HomeDatabankenBedevaarten

Enschede, Alphons Ariëns

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Alphons Ariëns
Datum: Derde zondag in november
Periode: 1955 - heden.
Locatie: Ariënskapel in het voorportaal van de parochiekerk van St. Jacobus de Meerdere
Adres: Langestraat 51, 7511 HB Enschede
Gemeente: Enschede
Provincie: Overijssel
Bisdom: Utrecht
Samenvatting: Vanaf 1955, toen het Twents Ariënscomité werd opgericht, is in Enschede sprake van een georganiseerde Ariënsherdenking en -verering. Vooral op de jaarlijkse gedenkdagen komen ook vereerders van buiten Twente naar de Ariënskapel. Herdenking en verering dienen mede ter ondersteuning van de zaligverklaring van Alphons Ariëns waarvoor verschillende comité's die zijn naam dragen zich inspannen.
Auteur: Peter de Haan
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Op 16 juni 1934 werd ter nagedachtenis aan Ariëns in Enschede een bronzen standbeeld onthuld, maar een jaarlijkse herdenking kwam daar pas goed op gang na de bouw in 1955 van een nieuwe aan het H. Hart gewijde kerk aan de Hogelandsingel 41, die sinds ca. 1974-1975 ook Ariënsgedachteniskerk werd genoemd en als zodanig tot 1994 in gebruik is gebleven. Aan de buitengevel van deze kerk, boven de ingang, werd een stenen Ariënsbeeld (ca. 150 cm) geplaatst. Enkele malen heeft in deze kerk ook de Ariënsherdenking plaatsgevonden.
- Sinds 1994 wordt de gedachtenis aan Ariëns in Enschede levend gehouden in een kapel, die ingebouwd is in het voorportaal van de markante St. Jacobuskerk uit 1932-1933. De kerk, ontworpen door de architecten Valk en Sluijmer staat centraal in de stad, direct aan de Markt, schuin tegenover de 13e-eeuwse N.H. kerk.
De Ariënskapel, min of meer onder het raam van Ariëns vroegere werkkamer in de pastorie, is ontworpen door architect J.H. Sluijmer, zoon van een van de bouwheren van de Jacobuskerk. De kapel meet ongeveer vijf bij drie meter. Voorin aan de wand die grenst aan de kerk hangt centraal een portret van Ariëns, met aan de rechterzijde een kruisbeeld. Op korte afstand van het portret staat een kaarsenstandaard. Twee bidstoelen bieden gelegenheid tot persoonlijk gebed. Twee lezenaars met een intentieboek en een boek over Ariëns flankeren het portret. Aan de twee zijwanden hangen respectievelijk een beschrijving van de levensloop van Ariëns en de tekst van een toespraak van hem uit 1895 tot de Katholieke Kring te Amersfoort. Achterin de kapel is een vitrine geplaatst. Daarin bevinden zich naast twee relieken (een ingepakt fragment van zijn toog, bevestigd door kardinaal Alfrink, 'Ex vestibus Servi Dei', en een ronde theca ø 3 cm, 'Ex indo S.D. Alph. Ariëns') krantenknipsels met betrekking tot herdenkingsbijeenkomsten, monografiën over Ariëns, een marmeren replica van Ariëns' grafsteen en enkele bidprentjes ook enkele originele schuldbekentenissen van de hand van Ariëns. Een toog en een bidstoel van Ariëns uit het bezit van de H. Hartkerk zijn naar de Jacobuskerk overgebracht.
- In de Mariakapel van de kerk hangt de zilveren 'adviseursketen' van Ariëns. Deze keten, van de hand van Brom (Utrecht), kreeg Ariëns bij zijn 12,5-jarig priesterjubileum in 1895 als blijk van waardering van de Katholieke Arbeidersbeweging. In zijn testament gaf Ariëns de keten aan de KAB terug, die het op zijn beurt weer aan de kerk in bruikleen gaf. Kardinaal Alfrink plaatste het ceremonieel in de door edelsmid W. Fitzthum (Oldenzaal) vervaardigde reliekhouder.
- Het in 1934 onthulde standbeeld van Ariëns staat op het Ariënsplein (pal voor het vroegere r.k. ziekenhuis, thans Medisch Spectrum Twente). Tot enkele jaren geleden werd ter afsluiting van de herdenkingsplechtigheid in een stille tocht naar deze plek getrokken, waarna een krans bij het beeld werd gelegd.
