HomeDatabankenBedevaarten

Schilberg, O.L. Vrouw van Peys, van Troost en Hulpe

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw van Peys, van Troost en Hulpe
Datum: 8 september (+ octaaf); gehele jaar
Periode: 18e eeuw - heden
Locatie: O.L. Vrouwekapel te Schilberg behorend tot de St. Landricusparochie van Echt
Adres: Bosstraat 33, 6101 NV Echt
Gemeente: Echt
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: Al voor de bouw van de huidige kapel in 1691 stond op de Schilberg een kleine kapel, waarin een beeld van O.L. Vrouw werd vereerd. Met zekerheid vanaf de 18e eeuw bezochten pelgrims de kapel om het Mariabeeld te vereren. In 1834 werd toestemming gevraagd om in de kapel een octaaf te vieren, waarbij aan alle bezoekers een volle aflaat werd verleend. In de loop van de 20e eeuw vond een verschuiving plaats van een openbare, naar buitentredende verering in kerkelijk verband naar een besloten verering zonder kerkelijk verband. De kapel wordt nog steeds druk bezocht. Zeven kapelletjes met voorstellingen van de voetvallen leidden tot aan de jaren zestig van de 20e eeuw naar de kapel toe, werden toen afgebroken en pas in 1981, rondom de kapel, weer opgebouwd.
Auteur: Paulina de Nijs & A.C.H.M. Schreuders-Derks
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De naam Schilberg komt al sinds 1300 in verschillende bronnen en op diverse wijzen geschreven voor. Pastoor Ad Welters gaf aan de naam Schilberg een pastorale 'etymologie' door 'schil' in verband te brengen met het woord 'schedel', wat volgens Welters zou verwijzen naar een Calvarieberg, hetgeen hij weer in verband bracht met de mogelijke vroegere aanwezigheid van een veldkruis. De naam 'schilberg' (scheel of schier) verwijst echter naar een flauwe helling in het landschap, iets wat nog steeds vanaf de spoorwegovergang valt waar te nemen.

Kapel
- De verering van het beeldje van O.L. Vrouw vond waarschijnlijk vanaf de 16e eeuw tot 1691 eerst plaats in een kleine veldkapel. Dit kapelletje stond te Schilberg en lag aan de kruising van de wegen die naar Echt en de buurtschappen Horst, Doort en Pey leidden. In het archief van de St. Landricusparochie bevindt zich een brief van de Roermondse vicaris-generaal J. Oeveren uit 1676, waarin sprake is van een bedehuis of kapel op de Schilberg, welke kapel tevens wordt aangeduid als het 'Cluijske'. Dit duidt erop dat een kluizenaar bij de kapel woonde, die voor het onderhoud zorgde (⟶ Roermond, O.L. Vrouw in 't Zand). Van slechts één kluizenaar is de naam bekend: Margriet Pierau (†1712). Op een kaart uit 1718 wordt bij Schilberg genoteerd 'Eremitage + put'.
- Op 20 mei 1691 bezocht de Roermondse bisschop Reginaldus Cools de parochie Echt. Hij concludeerde dat de oude, kleine kapel niet langer functioneerde en gaf in 1691 toestemming het kapelletje te vergroten, onder de titel 'de Lieve Vrouw van Peys, troost en hulpe'. De huidige kapel werd, blijkens de gedenksteen met chronogram en het ankerjaartal in de voorgevel, nog dat jaar gebouwd. Hij wordt voor het eerst genoemd in de kerkvisitatie van 1703. In 1758 en 1772 werden diverse reparaties uitgevoerd.
- De eenbeukige kapel is opgetrokken uit baksteen. Tegen de buitenmuren zijn steunberen aangebracht. In de buitenmuren zijn veertien opaline kruiswegstaties aangebracht. In de boogvensters van de kapel bevinden zich zes glas-in-loodramen uit 1947 van de Echter glazenier Jacques Verheyen met Mariavoorstellingen: Anna met Maria als kind; Maria Boodschap; Maria als moeder van peys, troost en hulpe; de Moeder van Smarten en Maria Tenhemelopneming. Boven de deur in de voorgevel is eveneens een raam aangebracht. Tussen de deur en het raam staat het chronogram dat 1691 weergeeft: 'MarIa Van peYs, Van trost en hULpe tegen aLLe VerWoestIngen onser VIJanDen'. De kapel heeft een zadeldak dat bekroond wordt door een dakruiter, waarin een klokje hangt. Bouwkundig is de kapel sedert 1691 nauwelijks veranderd. Wel is de rode baksteen waaruit de kapel was opgetrokken onder een witte pleisterlaag verdwenen en zijn de leien vervangen door dakpannen.
