Genooi, O.L. Vrouw van Genooi

Cultusobject: O.L. Vrouw van Genooi
Datum: Mei, oktober; gehele jaar
Periode: 1631 - heden
Locatie: Kapel van O.L. Vrouw van Genooi binnen de St. Martinusparochie
Adres: Hoek St. Urbanusweg, de Genooyer Kapelweg en de Genooyerweg
Gemeente: Venlo
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: De devotie- en bedevaartkapel is gewijd aan Onze Lieve Vrouw 'Hulp der Christenen', gewoonlijk O.L. Vrouw van Genooi genoemd. De verering van dit genadebeeld dateert uit de eerste helft van de 17e eeuw. Begonnen als een strikt Venlose cultus heeft de kapel in de loop der eeuwen een bredere aantrekkingskracht ontwikkeld op pelgrims uit de regio. Behalve uit Venlo zelf zijn bezoekers afkomstig uit omliggende gemeenten in Noord-Limburg, alsook uit de Duitse grensstreek. O.L. Vrouw van Genooi geldt als beschermvrouwe van de stad Venlo. Hoewel de verering van dit genadebeeld tegenwoordig vooral in de maand mei intenser en grootschaliger is dan anders, is deze cultus niet aan specifieke tijdstippen gebonden.
Auteur: Marit Monteiro
Illustraties:
Topografie - De Genooierkapel ligt aan de noordzijde van de stad Venlo, tussen de St. Urbanusweg, de Genooyerweg en de Genooyer Kapelweg, die naar de kapel en de bijbehorende kruiskapel leidt. De kapel bevindt zich aan de westzijde van de Genooierhof, een hoeve met stallen, schuur, tuin en boomgaard. Aan de andere zijde van de St. Urbanusweg, nabij camping Buitenlust, ligt het processie- en kruiswegpark, dat wel het Park van Genooi genoemd wordt. Kapel en processiepark grenzen aan het industrieterrein Genooyerbergen, dat aan de rand van de Venlose wijk Genooi ligt. Dit gebied behoort tot de vroegere Venlose Bantuin, gelegen buiten de vestingmuren die tussen 1867 en 1880 vrijwel volledig geslecht werden.
- De benaming 'Genooi' is vermoedelijk afgeleid van 'die Oede'. Zo werd het afgelegen huis met bijbehorend land aangeduid, dat ongeveer een half uur gaans van de Venlose Maaspoort lag en rond 1410 werd aangekocht door vier vrouwen, die als religieuzen wilden leven. Zij lieten er enkele huizen bouwen en vormden een informele religieuze gemeenschap, totdat zij hier in 1423 klooster Mariëndael lieten verrijzen en de leefregel van de reguliere Derde Orde van Franciscus van Assisi aannamen. Een jaar na de stichting bouwden zij een kapel bij hun klooster, die zij toewijdden aan Onze Lieve Vrouw en de H. Catharina. Het klooster werd behalve Mariëndael ook wel Sint-Catharinadal - in beide gevallen naar de patroonheiligen van de gemeenschap - of het klooster 'in den Oode' of 'Gen Oey' genoemd, hetgeen later Genooi werd. In 1532 werd de kapel van Mariëndael vergroot. De Nederlandse Opstand werd kapel en klooster noodlottig. In 1579 sloot Venlo zich aan bij de Unie van Utrecht. Vanaf hetzelfde jaar werd de reformatie er ingevoerd. Aanvankelijk werd het klooster in Genooi, dat immers buiten de stad lag, ongemoeid gelaten. In 1582 werd het echter geplunderd door soldaten van het Staatse garnizoen en door brand verwoest.
- De zusters hadden inmiddels een tijdelijk onderkomen gevonden, eerst in klooster Mariaweyde te Venlo, later in het klooster Mariawee te Roermond (1584). In 1586 keerden zij weer terug naar hun eigen stad, die inmiddels door Spaanse troepen was heroverd. In 1599 namen zij hun intrek in het voormalige cellebroedersklooster Trans-Cedron. In 1614 nam de kloostergemeenschap de zeer strenge leefregel aan van de franciscaans georiënteerde orde der annunciaten en verscherpte de kloostertucht. Deze orde was in 1501 gesticht door Johanna van Valois (†1505), dochter van Lodewijk XI en echtgenote van Lodewijk XII van wie zij in 1489 scheidde. Een replica van een 17e-eeuws portret van haar hangt hedentendage nog in het voorportaal van de kapel van Genooi.
- De kapel van Genooi werd in 1631 gebouwd naar het voorbeeld van de kapel van Loreto (vgl. ⟶ Thorn) in Italië. Volgens de overlevering was laatstgenoemde kapel gebouwd naar het model van het Heilig Huis van Nazareth. Evenals dit heiligdom bestond de Genooise Loretokapel uit een enkele beuk, langwerpig van vorm, met koor. In de witgekalkte muren waren vierkante raamopeningen aangebracht. Op het spitse dak stond een torentje. Voor de kapel lag oorspronkelijk een beek of gracht, die ook de bij de kapel gelegen 'Genooierhof' omgaf.
