Elsloo, H. Hubertus

Cultusobject: H. Hubertus
Datum: 3 november
Periode: 19e eeuw (?) - ca. 1915
Locatie: St. Augustinuskerk (kapel); O.L. Vrouwekerk (parochiekerk)
Adres: Op den berg 8, 6181 GT / Bandkeramiekerstraat 2, 6181 CL Elsoo
Gemeente: Stein
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: Sinds de 15e eeuw is Hubertus tweede patroonheilige van de parochie Elsloo. Hoewel er in de 18e eeuw een Hubertusbroederschap bestond in het dorp, lijkt een bedevaart pas in de 19e eeuw gestalte te hebben gekregen. De heilige werd vooral ingeroepen ter bescherming tegen hondsdolheid. Sinds de Eerste Wereldoorlog is de bedevaart weer tot een lokale verering gereduceerd.
Auteur: Paul van Geest
Illustraties:
Topografie - Sinds 1982 valt Elsloo binnen de gemeente Stein. De westgrens van de gemeente wordt gevormd door de Maas, en is tevens de grens met België. Ten oosten van Elsloo ligt het industrieel complex van de DSM.
- De oude gotische Augustinuskerk werd gebouwd in 1459. Toen deze kerk te bouwvallig was geworden, werd ze afgebroken. Wel diende ze nog tot voorbeeld voor de constructie van de huidige Augustinuskerk (architect Dumoulin, Maastricht), die in 1849 in gebruik werd genomen en op 9 juli 1855 door mgr. J.A. Paredis, bisschop van Roermond, werd geconsa-creerd. Het is een driebeukig gebouw met westtoren. In het oude Elsloo lag de kerk midden in de dorpskern aan de Maas, maar door het uitgraven van het Julianakanaal is zij aan de rand van het dorp gesitueerd geraakt.
- Toen Elsloo zich na de Tweede Wereldoorlog aanzienlijk begon uit te breiden, ontstond rond 1950 de behoefte aan een grotere parochiekerk in de nieuwe dorpskern. Op 24 en 25 oktober 1959 kon Petrus Moors, bisschop van Roermond, de kerk consacreren en toewijden aan 'Maria, koningin van de vrede des Harten'. Hoewel ze de oudste van de drie kerken te Elsloo was, werd de Augustinuskerk, evenals de uit 1848 daterende Mariakapel van het nabijgelegen gehucht Catsop, in kerkrechtelijke zin kapel van de Mariakerk.
- Het 17e-eeuwse beeld van Hubertus is geplaatst in een van de linker zijkapellen van de 19e-eeuwse Augustinuskerk. De kerk ontleent enige bekendheid aan het bezit van de beeldengroep van Anna, Maria en Jezus (St. Anna-te-Drieën), rond 1525 vervaardigd door de 'Meester van Elsloo' en het 16e-eeuwse 'kruis van Catsop'. Rond een beeld van de H. Barbara heeft men ook geprobeerd een bovenlokale cultus te creëren, zonder veel succes. Rechts van de ingang is een Mariakapel die een icoon bevat van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand (een geschenk van de vroegere burgemeester van Elsloo, E. Meijer) waarvoor in de 20e eeuw eveneens een grote lokale verering heeft bestaan.
Cultusobject - Hubertus, bisschop van Maastricht en Luik, overleden op 30 mei 727 (⟶ Alem, dl. 2; ⟶ Herpen, dl. 2; ⟶ Swolgen), is thans vooral bekend als patroon van de jagers. Zijn feestdag wordt gevierd op 3 november. Waarschijnlijk werd Chuchobertus (Hubertus) geboren in Aquitanië (Neustrië) uit een hoogadellijke Frankische familie en ontving hij aan het hof van Theodoric III een vorming tot ridder. Hij moest echter vluchten naar het hof van zijn neef Pippijn van Herstal te Jupille-en-Neuse, alwaar hij Floribane, de enige erfdochter van koning Dagobert huwde. Toen zijn vrouw was overleden bij de geboorte van zijn zoon Floribertus, deelde hij zijn geld en goederen uit onder de armen en legde hij zijn ambten neer. Hierna wendde hij zich tot Lambertus, de bisschop van Maastricht. Nadat Lambertus was vermoord, besloot paus Sergius I de inmiddels tot priester gewijde Hubertus tot bisschop te wijden en te benoemen tot opvolger van Lambertus. Volgens de overlevering zou Hubertus de bisschopszetel van Maastricht naar Luik hebben overgebracht. Hubertus stierf in 727 in het bijzijn van zijn zoon Floribertus, die hem als bisschop van Luik zou opvolgen.