- De kapel ligt anno 1999 aan de kruising Bosstraat-Heerweg tussen de rijksweg N276 en de spoorlijn Sittard-Roermond in een klein parkje en is omgeven door lindebomen. Tot 1850 was de gemeente Echt één parochie, toegewijd aan de H. Landricus. In 1850 werd te Pey de parochie O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen. De kapel van Schilberg kwam op het territorium van de parochie Pey te liggen, maar de Landricus-parochie bleef de eigenaar van de kapel. Bij de oprichting in 1962 van de 'Stichting O.L. Vrouw van Schilberg', wier zetel de Landricusparochie is, werd bepaald dat de inkomsten verdeeld werden over de drie parochies die Echt telde: Landricus, Pius X en O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen.
- Tijdens de Franse overheersing (1794-1814) werden alle kostbare zilveren en gouden ornamenten en votiefgeschenken uit de kapel gestolen.
- In de kapel hangen boven de kast met ex-voto's - de vroegere zijdeur - de twee panelen van het voormalige neogotische altaar. De panelen (ca. 80 x 50 cm) zijn geschilderd door Albin Windhausen uit Roermond, met de titels 'De herder vindt het mirac. beeldje van Maria' en 'Zieken en vereerders bij de Kapel van Schilberg'. Naast deze schilderingen hangt een schilderij van het miraculeuze beeldje van O.L. Vrouw van Schilberg van de hand van Ria Rutten (1997).
- Het vereerde Mariabeeldje stond in de 19e eeuw in een glazen kastje tegen de muur, maar bevindt zich sedert 1967 boven het altaar achter glas in een nis in de oostmuur. Tijdens het feestoctaaf wordt het beeldje onder een troontje aan de evangeliezijde geplaatst.
- Achter in de kapel stond nog een houten kist waarin bezoekers eertijds spijkers gooiden ter genezing van zweren. Dit gebruik was in 1991 reeds in onbruik.

De zeven voetvallen
- Volgens de legende bewoonde Franciscus de Chatelain en zijn familie omstreeks 1670 het nabijgelegen kasteel Holstraete. De Chatelain had zeven dochters die, ondanks hun huwbare leeftijd, nog steeds niet getrouwd waren. Een pater die op doorreis was, gaf De Chatelain het advies om langs de weg van het kasteel naar het kapelletje op de Schilberg zeven voetvallen te laten bouwen ter ere van de Zeven Smarten van Maria. De edelman volgde dit advies op en niet lang daarna kwamen er zeven officieren van het garnizoen van Roermond om zijn dochters ten huwelijk te vragen.
- De kapelletjes met de zeven voetvallen, die reeds voor 1670 bestonden, waren oorspronkelijk gelegen aan de Bosstraat en de Houtstraat in Echt en leidden naar de kapel op de Schilberg. Deze bidweg liep van het punt waar nu perceel Houtstraat 33 ligt tot aan het zevende kapelletje bij het huidige huis op de Bosstraat 55. Op een kadasterkaart van 1716 zijn de voetvallen aangegeven.
- Historisch is vastgelegd dat Jacoba de Chatelain en haar man de 'Heer van Lomm', in 1733 aan de bisschop toestemming vroegen deze kapelletjes te laten restaureren. Rond 1900 zijn ze voor de tweede keer gerestaureerd door toedoen van de kapelaan Op de Coul uit Echt en de Roermondse kunstenaar Eugène Lücker. Toen beschikten de kapelletjes over gekleurde achterglasvoorstellingen. Ze werden vervangen door uit mergel gehouwen reliëfs, die echter niet meer de smarten van Maria tonen.
- In vroeger jaren - H. Welters maakt er in 1882 al melding van - was het gebruikelijk dat zeven jonge meisjes, naar analogie van de zeven dochters van de graaf De Chatelain, biddend langs de voetvallen trokken naar de kapel van Schilberg als een buurtbewoner ernstig ziek was, op sterven lag of reeds was overleden.
- Tengevolge van een wegverbreding en 'moderne verkeerseisen' moesten de kapelletjes in 1963, 1965 en 1968 worden afgebroken. Op de plaatsen waar ze hadden gestaan aan de Houtstraat en Bosstraat werden in het trottoir kruisen van witte tegels aangebracht. In de Houtstraat zijn deze tegels als gevolg van wegwerkzaamheden verdwenen. Alleen in de Bosstraat is thans nog één wit kruis zichtbaar, dat de plaats van de zevende voetval markeert.
- In 1979 werd een tentoonstelling georganiseerd over de kapel op de Schilberg en de zeven voetvallen. Deze expositie zorgde voor een zekere opleving van de belangstelling. Joop Utens herbouwde de zeven kapelletjes in 1981 rondom de kapel van de Schilberg, aan de huidige Bosstraat. De inzegening vond plaats op 4 september van dat jaar. Bij de kapelletjes bevindt zich een hardstenen gedenkplaat met het opschrift: 'De zeve vootvalle van veur 't jaor 1670 langs Hout en Bosstraot hie bie Slevruike van Schailberg herboewdj 1981'.
