HomeDatabankenBedevaarten

Chèvremont, O.L. Vrouw van Chèvremont, Moeder van Barmhartigheid

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw van Chèvremont, Moeder van Barmhartigheid
Datum: 8 september; maandagen; gehele jaar
Periode: Ca. 1907 - ca. 1950 (?)
Locatie: Parochiekerk St. Petrus en Maria Tenhemelopneming
Adres: Nassaustraat 39, 6463 AS Kerkrade
Gemeente: Kerkrade
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: In 1907 werd in Kerkrade een nieuwe parochie gesticht, die de naam St. Petrus kreeg. Tot die parochie behoorde ook het gehucht Chèvremont. Door een schenking van een kopiebeeld van de Lieve Vrouw uit de gelijknamige Belgische bedevaartplaats Chèvremont ontstond ook in St. Pietersrade (het Nederlandse Chèvremont) een Mariaverering van O.L. Vrouw van Chèvremont. Deze Mariaverering trok vooral in de eerste helft van de 20e eeuw bedevaartgangers uit de regio, met name leden van mijnwerkersgezinnen. Na de Tweede Wereldoorlog liep de cultus terug tot een louter parochiële verering.
Auteur: Lambertus Moonen
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Door de opkomende mijnindustrie nam vanaf het begin van de 20e eeuw de bevolking van Kerkrade snel toe. In 1907 werd daarom ten noordoosten van het centrum van Kerkrade een nieuwe parochie gesticht, waarvan verschillende oude gehuchten zoals Chèvremont en Haanrade deel uitmaakten. Om de naam van de parochie niet aan één gehucht te binden, gaf men het gebied van de parochie een geheel nieuwe naam: St. Pietersrade (ca. 2000 inwoners in 1904). De kerk werd toegewijd aan Petrus. Deze naamgeving hield verband met de voornaam van een lokale weldoener, notaris Petrus Moors.
- In 1907 werd de neoromaanse St. Petruskerk van St. Pietersrade, St. Pietersstraat 102, in gebruik genomen, gebouwd in natuursteen uit Moresnet (B) naar het ontwerp van J. Seelen. De uit Kerkrade afkomstige pastoor Jozef Schmitz, werkzaam in het bisdom Luik (parochie Hodimont), schonk bij de inzegening van de kerk een ‘getrouw afbeeldsel’ van het miraculeuze Belgische Mariabeeld O.L. Vrouw van Chèvremont. Dit beeld werd in 1913 op een wit stenen altaar (atelier J. Lenaerts, Roermond) in het transept aan de linkerzijde geplaatst. In die eerste jaren werden in de parochie behalve de kerk met pastorie, enkele scholen en een ursulinenklooster gebouwd. Met de aanleg van een kerkhof had kerkelijk St. Pietersrade min of meer vorm gekregen. In 1930 werd de kerk nog vergroot en werden twee 35 meter hoge torens aangebouwd. Haanrade werd later een zelfstandige parochie onder het patronaat van het H. Hart van Jezus.
- Na het 50-jarig parochiejubileum (1957) werd de voormalige doopkapel ingericht als devotiekapel van O.L. Vrouw van Chèvremont. Het Mariabeeld kwam nu op een altaar van zwart gepolijste hardsteen te staan, voorzien van een gelijksoortige achterwand. F. Deumes uit Brunssum voorzag de kapelraampjes van glas-in-lood met voorstellingen van een engel. In 1962 raakte het beeld bij een brandje in de kapel beschadigd, maar werd na restauratie herplaatst.
- Terwijl de kerk in de oorlog al grote schade had opgelopen, ondermijnde vooral de steenkolenwinning het gebouw verder. Aangezien ondertussen in de nabijheid drie nieuwe parochies waren gesticht, waaronder in 1953 die van Maria Tenhemelopneming te Chèvremont, werd in 1972 de St. Petrusparochie aan de eerste toegevoegd. In 1980 werd de Petruskerk afgebroken en daarmee kwam weer een einde aan de benaming St. Pietersrade.