- De stichteres van de kapel, Sara Herlin, de eerste overste ('mater-ancilla') van het Venlose annunciatenklooster dat voortgekomen was uit de gemeenschap van Mariëndael, liet in 1631 een altaar plaatsen in de kapel, met daarop het Mariabeeld dat bekend staat als O.L. Vrouw van Genooi.
- In 1757 werd aan de westzijde van de kapel een aanbouw gerealiseerd om het toenemend aantal pelgrims plaats te kunnen bieden. Dit voorportaaltje diende tevens als kaarsenkapel. Vervolgens werd in 1762 een nieuw altaar geplaatst, met een houten retabel, Lodewijk-XV-stijl, witgelakt, omvat door twee vrijstaande korinthische gemarmerde zuilen en met de voorstelling van een ciborie op het tabernakeldeurtje in rococo-omlijsting. Dit altaar is in 1917 verplaatst naar de kruiskapel. In 1775 werd aan de noordzijde van de kapel een sacristie aangebouwd, nadat de kerkelijke overheid erin had toegestemd dat er missen in de kapel werden gelezen.
- In 1797 werd het stoffelijk overschot van de annunciate Agnes Maria Huyn van Amstenrade (Amsten-raedt) (1613-1641) (⟶ Genooi, Agnes Huyn) herbegraven voor het altaar in het kapel. Overleden in geur van heiligheid was zij bijgezet in de kapel van het klooster van de annunciaten te Venlo, Trans-Cedron (het latere dominicanenklooster aan de Kleine Beekstraat dat in 1944 werd verwoest door een bombardement). Ten tijde van de Franse overheersing werden de zusters, net als de andere kloosterlingen in de stad, uit hun klooster verdreven. Toen bleek dat dit omgebouwd werd tot suikerfabriek en dat op het graf van zr. Agnes een stookketel geplaatst zou worden, verzochten enkele Venlonaren om haar stoffelijke resten elders opnieuw te mogen begraven. Dit gebeurde in de kapel van Genooi, die na de onteigening door het Franse bestuur in het bezit kwam van Hermanus Peutz, advocaat te Venlo. Hij droeg de kapel in 1819 weer over aan de inmiddels sterk geslonken annunciatengemeenschap, die haar tot 1829 in bezit zou hebben. Op de rechtermuur van het schip van de kapel werd in 1915 een gedenkplaat geplaatst, een kopie van de oorspronkelijke grafsteen in de vloer van de kapel. In het portaal hangt nog steeds een portret van Agnes Huyn (18e-eeuws; olieverf) naast dat van de stichteres van de annunciaten, Johanna van Valois (1464-1505).
- In 1846 onderging de kapel een ingrijpende restauratie waardoor de gelijkenis met de Loretokapel nagenoeg verloren ging. De ramen werden vergroot en het muurwerk werd hoger opgetrokken. Er kwam een nieuw dak op de kapel en de zoldering werd overwelfd. In datzelfde jaar onderging ook de Genooierhof, die uit 1609 dateert, een restauratie en verbouwing. Aan de hoeve werd een halfronde kapelruimte aangebouwd, waarin 14 staties werden opgehangen. Hier werd ook het missiekruis geplaatst, dat in 1836 bij de Genooise kapel was geplant ter gelegenheid van de eerste grote volksmissie in Venlo door de redemptoristen. Aan dit kruis was een aflaat verbonden, die verdiend kon worden door vijf onzevaders en vijf weesgegroeten te bidden.
- In 1882 wordt al melding gemaakt van een kruisweg en een calvarie bij de kapel. Mogelijk zijn deze later vernieuwd, want op Paasmaandag 1927 werd het processiepark, gelegen aan de andere zijde van de St. Urbanusweg, met de daarin gelegen calvariegroep ingewijd. Begin april 1933 gaf mgr. Lemmens, bisschop van Roermond, toestemming om een kruisweg in dit processiepark op te richten. In dit park bevindt zich tevens een altaar, bij de 12e statie.
- In 1917 werd de kapel gerestaureerd en vergroot naar een ontwerp van de Roermondse bouwmeester P.J.H. Cuypers. Hij paste zijn ontwerp aan op de inmiddels gegroeide situatie met bestaande uit- en aanbouw. Hij integreerde deze in de kapel, daarbij de langwerpige vorm en het koor handhavend. Aan de buitenzijde van het koor werden in de vorm van een klaverblad drie absiden gebouwd met in totaal 15 gebrandschilderde ramen, die de 15 geheimen van de Rozenkrans verbeelden. De uit Venlo afkomstige bisschop van Roermond, Laurentius Schrijnen, zegende de vergrote kapel in op 20 mei 1917.