Cultusobject - Alphonse Marie Auguste Joseph Ariëns werd geboren op 26 april 1860 te Utrecht. Hij volgde van 1870 tot 1876 het gymnasium te Rolduc. Aldaar doorliep hij ook het tweejarig filosoficum. Hij studeerde van 1878 tot 1882 theologie op het aartsbisschoppelijk seminarie te Rijsenburg en werd in 1882 tot priester gewijd. Zijn theologiestudie te Rome (1882-1885), aan de Dominicaanse universiteit 'Minerva', rondde hij af met een promotie. Aansluitend kwam hij gedurende een jaar in contact met de sociale toestanden in Italië, vooral in Rome en op Sicilië. In Turijn ontmoette hij de priester Don Bosco. Tijdens zijn verblijf in Italië trad hij toe tot de Derde Orde van Sint Franciscus. In 1886 werd hij benoemd tot kapelaan te Enschede. Daar zette hij zich in tegen de toen heersende sociale misstanden.
In tegenstelling tot andere initiatieven in die tijd waarbij het episcopaat op krachtige wijze de leiding hield, stimuleerde hij de oprichting van arbeidersverenigingen waarbij de arbeiders zelf de leiding hadden. In 1889 stichtte hij de R.K. Werkliedenvereeniging, waaruit later de Katholieke Arbeiders Beweging is voortgekomen. In 1895 kwam op zijn initiatief de Vakbond 'Unitas' tot stand, een federatie van katholieke en protestantse arbeidersverenigingen. In hetzelfde jaar richtte hij een katholieke drankbestrijdingsorganisatie op, waaruit later de nationale vereniging Sobriëtas is voortgekomen.
In 1894 richtte hij in Haaksbergen met een veertigtal in zijn ogen onrechtmatig ontslagen arbeiders de coöperatieve textielfabriek 'De Eendracht' op. Deze coöperatie leidde een wankel bestaan en ging in 1901 ten onder als gevolg van een steeds groter geworden schuldenlast. Ter delging van de ontstane schulden verkocht Ariëns zijn door edelsmid Jan Brom vervaardigde kelk. Deze kelk was hem geschonken door zijn familie bij gelegenheid van zijn priesterwijding.
Van 1901 tot 1908 was hij pastoor te Steenderen. In die periode was hij lid van de Staatscommissie die naar aanleiding van de spoorwegstakingen van 1903 de positie van de spoorwegarbeiders moest onderzoeken. Hij richtte zich toen ook op de bevordering van de godsdienstige en cultureelmaatschappelijke belangstelling binnen de katholieke gemeenschap. Vooral toen hij pastoor was te Maarssen (1908-1926) bezielde hij allerlei nationale bewegingen op dat terrein, zoals de katholieke vrouwenbeweging, het Geert Grote Genootschap en het missiewerk.
Tussen 1910 en 1914 werd hij bestreden door de zogenaamde 'integralisten' maar in november 1919 kreeg hij eerherstel met zijn benoeming tot Geheim Kamerheer van de paus. Bij die gelegenheid schonk de parochie hem zijn oude priesterkelk weer terug. De merkwaardige lotgevallen van deze kelk, die thans wordt bewaard in een nis van het transept van de H. Hartkerk te Maarssen, hebben in 1939 Wim Snitker ertoe geïnspireerd om een toneelspel te schrijven.
Op 7 augustus 1928 overleed Ariëns als emeritus pastoor te Amersfoort. Enkele dagen later, op 11 augustus, werd hij begraven op begraafplaats Beeresteijn gelegen aan de Straatweg te Maarssen.
- De verering van Ariëns in de kapel van de St. Jacobuskerk wordt, mede omdat hij nog niet zalig is verklaard, niet ondersteund door een materieel voorwerp dat in aanmerking komt voor de kwalificatie 'cultusobject'. Vanwege de centrale plaats ervan wordt deze kwalificatie nog het meest benaderd door een portret aan de wand tussen kapel en kerk. In feite gaat het om twee portretten: een schilderij gemaakt door G. Hermsen en een gemaakt door F. Kops sr. Deze schilderijen, die beide ca. 60 bij 90 cm meten, worden afwisselend circa een jaar tentoongesteld.