Cultusobject - Het Mariabeeldje (ca. 33 cm hoog) werd vermoedelijk rond het jaar 1500 vervaardigd in of rond Mechelen (B). Het beeldje is van eikenhout en verkeert in goede staat, de polychromie is van later tijd. Het stelt Maria voor met op haar rechterarm het kindje Jezus, op de linkerarm draagt zij een opengeslagen boek. In het boek staan de eerste regels van het weesgegroet geschreven.
- In 1770 liet ene Anna Meuwissen middels haar testament geld na voor een nieuwe mantel voor het Mariabeeldje. Tussen 1876 en 1880 is het beeld ontdaan van zijn mantels en werd het opnieuw gepolychromeerd.
- Op een devotieprentje uit 1936 dragen Maria en Jezus neogotische kronen, die in 1910 vervaardigd zijn door de Akense goudsmid Bernard Witte. Deze kronen bevinden zich in de pastorie van de Landricus-parochie. In 1999 droeg alleen Maria nog een modern kroontje.
Verering Legende
- De legende, voor het eerst in 1867 opgetekend door kapelaan G.H. Peeters, verhaalt dat het beeldje werd gevonden door een schaapherder die op de Schilberg zijn schapen aan het hoeden was. Terwijl hij een rozenhoedje bad zag hij het beeldje hangen in een grote eik, waar hij het voorzichtig uithaalde om over te brengen naar de kerk van Echt. Toen de herder de volgende ochtend echter opnieuw naar de Schilberg trok, zag hij opnieuw het beeldje in de eik hangen. Het was duidelijk dat Maria op die plek vereerd wilde worden. De herder besloot daarom op die plaats een kleine veldkapel te bouwen ter ere van Maria.
- De kapel op de Schilberg zou ooit ook bezocht zijn door de bende der Bokkenrijders, die erop uit waren de kostbare zilveren ex-voto's te stelen. Zij zouden in het bezit zijn geweest van een zogenaamde duivelsketting, waarmee ze elk gebouw konden openen, door de ketting er omheen te binden. Maar hoe zij de ketting echter ook om de kapel wilden binden, ze kwamen steeds één schakel tekort en het Mariabeeld bleef ongeschonden.
- De legende over de voetvallen van Maria, zoals die telkens opnieuw als 'volksverhaal' werd 'opgetekend' door de 19e- en 20e-eeuwse auteurs Welters, Kemp, Lemmens en Laugs, is in 1987 door Mohnen op deze varianten geanalyseerd. Deze auteurs bleken door lezing van elkaars verhalen te zijn geïnspireerd en gaven er telkens een 'eigen' karakter met diverse aanvullingen aan.

Begin van de devotie
- Over het ontstaan van de Mariaverering is weinig bekend. In 1733 vroeg Jacoba de Chatelain een aflaat voor hen die deelnamen aan de verering van de Zeven Smarten van Maria door langs de zeven kapellen te lopen en er te bidden. De bisschop keurde haar plannen op 9 mei 1733 goed en verleende een aflaat van veertig dagen. Op basis hiervan is het niet onwaarschijnlijk dat er in de 18e eeuw een bedevaartgebonden Mariaverering op de Schilberg bestond.
- In de raadsverslagen van Echt komt de verering eveneens naar voren. Op 28 september 1754 werden twee raadsleden wegens veelvuldige afwezigheid veroordeeld om 'tot profyte van de Capelle een pont wasch' te schenken. Op 5 april 1772 besloot de raad met behulp van de opbrengst van de bij de kapel staande offerstok de kapel te repareren. Mogelijk is de verering teruggelopen toen gedurende de Franse Tijd (1794-1814) de kapellen in verval raakten. In 1795 moest 'alle zilver en goud in of aan de kerk en de kapel' worden afgestaan. Een 19e-eeuwse inventaris meldt van de toenmalige kostbaarheden in de kapel: twee zilveren kronen en scepters, drie gouden Christusbeelden, een Christusbeeld met edelstenen, zilveren ogen, harten, ringen en platen.
- Op 14 november 1834 verleende paus Gregorius XVI eeuwigdurend een volle aflaat aan allen, die, na rouwmoedig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, op het feest van Maria Geboorte (8 september) en het daaraan verbonden octaaf de kapel van Schilberg bezochten. Dit besluit werd door vicaris-generaal Kerkhoffs van Luik op 10 december 1834 bekrachtigd. In 1843 werd de verlening van deze aflaat nogmaals bevestigd. Pastoor H.G. Kerbosch verkreeg in de tweede helft van de 19e eeuw van paus Pius IX de toestemming om op het feest van Maria Geboorte en het octaaf in de kapel de mis te vieren.