De middelste absis met het verplaatsbare hoofdaltaar en de troon van het genadebeeld werd van voren en aan beide zijden afgesloten door de communiebank. De uitbouw aan de westzijde, in gebruik als kaarsenkapelletje, werd vervangen door een ingangsportaal, voorzien van tochtdeuren. Hierin werden gebrandschilderde ramen geplaatst, met daarop afgebeeld de laatste aanroepingen van de litanie van O.L. Vrouw van Loreto: Koningin der Engelen, der Aartsvaders, Profeten, Apostelen, Martelaren, Maagden, Belijders, Koningin zonder erfsmet ontvangen, Koningin van de H. Rozenkrans en Koningin van de vrede. Boven dit portaal werd een zangerskoor gerealiseerd. Een poort met hekwerk vormde de toegang tot de kapel. Boven in deze poort tussen het portaal en de kapel werden tegels gezet met de tekst: 'Ter nagedachtenis aan Mater Ancilla Sara Herlin die in 1631 op de puinhopen van het klooster in de Oode deze kapel liet bouwen. Het dankbare Venlo'. De deuren aan weerszijden van de kapel die tot dan toe als ingang hadden gediend, werden dichtgemetseld. Het altaar uit 1762 werd verplaatst naar de kruiskapel en vervangen door een nieuw met smeedwerk en een tabernakel. Sinds 1935 staat het genadebeeld op dit altaar. De vier grote ramen in het schip van de kapel werden voorzien van gebrandschilderd glas met voorstellingen uit het leven van Maria: de verloving met Jozef; de vlucht naar Egypte; de Heilige Familie te Nazareth; de dood van Jozef. Een rozetraam in het oksaal verbeeldde de kroning van Maria.
- Sinds de restauratie door Cuypers heeft de kapel geen ingrijpende aanpassingen meer ondergaan. De vaste eikenhouten communiebank (ca. 1700), bestaande uit vier panelen, is weggehaald en wordt ten dele in de kruiskapel, ten dele in de Martinuskerk in Venlo bewaard. In de rechterabsis kunnen kaarsen geofferd worden. In het jaar 2000 wil men deze zogenoemde kaarsenkapel met een aan de kapel verbonden atrium uitbreiden, opdat degenen die bidden niet meer gestoord worden door hen die kaarsen opsteken. Vanuit de linkerabsis is een toegang tot een klein portaaltje met de ingang naar de sacristie en buitendeur. Het hek uit de toegangspoort is weggehaald. De tegels met tekst bovenin deze poort zijn vermoedelijk aan het begin van de Tweede Wereldoorlog vervangen door een plaquette met de tekst: 'Lieve Moeder Dank voor de behouden thuiskomst. Bidt voor onze gevallen kameraden. 1940'.
- Aan de muren van het schip van de kapel hangen 14 kruiswegstaties, op doek geborduurd. De maker of maakster hiervan is onbekend. De staties zijn gedateerd 29-03-1919. Zeven ervan zijn geschonken door de Vereniging van Christelijke Moeders, zeven door het Comité van Nederlandse Bedevaarten.
- Het processie- en kruiswegpark werd wegens overlast door drugsgebruikers in de jaren negentig van de 20e eeuw gewoonlijk gesloten gehouden. Als het weer het toelaat is er op de zondagen in de meimaand om 8.30 uur, 10.00 uur en 11.00 een mis in de openlucht.
- Sinds enkele jaren is het kerkbestuur van de St. Martinusparochie in onderhandeling over de grond van het kruisweg- en processiepark. Dit wordt samen met de erachter liggende camping 'Ons Buiten' ingeklemd door gebouwen van kopieermachinefabrikant Océ-Van der Grinten. Ons Buiten werd in 1933 als speeltuin annex klein dierenparkje ('Klein Artis') gesticht door het kerkbestuur. Bedoeling was dat de leden van het plaatselijke patronaat zich daar in de buitenlucht - strikt gescheiden naar sekse - konden vermaken. De speeltuin raakte na de Tweede Wereldoorlog in verval en werd in 1956 verpacht aan C. Tabbers, die een camping inrichtte naast de speeltuin. Dit terrein werd in 1990 door het kerkbestuur aan Océ verkocht. In 1999 bestond onzekerheid over een verkoop van het kavel van het kruisweg- en processiepark aan Océ. Dit zou een verplaatsing van kruisweg, calvariegroep en altaar naar de andere zijde van de Urbanusweg tot gevolg kunnen hebben.
Cultusobject - Het gepolychromeerde eikenhouten beeld van O.L. Vrouw (102 cm hoog) dateert uit de eerste helft van de 17e eeuw (ca. 1630) en is vermoedelijk van een Zuid-Nederlandse maker. Maria draagt een scepter in haar rechterhand, op de linkerarm houdt zij haar kind vast, dat met zijn linkerhand een wereldbol omsluit. Moeder en kind dragen tevens in hun rechterhand een rozenkrans. De rechterhand van Jezus lijkt een zegenende beweging te maken. In 1985 is het genadebeeld gerestaureerd door Charles Wolders.
Verering Verering tot 1797
- Hoewel de eigenlijke kapel van Genooi uit 1631 dateert, is de verering van O.L. Vrouw op deze locatie mogelijk al van oudere datum. De kapel is gesticht door de overste van het Venlose annuciatenklooster, Sara Herlin, op de plaats van het klooster Mariëndael, waaruit de Venlose annuciatengemeenschap voortgekomen was. De cultus van O.L. Vrouw van Genooi zou een voortzetting kunnen zijn van de Mariaverering, verbonden aan de kapel van Mariëndael. Op een dergelijke ononderbroken traditie werd ook gezinspeeld bij de viering van het 'vijfde eeuwfeest' van de kapel in 1923. Details over die vroege verering zijn echter niet bekend.