Voorts zijn zowel in de kapel als in de Jacobuskerk zelf voorwerpen aanwezig die aan Ariëns hebben toebehoord of aan hem doen denken; in de kerk hangt permanent een vakbondsketting van Ariëns en staat een beschilderd stenen beeld van Ariëns van circa 95 cm hoog (zie onder Topografie). Het kerkarchief beschikt over een fraai geborduurde rand van een albe van Ariëns.

Verering Het Ariënscomité
- De verering van Ariëns vindt zijn oorsprong in een initiatief in 1935 van de rooms-katholieke minister van Staat, voorzitter van de Tweede Kamer en oud-premier, jhr. mr. Ch. Ruys de Beerenbrouck. Na de standbeeldonthulling in Enschede in juni 1934 informeerde hij in januari 1935 te Rome naar de voorwaarden waaraan moest worden voldaan om de zaligverklaring van Ariëns mogelijk te maken. De vorming van een comité en de benoeming van een postulator behoorde tot de eerste vereisten. Bij de aartsbisschop diende vervolgens het verzoek te worden ingediend om een proces te beginnen. Hierna had het comité de taak om de devotie tot de overledene en het inroepen van zijn hulp te propageren. Plaatjes en prentjes dienden te worden gedrukt en gelovigen moesten worden aangespoord mirakelen te vragen.
Bij thuiskomst in Nederland richtte Ruys de Beerenbrouck zich tot aartsbisschop J.H.G. Jansen. Na overleg met het aartsdiocesane kapittel liet deze laatste hem weten dat een proces pas ontvankelijk verklaard zou worden in Rome, wanneer ten overstaan van de aartsdiocesane kerkelijke rechtbank bewezen was dat Ariëns niet alleen op meer dan middelmatige wijze had uitgeblonken in de beoefening van de deugden, dus dat hij als een heilige had geleefd en als heilige was gestorven, maar ook dat hij bij de grote massa van het katholieke volk voortleefde als ware hij een heilige. Kortom, er moest sprake zijn van een brede godsdienstige verering van Ariëns. Daarvan was volgens de aartsbisschop nog geen sprake en daarom kon een officieel proces nog niet beginnen. Hij vond het niet bezwaarlijk indien het bidden tot de overledene en het vragen om diens hulp gestimuleerd zou worden, evenmin indien gelovigen zouden worden aangespoord mirakelen te vragen. Ruys de Beerenbrouck nodigde vervolgens een dertiental personen uit voor vertrouwelijk beraad op 6 april 1935. Het waren A.C. de Bruijn (voorzitter van het R.K. Werkliedenverbond en lid van de Eerste Kamer), pater Elpidius Bruna o.f.m. (secretaris van Sobriëtas), B.H. de Groot (rector van het St. Jozefgesticht te Amersfoort), mej. Fé Haye (directrice van de school voor maatschappelijk werk te Amsterdam), mgr. prof. dr. J.H. Hoogveld (geestelijk adviseur van Sobriëtas en hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen), G. Huys (aalmoezenier te Breda), Mej. A. Kokshoorn (voorzitter van de Maria-Bond in het bisdom Haarlem), mevr. C. Maseland (voorzitter van de Maria-Bond te Enschede), Pater Natalis Ruys o.f.m. uit Weert, H.C. Nijkamp (voorzitter van de R.K. Werkliedenvereniging te Enschede), mgr. J. van Schaik (geestelijk adviseur van het R.K. Werkliedenverbond), J.G. Suring (voorzitter van Sobriëtas en lid van de Tweede Kamer) en mgr. Van de Venne (directeur van Rolduc te Kerkrade). Deze groep vormde van toen af het Ariënscomité, dat een jaarlijkse herdenking op de sterfdag organiseerde, documentatie en gegevens verzamelde over gebedsverhoringen en poogde een biografie van Ariëns te laten schrijven. Dit comité zou tot halverwege de jaren tachtig vooral de herdenking in Maarssen stimuleren. Daarbij richtte men zich vooral op de arbeiders en de leden van Sobriëtas.
In de jaren vijftig waren ook andere vooraanstaande katholieken, als prof. L.J. Rogier (voorzitter) en mgr. dr. A.C. Ramselaar (vice-voorzitter), lid van het comité.