- De kerk Maria Tenhemelopneming was in 1962 gebouwd naar het ontwerp van de Maastrichtse architecten Swinkels en Salemans. Op 1 oktober 1972 bracht de parochiegemeenschap in processie het Allerheiligste en het beeld van O.L. Vrouw van Chèvremont van de Petruskerk daar naartoe over. Het beeld van O.L. Vrouw, samen met het altaar en de zwarte hardstenen achterwand, alles afkomstig uit de devotiekapel van de oude kerk, kreeg een plaats aan het einde van het linker zijpad in de kerk van Maria Tenhemelopneming, die sinds de samenvoeging van de twee parochies de titel St. Petrus en Maria Tenhemelopneming voert. Tegen de wand van zwart hardsteen hing in 2002 een blauwe doek. In de grote glaswand achter in de kerk boven de ingang zijn fragmenten van de glas-in-loodramen van de vroegere St. Petruskerk geplaatst. De twee meter hoge voorstellingen herinneren aan twee van de drie bijzondere vereringen in deze kerk, namelijk O.L. Vrouw van Chèvremont en St. Quirinus (dl. 3).
- Het kerkbestuur had in 1980 met de bij de afbraak van de oude St. Petruskerk betrokken projectontwikkelaar de afspraak gemaakt dat er in de buurt van het gehandhaafde kerkhof nog een kapelletje zou komen, toegewijd aan O.L. Vrouw van Chèvremont. Dit is echter nooit gerealiseerd.
Cultusobject - In het Belgische Chèvremont, gelegen op een hoogte aan de rivier de Vesdre ten zuiden van Luik, bouwden Engelse jezuïeten in 1688 een Mariakapel. Datzelfde jaar plaatsten zij op het altaar in de kapel een gekleed houten beeld van O.L. Vrouw met Kind (ca. 70 cm hoog) en passend bij het barokke interieur van de kapel. De Lieve Vrouw werd beschouwd als een ‘miraculeuze’ kopie van het fameuze beeld van O.L. Vrouw in de bedevaartplaats Foy (B) (vgl. o.m. Maastricht en Roermond, dl. 3) en trok bedevaartgangers. Nadat enige tijd later Mariavereerders een aangekleed stenen beeldje van dezelfde O.L. Vrouw met kind van nog geen 25 cm hoog in de kapel hadden gebracht, kreeg dit tweede beeldje een plaats vlak boven het eerstgenoemde Mariabeeld. Beide beelden waren door de gelijksoortige kleding sterk aan elkaar gelijkend. Sinds ongeveer 1800 staat enkel nog het stenen, tweede Mariabeeld in de kapel. In 1877 vestigden carmelieten zich nabij de kapel, in een klooster naar het ontwerp van Pierre Cuypers uit Roermond. Op 9 september 1923 werd het beeld van O.L. Vrouw van Chèvremont gekroond door de Luikse bisschop Rutten. In 1928 vond de verheffing van de kloosterkerk tot basiliek plaats. Nadat Maria in 1933 aan Mariette Béco te Banneux was verschenen en er een groot bedevaartsoord ten zuiden van Chèvremont was ontstaan, verminderde de toeloop naar Chèvremont. Niettemin verklaarde Pius XII, in een breve van 27 maart 1953, O.L. Vrouw van Chèvremont nog tot patrones van de Waalse sportbeoefenaren.
- De O.L. Vrouw van Chèvremont in het Nederlandse Chèvremont is een aangekleed staakbeeld van ongeveer 70 cm hoog en waarschijnlijk gemaakt in de regio van Luik. De hoofden en de handen van Moeder en Kind zijn van hout, evenals de scepter in de hand van Maria en de wereldbol in die van Jezus. Het is gemaakt naar het voorbeeld van het eerste (!) Belgische beeld. Maria zowel als het kind dragen koperen beugelkroontjes. Vrouwelijke parochianen vervaardigden door de jaren heen kledingstukken voor het beeld, die soms van bruidsjurken werden gemaakt. De kleding van het Mariabeeld wordt nog steeds geregeld verwisseld. De moeder van pastoor O. Wouters (1953-2001) maakte enkele jaren geleden nog nieuwe kleren en mantels voor deze Maria. Deze bijzondere garderobe is een van de tekenen dat het beeld nog steeds een bijzondere verering geniet.