- In 743 werd Hubertus heilig verklaard en op 30 september 825 werd zijn lichaam in de benedictijnenabdij van Andage, spoedig Saint-Hubert genoemd, in een zilveren schrijn gelegd. Hierdoor zou de abdij een belangrijk bedevaartoord worden. Abt Nicolaas Spirlet verborg in 1794 het lichaam voor de Fransen; sindsdien is het onvindbaar, want de abt, die was uitgeweken naar het land van Gulik, stierf onverwacht in hetzelfde jaar.
- Hubertus werd patroon tegen hondsdolheid omdat hij in 719 een met hondsdolheid besmette man genas in de kerk van Villers l'Evêque. Voorts werd de heilige aangeroepen als beschermer van het vee en tegen donder en bliksem; hij was patroon van de schoenmakers, bakkers, slagers, ijzergieters en schrijnwerkers. Patroon van de jagers werd hij tenslotte in de 18e eeuw, omdat hij als bisschop het offergebruik van jagers zou hebben gekerstend. Hij werd op vele plaatsen vereerd als beschermer tegen hondsdolheid. Vele Hubertusbroederschappen, vooral in België en het Rijnland, werden opgericht ter bescherming tegen deze ziekte. Sommige waren aangesloten bij de broederschap van Saint-Hubert in de Ardennen en ondernamen regelmatig bedevaarten naar deze abdij. Al zijn verschillende van deze broederschappen nog actief, de verering van Hubertus als beschermer tegen hondsdolheid is grotendeels verdwenen door de ontdekking van een vaccin tegen deze ziekte door Louis Pasteur. In 1885 werd hiermee voor het eerst een mens geïnjecteerd.
- De parochie bezit drie gelijksoortige hartvormige zilveren houders, die relieken ex ossibus van Augustinus, Egidius en Hubertus bevatten. De houders lijken oorspronkelijk zilveren votiefgeschenken te zijn geweest, waarin later de reliektheca's zijn ingezaagd. De houder van Hubertus vermeldt de gegraveerde tekst 'S. Hubertus 1817' en zal in dat jaar gemaakt zijn. Het zilver is afkomstig uit Maastricht en voert het meesterteken G.L. In het kerkarchief van Elsloo bevinden zich twee diploma's die de echtheid van deze Hubertusrelikwie moeten bevestigen. De eerste is gegeven vanuit het pauselijk paleis in het jaar 1816 door Joseph Bartholomeus Menocchio, bisschop van Porphyrio i.p.i. en pauselijk sacrista. In 1911 werd de echtheid van dezelfde reliek nogmaals bevestigd in een diploma, ondertekend op 24 januari van dat jaar door de toenmalige bisschop van Roermond, mgr. Hubertus Josephus Drehmanns. Deze reliek is in een ovale theca in een zilveren, hartvormige reliekhouder met parelrand (16 x 12 cm) geplaatst. In de theca is naast het reliekpartikel de tekst 'S. Hubert Ep.' aangebracht.
- Het houten beeld van Hubertus (81 cm hoog) dateert uit het tweede kwart van de 17e- eeuw en staat op een console tegen de westmuur van de kerk. Het stelt de heilige als bisschop, patroon van de jagers en als beschermer tegen hondsdolheid voor: getooid met de pontificalia, bekleed met stola en koormantel en gekleed in een violette albe en witte superplie, houdt hij in zijn linkerhand de bisschopsstaf en in zijn rechter de jachthoorn. Om hem heen liggen ter rechter zijde een hert (zonder kruis in het gewei) en ter linker zijde een tweetal honden.
Verering - Reeds spoedig na zijn dood werd Hubertus vereerd binnen het bisdom Luik waartoe Elsloo tot 1840 behoorde. In dat jaar werd het toegevoegd aan het apostolisch vicariaat Roermond, dat in 1853 tot bisdom werd verheven. Gezien de band met het (prins-)bisdom Luik en haar eerste bisschop, mag het niet verwonderlijk heten dat in Limburg vele kapellen en enige kerken aan Hubertus werden gewijd.