- H. Welters schreef in 1882 over de devotie: 'Gedurende de H. Vasten, alle Vrijdagen door het jaar, doch meer bijzonder 's Zondagsnamiddags en op Allerzielendag wordt deze liefelijke bidplaats talrijk bezocht'. Bovendien werden gedurende de processie op het octaaf van O.L. Vrouw Geboorte door 'jongedochters' ieder jaar versierde offerkaarsen meegebracht. De ouderdom van de verering werd aan het begin van de 20e eeuw nog eens aangestipt. Kronenburg schreef in 1909: 'Sedert onheugelijke tijden wordt hier op dit feest en op den Zondag onder het octaaf des namiddags in de open lucht gepreekt, gewoonlijk voor een gehoor van meer dan twee duizend personen.'
- Pastoor J.E.H. Menten (1885-1891) had omstreeks 1890 grootse plannen met de kapel van Schilberg, die hij aanzienlijk wilde vergroten. Waarschijnlijk wilde hij zo Schilberg verder uitbouwen als bedevaartplaats. Het bisdom vreesde echter concurrentie voor de Mariabedevaartplaatsen te ⟶ Sittard (O.L. Vrouw van het H. Hart) en ⟶ Roermond (O.L. Vrouw in 't Zand). De vergroting van de kapel ging niet door, mede omdat Menten in 1891 pastoor werd van de Matthiaskerk te Maastricht.
- In de jaren twintig van de 20e eeuw bestond er een levendige verering. In 1923 schreef Ad. Welters dat:

'de devotie tot O.L.Vrouw van Schilberg zich echter pas in de laatste jaren ontwikkeld [heeft]. Onder pastoor Menten bestond in de jaren 1890 het plan om de kapel aanmerkelijk te vergrooten n.l. om aan de koorzijde (oost) een bijbouw te maken in den vorm van een klaverblad. Dit plan (...) moest helaas, door zijn vertrek, onuitgevoerd blijven. (...) Meer en meer neemt ondertusschen de devotie tot de H. Maagd te Schilberg toe. Honderden bezoeken de kapel vooral des Zondags, om aldaar in den namiddag in den stillen schemer der brandende kaarsen hun rozenkrans te komen bidden voor het Miraculeus Beeldje. Een bedegang naar de kapel behoort voor zeer vele Echtenaren tot de Zondagsviering en men betreurt 't, als men door omstandigheden het bezoek aan de kapel niet kan brengen. Op de Zaterdagen in Mei gingen de leerlingen der Kweekschool, door hunne leeraren vergezeld, bedevaarten naar de Kapel en zongen er oudergewoonte de duitsche Mis, terwijl hun Directeur er het H. Misoffer opdroeg.
Maar de vereering van Maria stijgt er ten top in de octaaf van O.L. Vrouw Geboorte, wanneer er telken dage de H. Mis en Lof gezongen worden en op den feestdag zelf de processie van Echt er in al haren luister heentrekt, met een omweg over den Rijksweg bij Peij. Dan wordt in de kapel de plechtige Hoogmis opgedragen en door duizenden in en om dit heiligdom in allen eerbied bijgewoond. En des namiddags onder het Lof, wordt er door een Franciscaner pater gepreekt over de vereering van de H. Maagd. Deze preek heeft plaats in de open lucht, onder de kerk der plechtige linden en zelden zal men er een stemmiger godsdienstoefening bijwonen, dan wanneer hier onder de zacht ruischende boomen het krachtige woord Gods weerklinkt over de luisterende hoofden van eenige duizenden toehoorders.'

- In de kapel bevindt zich een herdenkingssteen uit 1936 ter ere van de toewijding door mgr. Lemmens van de Landricusparochie (6 september) en het dekenaat Echt (13 september) aan Maria (⟶ Gulpen, ⟶ Leenhof, ⟶ Schinnen). In het kader van die toewijding werd op 13 september een grote optocht gehouden door Echt, waaraan 80 groepen en 32 praalwagens deelnamen. De parochie Echt maakte een door vier witte paarden getrokken praalwagen van O.L. Vrouw van Schilberg. Het miraculeuze beeld werd op deze wagen meegevoerd. Bij raadsbesluit van 27 augustus 1936 werd de gemeente Echt 'plechtig en voor eeuwig' opgedragen aan Maria. Als voorbereiding op de toewijding werd een speciale krant uitgegeven Moeder Maria. Maria-tijdschrift voor het dekenaat Echt met op de voorpagina tekeningen van de kapellen Onder de Linden te ⟶ Thorn en Schilberg.
- De kapel van Schilberg was opgenomen in de routes van de sacramentsprocessie en de Marcusprocessie (afgeschaft omstreeks 1970) van Pey.
- Voor de Tweede Wereldoorlog vond tijdens het octaaf een soort markt plaats rond de kapel, waarbij etenswaren en devotionalia aangeboden werden. Ook bestond het gebruik om bij huiduitslag of zweren deze aan te strijken met een roestige spijker, die vervolgens gedeponeerd werd in een houten van twee sleuven voorziene 'nagelkist' achter in de kapel (⟶ dl. 2, Esdonk, Christus). Dit gebruik is in Echt evenwel al lang verdwenen.