- In 1632 werd Venlo opnieuw belegerd en ingenomen door Staatse troepen, onder aanvoering van stadhouder Frederik Hendrik. Zijn neef Willem van Nassau had kwartier gemaakt in de kapel van Genooi. Volgens de overlevering wilde de overste van de annunciaten het O.L. Vrouwebeeld uit de kapel in veiligheid laten brengen in haar eigen klooster, maar kreeg zij daarvoor geen toestemming. Hoewel de kapel in de schootslinie lag tussen het Staatse geschut op de Lichtenberg en het vestinggeschut op de stadsmuren, werd zij geraakt noch beschadigd. Hierin zagen vele Venlonaren het bewijs dat de kapel van Genooi waarlijk een heilige plaats was, die onder de bijzondere bescherming van O.L. Vrouw stond.
- In datzelfde jaar wordt melding gemaakt van de wonderbaarlijke genezing van de annunciate Gertrudis Basch. Zij leed aan een breuk en had met succes haar toevlucht gezocht tot O.L. Vrouw van Genooi.
- Vrijwel onmiddellijk na de stichting van de kapel kwam een pelgrimsstroom uit Venlo en nabije omgeving op gang om Maria's hulp, bijstand en troost te verzoeken. De aanbouw die in 1757 aan de westzijde van de kapel werd gerealiseerd, wijst erop dat de kapel niet langer berekend was op de steeds groeiende stroom pelgrims. De kapel geldt van oudsher in de eerste plaats als spiritueel toevluchtsoord voor de Venlose bevolking. Gebedsintenties waren en zijn van uitleenlopende aard, maar vooral bij ziekte en rondom de geboorte van kinderen werd - en wordt - de hulp van O.L. Vrouw van Genooi ingeroepen. Daarom voelden en voelen vooral vrouwelijke pelgrims zich verbonden met deze devotionele traditie, die van moeder op dochter is doorgegeven. Zij die genezen waren van hun kwalen, hingen hun banden en krukken als ex-voto's op in de kapel. Deze sierden het oorspronkelijke hoge, tot aan het plafond reikende altaar. In elk geval sinds de Tweede Wereldoorlog worden zulke votiefgeschenken niet meer achtergelaten. Wel bevinden zich in het voorportaal van de kapel vele votiefplaten met gebedsintenties en dankzeggingen.

1797-1900
- Gedurende de Franse overheersing werden de bezittingen der annunciaten, net als die van de andere religieuze gemeenschappen in Venlo, geseculariseerd. Op 24 februari 1797 werden de zusters onder protest uit hun klooster gezet, dat, net als de kapel van Genooi en de Genooierhof, overging in particulier bezit. Enkele Venlonaren wisten te bewerkstelligen dat het gebeente van zr. Agnes naar de kapel van Genooi overgebracht mocht worden. Hiermee werd impliciet de band tussen de verjaagde annunciaten en de stad Venlo bekrachtigd. Mogelijk werd de devotie voor O.L. Vrouw van Genooi versterkt, nu er ook pelgrims het graf van ⟶ Agnes Huyn bezochten, op wier voorspraak sinds haar dood verschillende wonderbaarlijke genezingen zouden hebben plaatsgevonden.
- In 1819 kwam de kapel weer in handen van de annunciaten. Tien jaar later schonken de negen nog in leven zijnde zusters de kapel met de ernaast gelegen boerderij en schuur aan de parochie St. Martinus te Venlo. De toenmalige pastoor, tevens deken van Venlo, Carolus Theodorus Schrijnen, stond te boek als een vurig vereerder van O.L. Vrouw van Genooi. Hij speelde niet alleen een belangrijke rol bij de overdracht van de kapel, maar bracht vervolgens de cultus rond de kapel tot grote bloei. Met het aanvaarden van de schenking had het kerkbestuur zich verplicht tot het behoud en het onderhoud van de kapel. Ook beschouwde het kerkbestuur het als haar bijzondere plicht om ervoor te zorgen dat de bevolking van Venlo trouw bleef in haar verering van O.L. Vrouw van Genooi.
- Sinds 1838 werd in Venlo jaarlijks rond 8 december (Maria Onbevlekt Ontvangen) een noveen gehouden door veel inwoners. Dat was een uitvloeisel van de eerste grote volksmissie in deze stad, gehouden door de redemptoristen in 1836. Dat de kapel in 1846 opnieuw verbouwd moest worden en dat er in datzelfde jaar een nieuwe kapel aan de Genooierhof werd aangebouwd, wijst op een groeiende stroom pelgrims. Deels trokken zij er op eigen gelegenheid naartoe, deels mogelijk ook met georganiseerde processies.
- In 1892 werd de kapel beschreven en blijkt het beeld in een nis in het midden van het altaar te staan, omgeven door zilveren votiefgeschenken. De kapel beschikte over een kleine aanbouw 'waarin de kaarsen welke men offert, worden aangestooken; hier bevinden zich nog twee beelden, een der H. Elizabeth onder welk beeld men de windsels, krukken enz. van die hier genezen zijn [op voorspraak van Maria] ophangt (...)'. Verdere details over de 19e-eeuwse cultus-praktijk ontbreken.