- Concrete gegevens over de aard en intensiteit van een Hubertusdevotie in Elsloo in de middeleeuwen zijn niet bekend, uitgezonderd de keuze voor Hubertus als tweede patroon van de parochiekerk in 1459.
- Met betrekking tot de 18e eeuw is er in het kerkarchief een uit 1745 daterend register van een broederschap van St. Hubertus aanwezig. De naam van pastoor Timmermans (pastoor van 1745-1776) wordt er in vermeld, maar de exacte stichtingsdatum van de broederschap niet; evenmin is er duidelijkheid over de vorm van een eventuele Hubertuscultus. Wel telde de lijst leden van buiten Elsloo, zoals Geulle, Schimmert, Catsop, Terhage, Beek en Sittard. Van de meeste inschrijvers ontbreekt de woonplaats. Van 1745 tot 1774 worden jaarlijks gemiddeld een tiental nieuwe leden ingeschreven. In 1779, 1782 en 1783 is er slechts een inschrijving. In totaal werden ca. 360 personen ingeschreven. Het is onbekend of de schutterijen te Elsloo, opgericht in 1563 en 1716, ook onder het patronaat van Hubertus waren gesteld. Uit een preek van pastoor Petrus Willems uit 1838 valt op te maken dat het feest van St. Hubertus in de eerste helft van de 19e eeuw als een hoogfeest werd gevierd.

Pastoor Henricus Haesen
- Onder het pastoraat van Henricus Haesen (1883-1905) lijken de Hubertusdevotie en -bedevaarten pas goed tot leven te zijn gekomen. Hij cultiveerde de devotie tot Hubertus lokaal via de voornaamgeving, zoals valt af te leiden uit het doopregister, waarin de naam Hubertus (of een afleiding daarvan als tweede of derde doopnaam) is toegevoegd bij 480 van de 992 door Haesen gedoopte kinderen. Veelal gaf de pastoor op eigen initiatief de naam Hubertus of Hubertina aan de dopeling(e). Haesen heeft Hubertus verder nadrukkelijk naar voren gebracht als helper in nood. De bestaande angsten voor hondsdolheid liet hij in preken naar voren komen: 'En men op de straat roept kwaad hond, rasige hond, alles loopt en wijnige maar nemen wapens om dezelve te doden, en waar-om, uit vrees dat rasende honden zouden schaden aan mensen en beesten...' In 1894, eveneens tijdens het pastoraat van Haesen, richtten een zestal inwoners van Elsloo ook de handboogschutterij 'St. Hubert' op.
- Op 1 februari 1902 schrijft pastoor Haesen in het Registrum Parochiali: 'ontvangen van den Almoezenier der kerk van den Grooten H. Hubertus, bijpatroon dezer parochie, St. Hubertussleutels genoemd, die door zonderlinge gebeden gewijd zijn en aan de Stola van dezen Grooten Heilige geraakt hebben.' Deze sleutels ontving Haesen vanuit de abdij St. Hubert in de Ardennen door bemiddeling van een oud dorpsgenoot, P. Godefridus Hendrickx o.f.m. recollect. Hij gebruikte zo'n voorwerp niet alleen als symbool ter afwending van onheil, maar ook om, naar de gewoonte van de Hubertusabdij, hondsdolheid te bestrijden door zieke dieren te branden.
- De bedevaarten naar St. Hubertus te Elsloo hadden ten tijde van pastoor Haesen en daarna veelal een individueel karakter. Het was niet alleen op de feestdag van de heilige dat de devotie tot Hubertus intensief werd beoefend, maar ook in tijden dat er onder de inwoners van Elsloo en omstreken vrees bestond voor hondsdolheid. Vanwege het ongeorganiseerde karakter is de Hubertuscultus moeilijk te bepalen, maar individuele bedevaarten naar Hubertus te Elsloo konden voor wat betreft het begin van de 20e eeuw nog door oudere ooggetuigen worden bevestigd. Overigens werden vanuit Elsloo zelf ook weer bedevaarten georganiseerd naar een andere cultusplaats van St. Hubertus, in Heppeneert (B).