Verering De Chèvremontse overlevering
- De verering voor O.L. Vrouw van Chèvremont te St. Pietersrade is ontstaan nadat een in 1907 geschonken Mariabeeld op een eenvoudig houten altaartje in de parochiekerk werd geplaatst. Op 5 februari 1912 stichtte de uit Kerkrade afkomstige pastoor Schmitz bovendien een jaarlijkse hoogmis op 8 september voor O.L. Vrouw van Chèvremont, hetgeen de verering verder bevorderde. Vervolgens schonk een familie uit de parochie een stenen altaar waarmee het beeld eind februari 1913 een definitieve plaats kreeg. ‘Sedert dien komen tal van geloovigen hier Maria vereeren onder den schoonen titel van O.L.V. van Chèvremont of Moeder van Barmhartigheid. Gedurende het gehele jaar worden vele H.H. Missen gelezen of gezongen ter eere van O.L.V. van Chèvremont. Iederen dag branden voor het beeld kaarsen, die door de geloovigen worden geofferd’, aldus pastoor H. van der Heijden in het parochiememoriaal.
- De op basis van de plaatsnaamsovereenkomst regionaal breed verspreide overlevering dat mijnwerkers uit het Belgische Chèvremont zich in de 17e eeuw in het Nederlandse Chèvremont zouden hebben gevestigd (Franse achternamen zouden daar nog van getuigen), gaf aan de verering een traditie, waardoor mijnwerkersfamilies zich zowel met de Belgische bedevaartcultus als met de filiaalcultus in Nederland verbonden wisten. Zegslieden uit de regio getuigen ervan dat deze Lieve Vrouw dus niet alleen werd vereerd door de parochianen, maar evenzeer door vereerders uit parochies in de omgeving en in het bijzonder mijnwerkers en hun gezinnen. De katholieke geestelijkheid probeerde actief ook via deze devotionele weg de mijnwerkers voor de kerk te behouden of in hun geloof te sterken. Men weet zich nu nog te herinneren dat bedevaartgangers individueel of familiegewijs uit plaatsen als Eijgelshoven, Haanrade, Ubach over Worms, Lauradorp etc. naar Chèvremont trokken.
- Pastoor A. Welters uit Valkenburg nam in de tweede druk van zijn geromantiseerde boekje De Lieve Vrouwkes van Limburg (1941) ook een hoofdstukje op over O.L. Vrouw van Chèvremont. Mogelijk was Welters’ aandacht voor die verering gewekt door de publiciteit die de cultus enkele jaren eerder in Zuid-Limburg verkreeg naar aanleiding van de plaatsing in 1939 van een hardstenen beeldje van deze O.L. Vrouw van Chèvremont (atelier J. van den Wilgenberg te Aywaille, B) in de gevel van de oude aula van Rolduc.
- Op 31 juli 1941 werd Kerkrade door bominslagen getroffen. Hoewel er op 10 juli bij een gelijksoortige aanval te Chèvremont tien doden te betreuren waren, viel er ondanks de bommen op 31 juli geen enkel slachtoffer, terwijl toen toch honderden woningen meer of minder beschadigd werden. De volksmond schreef dit toe aan de bescherming van O.L. Vrouw van Chèvremont, temeer daar Mariabeeldjes her en der in de parochie onbeschadigd werden aangetroffen. In die tijd ontstond een speciaal gebed tot O.L. Vrouw van Chèvremont tot behoudenis in de oorlog.
- Na de 1945 ontstond contact tussen beide plaatsen Chèvremont. Het begon door pastoor P. van den Goor, die met de leden van de Congregatie van de H. Familie een bedevaart naar Banneux (B) maakte en op de terugweg Chèvremont (B) bezocht. Belgische Chèvremontenaren brachten op hun beurt een bezoek aan de Nederlandse plaatsnaamgenoten en plaatsen drie mijnlampen als votiefgeschenken bij het Mariabeeld (de lampen zijn ondertussen verdwenen).
- De Provinciale Almanak voor Limburg uitgegeven in 1951 vermeldt onder de parochie St. Pietersrade: ‘Bijzondere verering van de H. Quirinus, patroon tegen jicht; Bedevaartplaats van O.L. Vrouw van Chèvremont, Moeder van Barmhartigheid’. De vereerders en bedevaartgangers kwamen uit Kerkrade en de omliggende regio.
