Dordrecht, Heilig Kruis ('Heilig Hout')

Cultusobject: Heilig Kruis ('Heilig Hout')
Datum: 29 juni (zondag na)
Periode: Begin 15e eeuw - 1572 / 1953 - heden
Locatie: Parochiekerk van St. Antonius
Adres: Burg. de Raadtsingel 45, 3111 JG Dordrecht
Gemeente: Dordrecht
Provincie: Zuid-Holland
Bisdom: Rotterdam
Samenvatting: In het begin van de 15e eeuw verwierf de Grote Kerk een partikel van het H. Kruis, dat vereerd werd onder de naam Heilig Hout. De cultus kreeg een enorme impuls toen de reliek gespaard bleef tijdens de grote brand van 1457. Er geschiedden wonderen die werden vastgelegd in een mirakelboek. In 1572 verdween de reliek. In de jaren vijftig van de 20e eeuw kreeg de O.L. Vrouwekerk aan de Brouwersdijk van de zusters benedictinessen in het Vlaamse Hekelgem een kruisreliek, die afkomstig zou zijn van het middeleeuwse Heilig Hout.
Auteur: Gerrit Verhoeven; Peter Jan Margry
Illustraties:
Topografie - De Grote of O.L. Vrouwekerk staat aan het westelijke uiteinde van de middeleeuwse stad. De toren vormt een baken langs de rivieroever. De kerk was de grootste en de oudste van de drie parochiekerken die Dordrecht in de middeleeuwen kende. Sinds 1367 was er een kapittel van kanunniken gevestigd. In 1572 kwam het gebouw in handen van de hervormde kerk.
- Begin jaren vijftig werd aan de Brouwersdijk 113 een nieuwe r.k. O.L. Vrouwekerk gebouwd. Vanaf 1953 bezat deze O.L. Vrouwekerk in Krispijn aan een kruispartikel dat van het oorspronkelijke Dordtse H. Hout afkomstig zou zijn. Na sluiting van de kerk in 2003 werd de reliek naar de Antoniuskerk overgebracht.
Cultusobject - Er werden één of meer fragmenten van het H. Kruis van Christus vereerd. Gedurende de eerste jaren na de brand van 1457 zou het H. Hout zijn bewaard in het minderbroedersklooster, tot de Grote Kerk voldoende was hersteld.
- Het altaar van het H. Hout bevond zich tegen een pilaar aan de noordzijde van het schip. Aan deze pilaar is een koperen plaat bevestigd, die de plaatsing van een tabernakel in 1472 memoreert.
Verering Oorsprong
- De reliek van het H. Hout werd aan de kerk geschonken in het begin van de 15e eeuw door Claes Scoutet of Scoutaten, een Brugse burger van Dordtse afkomst. Hij zou persoonlijk een deel van het H. Kruis hebben meegebracht van een reis naar het Nabije Oosten. Andere fragmenten van deze reliek belandden in Brugge en Middelburg. In 1431 onderwierp Zweder van Kuilenburg, de in Dordrecht verblijvende tegenbisschop van Utrecht, de Dordtse reliek aan een proef. Het hout werd niet beschadigd door vlammen en zonk in water, waarmee de echtheid bewezen werd geacht. Van een cultus blijkt in de bronnen vooralsnog niets. Dit veranderde op 3 juli 1457, enkele dagen na de stadsbrand in de nacht van 28 op 29 juni. Toen werd de reliek ongeschonden in de puinhopen van de kerk aangetroffen door de deken van het kapittel. Dit mirakel was het begin van een lange reeks wonderen.
- In 1462 werd ook de Middelburgse reliek van Claes Scoutet onderworpen aan een proef en eveneens echt bevonden. In 1474 onderging het Brugse fragment eenzelfde proef met identiek resultaat. Deze laatste proef werd uitgevoerd door een commissie die namens de bisschop van Doornik een onderzoek instelde naar de herkomst en de echtheid van alle kruisrelieken die van Claes Scoutet afkomstig waren. Deze commissie bezocht ook Dordrecht en vervaardigde een uitvoerig rapport over de bevindingen aldaar. Dit rapport is één van de voornaamste bronnen voor onze kennis van de Dordtse cultus.

Mirakelen en processie
- Een andere belangrijke bron is een mirakelboek met 175 verhalen van wonderen die zouden zijn geschied na het aanroepen van het H. Hout. Het is overgeleverd in een 19e-eeuws afschrift, dat slechts de eerste 57 verhalen in extenso bevat en de overige in verkorte vorm. De eerste gedateerde verhalen zijn van juli 1458, het laatste is van 1509. Liefst 111 mirakelen werden vastgelegd in de periode 1458-1464, dus in de beginfase van de cultus, toen er kennelijk nog veel behoefte aan propaganda was. De meeste wonderen (151) hebben betrekking op genezingen. Van de overige 24 hebben er zestien op de één of andere wijze te maken met scheepvaart. Dit relatief grote aantal kan worden verklaard uit de betekenis van Dordrecht als handelsstad.
- De meerderheid van degenen die een wonder van het H. Hout ervoeren, woonden in Dordrecht of in de naaste omgeving. In deze regio kan de bekendheid zijn bevorderd door terminarissen (rondreizende bedelmonniken) van het carmelietenklooster te Schoonhoven, die aantoonbaar waren geïnteresseerd in de cultus. In strafbedevaarten wordt het H. Hout slechts éénmaal genoemd, in een vonnis van het stedelijk gerecht te Brielle.
- Tal van bedevaartgangers bezochten de Grote Kerk. De offeranden bij het altaar van het H. Hout en tijdens de processie zullen een bijdrage hebben geleverd aan het herstel van de Grote Kerk. Volgens de Brugse commissie was de hele kerk zelfs herbouwd van de inkomsten uit de votiefgaven. Er zouden 'oneindige bedragen' zijn gespendeerd aan de uitdossing van het H. Hout. Wellicht duidde de commissie hiermee onder meer op een tabernakel, dat in 1472 was voltooid, getuige een nog altijd aanwezige gedenkplaat in de kerk.
- Vanaf 1458 werd jaarlijks op de zondag na Petrus en Paulus (29 juni) een ommegang door de stad gehouden ter herinnering aan het mirakel. Vaak wordt geschreven dat in de middeleeuwen ter ere van het Heilig Hout jaarlijks de Grote Ommegang werd gehouden. Dit is niet juist: deze processie vond plaats ter herdenking van het wonder van het H. Sacrament in 1338. De processie ter ere van het Heilig Hout werd ter onderscheiding hiervan de Kleine Ommegang genoemd. Vele bronnen getuigen van de betrokkenheid van het stadsbestuur, gilden en schutterijen bij de organisatie van deze plechtigheden.
- Na de proef in 1431 verleende Zweder van Kuilenburg een aflaat van veertig dagen aan de vereerders van het H. Hout. Hij bevestigde de aflaat die eerder was uitgevaardigd door bisschop Ricardus van Londen, waarmee Richard Clifford moet zijn bedoeld, bisschop van 1407-1421. Deze is in elk geval in 1414 in Holland geweest, hetgeen een aanwijzing kan zijn voor een nadere datering van de verwerving van het H. Hout.
- Ten slotte verdween tijdens de reformatie het H. Hout voor eeuwen uit beeld.

20e eeuw
- In 1953 verkreeg de nieuwe O.L. Vrouwekerk aan de Brouwersdijk een kruispartikel dat een deel zou zijn van het oorspronkelijk Dordtse H. Hout. De reliek was aangetroffen in het benedictinessenklooster Maria Mediatrix in het Belgische Hekelgem. Het zou afkomstig zijn van domina Lutgardis de Groot, die bij haar intrede tal van relieken had meegebracht. De laatste verzegeling had plaatsgevonden in 1876 door de Gentse bisschop H.F. Bracq. Op 27 februari 1953 kon pastoor Haring het H. Hout een plaats geven in de kerk aan de Brouwersdijk, waar het nog altijd berust. De reliek, bestaande uit twee minuscule stukjes hout, is gevat in een gouden kruis. In 1954 werd een altaarstuk vervaardigd door Toon Winkel. Het middenluik toont Christus aan het Kruis, geflankeerd door Maria en Johannes. Op de zijluiken is de geschiedenis van het H. Hout uitgebeeld. Sinds 1957 wordt jaarlijks een processie in de kerk gehouden. Aanvankelijk vond deze plaats op de traditionele datum, de zondag na Petrus en Paulus, tegenwoordig op Goede Vrijdag. Behalve een bescheiden aantal Dordtenaren nemen volgens de pastoor ook mensen van buiten de stad hieraan deel.
- In 2006 hebben Dordtenaar Jan Wiersma en pastoor Hofstede de verering van het Heilig Hout weer gerevitaliseerd. Sinds de reliek in 2003 naar de Antoniuskerk bij het station werd overgebracht, wordt daar het heilig Hout op Goede Vrijdag vereerd. In 2006 is een parochiële commissie begonnen de verering verder nieuw leven in te blazen. Wiersma's schoonvader was een van de mensen die de reliek in 1953 weer vanuit België naar Dordrecht bracht en hijzelf liep in de eerst processie van dat jaar mee. Door deze achtergrond werd hij gestimuleerd de betekenis van de kruisreliek uit te gaan dragen. Op 2 juli 2006 werd ten behoeve van de reliek op processionele wijze een nieuw altaar in de kerk ingebruik genomen. Jaarlijks vindt de viering van het H. Hout van Dordt plaats, met lof en processie en is er een feestmarkt op het kerkplein.
Materiële cultuur - In de O.L. Vrouwekerk te Brugge bevindt zich een serie van tien schilderijen betreffende de relieken die geschonken waren door Claes Scoutet. Zij werden vervaardigd door Pieter de Brune tussen 1632 en 1634. Twee afbeeldingen hebben betrekking op het H. Hout te Dordrecht: de beproeving door Zweder van Kuilenburg in 1431 en de vinding door de deken in 1457
Bronnen en literatuur Archivalia: Dordrecht, gemeentearchief: archief van de Grote Kerk; parochiearchief van de O.L. Vrouwekerk.
Tekstedities: G. Verhoeven, 'Het mirakelboek van het heilig Hout te Dordrecht', in: Archief voor de geschiedenis van de katholieke kerk in Nederland 27 (1985) p. 104-139.
Literatuur: M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht (Dordrecht 1677) p. 108-109; H.F. van Heussen, Historia Episcopatuum Foederati Belgii etc., dl. 1 (Antwerpen 1733) p. 310-311; F. van Mieris, Groot Charterboek der Graaven van Holland, dl. 4 (Leiden 1756) p. 277, Richard Clifford in Holland; verouderd en vaak foutief zijn de nog wel geciteerde publicaties van G.D.J. Schotel, 'Verhael van 't heylig hout, opgesteld door pater Pieter van Schoonhoven, Lieve Vrouwe Broeder Terminarius, te Dordrecht, van 1455 tot 1491', in: G.D.J. Schotel, Letter- en oudheidkundige Avondstonden (Dordrecht 1841) p. 185-216, en G.D.J. Schotel, 'Graciën of aflaten, aan de Groote of O.L. Vrouwe-Kerk te Dordrecht verleend', in: Archief voor Nederlandsche kerkgeschiedenis 1 (1885) p. 162-172; S. Muller, Geschiedkundige atlas van Nederland. De kerkelijke indeeling omstreeks 1550, tevens kloosterkaart, dl. 1 ('s-Gravenhage: M. Nijhoff, 1921) p. 241-242; J.L. van Dalen, De Groote Kerk te Dordrecht (Dordrecht 1927), met vele bronnen; Nieuwe Dordtse Courant, 7 oktober en 4 november 1952, 26 en 28 februari 1953, 30 maart 1954 en De Tijd, 19 juli 1957, over de terugkeer van het Heilig Hout; J. van Herwaarden, Opgelegde bedevaarten (Assen-Amsterdam: Van Gorcum, 1978) p. 693, strafbedevaart; Th.W. Jensma en A. Molendijk, De Grote of Onze Lieve Vrouwekerk van Dordrecht. Koor en kapittel (Dordrecht 1983) p. 57-62, over de processies, met vele bronnen; zie verder voor bronnen en literatuur betreffende de middeleeuwse cultus: G. Verhoeven, 'De cultus van het heilig Hout te Dordrecht: het ontstaan van een bedevaart in de late middeleeuwen', in: N. Lettinck en J.J. van Moolenbroek ed., In de schaduw van de eeuwigheid. Tien studies over religie en samenleving in laatmiddeleeuws Nederland aangeboden aan prof. dr. A.H. Bredero (Utrecht 1986) p. 200-223; J.L. Kool-Blokland, Van Heilig-Sacramentsgasthuis tot Merwedeziekenhuis. Zeven eeuwen ziekenverzorging in Dordrecht (Dordrecht 1995) p. 15-19; Ted Konings, 'Het Heilig Hout van Dordrecht', in: Katholiek Nieuwsblad, 14 april 2006, p. 15; Ruben A. Koman, Wonderbaarlijk Dordrecht. Middeleeuwse mirakelen en wonderverhalen van nu (Alblasserdam: De Stroombaan, 2007) 10-13; Ruben A. Koman, Bèèh! Groot Dordts volksverhalenboek (Bedum: Profiel, 2005) 111-118; Fred van Lieburg, Heilige plaatsen in een Hollandse stad. Duizend jaar religieuze gebouwen op het Eiland van Dordrecht (Dordrecht: Historische Vereniging Oud-Dordrecht, 2012 = Jaarboek 2011) p. 74-77.
Over het onderzoek vanuit Brugge: [J. van Caloen], Triumphe van het heilig Kruise Christi Jesu, dat is de Geschiedenisse van de vier kruisreliquiën die vereerd worden of eertijds vereerd wierden te Dordrecht in Holland, te Middelburg in Vlaanderen, in onze lieve Vrouwe kerke te Brugge ende te Sinte-Kruis, nevens Brugge (Brugge 1871).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Dordrecht-H. Kruis
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<