De Hubertussleutel
- De Augustinuskerk beschikte, zoals gezegd, vanaf 1902 over een St. Hubertussleutel. Het brandvlak van de Hubertussleutels waarmee honden werden aangestreken, was meestal in de vorm van een cornet (jachthoorn) gegoten of gebogen. Het draadijzeren exemplaar (24 cm) van Elsloo heeft daarentegen een massief brandvlak in de vorm van een (Jacobus-)schelp. Het ritueel waarmee de dieren werden gemerkt, is vastgelegd in de onderwijzing/instruction die gegeven is vanuit de Belgische abdij. In dit stuk staat dat als een dier door een ander dier is gebeten of besmet is geraakt, de sleutel bijna gloeiend wordt gemaakt en op de wond of tegen de kop gedrukt wordt, waarna de hond vervolgens negen dagen in quarantaine dient te blijven. Gezonde dieren worden slechts op hun voorhoofd getekend. Ter ere van 'God, zijne glorierijke moeder en van den H. Hubertus' worden hierna vijf of negen achtereenvolgende dagen een onzevader en een weesgegroet gebeden; het dier krijgt in deze tijd ter ere van Hubertus gewijd brood of haver te eten. De instructie vermeldt voorts: 'de wonderbare kracht van deze sleutels is genoegzaam bewezen.'
- In het Registrum Parochiale heeft Haesen verder opgetekend dat de sleutel in bewaring was gegeven bij Mathijs van Es (†1933), die bij de kerk een winkel annex café had. Haesen vermeldt dat Van Es degene was, die de honden kostenloos moest branden. Het ritueel van het branden op de feestdag van de heilige kende men ook in Stein, waar kluizenaar J. Schotten omstreeks 1871 de honden brandde, en in Geleen, waar broeder Antonius van 1900-1912 deze operatie uitvoerde. Van Es ging als volgt te werk: eerst streek hij de sleutel aan het beeld van St. Hubertus aan, daarna verwarmde hij de sleutel en brandde hij de honden volgens de voorschriften van de onderwijzing/instruction. Er is echter geen sprake geweest van bezweringformules, waarmee getracht werd genezing te bewerken dan wel besmetting te voorkomen. Hoewel Louis Pasteur het vaccin tegen hondsdolheid aan het einde van de 19e eeuw reeds ontdekt had, verdween het ritueel in Elsloo pas na de Eerste Wereldoorlog. Sindsdien is ook de bedevaart in onbruik geraakt en is er alleen sprake van lokale verering met reliekverering, zowel in de Augustinuskerk als in de Mariakerk.

Moderne viering
- Meer binnenkerkelijk vierde men tot 1996 in beide kerken de feestdag van de heilige met de wijding van het Hubertusbrood volgens de gebeden van het Liber manualis en met de verering van de relikwie na de eucharistieviering. In tegenstelling tot andere Hubertusbedevaartplaatsen, werden er in Elsloo geen speciale Hubertusbroodjes vervaardigd; de gelovigen namen zelf brood mee. Tot circa 1980 werd bij de Hubertusmis het brood op de communiebanken gelegd, vanaf de jaren tachtig tot aan 1996 hielden de gelovigen het brood bij zich en vond de zegening vanaf het altaar plaats. Op het altaar zelf werd bij deze gelegenheid een Hubertusbeeld geplaatst. Het gewijde brood werd meestal aan vee en huisdieren gegeven. De reliekverering liet pastoor H. Achten in 1996 voor het eerst achterwege. Omdat de vaste jaarlijkse zegening van het Hubertusbrood de afname van de devotie verhulde, besloot hij in datzelfde jaar deze handeling voor een laatste maal te voltrekken. Op 3 november van dat jaar kwam nog slechts een enkele vereerder met brood.
Materiële cultuur Devotioneel drukwerk
- Sleutelformulier: 'Onderwijzing/instruction (over het gebruik der sleutels, gewoonlijk Sint Hubertussleutels genoemd die door zonderlinge gebeden gewijd zijn, en aan den stool van dezen grooten Heiligen geraakt hebben/sur l'usage des cornets de fer, nommés ordinairement clés de Saint Hubert, qui sont bénits par des Prières particuliers et ensuite touchés à l'Etole de ce grand Saint'.