Na 1945
- Na de Tweede Wereldoorlog handhaafde de devotie zich. De Gazet van Limburg meldde in 1952 dat er in het octaaf na Maria Geboorte (8 september) duizenden uit Echt en de omliggende dorpen een bezoek aan de kapel van Schilberg zouden brengen. Maria Geboorte werd te Echt ook 'leste - le-vrouw' (de laatste O.L. Vrouw) genoemd, omdat dit het laatste Mariafeest van het kerkelijk jaar was. Het octaaf werd op 8 september geopend met een processie die vanaf de Landricuskerk van Echt naar de kapel trok. Bij de kapel werd een openluchtmis gehouden met een feestpredikatie van kruisheer W. Sangers uit Maaseik. 's Middags om 16.00 uur was er lof. Gedurende het octaaf werd er elke dag om 9.00 uur een mis en om 16.30 een lof gehouden. In de jaren vijftig was dit het geijkte programma tijdens het octaaf.
- Op 8 maart 1962 werd de kerkelijke stichting 'Onze Lieve Vrouw van Schilberg' opgericht. Deze stichting had tot doel het godsdienstig-kerkelijk leven in Echt en met name de devotie tot O.L. Vrouw te bevorderen. Na de overdracht van de kapel aan de stichting werd op het feest van Maria Koningin (31 mei) 1963 vanuit de drie parochies van de gemeente Echt (Landricus, Pius X en O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen) een processie georganiseerd naar de kapel om zo te demonstreren dat de kapel van Schilberg een aangelegenheid is van heel Echt. In 1976 werd aan de doelstelling een regel toegevoegd die pleitte voor de instandhouding van de kapel, haar inventaris en de overige kerkelijke monumenten. Buurtbewoners dragen mede zorg voor de verzorging van de kapel.
- Van 4 tot en met 15 september 1991 vierde men het 300-jarig bestaan van de kapel op de Schilberg. Tijdens de feestelijkheden werd een tentoonstelling georganiseerd over O.L. Vrouw van de Schilberg in prent en beeld. Er werd een toneelstuk opgevoerd waarin de zeven voetvallen centraal stonden. Tevens was er een klank- en lichtspel met het thema 300 jaar bestaan Kapel Schilberg. In de kapel en de overige kerken in Echt werden tal van liturgische vieringen gehouden. Het hoogtepunt was de processie naar de kapel op 8 september, het feest van Maria Geboorte, waar bisschop J. Gijsen van Roermond een hoogmis opdroeg. Op 14 september werden in drie kerken gezinsmissen gehouden, waarna vanuit de kerken in lichtprocessie naar de kapel werd gegaan.
- De vieringen in het octaaf vinden plaats in een grote tent die bij de kapel wordt gebouwd. In de tent staat ook een stand met devotionalia.
- In 1999 was de kapel dagelijks geopend van 8.00 tot 20.00 uur en werd de gehele dag door mensen bezocht die kort naar binnen gaan om er te bidden. Achter in de kapel bevond zich een boek, waarin bezoekers hun intenties konden opschrijven. Er bleken reeds twaalf van dergelijke boeken te zijn volgeschreven. Ze worden bewaard in de pastorie van Echt. De intenties lopen uiteen van genezing van kanker tot hulp bij het eindexamen. Elke maandag om 15.00 uur wordt in de kapel op de Schilberg het rozenhoedje gebeden en de toewijding aan Maria: 'Moeder Maria van Hulpe van Peys en van Vree, wees onze voorspreekster bij de Barmhartige Jezus uw Zoon'.
- De buurtvereniging noemt zich 'O.L. Vrouweput' of 'O.L. Vrouw van Schilberg'. De basisschool van Schilberg heette vroeger 'O.L.Vrouw van Schilberg' (thans Basisschool Schilberg).
Materiële cultuur - Ex-voto's: in de kapel bevindt zich een collectie van zo'n tachtig zilveren en witmetalen ex-voto's. Ze zijn op houten tableaus bevestigd die in een platte vitrinekast zijn geplaatst. De vitrinekast bevindt zich aan de linkerwand van de kapel. Het gaat hierbij voornamelijk om ex-voto's in de vorm van een hart, vlammende harten, armen, benen, ogen, een knielend kind, rozenkransen, armbanden, broches, colliers, een horlogeketting, oorhangers, ringen en een lorgnet. De oudste ex-voto dateert van voor 1794. De meeste ex-voto's dateren gelet op de zilvertekens uit de periode 1814-1830 en van na 1840. Het betreft werk van de Roermondse zilversmeden A. Gijsberts, C. Hendrix, M. Leloup, J. Lemens, L. Loven, J. Plaghki. Verder is er werk van J. De Jongh (Maastricht) en W. Leurs (Sittard).