1900-1945
- Ook in de 20e eeuw werd de devotie tot O.L. Vrouw van Genooi krachtig gestimuleerd door de pastoor-dekens van Venlo, vooral door Math. Bauduin en J.L.A. van Oppen. In verband met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werden in augustus en september 1914 twee processies naar Genooi gehouden. Aan de eerste namen naar schatting meer dan 6000 mensen deel. Het was een dankbetuiging aan Maria vanwege het behoud van vrede in Nederland en om een algemene vrede in Europa op voorspraak van Maria te bewerkstelligen. Gedurende de eerste jaren van deze wereldoorlog werden er op 8 september, de feestdag van Maria Geboorte, processies naar de kapel gehouden vanuit de stad. In 1915 zocht Bauduin namens het kerkbestuur architect Cuypers aan voor de restauratie van de kapel. In zijn optiek was Genooi 'een der grondpilaren van dat aloude gebouw van Maria-verering, opgebouwd door de eeuwen uit het hechte cement der liefde'.
- Voor de laatste verbouwing van de kapel, in 1917, werd het genadebeeld overgebracht naar de St. Martinuskerk in Venlo. Daar werd het op zondag 20 mei van datzelfde jaar plechtig gekroond door bisschop Schrijnen. Naar verluidt waren de kronen waarmee Moeder en Zoon getooid werden, vervaardigd van de vele gouden en zilveren ex-voto's die door dankbare pelgrims op het altaar gehangen waren. De volgende dag trokken duizenden mensen - aldus berichten in de toenmalige pers - in een plechtige processie mee toen het beeld teruggebracht werd naar de gerestaureerde en vergrote kapel. Het beeld zelf werd gedragen door zes 'maagden', die in het blauw gekleed gingen en witte sluiers droegen. Zij werden omgeven door 'een onafzienbaren stoet van bruidjes in het wit met palmtakken en bloemen'. Nadat de herstelde en vergrote kapel in 1917 weer in gebruik genomen kon worden en het genadebeeld door de Roermondse bisschop Schrijnen gekroond was, brak een periode aan waarin bedevaarten en processies naar de kapel werden geïntensiveerd. Bauduin was tevens degene die in 1923 het initiatief nam tot de viering van het 'vijfde eeuwfeest' van de kapel. Daarmee werd een ononderbroken traditie gesuggereerd tussen de in 1631 gebouwde Kapel van Genooi en haar directe voorgangster, de kapel van de kleine franciscaanse tertiarissengemeenschap die zich in 1423 in Genooi had gevestigd. De leden van de afdeling Venlo van de R.K. Werkliedenvereniging bezochten - in elke geval tijdens de jaren twintig - jaarlijks in mei de kapel.
- Deken van Oppen droeg zorg voor de uitgifte van bidprentjes met de beeltenis van O.L. Vrouw van Genooi. Op een van die prentjes stond het schietgebedje 'Onze Lieve Vrouw van Genooi. Bid voor ons' afgedrukt, waaraan de bisschop van Roermond in 1934 een aflaat van 50 dagen verbond. Tijdens de algemene biddag in het bisdom op 6 september 1936 werd het dekenaat Venlo aan Maria toegewijd. Op voorstel van Van Oppen werd deze toewijding uitgedrukt en gevierd met een processie naar Genooi. Hieraan namen alle parochies en rectoraten deel, alsook (afvaardigingen van) rooms-katholieke organisaties uit Venlo en omstreken (Beesel, Belfeld, Blerick, Reuver, Steijl, Tegelen, Arcen en Velden). Vanaf het Mgr. Nolensplein trok de processie, die naar schatting zo'n 10.000 deelnemers telde, hardop biddend naar Genooi. De samenstelling van de processie was voorafgaand aan de biddag in de Nieuwe Venloosche Courant gepubliceerd. Eindpunt was het terrein van Ons Buiten, waar een altaar met daarop het genadebeeld opgesteld stond. Hier omheen werden de vaandels en vlaggen van de verenigingen en organisaties geplaatst. Deken van Oppen ging voor in gebed en maande de aanwezigen om zich met al wat hun toebehoorde, de stad en het dekenaat, aan Maria toe te wijden.
- Twee jaar later bestempelde hij Venlo als 'Mariastad'. Een in die tijd in de St. Martinuskerk ontdekte koperen plaat uit 1690 met daarop een beeltenis van O.L. Vrouw die volgens Van Oppen sprekend op het Genooise genadebeeld leek, was voor hem het bewijs van een langdurige lokale traditie van diepe Mariaverering. Het randschrift van de afbeelding op de plaat luidde namelijk 'SanCta DEI genItrIX, VENLonensIUM SaLVatrIX' (Heilige Moeder van God, Beschermster der Venlonaren). Het chronogram levert het jaartal 1690. Om de devotie tot O.L. Vrouw van Genooi verder te bevorderen, onderzocht Van Oppen eind jaren dertig, begin jaren veertig eveneens de vermeende wonderbaarlijke genezing van een jonge vrouw uit Nederweert. Naar eigen zeggen was zij door een bezoek aan de kapel genezen van een aandoening aan been en heup, die artsen niet precies konden diagnosticeren maar waardoor zij al geruime tijd niet kon lopen. Informatie van derden overtuigde hem ervan aan het relaas van de jonge vrouw verder geen geloof te hechten.