Zaligverklaring
- Het jaar 1958 was cruciaal voor het Ariënscomité. Een zaligverklaringsproces moest binnen dertig jaar na overlijden worden gestart. Aldus geschiedde op 3 augustus van genoemd jaar; H. Lohman o.f.m. werd benoemd tot postulator. Mede ter ondersteuning hiervan was het comité op 28 juli 1958 overgegaan tot een stichting waarvan het eerste bestuur bestond uit L.J. Rogier, A.M. Dijkhuis, G.M.J.W. van de Ven, J.Ch.A. Merz, mgr. C.J.E.N. van Dijck en J.J.M.E. Terlingen-Lücker. De stichting stelde zich ten doel
'de godsdienstige en maatschappelijke vorming van het Katholiek Volksdeel op een eigentijdse wijze te bevorderen door belangstelling te wekken voor het leven en de werken van wijlen de priester Alfons Ariëns, als een bij uitstek voor onze tijd in godsdienstig en sociaal opzicht leidinggevende figuur'.
Men trachtte dit doel te bereiken door het houden van bijeenkomsten waarop sociale en charitatieve onderwerpen zouden worden besproken, door het verzamelen van geschriften en getuigenissen en door de coördinatie van de activiteiten van de subcomités die de herdenkingen organiseerden.
- Op 1 augustus 1965 werd het diocesaan zaligverklaringsproces in een plechtige zitting van de kerkelijke rechtbank officieel gesloten. Naar men veronderstelde was nu voldoende feitenmateriaal verzameld om met succes een proces in Rome aanhangig te maken. Daartoe werd in 1970 te Rome advocaat mgr. Salvatore Vitale aangezocht om een pleidooi op te stellen voor de Congregatio pro Causis Sanctorum. Tegelijkertijd werden de banden tussen het comité en de leiding van het aartsbisdom aangehaald. Naar verwachting zou een gezamenlijke inspanning eerder de beoogde zaligverklaring kunnen bewerkstelligen. Concreet leidde dit tot de benoeming van een hooggeplaatste kerkelijke functionaris tot voorzitter. De eerste die als zodanig optrad was mgr. Kramer, de toenmalige voorzitter van de aartsdiocesane kerkelijke rechtbank. In de jaren daarna was het veelal de residerende aartsbisschop die als zodanig optrad.
In 1977 werden de verzamelde geschriften van Ariëns goedgekeurd door Rome en in druk in het Italiaans gepubliceerd. Vervolgens heeft de advocaat ook een summarium opgesteld.
In 1986 besloot het comité de jaarlijkse herdenking voortaan te concentreren in Enschede. Hiermede hoopte men onder andere een bijdrage te leveren aan een gunstig verloop van het proces, waarin tot op dat moment weinig schot zat. Sinds 1988 is mgr. J.A. de Kok o.f.m., hulpbisschop van het aartsbisdom Utrecht, postulator.

Herdenking in Enschede
- In het Ariënscomité hadden ook personen zitting die woonachtig waren in Enschede. Hoewel zij zouden zorgdragen voor het onderhouden van banden met diegenen die een herdenking op plaatsen in Twente trachtten te organiseren, kwam hier in de praktijk maar weinig van terecht.
Vanaf 1955 begon de herdenking in Twente echter meer reliëf krijgen dankzij de oprichting van een eigen Twents Ariënscomité. Dit comité stelde zich ten doel de mogelijkheid te onderzoeken voor de viering van een jaarlijkse Ariënsherdenking in Twente. Als grote voorbeeld gold de Ariënsherdenking die vanaf 1936 jaarlijks gehouden werd bij zijn graf in Maarssen.
- De oprichting van het Twentse comité had als resultaat dat vanaf 1955 elk najaar een herdenking plaatsvond in Enschede, aanvankelijk in de H. Hartkerk aan de Hogelandsingel. Op 16 oktober 1955 werd bij gelegenheid van de eerste herdenking het Ariënsbeeld aan de kerkgevel onthuld. In 1955 en 1956 werd na een plechtige mis 's ochtends in de kerk, 's middags een samenkomst gehouden voor de kerk, buiten bij het beeld van Ariëns. Daarbij werden toespraken gehouden, gebeden uitgesproken - onder meer een gebed voor de zaligverklaring - en gezongen. In de jaren daarna werd de herdenking buiten het kerkgebouw niet meer gehouden wegens gebrek aan belangstelling. Een uitzondering hierop vormde de viering van Ariëns honderdste geboortedag op 8 oktober 1960.
In 1964 ging het Twents Ariënscomité er toe over de herdenking niet meer op een plaats in Enschede te houden, maar te laten rouleren over verschillende plaatsen c.q. kerken in Twente. Eveneens besloot men de herdenking niet meer rond zijn sterfdatum (7 augustus), maar in het voorjaar rond zijn geboortedatum op 26 april te laten plaatsvinden.