- Noveenkaars: met daarop in kleur een voorstelling van O.L. Vrouw van Schilberg en de tekst: 'O.L. Vrouw van Schilberg'.
- Replica's: 1 kopie van het Mariabeeldje (ca. 30 cm). De oudste replicabeeldjes werden voor 1940 vervaardigd door de firma Hack-Rutten te Maastricht. De aan de Landricuskerk verbonden priester Rikmenspoel kocht de rechten van die firma op, zodat na de Tweede Wereldoorlog het alleenproductierecht van de replica's bij de Landricusparochie berustte. In 1999 waren er monochroom bruine beeldjes (met enige accenten in goud) en gepolychromeerde beeldjes te koop; 2 een klein beeldje van O.L. Vrouw van Schilberg is geplaatst in een wegkapelletje nabij de in de Tweede Wereldoorlog verwoeste boerderij de Leendhof in de buurtschap Hingen, de volgende tekst is eronder geplaatst: 'Uit dankbaarheid voor de bevrijding 21-1-1945'; 3 replica's (27,5 x 20 cm) van de voormalige altaarpanelen met voorstellingen van de vondst van het Mariabeeldje en zieken en pelgrims bij de kapel; 4 eind 1999 heeft een inwoner van Echt een houten beeldje van O.L. Vrouw van Schilberg verworven uit omstreeks 1900 met daarop de tekst 'RE Waren. Fecit A. Holtum'.
- Model: in het gemeentemuseum van Echt bevindt zich een model van de kapel van Schilberg (1: 43,5) die in 1991 gemaakt werd door leden van 'Modelbaan Zuid-Limburg'.
- Gebrandschilderd raam: 1 in de absis van de O.L. Vrouwekerk van Pey bevindt zich een gebrandschilderd raam (1952) van glazenier Jacques Verheijen uit Echt met een voorstelling van O.L. Vrouw van Schilberg; 2 Verheijen heeft ook voor particulieren gebrandschilderde voorstellingen van O.L. Vrouw van Schilberg gemaakt.
- Medailles: in vroeger jaren zijn ook medailles van O.L. Vrouw van Schilberg verspreid.

Devotioneel drukwerk
- Prentje: 1 devotieprentje met negen kleine kleurenfoto's van kapel, beeld en voetvallen (ca. 1975?); de binnenzijde is bedrukt met 'Korte beschrijving van het beeldje van O.L.Vr. van Schilberg', 'Korte beschrijving van de kapel van Onze Lieve Vrouw van Schilberg', 'Korte geschiedenis van de zeven voetvallen'; op de achterzijde staat een 'Gebed tot O.L. Vrouw van Schilberg'; 2 idem maar met op de voorzijde een pentekening en de tekst 'O.L. Vrouw van Schilberg. Bid voor ons' (ca. 1990?); 3 zwartwit-prentje met een foto van het genadebeeldje op de voorzijde en daaronder de tekst: 'Maria van Peys, van Trost en Hulpe tegen alle verwoestingen onzer vijanden'. Op de achterzijde staat een gebed tot O.L. Vrouw van Schilberg (6,5 x 10,5 cm); 4 Ad. Welters vervaardigde (1937) met de hand ingekleurde tekeningen van het miraculeuze beeld en de kapel (14 x 21 cm; collectie L. Moonen); 5 prentje (7 x 11,3 cm) met op de achterzijde een lied, met de aanhef 'Weesgegroet, o koninginne', op de voorzijde staat een foto van het genadebeeldje met het onderschrift 'O.L. Vrouw van Schilberg, van Hulpe, van Troost en van Vree bid voor ons'.
- Devotiebrochures: 1 vouwblad in drieën met op de voorzijde een foto van een van de voetvallen en op de binnen- en achterzijde: 'Korte geschiedenis van de voetvallen', 'Gebeden voor de bidtocht' en 'Slotgebed in de kapel' (ca. 1960?); 2 'Gebeden en gezangen. O.L. Vrouw van Schilberg', met 30 gebeden en gezangen (Schilberg, ca. 1990?; 8 p.).
- Bedevaartvaantje: een ingekleurd driehoekig vaantje (20 x 31 cm) met afgebeeld het genadebeeldje, de kapel van Schilberg en de zeven voetvallen. Voor elke voetval zit een geknield meisje. Het randschrift luidt: 'O. Gij, die door dit heilzaam beeld zoovele kranken hebt geheeld, Gij, die de troost der droeven zijt, tot U kom ik uit dankbaarheid voor zooveel g'nadegaven' (Oosterbeek: H. Herkuleyns, 1947).
- Lied: 'Het volkslied voor Echt en omgeving ter eere van O.L. Vrouw van Schilberg', omstreeks 1936, tekst Dom. A. Giesberts, abt van Lilbosch, en melodie van G.F. de Pauw, directeur van de harmonie.
- Periodiek: Moeder Maria. Maria-tijdschrift voor het dekenaat Echt (Echt: drukkerij R. Griens, 1936; 9 nrs. verschenen tussen mei en september 1936 ter voorbereiding en begeleiding van de toewijding van parochie en dekenaat aan Maria).
- Programmaboekjes en -folders: 1 Programma van den feeststoet ter gelegenheid van de dekenale Maria-Hulde te Echt. 13 september 1936 (z.p., z.n., z.j. [1936] 2 p.); 2 Kapel Schilberg 1691-1991 (z.p., z.n., z.j. [Echt, 1991], 4 p.); 3 300 Jaar kapel Schilberg Oktaaf 7 september t/m 14 september 1991 (z.p., z.n. z.j. [Echt, 1991], 4 p.); 4 Octaaf van onze Lieve Vrouw Geboorte 4 september t/m 12 september 1999 (z.p., z.n. z.j. [Echt, 1999], 4 p.); 5 O.L. Vrouw van Schilberg (Echt: z.n., z.j.;, 4 p.).
- Ansichtkaarten: 1 zwartwit-ansichtkaart met een foto van het exterieur van de kapel met het onderschrift 'Groet uit Echt Kapel Schilberg' (9 x 13,5 cm; Echt: René Griens, z.j [ca. 1920?]); 2 zwartwit-ansichtkaart van de eerste voetval (9 x 13,5 cm); 3 kleurenansichtkaart met een foto van het genadebeeldje tegen een blauwe achtergrond. Op de achterzijde staat: 'Genadebeeld van O.L. Vrouw van Schilberg te Echt. "Onze Lieve Vrouw van peys, van troost en van hulpe bid voor ons"' (10 x 14,5 cm; Amsterdam: Van Leer's Fotodrukindustrie, z.j. [Ca. 1980?]); 4 kleurenansichtkaart van het interieur van de kapel (10 x 14,5 cm; Amsterdam: Van Leer's Fotodrukindustrie, z.j. [ca. 1980?]); 5 kleurenansichtkaart van het exterieur van de kapel (10 x 14,5 cm; Amsterdam: Van Leer's Fotodrukindustrie, z.j. [ca. 1980?]).
- Overige: voorstellingen van het genadebeeldje en de kapel sieren ook rouwprentjes, prentjes ter gelegenheid van een priesterwijding en kerstkaarten.
Bronnen en literatuur Archivalia: Maastricht, Rijksarchief in Limburg: archieven van het oude en het nieuwe bisdom Roermond. Roermond, gemeentearchief: parochiearchief H. Landricus Echt. Echt, gemeentearchief: 'register de magistraele vergaederinghe...1739'.
Literatuur: Ger Peeters, 'Geschiedkundige beschrijving der gemeente Echt in vroegere en latere tijden', in: Publications S.H.A. Limbourg 4 (1867) p. 100; H. Welters, 'De Maria-kapel te Schilberg onder Echt', in: Maria's heiligdommen in Nederland en België ('s-Hertogenbosch: De Katholieke Illustratie, 1881) p. 257; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, dl. 6 (Amsterdam: Bekker, 1909) p. 478-480; A.V.E., 'De zeven voetvallen te Echt', in: De Nedermaas 1 (1922/1923) p. 46-48; A.V.E., 'Onze Limburgsche veldkapellen', in: De Nedermaas 1 (1922/1923) p. 140-141; Ad. Welters, 'Bijdragen tot de geschiedenis van de parochie Echt', in: Publications S.H.A. Limbourg (1923) p. 1-269; Pierre Kemp, Limburgs Sagenboek (Lutterade: Fonds voor Heemkunde, 1924) p. 32-33; Voorlopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst, deel VIII, De provincie Limburg (Den Haag: Algemeene Landsdrukkerij, 1926) p. 62; Gerh[ard] Kr[ekelberg], 'Limburg het land van oude monumenten. De kapel te Schilberg bij Echt', in: Limburger Koerier, 29 augustus 1931; Paul van H., 'Onze Lieve Vrouw van Schilberg im Limburger Hollandsch', in: Katholieke Illustratie 69 (1934) p. 4-5; Ad. Welters, De Lieve Vrouwkes van Limburg (Maastricht: Van Aelst, 1937) p. 10-14; J.R.W. Sinninghe, Limburgsch Sagenboek (Zutphen: Thieme, 1938) p. 115-116; Gerard Lemmens, Maria in Limburg, de legendenkrans voor Maria (Maastricht: 'Veldeke', 1947) p. 103-107; W.L. Leclercq, Limburgs Reisboek, (Amsterdam 1949) p. 164-165; C.J.M. van der Veken, 'Kapellen in Limburg en Noord-Brabant', in: Het Gildeboek gewijd aan kerkelijke kunst en oudheidkunde 32 (1950) p. 40; Ad. Welters, Kluizenaars in Limburg (Heerlen: Winants, 1950) p. 54-58; Ad Welters, 'Aan Slevruike van Sjèèlberg', in: Veldeke 33 (april 1958) p. 16, gedicht; M.J.H.A. Schrijnemakers, 'De voor- en vroeggeschiedenis van Munstergeleen', in: J.G.T. Bouwens, Munstergeleen. Een monografie over een Limburgse gemeente (Munstergeleen 1961) p. 467; Ad. Welters, De kapel van Schilberg (Valkenburg 1967); Ad. Welters, Ein sjottel echter sokkerringskes 1888-1968 (Echt: eigen beheer, 1968) p. 6-7; N.J.A. Laugs, Echt in oude ansichten (Zaltbommel: Europese bibliotheek, 1970) p. 21-24; Gerard Lemmens & Leo Herberghs, Maria in Limburg. Sprakeloze vertellingen (Maasbree: Corrie Zeelen, 1978) p. 39-41; Kruisen en kapellen in het land van Echt. Tentoonstelling van 23 november t/m 2 december 1979 in de R.K. Kerk O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Pey-Echt ([Echt, 1979]) p. 11-14; N.J.A. Laugs, Echt in sagen, legenden en verhalen, (Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1980) p. 22-27; 'Pey krijgt weer zeven voetvallen', in: Blad voor Midden-Limburg (19 maart 1981) p. 17; Paul C.H. van der Goor, 'Een stukje historie in Echt is herleefd', in: Veldeke 56 (1981) nr. 6, p. 9-10; G.C.M. Egelie, De 7 voetvallen in geschiedenis en vroomheid (Echt 1981); 'Zeven voetvallen O.L. Vrouw van Schilberg herplaatst', Informatiebulletin Bisdom Roermond, aug. 1981, p. 20-22; Dieter Pesch, Wallfahrtsfähnchen. Religiöse Druckgrafik (Köln: Rheinland-Verlag, 1983) p. 377-379; Onze Lieve Vrouwkes van Midden-Limburg (tentoonstellingscatalogus, 1984) p. 35; Sef Derkx, Pelgrimstochten. Bedevaarten vanaf de middeleeuwen (Venlo: Goltziusmuseum, 1986) p. 11; E. Tielemans, Volksgeneeskunde in Limburg. Een bibliografie (Limbricht: Limburgs Volkskundig Instituut, 1986) p. 87, nr. 327; H. Mohnen, 'De zeven voetvallen: hét volksverhaal of een variant? Een tekstuele analyse', in: E. Tielemans & S. Top ed., Echt vertelt ... echt verteld. Een volksverhaalonderzoek (Limbricht: Limburgs Volkskundig Instituut, 1987) p. 38-73; Renaat van der Linden, Mariabedevaartvaantjes. Volksdevotie op 1175 vaantjes (Brugge: Tabor, 1988) p. 101; J.M.A. van Cauteren, Maria in Limburg. Vroomheid rond miraculeuze beeltenissen (Weert: Museum voor religieuze kunst Jacob van Horne, 1989) p. 38-39; Zuster Materna, Een vertelling voor kinderen over de heilige maagd Maria (Echt: z.n., 1991); Peter Pijls, 'Mariadevotie springlevend in Echt. O.L. Vrouw van Schilberg trekt dagelijks gelovigen', in: De Limburger, 28 augustus 1991; 'Jubileumviering 300 jaar Kapel Schilberg te Echt: Een manifestatie voor Maria', De Sleutel 19 (1991) nr. 15/16, p. 13; 300 Jaar Kapel Schilberg 1691-1991 (Echt: Stg. O.L. Vrouw van Schilberg Echt, 1991); H. Knoors ed., Bakens in het landschap. Kruisen en kapellen in Midden Limburg (z.p.: Stg. Limburg Natuurlijk, z.j. [jaren negentig]) p. 17; Honderd jaar dekenaat Echt 1895-1995 (Echt: z.n, [1995]); Herman Andriessen e.a., Kapellen onderweg. Hedendaagse spiritualiteit in Limburgse Maria-legenden (Baarn: Gooi & Sticht, 1996) p. 51-55; W. Meulenkamp & P. de Nijs, Buiten de kerk. Processieparken, Lourdesgrotten en Calvariebergen in Nederland en België (Nieuwegein: Aspekt, 1998) p. 94-96.
Echter Weekblad, 1901-1948; Echter Echo, 1948-(?); E9/Echter Echo, (?)-1991; 't Waekblaad, 1991-heden (bevat veel berichten over de kapel van Schilberg).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Schilberg; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a; KRO/RKK, 'Nachtgedanken (4). Kapellen in Limburg', uitzending Nederland 1, 20 september 1998.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<