HomeDatabankenBedevaarten

Eersel, Lindeboom; H. Odrada

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Lindeboom; H. Odrada
Datum: 's Zondags; gehele jaar
Periode: 17e - 19e eeuw
Locatie: Ten noorden van de parochiekerk, in de Kerkakkers
Adres: -
Gemeente: Eersel
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: In Eersel bestond al in de 17e eeuw een cultus rond een lindeboom die voortduurde tot diep in de 19e eeuw. De boom werd beschouwd als een koortsboom, waar men genezing van de koorts kon vinden. De vraag of er ook sprake is geweest van vereerders van buiten de eigen parochie, kan niet met zekerheid beantwoord worden.
Auteur: Arnoud-Jan Bijsterveld
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De abdij van Echternach beschikte sinds de 8e eeuw over bezittingen in Eersel die worden vermeld in een schenkingsoorkonde voor St. Willibrord uit 712-713. De parochiekerk van Eersel, voor het eerst vermeld in 1308, is gewijd aan St. Willibrord, welk patrocinium in 1340 wordt vermeld. Het patronaatsrecht van de kerk van Eersel behoorde toe aan de abt van Echternach. Op de Markt in Eersel staat de O.L. Vrouwekapel, die omstreeks 1464 werd gesticht en vanaf 1654 tot 1957 in gebruik was als raadhuis.
- In 1646 wordt de heilige linde in een verzoek aan de Raad van State gesitueerd aan de 'grote passagie van Antwerpen op Ceulen en mede van Den Bosch op Maastricht, [...] in d'Acker van Eersel [...]'.
- De locatie van de heilige linde wordt later omschreven als gelegen ten noorden van de kerk, in de Kerkakkers, nabij de windmolen, op de plaats die nog in 1948 'de Lijnt' heette. Op de plattegrond van Eersel door J. Kuyper uit 1865 zijn ten noorden van de kerk in de nabijheid van de molen de 'Lindakkers' aangegeven.
Cultusobject - In Eersel werd een lindeboom vereerd die omstreeks 1900 is gestorven.
- Hanewinkel (zie Verering) verbindt de boomcultus met St. Odrada (over deze heilige ⟶ Hooge Mierde), maar het is onzeker of zij ooit in Eersel is vereerd.
Verering - In het eerder genoemde verzoek uit 1646 aan de Raad van State vroegen de armmeesters van Eersel bij de Raad van State toestemming om een 'armebusse te mogen stellen' bij de lindeboom 'tot behoef van de arme ingesetenen aldaar'. De aldaar ontvangen 'aelmissen [...] zullen werden gedistribueert en geemployeerd ten behoeve van de arme luiden binnen Eersel'. Kennelijk vormde de lindeboom toen al een belangrijk markeringspunt in Eersel, waar mensen bovendien vrome gaven deden.
- Omstreeks 1750 stelde de classis Peel- en Kempenland een overzicht op van katholieke cultusplekken in de vorm van wegkruisen, kapelletjes, heilige bomen, bronnen en dergelijke, teneinde bij de overheid op maatregelen aan te dringen. De predikanten stelden onder meer 'dat de sogen[aamde] 'geweijde' of 'H. Eijken' of 'Linden sullen werden uijtgeroeijt, so 'er te Eersel, en Asten, of elders anders mogte weesen'. Het betrof doorgaans bomen waar O.L. Vrouw zou zijn verschenen en/of vereerd wilde worden. Rondom dergelijke heilige loofbomen ontstonden officieel erkende culten met een grote toeloop van pelgrims in de vorm van bedevaarten, zoals te ⟶ Oirschot, ⟶ Meerveldhoven en ⟶ Ommel. In plaatsen als Eersel, Alphen, Heeze en ⟶ Overasselt (dl. 1) werden eveneens heilige bomen vereerd, zij het zonder officiële kerkelijke goedkeuring.
- In 1792 volgde Theodorus Ross (1758-1823) zijn oud-oom op als predikant van de protestantse gemeente Eersel, Duizel en Steensel. Al in zijn eerste jaar beklaagde Ross zich bij de schepenen van Eersel cum annexis over de onaangenaamheden die hij zich van de zijde van de 'Roomsche ingesetenen' moest laten welgevallen. In oktober-november 1792 schreef hij onder meer dat de katholieken er op zondagen bij een boom 'bijgelovigheden' praktiseerden en daarmee 's lands plakkaten schonden en tevens de dominee en de lokale protestantse gemeenschap ergerden.
- Dominee Stephanus Hanewinkel (1766-1858) vermeldt in zijn Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch in de jaare 1798-1799 dat hij niet ver van de kerk in de akkers een 'zoo genoemde heiligen Lindeboom' aantrof alwaar de katholieken knielden, kropen en paternosters en avemaria's prevelden. Hij stelde verder vast:

'Kruipt men thands op helderen dag om den heiligen Lindeboom (eertijds deed men dit 's avonds). Men gaat ook wel zachtjens rondöm denzelven, staat nu en dan stil; in den bast steekt men ook wel Spelden, op dat de geenen, die de Koorts hebben, er door zouden geneezen worden; alles geschied biddende en prevelende'.

