HomeDatabankenBedevaarten

Groningen, O.L. Vrouw ter Nood

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw ter Nood
Datum: Onbekend
Periode: 1500 - 1594 (?)
Locatie: Mariakapel in de parochiekerk van St. Maarten (Martinikerk; thans N.H.)
Adres: Martinikerkhof 3, 9712 Groningen
Gemeente: Groningen
Provincie: Groningen
Bisdom: Groningen
Samenvatting: In 1500 besloten burgers van Groningen uit dank voor de opheffing van een twee weken durend beleg van de stad Groningen door hertog Albrecht van Saksen een lamp ter ere van O.L. Vrouw ter Nood te stichten in de St. Maartenskerk. Een collecte legde de grondslag voor een fonds dat in de de eerste vier decennia van de 16e eeuw sterk groeide en getuigenis aflegt van een relatief laat ontstane, bloeiende Mariadevotie. Mogelijk ligt er een relatie met het miraculeuze Mariabeeld dat later in Bilzen werd vereerd. Het bedevaartkarakter blijft echter onduidelijk.
Auteur: Remi van Schaïk
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De 15e-eeuwse Martinikerk van Groningen is gelegen in de oude stad, op de hoek van de St. Jansstraat en de noordoostzijde van de Grote Markt.
- Al in 1502 wordt gesproken over een altaar van O.L. Vrouw ter Nood, dat dan gesitueerd is aan de zuidzijde van de St. Maartenskerk. Mogelijk betreft het een reeds ouder altaar, dat echter na de stichting van de lamp in 1500 een nieuwe bestemming had gekregen. Ten laatste vanaf 1552 lijkt het altaar verplaatst te zijn naar de noordzijde, waar het een plaats heeft gekregen op de begane grond van de vermoedelijk tussen circa 1540 en 1550 tegen de kooromgang gebouwde noorderkapel. De kapel van O.L. Vrouw ter Nood wordt voor het eerst in 1552 vermeld. De verdieping van de noorderkapel bood plaats aan de librije van de St. Maartenskerk.
Cultusobject - De stichting van een 'lampe' bij een waarschijnlijk reeds bestaand altaar is het doel geweest van de collecte waaraan in 1500, na opheffing van het beleg, 335 bij naam genoemde, meest vooraanstaande burgers bijdroegen. De lamp werd gesticht ter ere van O.L. Vrouw als dank voor haar hulp in de toenmalige noodsituatie. Reeds in 1502 wordt het altaar, waarvoor de lamp werd gesticht, het altaar van O.L. Vrouw ter Nood genoemd. De fundatie heeft in de eerste ruim 40 jaren zoveel schenkingen aangetrokken, dat er omstreeks het midden van de 16e eeuw een speciale kapel in gebruik kon worden genomen. Ongetwijfeld moet het altaar aan een Mariabeeld plaats hebben geboden, ook al maken de eigentijdse bronnen over altaar en kapel geen gewag van zo'n beeld.
- Of het veronderstelde beeld identiek is met het beeld dat in 1638 aan de zusters van het klooster Maria ter Engelen in het Belgisch-Limburgse Bilzen werd geschonken en er als mirakelbeeld werd vereerd, valt niet met zekerheid vast te stellen. Volgens een bestaande hypothese is het Mariabeeld, dat nu in het bezit is van de St. Mauritiuskerk te Bilzen, daar langs een omweg vanuit Groningen terechtgekomen. Deze omweg laat zich aldus reconstrueren: een onbekende Groninger kanunnik had, volgens een in 1716 uit het Vlaams in het Frans vertaalde kroniek van het franciscanessenklooster Maria ter Engelen, als kanunnik van de St. Goedele te Brussel de 'wonderdadige Maagd met al haar klederen [...] uit de stad Groningen in Holland' meegenomen, toen hij vandaar als katholiek werd verjaagd. Bij zijn schenking aan de Bilzense zusters in 1638 zou hij hebben verklaard, dat het beeld uitgesteld was geweest in een kapel van de St. Maartenskerk in Groningen, dat dit beeld een grote toeloop van mensen had gekend en dat het veel wonderen had gedaan. De Bilzense zusters hebben dit beeld sedertdien als een miraculeus beeld onder de benaming O.L. Vrouwe van Bijstand gekoesterd. Een mirakelboek uit het klooster, daterend uit 1645, beschrijft veertien wonderen die er sedert 1643 door toedoen van het beeld hadden plaatsgevonden. Ten tijde van de opheffing van de kloostergemeenschap in 1797 als gevolg van de Franse Revolutie is het beeld bij particulieren in veiligheid gebracht. In 1803 of 1806 kwam het terecht bij de toenmalige pastoor van de St. Mauritiuskerk en in 1834 kreeg het een plaats in de kerkhofkapel bij de Hasseltsepoort te Bilzen. Sinds enkele jaren is het om veiligheidsredenen ondergebracht in de kluis van de St. Mauritiuskerk en is in de kerkhofkapel een kopie geplaatst. In de jaren 1938, 1945 en 1952 is het beeld op oorspronkelijk initiatief van de Bilzense pastoor J.-B. Paquay in het kader van een herlevende Mariadevotie in plechtige processie door Bilzen gedragen. Bij die gelegenheden is het nadrukkelijk gepresenteerd als zijnde uit Groningen afkomstig. Het beeld in kwestie, O.L. Vrouw van Bijstand met Kind op de arm, wordt op grond van recent kunsthistorisch onderzoek als Noordnederlands, namelijk Kleefs-Nedergelders of Utrechts, aangemerkt, zulks in tegenstelling tot de gangbare opvatting dat het uit een Maaslands atelier, meer specifiek de omgeving van de beeldensnijder Jan van Steffeswert zou stammen, en wordt gedateerd op ca. 1500 of kort daarna.
Verering - Omdat de fundatie van de lamp geleid heeft tot een afzonderlijk beheerd fonds met bijbehorend, redelijk goed overgeleverd archief, valt te constateren dat de vermogensaanwas tussen 1500 en circa 1540 zeer aanzienlijk is geweest. Ook na de bouw c.q. inrichting van de kapel omstreeks 1550 is deze aanwas - zij het in vertraagd tempo - voortgegaan. Op grond van de rekeningen van de St. Maartenskerk vanaf 1594, het jaar waarin Groningen definitief overging tot de reformatie, is vastgesteld is dat de opbrengsten van de O.L. Vrouwefundatie de inkomsten van de kerkfabriek overtroffen. In 1594 werden in het kader van de secularisatie van geestelijke goederen beide vermogenscomplexen immers gecombineerd.
- Ofschoon de rekeningen erop wijzen dat O.L. Vrouw ter Nood zeer populair was in Groningen, zijn er geen eigentijdse aanwijzingen dat deze Mariadevotie op enig moment tijdens de 16e eeuw het karakter van een bedevaart heeft aangenomen. Evenmin spreken de bronnen zich erover uit of zich voor het altaar wonderen hebben voorgedaan. Van een apart Mariafeest of van pelgrimages is niets bekend.
Met de intrede van de reformatie is aan deze specifieke Mariadevotie in Groningen, voor zover die toen nog levendig was, een einde gemaakt.
- Indien het Groningse Mariabeeld hetzelfde is als het beeld dat thans in de Mauritiuskerk wordt bewaard, dan heeft het met zekerheid wel bedevaartgangers aangetrokken; in ieder geval indien de verklaring uit 1638 op waarheid berust.