- Volgens De Zuid-Limburger (1956-1957) had het gouden parochiefeest van St. Petrus te St. Pietersrade (1957) plaats op de feestdag van O.L. Vrouw van Chèvremont, 8 september. Pastoor B. Otten richtte toen achterin de kerk een aparte Mariakapel in. In die jaren werd er iedere maandagavond lof gebeden ter ere van O.L. Vrouw van Chèvremont. Niet alleen ging het beeldje mee in de jaarlijkse sacramentsprocessie, maar ook begeleidde het de jaarlijkse bedevaart naar O.L. Vrouw in ’t Zand te Roermond.
- Verder waren er soms wederzijdse contacten, zoals de internationale bedevaart op 27 mei 1956 naar het Belgische Chèvremont door het comité ‘Les amis de Chèvremont’. Uitgenodigd waren pelgrims uit Nottingham (GB), waar de Engelse jezuïeten O.L. Vrouw van Chèvremont vereren als herinnering aan hun verblijf in de omgeving van Chèvremont (B), pelgrims uit Aken (D) wegens de historische band met de bedevaartplaats en tenslotte pelgrims uit het Nederlandse en Franse Chèvremont (F). Uit Kerkrade trokken ongeveer 90 pelgrims naar het Belgische genadeoord, vergezeld van het kerkelijk zangkoor uit St. Pietersrade.

Terugloop van de Nederlandse cultus
- Verschillende oorzaken maakten dat de verering van O.L. Vrouw van Chèvremont door de jaren heen steeds meer op de achtergrond geraakte. Tot 1935 kende de mijnwerkersplaats Kerkrade maar één vereringsplaats van O.L. Vrouw en wel die van O.L. Vrouw van Chèvremont, afgezien van het Mariakapelletje nabij Rolduc uit 1848 dat in 1961 verdween (en in 2002 herrees). Een eerste factor die de cultus belemmerde was dat steeds meer parochies een eigen vereringsplaats kregen. Zo ontstonden nieuwe devotieplekken te Eijgelshoven (1938, Mariakapel Op de Bossen), Haanrade (1940, Lourdesgrot achter de kerk), Kaalheide (1938, Lourdesgrot eveneens bij de kerk) en Spekholzerheide (1937, Mariakapel aan het kerkhof), ten gevolge van het verzoek van de toenmalige bisschop mgr. Lemmens om elke parochie toe te wijden aan Maria. In dit kader werd in 1937 ook de dekenale Vredeskapel in het Hambos vlakbij het station van Kerkrade gebouwd. Deze kapel werd in 1937 ingewijd en het gehele dekenaat Kerkrade aan Maria toegewijd (vgl. Gulpen, dl. 3). Het was een jaarlijkse massale manifestatie waaronder met name de Mariaverering van Chèvremont te lijden had.
- Een tweede factor was de stichting in 1947 van het klooster Regina Pacis, met als specialiteit de aanbidding van het Allerheiligst Sacrament ( Kerkrade, dl. 3). Toen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog het oostelijk gedeelte van Kerkrade in de vuurlinie lag, beloofden de inwoners van Kerkrade dat zij bij behoud uit dankbaarheid een levend monument wilden stichten namelijk een klooster met kapel waar zusters zouden zorgen voor eeuwigdurende aanbidding en waar in 1950 bij de ingang een geliefd Koningin van de Vredebeeld werd geplaatst.
- Verdere gebeurtenissen die ertoe hebben bijgedragen dat de verering van O.L. Vrouw van Chèvremont op de achtergrond raakte waren de opheffing van de parochie St. Petrus in 1972 en de afbraak van de neoromaanse kerk in 1980. Ondertussen was naar voren gekomen dat er geen banden vanuit de 17e eeuw tussen het Belgische en Nederlandse Chèvremont bestonden en was ook het mijnwerkersberoep in Limburg tot het verleden gaan behoren. En last but not least was sinds 1955 in de kerk een grote verering voor O.L. Vrouw van Lourdes ontstaan ( Chèvremont, O.L. Vrouw van Lourdes, dl. 3).