1945-heden
- Na de Tweede Wereldoorlog werd, ter herdenking van de bevrijding, jarenlang op 1 maart, bevrijdingsdag voor Venlo, een stille tocht naar de kapel van Genooi gehouden. Deelnemers aan deze tocht woonden daar het lof bij en baden de rozenkrans. Dit gebruik heeft tot ongeveer eind jaren zestig standgehouden. In 1947 werd er een processie gehouden van de stad naar de kapel in Genooi om de bijstand van O.L. Vrouw af te smeken, omdat de gewassen niet wilden groeien.
- Hoewel de verering van O.L. Vrouw van Genooi nooit aan vaste tijdstippen gebonden was, was (en is) deze het meest intensief gedurende de maanden mei en oktober, en op de mariale feestdagen (Maria Tenhemelopneming op 15 augustus; Maria Geboorte op 8 september; Maria Onbevlekt Ontvangen op 8 december). Traditiegetrouw trok ter gelegenheid van het feest van Maria Tenhemelopneming een processie vanuit de parochiekerk St. Martinus via de Maaskade en de St. Urbanusweg naar de Genooise kapel. Behalve het H. Sacrament (in monstrans en onder baldakijn) werd dan ook het genadebeeld van O.L. Vrouw van Genooi meegedragen, dat de avond tevoren uit de kapel was gehaald. Op verschillende plaatsen stonden rustaltaren waar de zegen werd gegeven. Deelnemers waren doorgaans lid van de Mariacongregatie of andere broederschappen, van jeugdverenigingen of muziekverenigingen. Gedurende de eerste helft van de 20e eeuw was het gebruikelijk dat gezinnen zich tenminste eenmaal in de meimaand voltallig naar de kapel begaven om O.L. Vrouw van Genooi te eren en via haar de bescherming over het eigen gezin af te smeken. Op de eerste zondag in mei trok de Venlose fanfare onder het spelen van meiliederen vanuit de stad naar de kapel om O.L. Vrouw van Genooi te eren. Met de fanfare trok een grote groep mannen en jongelingen in optocht mee. Groepsgewijze bedevaarten, georganiseerd door verschillende standsorganisaties, werden vooral in de jaren dertig geïntensiveerd.
- In november 1970 werd een anti-abortuspelgrimage gehouden naar de kapel, waaraan zo'n 100 Venlonaren deelnamen. Nochtans is gedurende de laatste decennia de cultus sterk geïndividualiseerd. Zeker de Venlonaren die door de week een bezoek aan de kapel brengen, komen op eigen gelegenheid. In de jaren tachtig werden naar schatting tussen de 100.000 en 150.000 kaarsen per jaar opgestoken in de kapel. Bij de viering van het 350-jarig jubileum in 1981 werd een boek en een grammofoonplaat uitgegeven. Op kerkelijke of persoonlijke, familiale hoogtijdagen komen bezoekers nog wel groepsgewijs, meestal in gezins- of familieverband. Dit kan gezien worden als een belangrijke karakteristiek en ook constante van de 20e-eeuwse devotie van O.L. Vrouw van Genooi, die ook in liederen en gedichten wordt onderstreept:

Kepelke van Genuë (Het Kapelletje van Genooi
wae geit Wie gaat
as echte Venlonaer Als echte Venlonaar
allein of smeis mit vrouw of kind Alleen of vaak met vrouw en kind
neet gaer enne kiér daohaer.' daar niet graag een keer naartoe)
(fragment uit gedicht van M. Meelkop, 17 maart 1981, t.g.v. het zilveren priesterfeest van Mod. L. Martens)

- Dat deze cultus gedurende de 20e eeuw in de eerste plaats sterk gekoppeld werd aan de familie, en vervolgens aan standsorganisaties en verenigingen, vormt mogelijk een verklaring voor het feit dat tot op heden relatief veel mannelijke pelgrims de kapel frequenteren. Opmerkelijk is voorts dat de kapel van Genooi in de ogen van veel bedevaartgangers, die zelf te kennen geven niet meer in de kerk te komen, beschouwd wordt als een soort 'spirituele vrijplaats', niet gebonden aan kerk of clerus. Bezoekers van alle leeftijden en ook van andere geloofsovertuigingen vinden de weg naar dit genadeoord.
- Vooral in de meimaand wordt de kapel ieder weekend door naar schatting 2.000 mensen bezocht. Op zondag wordt dan driemaal de mis opgedragen, bij goed weer in het kruiswegpark. Van oudsher organiseren de fanfarekorpsen van Venlo en Velden bedevaarten naar Genooi. De Veldense fanfare voert 's ochtends rond 7.00 uur een processie aan naar het kruiswegpark, waar om 8.30 de eerste mis wordt opgedragen. Leden van de parochie O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen komen jaarlijks op Tweede Pinksterdag samen in het kruiswegpark voor de eucharistieviering. Na afloop brengen pastoor en parochianen in processie het Allerheiligste terug naar de Kapel van Genooi. De bloemen die het altaar in het kruiswegpark hebben gesierd, worden bij het genadebeeld in de kapel geplaatst. Met ingang van 1999 wordt op 15 augustus voortaan ook weer de 'kroêdwis' in de kapel gezegend, een bosje kruiden dat gezondheid, goede oogst en bescherming bij onweer heet te geven.
