie, of heyligen eer-dienst tot Maria de Moeder Gods waer in betoont word de vermeerderinge van Godts naeme, in het aenroepen van de h. Maria, door het eeren haerder beelden, bouwen van kercken, oprechten der autaeren, beneficien, missen etc. Onder den tijtel van haere naem, alles niet hinderlijck aen Godes eere (Antwerpen: J. van Soest, 1699), hierbij gebonden: Joannes Nicolaus Verbeeck, Historie van Onse Lieve-Vrouw van Haendel. Onder de vrye neutrale rycks-heerlyckheydt van Gemert (Antwerpen, J. van Soest, 1699); [S. Hanewinkel], Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch in den jaare 1798-1799 (in Brieven) (Amsterdam: Saakes, 1799-1800; fotogr. herdr.: Schiedam: Interbook, 1973) dl. 1, p. 94-96, dl. 2, p. 10; S. Hanewinkel, Geschied- en aardrijkskundige beschryving der stad en Meierije van 's Hertogenbossche etc. (Nijmegen: J.C. Vieweg, 1803) p. 304; H.G. Eskes, De hand des heere. Dat is wonderbaare beelden etc. (Geldern: G.N. Schaffrath, 1820) Aanhangsel, p. 3; L.G. Swaving, Galerij van Roomsche beelden of beeldendienst der XIX eeuw (Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1824) p. 179-180; 'Bedevaarts-plaatsen in Noord-Brabant', in: De Fakkel 4 (1851) nr. 37; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, 5 dln. (Sint-Michielsgestel 1870-1876) dl. 4, p. 18-33; H.A. Banning, 'O. L. Vrouw van Handel', in: Maria's Heiligdommen in Nederland en België ('s-Hertogenbosch: Katholieke Illustratie, [1882]) p. 151-157; G. van den Elsen, Geschiedenis van de Latijnsche school te Gemert (Den Bosch: Mosmans, 1887); Neerlandia Catholica of Het Katholieke Nederland. Ter herinnering aan het Gouden priesterfeest van Z.D. Paus Leo XIII (Utrecht: P.W. van de Weijer, 1888) p. 460; G. van den Elsen, 'Onze Lieve Vrouw van Handel', in: Dietsche Warande 2 (1889) p. 185-193 en 303-311; G. van den Elsen, 'Nog eens over de oudheid der bedevaart van O. L. V. van Handel', in: Dietsche Warande 3 (1890) p. 323-327; G. van den Elsen, 'De bedevaart naar O. L. V. van Handel', in: Dietsche Warande 4 (1891) p. 403-411; G. van den Elsen, 'Bedevaart naar O. L. V. van Handel', in: Dietsche Warande 5 (1892) p. 378-394; A.B. & L.O., Meimaand der Genade-Oorden, of Maria's grootheden, leven en bevoorrechte heiligdommen ('s-Bosch ... Loreto), in godvruchtige lezingen voor elken dag der maand Mei (Cuijk: J.J. van Lindert, 1896) p. 79-82; H. v. S., 'De herstelde en vergroote kapel van Handel', in: Katholieke Illustratie 30 (1896/1897) p. 216; G. van den Elsen, Handboekje der bedevaart van Onze Lieve Vrouw van Handel (3e dr., Oosterhout z. j. [impr. 1898]); Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906); J.A.F. Kronenburg, Maria's Heerlijkheid in Nederland, dl. 6 (Amsterdam 1909) p. 133-154; C.J. Zwijsen, 'Een jaar kapelaan te Helmond 1773-1774', in: Bossche bijdragen 2 (1918-1919) p. 295; P. Cyrillus & P. Canisius, O. L. Vrouw van Handel. Hare geschiedenis bij de viering van het zevende eeuwfeest 1220-1920 (Helmond [impr. 1920]); J. Castelijns, ' Onze Lieve Vrouw van Handel', in: Sint-Jansklokken 1 (1923) p. 524-525, 536-537; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: 'Eigen Volk', [1933]) p. 171-172; Jehan Kuypers, Lieve Vrouwkes van Brabant of eenen krans van Maria-legenden (Maastricht: Gebr. Van Aelst, 1938) p. 33-39; P. Lucius, Bij Moeder Maria in Handel. Troosteres van de bedroefden en Toevlucht van de zondaars. Bedevaartboekje (3e dr., Uden [impr. 1939]); P.J. Meertens & M. de Meyer ed., Volkskunde-Atlas voor Nederland en Vlaams-België. Commentaar Aflevering III (Antwerpen: Standaard, 1965) p. 11, vermelding van regenprocessie bij langdurige droogte; P. Polman, Katholiek Nederland in de achttiende eeuw, dl. 3 (Hilversum: P. Brand, 1968) p. 99-100, 105-108; Willem Frijhoff, Les