Op de vraag of deze boom heiliger was dan andere, durfden de ingezetenen volgens de predikant geen bevestigend antwoord te geven; 'of zulke gebeden, onder dien Boom uitgestort, meer op rekening bij God of de Heiligen afdeeden, en waarvan toch die gewaande heiligheid voortvloeide, zweegen zij dood stil'. Hanewinkel betreurde echter zijn nieuwsgierigheid toen hij zag dat hij de katholieke Eerselnaren in verlegenheid bracht en met schaamte vervulde. Blijkbaar heeft men hem toch nader geïnformeerd, aangezien hij de vermelding van de boom verbindt met de legende van de heilige 'Odora', met wie St. Odrada (⟶ Macharen) bedoeld wordt. Zij zou, na een jarenlang verblijf in de 'wildernis', zijn opgehaald door een witte schimmel. 'Zij sprong terstond op de Schimmel, brak een takjen van eenen Lindeboom, om het Paard spoediger te doen voortsnellen'. Bij thuiskomst stak zij het lindetakje in de grond bij de woning van haar ouders. 'Deze groeide op tot een heilige Lindeboom en uit deze zijn alle heilige Lindeboomen, die rondom de Kerk te Moll staan, voortgekomen.' Door Rijken (1930) en in Vrijheid aan de Run (1948) wordt het voorgesteld alsof het takje dat St. Odrada in de grond stak, uitgroeide tot de heilige Linde van Eersel.
- In zijn beschrijving van De Stad en Meyerij van 's Hertogenbosch van circa 1825 geeft de amateurhistoricus Adriaan C. Brock (1775-1834), koster van Sint-Oedenrode, een mogelijke verklaring:

'Niet ver van deze Kerk, ten Noorden, staat eenen zeer grooten Lindenboom, waarbij veel gebeeden wordt, moogelijk heeft hier bij voorheen een Heilig huisjen of Oratoor gestaan, uit welke oorzaak deze devotie alhier is overgebleven, gelijk men zulke op veele plaatsen in de Meiery, waar Kapellen of Gebedenhuisjens zijn aanweezig geweest, derzelver gewezene standplaatsen, tot gebedeplaatzen afzonderd'.

- Corn. Rijken (1861-1942), hoofd der school in Veldhoven, tekende in 1930 op dat de boom in zijn prille jeugd in de ogen van het volk een wonderboom was waaraan bovennatuurlijke krachten werden toegeschreven.
- De Eerselse linde of 'lijnt' was tot diep in de 19e eeuw een sacrale plek waar men genezing kon vinden voor de 'derdedaagse koorts' of 'bibberkoorts'. Men kroop dan zevenmaal om de boom en bad bij elke ommegang een weesgegroet. Daarna werd een lintje of touwtje met een speld of spijkertje aan de bast gehecht. Wanneer het lintje door de wind begon te trillen, was de koorts op de wonderboom overgegaan en genezen keerde men huiswaarts. Dergelijke gebruiken zijn van talrijke andere plaatsen bekend (Alphen; Yde (Drenthe); ⟶ Oss, ⟶ Overasselt, dl. 1). In Eersel is de linde nooit geïncorporeerd in een officiële kerkelijke cultus, waarschijnlijk omdat het er uitsluitend om een boom en niet om een cultusobject in de vorm van een heiligenbeeld ging.
- Het zijn deze bedevaarten 'naar eenen lindeboom in den akker op onbepaalde tijden' die in 1860 en 1888, na op een lijst te zijn geplaatst van voor wettig gehouden processies, worden toegestaan. De lijst was door de overheid opgesteld vanwege het in Nederland geldende processieverbod. Politiefunctionarissen konden aan de hand van de lijst bepalen of ze bij processies of groepsbedevaarten al dan niet dienden op te treden. Dat was dus niet het geval met de groepsbedevaarten naar de lindeboom.
- Omstreeks 1895 raakte de linde in brand, maar hij stierf niet. Vijf tot tien jaar later bezweek hij alsnog van ouderdom. De stam was toen al geruime tijd in vieren gespleten.
- Mogelijk is de cultus bij de lindeboom een overblijfsel van de verering van een O.L. Vrouwebeeld in Eersel, waarover op 10 april 1646 door de classisvergadering van Den Bosch werd geklaagd bij de overheid: de classis drong er toen op aan dat er 'ordre mochte gestelt worden, om het nieuw opgeraepte vrouwen-beeldeken tot Eersel weg te nemen, waermede so men verstaet grote Afgoderije bedreven wort'. Deze klacht ging nog vooraf aan het offensief tegen beeldenverering op het platteland van de Meierij dat werd ingezet met de Grote Kerkelijke Vergadering te 's-Hertogenbosch in 1648.
- In de oude en dikke, holle lindeboom huisden ook gevaarlijke krachten in de gedaante van heksen en katten, die er omstreeks het middernachtelijk uur rondspookten - een tijdstip waarop men de lindeboom beter kon mijden. In 1930 (en nogmaals in 1948) werd door meester Rijken een verhaal over een zogeheten 'kattendans' opgetekend, die zich op een donkere nacht in de winter bij 'den Lijnt' zou hebben afgespeeld. Het gaat over een in 1883 overleden boer uit Duizel die een koe moest gaan leveren aan een koper in Riethoven. Tegen de avond ging hij op weg, maar vermeed 'de Lijnt', 'want daar spookte het immers'. Op de terugweg - het liep toen al tegen het middernachtelijk uur - in het gehucht 'Schayk' (Schadewijk) gekomen, zag hij reeds in de verte - het was volle maan - de schrikwekkende lindeboom. Hij besloot de kortste weg te nemen en langs de boom te gaan. Op ongeveer tien passen van de boom zag hij een zwarte kat die hem, toen hij naderde, de weg versperde. Hij nam zijn stok en sloeg naar het dier, dat hij miste. Plotseling verschenen er elf zwarte katten, die op hun achterste poten om hem heen dansten, zodat hij als vastgenageld bleef staan. 'Lieve Heer, sta mij bij', gilde hij, terwijl hij een kruis sloeg. De katten verdwenen, maar uit de holle boomstam kwam een heks te voorschijn, die hem achtervolgde tot aan de ingang van de naburige molen, die hij binnenviel. Geen draad was er meer droog aan zijn lijf. Toen hij wat van de schrik bekomen was, deed hij zijn verhaal aan de molenaar. Vergezeld van zijn knecht ging deze op onderzoek uit bij de boom, maar noch de katten, noch de heks waren te bespeuren.

Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Hertogenbosch, Rijksarchief in Noord-Brabant: archief classis 's-Hertogenbosch, inv. nr. 2, f. 44 (10-4-1646); collectie Rijksarchief 188 (resoluties Raad van State 1646) d.d. 21-9-1646; archief classis Peel- en Kempenland, inv. nr. 82, f. 27 (circa 1750).
Tekstedities:J. Kuyper, Gemeente-atlas van Nederland naar officieele bronnen bewerkt. Eerste deel. Noordbrabant (Leeuwarden: Hugo Suringar, [1863-1869]), kaart Eersel circa 1865, met 'Lindakkers' en molen.
Literatuur: [S. Hanewinkel], Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch in de jaare 1798-1799 (in Brieven), 2 dln. (Amsterdam: Saakes, 1799-1800; fotogr. herdruk: Schiedam: Interbook, 1973) dl. 2, p. 30-31, 221-222; A.C. Brock, Historische beschrijving van de Meierij. Handschrift vervaardigd in de jaren rond 1825 (Schijndel 1978; facsimile van A.C. Brock, De Stad en Meyerij van 's Hertogenbosch of derzelver beschryving. Tweede Afdeeling) p. 228; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch, dl. 3 (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1872) p. 535-542; G.L. van den Helm, H. Verwoerts Theorie der gerechtelijke en administratieve politie (Tiel: A. van Loon, 1860; 4e dr. 1888) p. 244; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: 'Eigen Volk', 1933) p. 90, kattendans; P. v. W., 'De heilige Linde', in: Vrijheid aan de Run (Eindhoven: N.V. Lecturis, 1948), p. 41-47, 91, nr. 21; Ben van Brabant, 'De heilige Lindeboom', in: Sint-Jansklokken, 13 november 1959, p. 8; C. Rijken, 'De heilige linde te Eersel', in: Campinia 7 (1977-1978) p. 51-52; C. Cornelissen, 'Eersel en de processie naar Werbeek', in: Kees Cornelissen ed., Jubeljaar 1981 St. Willibrorduskerk Eersel. Facetten uit de geschiedenis van de kerk en parochie Eersel (Eersel: Feestcomité Jubeljaar, 1981); J.Th.M. Melssen, 'Grepen uit de vroegste geschiedenis van Eersel, Duizel en Steensel', in: A. Dams, F.J.P. Huijbregts & J. Spoorenberg ed., Eersel Duizel Steensel. Drie Zaligheden. Een bijdrage tot haar geschiedenis (Hapert: De Kempen Pers B.V., 1989), p. 75-81; Th.O.M. Thomas, 'De Nederlands Hervormde Gemeente in Eersel, Duizel en Steensel rond 1800', in: A. Dams, F.J.P. Huijbregts & J. Spoorenberg ed., Eersel Duizel Steensel. Drie Zaligheden. Een bijdrage tot haar geschiedenis (Hapert: De Kempen Pers, 1989) p. 149-150; Th. van der Aalst, 'Een nagenoeg onbekende internationale bedevaartplaats: Werbeek onder Retie (België)', in: Devotionalia 47 (1989) p. 157-158; W.H.Th. Knippenberg, 'Ziekte en magie. Koortsbomen en spijkeroffers', in: Brabants heem 45 (1993) p. 129-137; Gerard Rooijakkers, Rituele repertoires. Volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant 1559-1853 (Nijmegen: SUN, 1994) p. 585, 587-590, 597.
Overige bronnen:Meertens Instituut BiN-dossier Eersel; mondelinge informatie van Johan Biemans, Jan W. Hagen en Herman Strijbos in 1998.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<