Verdere ontwikkeling van de cultus
- Aan het einde van de 20e eeuw was de verering voor O.L. Vrouw van Chèvremont nog maar van beperkte omvang. Op 15 augustus, O.L. Vrouw Tenhemelopneming, wordt in de parochie nog extra aandacht aan O.L. Vrouw van Chèvremont geschonken. De kerk is overdag gesloten, het Mariabeeld kan dus alleen voor en na de diensten in het kerkgebouw vereerd worden. Ook tijdens de Lourdesnoveen wordt nog regelmatig het lied van O.L. Vrouw van Chèvremont gezongen, en worden zowel voor de Lourdesgrot als voor het beeld van O.L. Vrouw van Chèvremont kaarsen aangestoken.
- Een enkele keer zijn er nog pelgrims die specifiek het beeld van O.L. Vrouw van Chèvremont komen vereren. Uit het tijdschrift L'écho de Chèvremont van 1984 blijkt dat een groep Belgische Chèvremontenaren in dat jaar naar het Nederlandse Chèvremont pelgrimeerde. Zij namen er weliswaar deel aan de viering van O.L. Vrouw van Lourdes ( Chèvremont, dl. 3), maar staken ook kaarsen aan voor O.L. Vrouw van Chèvremont, hoewel het beeld wat verborgen in een hoek stond. Enerzijds blijkt hieruit dat de Lourdesnoveen de meeste mariale aandacht was gaan opeisen, anderzijds dat de twee Mariavereringen in Chèvremont met elkaar vergroeid waren geraakt.
- Verder blijkt dat er omgekeerd meer aandacht is gekomen vanuit het Nederlandse Chèvremont voor de gelijknamige Belgische bedevaartplaats. Zo nam ter gelegenheid van de millenniumviering van het bisdom Luik in 1980 de scoutinggroep Gregor Brokamp uit het Nederlandse Chèvremont deel aan een processie in het Belgische Chèvremont. Verder wordt er jaarlijks in mei een bedevaart van Kerkrade naar het Belgische Chèvremont ondernomen, zowel te voet als per bus.
Materiële cultuur Glas-in-loodraam, afkomstig uit de afgebroken St. Petruskerk, toont O.L. Vrouw van Chèvremont; het bevindt zich nu in de nieuwe St. Petrus en Maria Hemelvaartkerk.

Devotioneel drukwerk
- Prentjes :1 het gekleurde prentje in het boekje De Lieve Vrouwkes van Limburg (10,5 x 7 cm; gesigneerd: L. Thomassen; E. van A. 146 (Maastricht/Vroenhoven: E. van Aelst, 1941) is ook als los prentje verkocht; het is ter plaatse nog steeds verkrijgbaar in gestencilde vorm op blauw papier. Op de keerzijde bevindt zich een gebed tot de Moeder van Barmhartigheid; 2 een foto van het genadebeeld in het altaar in de St. Petruskerk werd in 1940 uitgegeven ter herinnering aan de parochieretraiten (10,6 x 6,5 cm; zwart/wit; z.d.). Deze voorstelling is vóór de Tweede Wereldoorlog als devotieprentje uitgegeven; 3 in de jaren vijftig van de 20e eeuw zijn meerdere prentjes met een foto van het genadebeeld uitgegeven, met op de keerzijde: Apostolaatsgebed of Gebed in nood tot Onze Lieve Vrouw van Chèvremont; het imprimatur werd verstrekt door de Rolducse directeur H. van der Mühlen (11 x 7 cm; zwart/wit; z.d.); 4 een prentje uitgegeven bij gelegenheid van de priesterwijding van Mathieu Schlyper in 1960 toont een foto van het genadebeeld; deze is ook gedrukt als gedachtenisprentje van een overledene.
- Lied: het lied ‘Onze Lieve Vrouw van Chèvremont’, in drie coupletten, is gearrangeerd door de Kerkraadse musicus J. Muylkens en in druk uitgegeven.
Bronnen en literatuur Archivalia: Kerkrade: parochiearchief St. Petrus en Maria Tenhemelopneming; Kerkrade: gemeentearchief: M. Kockelkoren, Inventaris der archieven van de parochie St. Petrus: Chèvremont St. Petrus 1904 - 1972 (1975).