- In 1986 kwam het landelijk Ariënscomité, dat zich vanaf zijn oprichting voornamelijk had ingespannen voor de Ariënsherdenking rond zijn graf in Maarssen, tot het inzicht om de herdenking voortaan te concentreren in Enschede. De meeste bewonderaars waren immers woonachtig in Twente en op deze wijze kon ook de geografische binding met Ariëns' werkgebied worden gelegd. De Jacobusparochie, waar Ariëns in 1886 tot kapelaan was benoemd, moest het centrum van deze herdenking worden. Daartoe zou een deel van de Jacobuskerk verbouwd worden tot dagkapel. Bovendien kon deze concentratie bijdragen aan het bevorderen van een gunstig verloop van het zaligverklaringsproces. Naar men vanuit Rome vernam zou dit proces gediend zijn met een meer levendige devotie van Ariëns door de gemeenschap van gelovigen. Op 1 mei 1994 werd de Ariënskapel in gebruik genomen, die dagelijks is geopend. Opnieuw werd een andere datum voor de jaarlijkse herdenking gekozen: de derde zondag van november, omdat Ariëns omstreeks deze dag (in 1889) de R.K. Werkliedenvereniging had opgericht.
Op een lezenaar aan de linkerzijde van de kapel ligt een intentieboek dat getuigt van verschillende gebedsverhoringen op voorspraak van Ariëns. Deze getuigenissen zijn nogal eens door jonge vrouwen opgetekend.
- Voor de verzending van de uitnodigingen voor de jaarlijkse herdenking maakt het Ariënscomité gebruik van een eigen adressenbestand. Daarnaast wordt in ruimere kring de aandacht op deze herdenking gevestigd door middel van aankondigingen in het aartsdiocesane bisdomblad, parochiebladen en regionale en nationale katholieke dagbladen.
De jaarlijkse herdenking staat meestal in het teken van de vroomheid en de sociale bewogenheid van Ariëns. Veelal gaat een bisschoppelijke hoogwaardigheidsbekleder voor in de mis. In de predikatie wordt gepoogd de betekenis van het gedachtengoed van Ariëns voor de huidige tijd te accentueren.

Verering elders
- Op andere locaties waar Ariëns actief is geweest, bestaat soms ook een zekere verering. Sinds 1935 wordt jaarlijks een herdenking bij en een bedevaart naar zijn graf in ⟶ Maarssen gehouden. Te Rolduc, waar Ariëns studeerde, is later een door Charles Vos gemaakt beeld van hem onthuld. In de Willibrordusparochie te Steenderen, waar Ariëns van 1901 tot 1908 pastoor is geweest, is een gedenkteken voor hem opgericht; in de Willibrorduskerk zelf hangt een portret van Ariëns en wordt een rozenkrans van hem bewaard. De verering is geheel lokaal.
Materiële cultuur Devotioneel drukwerk
- Prentjes: 1 devotie- en bidprentje 'Ter vrome nagedachtenis aan mgr.dr. Alphons M.A.I. Ariëns', met foto op de voorzijde en biografische gegevens en gebed op de achterzijde ([ca. 1928]; 7,5 x 11,5 cm); 2 vier verschillende prentjes met impr. 12-12-1935, op twee ervan (reliekprentjes) is op een klein vierkant een 'Gedeelte van zijn toog' geplakt, op de keerzijde van drie prentjes staat een gebed om de zaligverklaring (7 x 11 cm); 3 vouwprentje met op de voorzijde een tekening van Jan Toorop van Ariëns en een levensbeschrijving en noveengebed (impr. kard. Alfrink, Utrecht, 8 maart 1961; 7,5 x 11,3 cm); 4 acht verschillende prentjes met het portret van Toorop op de voorzijde, op de achterzijde bij drie prentjes een gebed voor de zaligverklaring en een gebed om priesterroepingen (imprimaturs tussen 1937 en 1983; 7 x 11 cm); 5 vouwprent met foto van Ariëns, met aan de binnenzijde een korte levensloop en een tekst van Ariëns zelf (Ariënscomité, [ca. 1980]; 10,5 x 15 cm); 6 vouwprent met foto van het schilderij van Ariëns door G. Hermsen, met aan de binnenzijde een gebed en een korte levensbeschrijving (Haaksbergen: Ariënscomité, [ca. 1990?]; 11,5 x 15 cm).