- Sinds meer dan zeventig jaar staat O.L. Vrouw van Genooi ook centraal bij het jaarlijkse ziekentriduum. Het beeld krijgt een ereplaats in de grote tent op de camping 'Ons Buiten', waarin dit tegenwoordig plaatsvindt. Hieraan hebben de afgelopen jaren telkens zo'n 200 personen deelgenomen. Het triduum wordt afgesloten met een kaarsenprocessie in de tent en een ziekenzalving. Ook bij belangrijke kerkelijke plechtigheden in Venlo zelf wordt aan dit Mariabeeld nog altijd een belangrijke rol toebedeeld. In augustus 1998 werd het beeld in processie van de dominicanenkerk Mariaweyde naar de St. Martinuskerk gebracht. Daar zegende de bisschop van Roermond, mgr. F. Wiertz, tot slot van de pontificale hoogmis een ander Mariabeeld in, namelijk een nieuw beeld van O.L. Vrouw van Ingendael, waarvan het origineel in 1647 verloren is gegaan.
- Tot het einde van de jaren tachtig vonden er in de kapel nog doopplechtigheden plaats. Daaraan is een einde gekomen om ervoor te zorgen dat de kapel ook feitelijk de rust aan pelgrims kan blijven bieden die zij er zoeken. Om dezelfde reden worden plechtigheden ter gelegenheid van jubilea of andere feestelijke gebeurtenissen uitsluitend door de week gepland. Behalve de eucharistievieringen op zaterdagavond en zondagochtend zijn er in het weekend geen diensten.
Materiële cultuur - Diversen: 1 Een glas-in-loodraam met de beeltenis van O.L. Vrouw van Genooi was in 1998 bij de parochie verkrijgbaar; 2 een replica van het beeld van O.L. Vrouw van Genooi is aanwezig in vele Venlose huishoudens; 3 vaandel; 4 in 1981 werd ter gelegenheid van het 350-jarig jubileum een singletje uitgegeven van het 'Lied van Onze Lieve Vrouw van genooi', 'Ave Maria', 'Maria Onbevlekte Keunegin' en 'In en oêt', gezongen door het Venloos Vocaal Ensemble onder leiding van Jan Timp (Venlo: Comité Kapel Genooi; geperst onder Da Capo nr. 8019; 5 in 1999 schonk een echtpaar uit Venlo voor het Mariabeeld een nieuwe mantel, die werd vervaardigd door de paramentengroep van de St. Martinusparochie.
- Medailles: in het Limburgs Museum zijn twee medailles van O.L. Vrouw van Genooi (nr. G3725 en G11069) aanwezig.

Devotioneel drukwerk
- Bedevaartvaantje: rechthoekig vaantje met afgebeeld het beeld van O.L. Vrouw van Genooi, een wegkruis, de kapel zelf, de Martinuskerk, het processiekerk en de speeltuin, behorend bij camping 'Ons Buiten'; de tekst op de banderolle luidt: 'Aandenken aan O.L. Vrouw van Genooi Venlo' en 'O.L.V. van Genooi bid voor ons', veelkleurige steendruk op papier, 20e eeuw, 15,5 x 30,8 cm; ex. in collectie redemptoristen Roermond en Limburgs Museum nr. G3332).
- Prentjes: gekleurde tekening (6 x 8,5 cm) door Jeanne Hebbelynck, opgenomen in Welters (1937), zie onder B.
- Boek: 't Kepelke van Genuë (1981), met de geschiedenis van kapel, zie onder Bronnen.
Bronnen en literatuur Archivalia: Venlo, gemeentearchief: parochiearchief H. Martinus, inv. Nrs. 463, 466, 472, 475, 614-617; negatievencollectie inv. nr. 726.52. Maastricht, Rijksarchief in Limburg: collectie Goossens, inv. nrs. 246 en 251.