Literatuur: Steph. Peeters, ‘Limburgsche hoekjes. Et kloësterkapelche te Kerkrade-Rolduc’, in: De Nedermaas 11 (augustus 1933) p. 34-36; ‘De toewijding aan Maria. Grootsche plechtigheden te Kerkrade’, in: Limburger Koerier 13 september 1937; ‘Toewijding van het dekenaat Kerkrade aan Maria’, in: Limburger Koerier 18 september 1937; ‘Toewijding van het dekenaat aan Maria’, in: Limburger Koerier 20 september 1937; J. Metzemakers & R. Huysmans (ed.), Rolduc's Jaarboek 19 (1939) p. 82; A. Welters, De Lieve Vrouwkes van Limburg (Maastricht/Vroenhoven: Ernest van Aelst, 1941) p. 25-30; ‘De Koningin van de Vrede’, in: Credo 2,39 (29 september 1950); F.Th.W. Smeets (ed), Provinciale Almanak voor Limburg (Heerlen: Winants, 1951); P.L.M. Tummers, ‘De plaatsnaam Chèvremont’, in: De Maasgouw 75 (1956) p. 151-157; ‘Sjeveemet pelgrimeert weer naar Belgisch-Chèvremont' en ‘Notre Dame de Chèvremont’, in: De Zuid-Limburger 18 mei 1956; ‘O.L. Vrouw van Chèvremont, Moeder van Barmhartigheid’, in: De Zuid-Limburger 28 mei 1957; ‘Geschenk van de mijnen Laura en Julia. Gemeenschapsaltaar in kerk van Chèvremont. Nieuwe devotiekapel voor het genadebeeld’, in: De Nieuwe Limburger, 29 september 1957; ‘Te Chèvremont: Indrukwekkend slot van mooi jubileum’, in: De Zuid-Limburger, 9 september 1957; ‘Mariakapel is in gebruik genomen’, in: De Zuid-Limburger, 26 maart 1958; P. Eugène, Chèvremont, Promenades Histoire Pélerinages (Vaux-s.-Chèvr.: Balthasart, 1960) p. 3-44; Cor Bertrand, ‘Chèvremont niet de geringste onder de Kerkraadse woonwijken’, in: De Mijn 1960, p. 98-101; ‘Kapelletje Beerenbos is verongelukt’, in: De Zuid-Limburger, 23 september 1961; ‘Devotiebeeld O.L. Vrouw van Chèvremont door vuur beschadigd’, in: De Zuid-Limburger, 4 juli 1962; ‘Mgr. Beel consacreerde Kerkraadse Vredeskapel’, in: Limburgs Dagblad 6 mei1966; ‘St. Petruskerk Chèvremont steen voor steen tegen de grond’, in: De Zuid-Limburger, 24 januarie1980; ‘Afbraak St. Petruskerk Chèvremont verloopt goed, maar ligt achter op sloopschema’, in: De Zuid-Limburger, 28 februari 1980; H.P.M. Litjens (ed.), Laus Deo. Gebeden en gezangen voor de Eredienst van de Eucharistie. Bijlage (Brugge: G. Barbiaux, 1981) p. 424-425; ‘Vijftig jaar Mariakapel Hambos’, in: De Zuid-Limburger 23 september 1987; ‘Commission Historique Chèvremont '88’, in: Chèvremont, Mille ans d'histoire (Liège: Soledi, 1988) p. 11-63; P.J. Lemmens, ‘De korte geschiedenis der gekroonde O.L. Vrouwebeelden van België (XVIII)’, in: Devotionalia 10, 55 (februari 1991) p. 6 (de afbeelding daar is niet van het Belgische, maar van het Nederlandse beeld); F. van Galen, ‘De Witte Zusters en hun achterban...’, in: De Sleutel 20,6 (maart 1992) p. 31-33; S.D. de Boer, ‘De familie Deutz en het heilige huisje in het veld’, in: Kerkrade Onderweg 1 (1993) p. 22-29; René van Zandvoort (ed.), Kerkrade en de Tweede Wereldoorlog 1937-1947 (Kerkrade: Drukkerij Deurenberg bv, 1994) p. 57,141,151-152; Mike Kockelkoren, ‘De kerk van St. Pietersrade’, in: Uvver plat jekald 1995 (Kerkrade: Drukkerij Deurenberg, 1995) p. 16-21; Josette Mulders, ‘Witte Zusters vormen levend monument. Gebed met een einde?'’, in: Limburgs Dagblad, 15 oktober 1997; V. Delheij, ‘Architect Jos. Seelen’, in: Het Land Van Herle 48 (1998) p. 26-30; H. van Goor & J. Pelzer, ