HomeDatabankenBedevaarten

Diessen, H. Willibrord (Willibrordus)

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Willibrord (Willibrordus)
Datum: 7 november
Periode: 16e/17e eeuw (?) - 18e eeuw
Locatie: Parochiekerk van St. Willibrordus; St. Willibrordusput
Adres: Heuvelstraat 1, 5087 AA Diessen
Gemeente: Hilvarenbeek
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Sinds de 8e eeuw bezat de benedictijnenabdij van Echternach, gesticht door St. Willibrord, goederen in Diessen. Uiterlijk in de late middeleeuwen zal vanuit de abdij of door haar rentmeesters in Noord-Brabant de verering van Willibrord in Diessen geïntroduceerd zijn. In de eerste decennia van de 17e eeuw trok Willibrord in Diessen talrijke bedevaartgangers, die afkwamen op het wonderdadige water van de Willibrordusput, dat vooral werd gebruikt voor de genezing van het zogenoemde gebrek van St. Willibrord, een bepaalde kinderziekte. Ook werden er relieken van de heilige vereerd. In de 18e eeuw is de bedevaart verlopen tot een lokale cultus en daarna verdwenen. Omstreeks 1900 knoopte het feest met de naam 'Diessense Pinksteren' echter aan bij de oude St. Willibrordusverering. Dit feest heeft tegenwoordig vooral het karakter van een braderie.
Auteur: Arnoud-Jan Bijsterveld
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De abdij van Echternach beschikte sinds de 8e eeuw over bezittingen in Diessen, nadat domeingoederen aldaar in 712-713 aan St. Willibrord en in 780-781 aan de abdij waren geschonken. Diessen behoorde aanvankelijk wellicht tot de parochie Alphen. De afscheiding en verheffing van Diessen tot afzonderlijke parochie geschiedden vermoedelijk tussen 1175 en 1233; in het laatste jaar wordt de parochiekerk van Diessen voor het eerst genoemd in een pauselijke bul. In 1234 is er sprake van de 'capella de Disen'. Het patronaatsrecht van de kerk van Diessen kwam sinds de 13e eeuw toe aan de abt van Tongerlo. Vanaf 1436 wordt in de kerk van Diessen een altaar, gewijd aan St. Willibrord, vermeld. Volgens de rescripties van het aartsdiakenaat Kempenland was de kerk van Diessen in 1556 gewijd aan Willibrord. De 15e-eeuwse parochiekerk, die in de jaren 1970-1972 werd gerestaureerd, ligt in de kleinschalige dorpskom.
- Het retabelschilderij in het hoofdaltaar beeldt rechts St. Willibrord uit, die, gekleed in koorkap of bisschopsmantel, knielt voor de links tronende O.L. Vrouw met kind. Linksonder staat een zittende vrouw afgebeeld met een kind aan haar zijde, terwijl zij een ander (ziek?) kind opheft, voor wie Willibrord als voorspreker optreedt. Een bron is te zien alsmede flesjes die door pelgrims werden gebruikt om water mee te nemen. Dit schilderij is waarschijnlijk een weerslag van de lokale Willibrordcultus in Diessen. De afgebeelde kerk is namelijk dezelfde als de kerk die bij het kleine Willibrordbeeld van de kerk als attribuut is toegevoegd. J.J. Liberti heeft het doek in 1738 in olieverf uitgevoerd. Het is 207 bij 203 centimeter groot.
- Links en rechts van het hoofdaltaar bevinden zich in het koor 20e-eeuwse glas-in-loodramen, vervaardigd door J. van Leeuwen en zoon te Geldrop. Het linkerraam verbeeldt de schenkingen aan Willibrord uit het begin van de 8e eeuw; de tekst op de afgebeelde oorkonde luidt: 'Aº [710] et 712 Bobanschot atque bona Diosna pi Willibrordo tradidunt' (In het jaar [710] en 712 schonken Bobanschot en de goede Diosna aan vader Willibrord'); aan de bovenzijde afbeeldingen van de kerk van Diessen en het gemeentewapen). Het rechterraam toont Willibrord als geloofsverkondiger onder de Diessenaren.
- In de noordwesthoek van het pleintje ten noorden van de kerk bevindt zich de St. Willibrordusput.