pèlerinages dans les Provinces-unies. Ebauche d'inventaire et de problématique de recherche (ongepubl. licentiaatsverhandeling, Univ. de Paris-Sorbonne 1969) p. 42, nr. E4; S. van Asseldonk, Geschiedenis van O.L.V. van Handel; bij gelegenheid van het 750-jarig bestaan, 1220-1970 ([Handel] [1971]); P.G. Bins, Prisma toeristengids Zeeland Brabant Limburg (Utrecht-Antwerpen: Het Spectrum, [1972]) p. 155; H. Brabers ed., Onze Lieve Vrouwkes van Brabant (['s-Hertogenbosch]: Provinciaal Genootschap, [1977]) p. 24-27; J. Otten-van Zeeland, 'Een prentje uit Handel uit 1885', in: Gemerts heem 21 (1979) p. 66; Pieter Terpstra, Maria de Heilige Maagd, leven, verschijningen, legenden, mirakelen (Leeuwarden: M.A. van Seijen, [ca. 1980]) p. 434-436; J.J. Antier, De pelgrimage weer ontdekt. In het Nederlands vertaald, ingeleid en wat de Benelux betreft aangevuld door Th.G.A. Hendriksen, bisschop (Utrecht: Zaken die God raken, [1980]) p. 399-400; F. van der Aa, 'Een 18 eeuws bedevaartprentje van Handel', in: Gemerts heem 24 (1982) p. 38-40; P.J. Margry, Bedevaartplaatsen in Noord-Brabant (Eindhoven: Bura Boeken, 1982) p. 136-142, 335-336; P. Lathouwers (samenstelling), Kerkepad door Handel. Katalogus (Handel z.j.); P. Lathouwers, 'Handelse bedevaartvaantjes',in: Gemerts heem 24 (1982) p. 21-23; Dieter Pesch, Wallfahrtsfänchen. Religiöse Druckgrafik (Keulen: Rheinland-Verlag, 1983) p. 381-382; P. Lathouwers, 'De keskesdijk van Gemert naar Handel', in: Gemerts heem 25 (1983) p. 33-37; F. van der Aa, 'Nog een 18de eeuws bedevaartsprentje van Handel', in: Gemerts heem 26 (1984) p. 31-32; P. Lathouwers, 'Nog een gedachtenis van Handel', in: Gemerts heem 27 (1985) p. 12-13; Ineke Platel & Peter van Zoest, Steek dan voor mij ook een kaarsje op ('s-Hertogenbosch: Afdeling Pers & Publiciteit van het bisdom 's-Hertogenbosch, 1987) p. 70-80; P. Lathouwers, 'Handel, een Mariaoord', in: T. Thelen ed., Commanderij Gemert. Beeldend verleden (Gemert 1990) p. 87-105; A.K.L. Thijs, 'Antwerpse "sanctjes". Heiligenprentjes voor Noordbrabantse bedevaartplaatsen (17e - 18e eeuw)', in: L.B.C.M. van Liebergen ed., Volksdevotie. Beelden van religieuze volkscultuur in Noord-Brabant (Uden: Museum voor Religieuze Kunst, 1990) p. 108-111; M.F.M. Wingens, 'De bedevaartoorden Handel en Uden omstreeks 1700. Mariaverering over de grenzen van de Republiek', in: L.C.B.M. van Liebergen ed., Volksdevotie. Beelden van religieuze volkscultuur in Noord-Brabant (Uden: Museum voor Religieuze Kunst, 1990) p. 49-61; Peter Lathouwers, 'Verloren Handelse votiefschilderingen', in: Brabants Heem 42,1 (1990) p. 37; M. Wingens, 'De Nederlandse Mariale bedevaart (ca. 1600 - ca. 1800). Van een instrumentele naar een spirituele benadering van het heilige', in: Trajecta 2 (1992) p. 168-187; A. Toelen, Geloof in gips. Massaproducten van religieuze voorstellingen, 3 dln. (Nijmegen: doctoraalscriptie KUN, 1992), beeldjes van O.L. Vrouw van Handel; M. Wingens, '"Van de handt des heeren geraeckt". Miraculeuze genezingen in bedevaartsplaatsen nabij de grenzen van de Republiek, 1600-1800', in: W. de Blécourt, W. Frijhoff & M. Gijswijt-Hof-stra ed., Grenzen van genezing. Gezondheid, ziekte en genezen in Nederland, zestiende tot begin twintigste eeuw (Hilversum: Verloren, 1993) p. 46-68; Ton Tholen, 'Het genadebeeld van Handel', in: Gemerts heem 36 (1994) p. 4-15; Marc Wingens, Over de grens. De bedevaart van katholieke Nederlanders in de zeventiende en achttiende eeuw (Nijmegen: Sun, 1994); 'Bad Handel', in: Erasmusplein 7 (1996) nr. 2, p. 2; Pius jaarboek, Almanak katholiek Nederland (Houten: Bohn/Stafleu/Van Loghum, 1996) p. 345; W. Meulenkamp & P. de Nijs, Buiten de kerk. Processieparken, Lourdesgrotten en Calvariebergen in Nederland en België (z.p.: Aspekt, 1998) p. 96-101.