Literatuur: Zie ook bij ⟶ Genooi, Agnes Huyn; H. Welters, 'Het Maria-beeld en de Maria-kapel te Genooi onder Venlo', in: Maria's heiligdommen in Nederland en België ('s-Hertogenbosch: Katholieke Illustratie, 1881) p. 253-255; H. Michels, 'Het oud klooster "in de Oode" bij Venlo en de oude kapel', in: De Maasgouw 14 (1892) p. 21, vermelding windsels en ex-voto's; H. Knippenbergh, 'Een vroom Venloosch gebruik. Fanfare-tocht naar de kapel te Genooi', in: Limburg's Jaarboek 18 (1912) p. 157-160; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland (Amsterdam: Bekker, 1904-1914) dl. 7, p. 397-402; dl. 8, p. 309-310, 506, 524-525; 'Processie naar Genooy', in: Limburger Koerier, 10 september 1914, p. 2; 'De feesten van O.L.V. van Genooi', in: Katholieke Illustratie 51 (1916-1917) p. 471; M.Hub.H. Michels, Geschiedenis der Lorettokapel te Genooi en de daarmede in verband staande geschiedenis der kloosters Mariëndaal te Genooi en Trans Cedron te Venlo, benevens de levensbeschrijving van zuster Agnes Maria Huyn van Amstenrade etc. (Venlo: H. Lebesque, 1917); Math. Bauduin, 'Genooi' bij het vijfde eeuwfeest (Venlo: H. Lebesque, 1923); J. Bloemen, 'Limburg's bedevaartplaatsen. Het Loretto kapelke te Genoy', in: De Nedermaas 7 (1929-1930) p. 59, 66-67; 'Werkzaamheden in Genooij [aan processiepark]', in: Mooi Limburg 18 april 1931, p. 13; 'De Kruiswegstaties in 't Processiepark te Genooi', in: St. Martinusklokje 8 september 1934; 'Dekenaat Venlo aan Maria. Een bedetocht naar Genooi's kapelletje', in: Limburger Koerier, 5 september 1936; J.H.A. Mialaret, De Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel V. De Provincie Limburg, tweede stuk: Noord-Limburg (Den Haag: Algemeene Landsdrukkerij, 1937) p. 154-155; J.R.W. Sinninghe, Limburgsch Sagenboek (Zutphen: Thieme, 1938) p. 122-123; J.L.A. van Oppen, De Genooierkapel toegewijd aan Onze Lieve Vrouw 'Hulp der Christenen'. Voorheen en thans (Venlo: z.n., 1938); Gerard Lemmens, De legendenkrans voor Maria (Maastricht: 'Veldeke', 1947) p. 166; Gerard Lemmens & Leo Herberghs, Maria in Limburg. Sprakeloze vertellingen (z.p.: Corrie Zelen, 1978) p. 59-60, naar Lemmens (1947); 't Kepelke van Genuë. Uit de geschiedenis van de kapel van Onze Lieve Vrouw van Genooi 1631-1981 (Venlo 1981); August Faldera, Venlo en de Venlonaren voor een halve eeuw (Maasbree: De Lijster, 1981, herdruk van 1928) p. 23; Albert Lamberts, Venlo binnen en buiten zijn muren (Venlo: Uitgeversmaatschappij Dagblad voor Noord-Limburg, 1984) p. 97-104; Sef Derkx, Pelgrimstochten. bedevaarten vanaf de middeleeuwen (Venlo: Goltziusmuseum, 1986) p. 13; E. Tielemans, Volksgeneeskunde in Limburg. Een bibliografie (Limbricht: Limburgs Volkskundig Instituut, 1986) nrs. 77, 165, 221; Renaat van der Linden, Maria bedevaartvaantjes. Verering van Onze-Lieve-Vrouw op 1175 vaantjes (Brugge: Tabor, 1988) p. 116; J.M.A. Vercauteren, Maria in Limburg. Vroomheid rond miraculeuze beeltenissen (Weert: Gemeentelijk Museum voor Religieuze Kunst Jacob van Horne, 1989); A. Toelen, Geloof in gips. Massaproducten van religieuze voorstellingen, 3 dln. (Nijmegen: doctoraalscriptie KUN, 1992), gipsen Mariabeeldjes; J.W.J. Berghs, Fr. J. Hermans & P.P.M. Huys ed., Monumenten in Venlo en Blerick (Venlo: Gemeentearchief Venlo/Gemeentelijke Monumentencommissie, 1993) p. 90-91; Adri Gorissen & Ragdy van der Hoek, Venloclopedie. Encyclopedie voor Venlo (Venlo: Gorissen & Van der Hoek, 1992) p. 48, 64. E. Gemmeke, Vaderlandse Vromen. Over Nederlandse heiligen en (kandidaat-)zaligen (katern bij Een-twee-een, 21,1 (22 januari 1993) p. 25; Herman Andriessen e.a., Kapellen onderweg. Hedendaagse spiritualiteit in Limburgse Maria-legenden (Baarn: Gooi & Sticht, 1996) p. 82-85; Guido Elias & Berst Stienaers, Bedevaarten. Voor pelgrim en toerist (Roeselaere/Baarn: Globe/De Fontein, 1997) p. 140-141; W. Meulenkamp & P. de Nijs, Buiten de kerk. Processieparken, Lourdesgrotten en Calvariebergen in Nederland en België (Nieuwegein: Aspekt, 1998) p. 218; 'Beelden processiepark mogelijk naar kapel Genooi', in: Dagblad de Limburger 12 februari 1999; L. Bukkems, 'Nieuw leven voor een oude traditie', in: Dagblad de Limburger, 4 augustus 1999.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Genooi-O.L. Vrouw van Genooi; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993); Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland, parochiedossier H. Martinus Venlo; mondelinge informatie van mevrouw M.C. Faessen-Hovens, 15 augustus 1996 en 1 juni 1997; gesprek met kapelaan L. Brueren, 16 oktober 1998.


  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<