Amerongen, H. Cunera

Cultusobject: H. Cunera
Datum: 12 juni
Periode: 15e eeuw (?) - eerste helft 17e eeuw
Locatie: Parochiekerk van het H. kruis en St. Andries (thans N.H.)
Adres: Andrieskerkhof 16, Amerongen
Gemeente: Amerongen
Provincie: Utrecht
Bisdom: Utrecht
Samenvatting: Kleine bedevaartplaats voor de heilige Cunera die tot in de 17e eeuw vereerders heeft getrokken. Het ontstaan van de cultus staat mogelijk in verband met de nabijgelegen grote Cunerabedevaartplaats -> Rhenen.
Auteur: Francis van Heekelen
Illustraties:
Topografie - Het is niet duidelijk of de H. Kruis- en St. Andrieskerk (thans N.H.) de plaats vormde waar de Cunerabedevaart (of de viering van de Cuneradag) zich heeft afgespeeld.
- De kerk, gelegen op de laatste uitlopers van de Utrechtse heuvelrug, is een driebeukige, voornamelijk uit baksteen opgetrokken, pseudobasiliek uit de 15e eeuw. Met de bouw was men in de 13e eeuw begonnen, maar de branden waardoor het dorp werd getroffen, hebben van de eerste kerk weinig overgelaten. Tijdens de restauratie van 1990-1992 zijn van de oorspronkelijke tufstenen kerk nog enkele restanten teruggevonden. De toren, die gebouwd is naar voorbeeld van de Utrechtse domtoren, dateert uit de eerste helft van de 16e eeuw.
- Dekker suggereerde in 1983 dat er mogelijk een verband tussen de kerk van Amerongen en de kerk van Rhenen (als moederkerk) heeft bestaan, maar kon daar toen geen verdere aanwijzingen voor vinden. Mogelijk dat de Cuneracultus in Amerongen toch nog een indicatie is voor een bepaalde band met de ⟶ Rhenense Cunerakerk.
- Reeds in 19e eeuw zijn in de kerk wandschilderingen uit de 15e en het begin van de 16e eeuw aangetroffen die echter met een witte laag werden weggesaust. Bij de recente restauratie zijn de fresco's weer blootgelegd. Op de oostmuur van de noorder zijbeuk bevinden zich restanten van schilderingen uit 1450 (?) waarop Cunera te zamen met St. Ursula is afgebeeld. De schildering bevindt zich ongeveer drie meter boven de kerkvloer. De oorspronkelijke afmetingen zijn 150 cm hoog bij 173 cm breed. Op de fresco is de wurging van Cunera te zien. Zij staat temidden van twee vrouwenfiguren, met om haar hals een witte doek, waarvan de uiteinden zich in de handen van de beide vrouwen bevinden.
Cultusobject - De verering geldt de dochter van Aurelius, koning der Orkneyeilanden die, volgens de ene overlevering in 337 en volgens een andere in 451, in gezelschap van de befaamde Ursula en de elfduizend maagden op de terugweg van hun bedevaart naar Rome, in Keulen door hunnen werd verrast. Dankzij ingrijpen van de vorst Radbod wist zij te ontkomen aan het lot der anderen, die allen werden gedood. In Radbods hoofdplaats Rhenen wekte Cunera de afgunst van diens echtgenote en werd zij terwijl Radbod en de zijnen op jacht waren - volgens één der overleveringen op 28 oktober 454 - door de koningin en haar kamenier geworgd met een 'dwele' (een doek), waarna zij in een stal werd begraven. Teruggekomen weigerden paarden die stal binnen te gaan, waarna Cunera's graf werd gevonden. Cunera kreeg Radbods paleis als grafplaats, de koningin stortte zich uitzinnig van de Grebbeberg af en de kamenier werd verbrand. Een tijd later 'verhief' Willibrord de heilige (de worgdoek bevond zich nog ongeschonden rond de hals) en stichtte zo het heiligdom in Rhenen. Het was met name de dag van deze 'verheffing' die werd gevierd, 12 juni (St. Odulphusdag, regelmatig als datering van Cunera-activiteiten genoemd). Op basis van verschillende elementen in haar legende werd en wordt Cunera vereerd wegens keelkwalen (de wurging) en als patrones van het vee (de paarden).
- De aanwezigheid van een beeld of reliek van Cunera is niet bekend.
Verering - Van de verering van Cunera in Amerongen wordt in de bronnen slechts op zeer summiere wijze melding van gemaakt. Van de bedevaart naar Cunera in het op acht kilometer afstand gelegen ⟶ Rhenen is bekend dat deze waarschijnlijk al voor de tweede helft van de 15e eeuw op gang kwam. Tot aan de hervorming zou op 12 juni ook in Amerongen Cuneradag zijn gevierd. Het is goed mogelijk dat bedevaartgangers Amerongen als tussenstation gebruikten op weg naar Rhenen, of dat het dorp onderdeel uitmaakte van de processie die vanuit Rhenen ondernomen werd langs staties die stonden opgesteld bij Elst, Prattenburg, Achterberg en waarschijnlijk de Cuneraheuvel even buiten de Bergpoort van de stad.
- Hoewel de reformatie in de meeste plaatsen een einde maakte aan de officiële heiligenverering, werd nog in 1606 door de afgevaardigden van de Synode van Utrecht een vermaning opgesteld waarin zij zich beklagen over een bedevaart die op de feestdag van Cunera (12 juni) in Amerongen zou zijn gehouden: '(...) dat oock de superstitien van St. Cunerendach de religie' grooten affbreuck doen'. Deze passage doet vermoeden dat na het verdwijnen van de officiële Cuneracultus te Rhenen een nieuwe, clandestiene bedevaart naar Amerongen was ontstaan.

Bronnen en literatuur Archivalia: Utrecht, Rijksarchief in Utrecht: synodale acta.
Tekstedities: J. Reitsma en S.D. van Veen ed., Acta der Provinciale en partiuliere synoden. Gehouden in de Noordelijke Nederlanden gedurende de jaren 1572-1620, dl. 6 (Groningen: J.B. Wolters, 1897) p. 300, 320.
Literatuur: N.C. Kist, 'De Reenensche Kunera-legende in betrekking tot die van Sinte Ursula en de 11.000 maagden', in: Kerkhistorisch Archief (1859) p. 3-48; J.A.F. Kronenburg, Neerlands heiligen in vroeger eeuwen, dl. 2 (Amsterdam: F.J.H. Bekker, 1898) p. 8-24; J.J. Maris, 'Van Sinte Kuneren Vaert', in: Jaarboek Oud-Utrecht 1945/46, 214-215; C. Dekker, Het Kromme Rijngebied in de middeleeuwen. Een institutioneel-geografische studie (Zutphen: Walburg Pers, 1983) p. 312-313; M.A. Prins-Schimmel en G.E. van Leersum, Langs de oude Utrechtse kerken (Baarn 1975); Brochure van de Andrieskerk te Amerongen, samengesteld door de Kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente Amerongen (Amerongen 1992); Bert Jonker, 'Muurschilderingen in de Andrieskerk te Amerongen', in: Monumenten 12 (1992) p. 8-13.
Overige bronnen: BiN-dossier Amerongen.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<