Bronnen en literatuur Archivalia: Elsloo, gemeentearchief 1796-1937. Elsloo, parochiearchief St. Augustinus. Maastricht, gemeentearchief: parochiearchief Elsloo, inv. nr. 48. Roermond, bisdomarchief: inventaris van het kerkelijk kunstbezit.
Literatuur: J. de Borchgrave d'Altena, XIIe Centenaire de Saint Hubert. Memorial illustré de l'exposition des souvenirs (Saint-Hubert 1927); M.W.R. van Vollenhoven, St. Hubertus de patroon der jagers. Geschiedenis, legenden, gebruiken, folklore en gilden (Driebergen: W. Kraal & zn., 1937); L. Huyghebaert, Sint Hubertus. Patroon van de jagers in woord en beeld. Historie-Legenden-Folklore (Antwerpen: De Sikkel, 1949); Gedenkboek. Uitgegeven bij het 100-jarig bestaan van de kerk van Elsloo. 1849-1949 (Elsloo: Drukkerij Knoben, 1949) p. 3-13; 36-43; A. Paffrath, Die Legende vom Heiligen Hubertus: ihre Entstehung und Bedeutung für die heutige Zeit und für die Hubertusfeiern (Hamburg: Verlag Paul Parey, 1961); W. Marres & J.J.F.W. van Agt, Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst. Deel V. De provincie Limburg derde stuk: Zuid Limburg (Den Haag: Staatsuitgevrij, 1962) p. 130-133, afb. 112; J. Notermans, Sint Hubertus, patroon van schutters en jagers (Reuver 1966); J.H. Peters, Uit Elsloo's verleden (Valkenburg: Het land van Valkenburg, 1973) p. 72-75; J.H. Peters, Elsloo in oude ansichten (Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1975) nr. 4 en 54, café M. van Es en interieurfoto kerk; P. Dupont, 'Saint Hubert, Prince Carolingien et guérisseur de la rage', in: Le Folklore Brabançon 1978, nr. 219; P. Habets, Sint-Hubertus en zijn verering in Elsloo en omgeving (Elsloo: Heemkundevereniging "Maasstreek", 1985); Pierre Habets, 'Sint-Hubertus en zijn verering in Elsloo en omgeving', in: Devotionalia (1985) nr. 21, p. 65-68; E. Tielemans, Volkgeneeskunde in Limburg. Een bibliografie (Limbricht: Limburgs Volkskundig Instituut, 1986) nr. 111; P.J. Habets & A.A. Macco, 'Uit de kerkkroniek van Elsloo (III)', in: Heemkundesnippers Maasstreek (oktober 1987) nr. 3, p. 27, over de Barbaracultus; P.J. Habets & A.A. Macco, 'Uit de kerkkroniek van Elsloo (VII)', in: Heemkundesnippers Maasstreek (november 1988) nr. 5, p. 34, over de Hubertussleutel; P.J. Habets & F.J.M. Timmers, 'Uit de kerkkroniek van Elsloo (VII)', in: Heemkundesnippers Maasstreek (november 1990) nr. 9, p. 28-30, over O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand; Informatiegids St. Augustinus Elsloo 1991 (Limbricht: Limpress, 1991); A. Dierkens & J. M. Duvosquel, ed., Saint-Hubert en Ardenne. Art, Histoire, Folklore (Bruxelles: Credit Communal, 1991); H. Spronkmans & G. Lemmers, Kleine monumenten in de gemeente Berg/Urmond, Stein, Meers en Elsloo (Elsloo: Spaan, 1996); L.C.B.M. van Liebergen & W.P.C. Prins ed., Sanctus. Met heiligen het jaar rond (Uden: Museum voor Religieuze Kunst, 1997) p. 63-66; De St. Augustinuskerk [informatiegidsje] (Elsloo: parochie St. Augustinus, 1997).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Elsloo-Hubertus; Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland, parochie St. Augustinus te Elsloo; mondelinge informatie van dr. H. Achten, pastoor van de St. Augustinusparochie; R. Pisters, kapelaan, oktober 1997 en van G. Peters en H. Rouveroije in 1999.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<