Cultusobject - Zie voor St. Willibrord ⟶ Alphen.
- In de kluis van de sacristie bevindt zich een reliekhouder van St. Willibrord uit de 18e eeuw. Deze eenvoudige lichtmetalen houder op voet is 22 centimeter hoog. Op de voet is de volgende tekst ingegraveerd: 'ecclesia. s. willibrordi. in dessen. 1735' ('kerk. van st. Willibrord. in Diessen. 1735'). Boven de eerste 'e' van 'dessen' is een 'i' toegevoegd. De houder bevat een ronde glazen houder die aan twee zijden is afgesloten. Deze bevat een opgevouwen lap rood fluweel (of een andere stof) die bestikt is met een soort goudgalon en ronde pailletjes. Hiermee is verticaal aan voor- en achterzijde een langwerpig stukje perkament of lapje stof op de rode ondergrond aangebracht dat met rode inkt is beschreven. De tekst op de ene zijde luidt: 'Reliq[uiae] S. Willebrordi' ('Relieken van St. Willibrord'). De andere tekst is niet goed leesbaar: 'Reliq[u]i[ae] s. erda [of eiusdem] viri' ('relieken van [dezelfde?] heilige man'). De feitelijke relieken zijn onzichtbaar en waarschijnlijk in de doek gewikkeld.
- In de parochiekerk bevonden zich in 1996 twee beelden en een schilderij van St. Willibrord. Deze waren in 1996, aldus de pastoor, geen voorwerp van bijzondere verering. Het is ook niet bekend of zij vroeger als zodanig hebben gefungeerd.
- Rechts naast het koor staat op een console een 1,80 meter hoog eikenhouten beeld van de heilige, afgebeeld als bisschop met koorkap, maar zonder mijter en staf. De heilige wendt zijn blik naar rechts. Zijn rechterhand houdt hij voor de borst; in zijn linkerhand houdt hij een kerkgebouw. Dit is wellicht niet het oorspronkelijk bij het beeld horende kerkje. Het bestaat uit drie traveëen en is bekroond met een dakruiter; het is vrijwel identiek met het kerkje dat het hierna te noemen beeld vasthoudt en mogelijk daarnaar gemodelleerd. Van het vermoedelijk vroeg 18e-eeuwse beeld is de polychromie verwijderd.
- Boven de deur vanuit de linkerzijde van het koor naar de sacristie hangt een eikenhouten Willibrordbeeldje, 39 centimeter hoog en niet beschilderd. Het dateert vermoedelijk uit de 17e eeuw. St. Willibrord is voorgesteld als bisschop met mijter, een bisschopsstaf in zijn rechter- en een kerkmodel in zijn linkerhand. Aan zijn voeten staan links een put en rechts een wijnvat, herinnerend aan de wijn- en putwonderen van St. Willibrord.
- De put heeft een opgemetselde ronde bakstenen rand (ca. 1 m. hoog) en is circa drie meter diep. Hij bevat geen water meer.
Verering - De Tongerlose norbertijn Augustinus Wichmans (1596-1661) vermeldt in 1632 dat in Diessen St. Willibrord wordt vereerd 'met een omvangrijke bezoek van pelgrims' ('Diessen. ubi magnâ cum peregrinorum visitatione, colitur S.Willibrordus'). Het is wellicht dit bericht waarop Ackersdijck zich baseert wanneer hij meldt dat er in Diessen in het begin van de 17e eeuw een 'groote toeloop van volk [was], om Willibrord te vereeren'. De put die bij de kerk lag, werd ook in de eerste decennia van de 19e eeuw 'voor een St. Willebrords-put gehouden'.
- In het begin van de 17e eeuw liet de bisschop van 's-Hertogenbosch een onderzoek instellen naar de misbruiken bij de bedevaart naar St. Machutus in de St. Petruskerk te ⟶ Vught. In het rapport aangaande dit onderzoek wordt vermeld dat moeders, wier kinderen leden aan het zogenaamde gebrek van St. Willibrord (kenbaar aan knobbeltjes op de ribben), met hun kroost drie vrijdagen achtereen naar het klooster Baseldonk van de wilhelmieten te ⟶ 's-Hertogenbosch (H. Willibrord) gingen, waar een van de paters de kinderen drie druppels te drinken gaf uit een flesje, gevuld met water afkomstig uit het St. Willibrordusputje van Diessen. Dit gebruik zal in 1654 zijn opgehouden te bestaan, omdat het wilhelmietenklooster toen werd opgeheven.