- De verspreiding van moderne geschriften van en over Ariëns geschiedt vanuit het Ariënsconvict aan de Keistraat 9 te Utrecht.
- Boeken: Wim Snitker, Het Spel van den Kelk. Tooneelspel gewijd aan den Godsman Alfons Ariëns in drie bedrijven en een naspel (Bilthoven: De Gemeenschap, 1939; 80 p.); W. van de Pas, Alfons Ariëns. De apostel van de sociale rechtvaardigheid en van de klassenvrede in een door liefdeloosheid verdeelde wereld (Utrecht: De Lanteern, [ca. 1960?], 155 p.)

Devotionalia
- Miniatuurgrafmonument van Ariëns in marmer met daarop een bronzen plaquette van zijn gezicht in brons en de tekst 'Ariëns Priester' (26 cm hoog; ca. 1935).
- Kaarsen met portret en de tekst 'Alphons Ariëns' (ca. 1994?; 20 cm hoogte).

Bronnen en literatuur Archivalia: Haaksbergen, archief van het Twents Ariënscomité. Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum: archief van het (landelijk) Ariënscomité. Utrecht, Rijksarchief in Utrecht: archief van het aartsbisdom Utrecht, inv.nrs. 74-75 (stukken m.b.t. de zaligverklaring van Ariëns, 1902-1967).
Tekstedities: Jan Roes ed., Alphons Ariëns. Bronnen van de katholieke arbeidersbeweging. Toespraken, brieven en artikelen 1887-1901 (Nijmegen-Baarn: Katholiek Documentatie Centrum-Ambo, 1982).
Literatuur: 'Veertig jaar R.K. Werkliedenvereeniging St. Joseph Enschede', in: De Volkskrant 16 november 1929; 'De onthulling van 'den bronzen Ariëns' te Enschede', in: Katholieke Illustratie, 20 juni 1934; 'Mgr.Dr. Alfons Ariëns' [n.a.v. een nieuw bronzen beeld door Ingenhousz], in: Katholieke Illustratie, 24 maart 1938, p. 969; 'Alfons Ariëns' [met portret door Herman Moerkerken], in: Katholieke Illustratie, 4 augustus 1938, p. 1742-1743; Gerard Brom, Alfons Ariëns, 2 dln. (Amsterdam: Urbi & Orbi, 1941; een 2e bijgewerkte en ingekorte uitgave in 1 band uitgegeven: Utrecht-Antwerpen: Het Spectrum, 1950); L.J. Rogier, Alfons Ariëns; apostel en pionier (Apeldoorn: Geert groote Genootschap, z.j.); [E. Lohman], Stellingen en artikelen voor te leggen in de zaak der Zalig- en Heiligverklaring van de Dienaar Gods Alfons Ariëns, Priester van het Aartsbisdom Utrecht en Tertiaris van St.- Franciscus (Woerden 1959); W.A.A. Mes en M.T. Smit, Inventaris van het archief van Alfons Ariëns, 1860-1928, met gedeponeerde en verzamelde stukken over de jaren 1877-1962 (Nijmegen: Katholiek Documentatie Centrum, 1978); H. Lohman, Portret van een priester. Het leven van Alfons Ariëns in woord en beeld (Hilversum 1980); [Bert Hesselink], Een priester onder de arbeiders. Alfons Ariëns te Enschede van 1886 tot 1901. Tentoonstelling in de Twentsche Schouwburg (Enschede: Twents-Gelders textielindustrie-museum, 1980); J.A. Bornewasser, 'De katholieke zuil opnieuw doorgelicht', in: Archief voor de geschiedenis van de katholieke kerk in Nederland 26 (1984) p. 119-148; 'Kapel moet gedachtenis Ariëns in ere houden' [opening], in: Dagblad Tubantia, 2 mei 1994; H.W.M. ten Have, De liefde van Christus laat ons geen rust. De spiritualiteit van Alphons Ariëns (Nijmegen: Valkhof Pers, 2008).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Enschede; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993); NOB filmarchief: documentaire 'Ariëns' (filmnr. 85330, 19307MI; 25 min.), uitgezonden door de KRO op 4 augustus 1965, met oude opnamen van processie, begrafenis, zaligverklaringsproces; Collectie 'Ariëns' van A.J. Bomans, opgenomen in BiN-dossier (acquisitie 2012).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<