Bronnen en literatuur Archivalia: Groningen, gemeentearchief: archief parochiekerken, inv. nr. 95, collecterekening ter stichting van een 'lampe', 1500. Het archief parochiekerken bevat als appendix I een apart fonds Altaar van O.L. Vrouw ter Nood. Hasselt (B), Rijksarchief in Limburg: archief klooster Maria ter Engelen te Bilzen, inv. nr. 3, kroniek 1716 betreft schenking 'Gronings' beeld aan Bilzens klooster in 1638; archief abdij Munsterbilzen, inv. nr. 1129, mirakelboekje uit 1645 met genezingsverslagen uit 1643-1645.
Literatuur: A.T. Schuitema Meijer, De kerkgebouwen en andere kerkelijke goederen in de stad Groningen. Historisch-juridisch onderzoek (Groningen 1950) p. 21, 39-40; C.E. Dijkstra, 'Het altaar van onze Lieve Vrouwe ter Nood in de Martinikerk te Groningen', in: Groningse Volksalmanak (1972-1973) p. 15-22; F.J. Bakker, 'Heiligen en altaren in de stad Groningen tot 1594', in: G. van Halsema Thzn., Jos.M.M. Hermans en F.R.J. Knetsch ed., Geloven in Groningen. Capita selecta uit de geloofsgeschiedenis van een stad (Kampen: Kok, 1990) p. 73-98, aldaar 76-77, 80; G.H.J. Diekstra en R.W.M. van Schaïk, 'Gronings Mariabeeld in Bilzen?', in: Groninger Kerken 9 (1992) p. 67-76; Remi van Schaïk en Dolf van Weezel Errens, 'Nogmaals 'Gronings Mariabeeld in Bilzen?'', in: Groninger Kerken 11 (1994) p. 152-155.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Groningen-O.L. Vrouw

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<