- Volgens een kerkrekening uit 1645 werd er dat jaar 35 stuiver besteed voor nieuw glas aan het St. Willibrordusaltaar in de parochiekerk. Ook werd er 12 stuiver uitgegeven voor een schaaltje waaruit de kinderen water dronken als zij 'ter bevaert' kwamen. Waarschijnlijk was dit water afkomstig uit de Willibrordusput.
- In 1648 werd de parochiekerk van Diessen overgedragen aan de protestanten. De relieken van St. Willibrord werden overgebracht naar de schuurkerk op het grondgebied van Poppel (B). De bedevaarten en processies ter ere van de heilige zouden toen nog enige tijd naar Poppel zijn ondernomen, maar volgens Schutjes later in vergetelheid zijn geraakt. Reden hiervan zouden de oprichting in 1672 van een schuurkerk te Diessen zijn geweest en het plakkaat van 19 juli 1730, dat bedevaarten verbood.
- In de tweede editie van Sanderus' Chorographia Sacra Brabantiae uit 1726-1727 noemt deze auteur bij zijn geschiedenis van de abdij van Tongerlo de kapel van Diessen, 'quae nunc est insignis Ecclesia Parochialis in territorio Sylvaducensi, cultu a miraculis D. Willibrordi celeberrima' ('die nu een aanzienlijke parochiekerk is in de Meierij van 's-Hertogenbosch, zeer beroemd door de verering en de wonderen van St. Willibrordus'). Het feit dat nog in 1735 een reliekhouder werd vervaardigd voor de Willibrordrelieken van de kerk van Diessen, toont aan dat de verering in die tijd nog levend moet zijn geweest. Hoewel in de in 1737 nieuw gebouwde schuurkerk op 't Laar een afzonderlijk St. Willibrordusaltaar was ingericht (dat in 1786 nog bestond), moet er in de 18e eeuw toch een einde zijn gekomen aan de bedevaart naar de relieken van St. Willibrord. In de 17e en 18e eeuw heetten verscheidene inwoners van Diessen Wilbo(o)rt.
- Hendrik Verhees tekende op 9 juni 1787 de kerk van Diessen en vermeldt 'aan de Noortzijden van de kerk tegens de ringmuur van het kerkhoft een St Wilbordspudt'. Op 30 september 1798 kregen de Diessense katholieken hun parochiekerk weer terug. Volgens Van der Aa wijst men te Diessen niet alleen 'een huis aan, het Hooghuis genoemd, hetwelk, door de overlevering, als dat van den H. Willibrord wordt opgegeven', maar houdt men ook 'de put bij de kerk voor eenen Willibrordsput'. Schutjes vermeldt dat de overlevering spreekt van een Willibrordusputje bij de kerk.
- In 1840 werd door de gouverneur van Noord-Brabant een onderzoek gelast naar de in zijn provincie aanwezige oudheden. Op 21 oktober 1840 berichtte het hoofd van het district Eindhoven onder meer over Diessen. De put aan de kerk te Diessen werd toen ook wel de St. Willibrordusput genoemd, was van gewone gebakken steen gemetseld en had uiterlijk niets bijzonders. Aan het water van de put werd toen geen bijzondere genezende kracht of eigenschap meer toegeschreven; het werd daartoe niet gehaald of gebruikt. Wel werd Willibrord op 7 november bijzonder vereerd, welke dienst werd toegewijd aan en heilzaam geoordeeld voor zwakke kinderen.