- Betreffende de broeders penitenten en capucijnen: W.F. Becx, Geschiedenis der congregatie van de broeders Penitenten van den H. Franciscus van Assisië gevestigd in 'Huize Padua' te Boekel (N-Br.) (Bussum 1919); P. Fabianus, 'De broeders van Boekel, hun congregatie en hun arbeid', in: Bijdragen voor de geschiedenis van de provincie der minderbroeders in Nederland 11 (1959) p. 13-44; Ineke Merks-van Brunschot, Broeders Penitenten. 300 jaar 'Burger in Pij' en de ontwikkeling van eigentijds vrijwilligerswerk in organisatie-sociologisch perspectief (Tilburg: Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1996); In monnikspij. Herdenkingsboekje uitgegeven ter gelegenheid van het eeuwfeest van het Capucijnenklooster te Handel (N.B.) de dato 15 juni 1952 (Gemert 1952).
- Diverse processies: (Beek en Donk - Handel:) Helmus, 'Van den Tillaert ca. 1910. Z'n zwaarste bevaart', in: Heemkunde-cahiers Beek en Donk, dl. 2 (z.p. 1968) p. 7-12; Hans Sluijters & Jan Buur, Volkels kerk viert veertig! (z.p. [1978]) p. 37; (Geldrop - Handel:) F. Houben, 'Devotionele herinneringen', in: Heemkronyk 19 (1980) p. 92; (Sint-Oedenrode-Handel:) Bep van Lieshout, 'Enkele wonderbare genezingen in Handel', in: Heemschild 27 (1993) p. 53-63; Ben Muller, 'Muziek bij de processie', in: Heemschild 27 (1993) p. 63-67; (Tilburg-Handel/Kevelaer:) H. van Doremalen, R. Peeters & T. Thelen ed., Godsvrucht en deugdzaamheid. Godsdienst en kerk in Tilburg door de eeuwen heen (Tilburg: Gianotten, 1997) p. 116-121; H. Mélotte, P. Lathouwers, F. Hoppenbrouwers e.a., Kinderen van Maria. De bedevaart van Valkenswaard naar Handel (Hapert-Eindhoven: Broederschap der Handelse Processie, 1993); C. Verberk, Processie Oploo - Handel 175 jaar (Oploo 1995); Guido Elias en Bert Stienaers, Bedevaarten. Voor pelgrims en toerist (Roeselare/Baarn: Globe/De Fontein, 1997) p. 142-143.
- Kranten- en weekbladartikelen: 'Handel, het Lourdes van Brabant', in: Oost-Brabant, 14 mei 1954; 'In Handel heeft thee nog zeer veel charme', in: Twentse Courant, 26 september 1979; C. Schrover, 'Handel: pelgrimsoord naar bron van de Peel' (Zwerftocht 4), in: Bisdomblad, 17-8-1984, p. 4; Ineke Platel-Van der Ven, 'Het tere geheim van Maria in Handel. Onze Lieve Vrouw in het bisdom Den Bosch (6)', in: Bisdomblad, 17 april 1987, p. 20; H.v.R., 'Waardige afsluiting Mariajaar in Handel', in: Bisdomblad, 19 augustus 1988, p. 4; A.K.L. Thijs, Antwerpen internationaal uitgeverscentrum van devotieprenten 17de-18de eeuw (Leuven: Peeters, 1993) p. 42-43; Hein van Dooren, 'Een eigen theater in Handel', in: Eindhovens Dagblad, 17 februari 1996; H. van Rooij, '"Efkes 'n karske opsteken" bij O.L. Vrouw in Handel', in: Bisdomblad, 10 mei 1996, p. 4-5; Paul Verhees, '"Een wonder moet je zien als een teken"', in: Eindhovens Dagblad, 15 mei 1996; '"Onze Lieve Vrouwke heeft het druk in Handel"', in: Katholiek Nieuwsblad, 23 mei 1997; (Valkenswaardse voetprocessie:) P.J.L., 'Valkenswaardse processie naar Handel, een religieus hoogtepunt in "sigarenstad"', in: Bisdomblad, 20-6-1986, p. 1 en 4; v. H., 'Maria ter ere dapper stappen door Brabant', Bisdomblad, 26 juni 1987, p. 4; (bedevaart (oud-)militairen:) 'Ik zat biddend bij vader achterop', Brabants Dagblad, 6 mei 1995; Ton de Kort, '"Het is voor veel mensen een soort reünie geworden"', in: Zondags Nieuws Uden/Veghel, 12 mei 1996; Peter Lathouwers, In eeren ende oirbaer onser vrouwe te Haenle. Kerk en bedevaart in Handel (Gemert: Heemkundekring 'De Kommanderij Gemert', 2005); Peter Jan Margry & Charles Caspers, 101 bedevaartplaatsen in Nederland (Amsterdam: Bert Bakker, 2008) 211-215; Gerard Dierick, 'Bad Handel', in: Gerard Dierick, Columnarium (Nijmegen: Valkhof Pers, 2014) p. 56-57.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Handel-O.L. Vrouw; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a+b (1993); Tilburg, KU Brabant: Brabant-collectie, top. afb. Handel nr. 1861, kapel 1890; Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum-KliB: bedevaartfoto's Margry (1981).
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<