- Omstreeks 1900 herleefde plaatselijk de verering voor Willibrord. Dit blijkt uit de naam van de in 1894 vanuit de parochie opgerichte fanfare St. Willibrordus en uit het vaandel van de R.K. Boerenbond Diessen, opgericht in 1902, waarop de 'H. Willibrordus' is afgebeeld. In deze periode moet ook de 'Diessense Pinksteren' zijn ontstaan, een feest dat op kerkelijk niveau bestond uit een processie en een kinderzegen in naam van St. Willibrord. Het gebruik van de kinderzegen kwam voort uit het Diessense patronaat van Willibrord als heilige tegen kinderziekten. Aan het einde van de jaren vijftig hield de 'Diessense Pinksteren' op te bestaan. In 1978 werd de draad echter in een nieuwe vorm opgepakt door het comité 'Diessense Pinksteren 78'. Tijdens dit evenement werd het toneelstuk 'De verspieder van de Satan' heropgevoerd dat in 1958 door kapelaan H.J.J. Maas was geschreven ter gelegenheid van de restauratie van de kerktoren. Op eerste Pinksterdag werd een hoogmis met drie priesters opgedragen, waarna de kinderzegen volgde. Overdag konden de bezoekers, die uit de verre omtrek kwamen, allerlei kraampjes langsgaan; 's avonds was er muziek en ander vertier. Diessense Pinksteren ontwikkelde zich gaandeweg tot een braderie, maar dreigde in de jaren tachtig opnieuw ten onder te gaan omdat er te weinig mensen te vinden waren voor de organisatie. Sinds 1993 worden de festiviteiten georganiseerd in nauwe samenwerking met het gilde St. Sebastiaan.
- Er is een volksliedje bekend, opgetekend door een inwoner van Veldhoven in 1985, dat Willibrords bekeringsactiviteit en het laten ontspringen van bronnen bezingt. Het is niet bekend of dit een algemeen lied is, op Diessen betrekking heeft of een andere Willibrordsput in Noord-Brabant berijmt (⟶ Alphen, ⟶ Oss).

Bronnen en literatuur Archivalia: Tilburg, gemeentearchief: gemeentearchief Diessen. Diessen, parochiearchief St. Willibrordus. 's-Hertogenbosch, bisdom-archief: papieren Schutjes, Bundel Vught (onderzoek St. Machutusverering); 's-Hertogenbosch, Rijksarchief in Noord-Brabant: archief Provinciaal Bestuur, inv. nr. 4410, circulaire met antwoorden over heilige putten in Noord-Brabant 1840 (afschrift in Tilburg, Katholieke Universiteit Brabant: bibliotheek, hs. c36).
Tekstedities: G.A. Meijer, De Predikheeren te 's-Hertogenbosch 1296-1770. Eene bijdrage tot de geschiedenis van het Katholieke Noord-Brabant (Nijmegen: L.C.G. Malmberg, 1897) p. 246; G. van den Elsen & W. Hoevenaars ed. Analecta Gijsberti Coeverincx, 2 dln. (['s-Hertogenbosch]: Provinciaal Genootschap, [1905-1907]) dl. 1, p. 125; P.J. Goetschalckx ed., Oorkondenboek der Witheerenabdij van S.-Michiels te Antwerpen (Eekeren-Donk: Drukkerij Weduwe Leop. Van Hoeydonck, 1909) p. 164, nr 139 dd. 1257 juni 21; G.C.A. Juten ed., Consilium de Beke (Bergen op Zoom: Gebrs. Juten, z.j.) p. 58; G. Bannenberg, A. Frenken, H. Hens ed., De oude dekenaten Cuijk, Woensel en Hilvarenbeek in de 15de- en 16de-eeuwse registers van het aartsdiakenaat Kempenland, dl. 2 (Nijmegen: Drukkerij Gebr. Janssen, 1970) p. 342-343; Jan van Laarhoven ed., Het Schetsenboek van Hendrik Verhees ('s-Hertogenbosch: Merlijn, 1975) p. 16-17, tekening kerk; H.P.H. Camps ed., Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312. I De Meierij van 's-Hertogenbosch (met de heerlijkheid Gemert) ('s-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1979) p. 6-8, nr. 5, 1 maart 712 of 713; p. 8-10, nr. 6, 1 juni 712; p. 19, nr. 13, 6 oktober 780 - 8 oktober 781; p. 239-240, nr. 164, 5 maart 1233; p. 254-255, nr. 176, 25 maart 1234 - 24 maart 1235.
Literatuur: Augustinus Wichmans, Brabantia Mariana tripartita (Antwerpen: J. Cnobbaert, 1632) p. 687; Antonius Sanderus, Chorographia Sacra Brabantiae, 3 dln. ('s-Gravenhage: Christianus van Olm, 1726-1727) dl. 1, p. 322; S. Hanewinkel, Geschied- en aardrijkskundige beschryving der stad en Meierije van 's Hertogenbossche etc. (Nijmegen: J.C. Vieweg, 1803) p. 444-446; W.C. Ackersdijck, 'Nasporingen omtrent het landschap, in vroeger eeuwen Taxandria genoemd, en bijzonder omtrent eenige plaatsen, in dat landschap gelegen', in: Nieuwe werken van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden 5 (1838) 1ste stuk, p. 121-122; A.J. van der Aa, Aardijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 13 dln. (Gorinchem: Noorduyn, 1839-1851) dl. 3, p. 328-329; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch, dl. 3 (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1870-1876) p. 444-451; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: 'Eigen Volk', [1933]) p. 223; P.C. Boeren, Sint Willibrord. Apostel van Brabant (Tilburg: Brabants comité Willibrordherdenking/Drukkerij Henri Bergmans N.V., 1939) p. 42-45; W. Lampen, Willibrord en Bonifatius (Amsterdam: P.N. van Kampen en zoon n.v., 1939) p. 37, 80-81; W. Lampen, Willibrord en zijn tijd (Amsterdam: P.N. van Kampen & zoon n.v., 1948) p. 117; J.R.W. Sinninghe, 'Brabants heilige putten', in: Brabants heem 2 (1950) p. 56-59; P.P.V. van Moorsel, 'De devotie tot St. Willibrord in Nederland van ongeveer 1580 tot ongeveer 1750. Met bizondere aandacht voor de "Hollandse Zending"', in: Ons geestelijk erf 31 (1957) p. 360; 32 (1958) p. 299; J.P. Bik, Feest- en vierdagen in kerk- en volksgebruik, dl. 3 (Velsen: Th.F. Wolfs, 1958) p. 171; Georges Kiesel, Der heilige Willibrord im Zeugnis der bildenden Kunst (Luxemburg: Min. Des Arts et des Sciences, 1969) p. 346-348, 419-420, afb. 43, 130; 'Het dorp Diessen', in: Hilvarenbeek in heden en verleden (Hilvarenbeek: Heemkundige kring J.G. Becanus, 1970) p. 69-75; 'Lied van Sinte Willebrord', in: Kroniek van de Kempen 5 (1985) p. 174; J. van Gils, 'St. Willibrord en het Hooghuis te Diessen', in: Nieuwsbrief. Uitgave van de Heemkundige Kring 'Ioannes Goropius Becanus' en de Stichting Geschied- en Oudheidkundig Museum Hilvarenbeek en Diessen 7 (1988) p. 38-40; A.J.A. Bijsterveld, 'Een zorgelijk bezit. De benedictijnenabdijen van Echternach en St. Truiden en het beheer van hun goederen en rechten in Oost-Brabant, 1100-1300', in: Noordbrabants historisch Jaarboek 6 (1989) p. 7-44; Arnoud-Jan Bijsterveld, 'Alphen van Echternachs domein tot Bredase heerlijkheid, 1175-1312', in: Jaarboek 'De Oranjeboom' 43 (1990) p. 84-85; 44 (1991) p. 110-148; A. Hoozemans, 'Pastoralia van Diessen plusminus 1231 tot plusminus 1830', in: Tussen paradijs en toekomst (1991) p. 20-25; Cultuurhistorische inventarisatie Noord-Brabant: M.I.P. Gemeente Diessen (Den Bosch: Provincie Noord-Brabant, 1994); W. Jacobs & W.C.M. van Oosterhout, Van Deusone naar Diessen (Diessen: Gemeente Diessen, 1996) p. 20, 24-29, 80, 94, 110-111, 140-141, 150-151; Chris Kolman, Ben Olde Meierink & Ronald Stenvert, m.m.v. Nelleke Reys, Ton Kappelhof & Ben Kooij, Monumenten in Nederland. Noord-Brabant (Zeist: Rijksdienst voor de monumentenzorg; Zwolle: Waanders, 1997) p. 134-135.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Diessen; mondelinge informatie in 1996 van pastoor A.H.J. Kraanen.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<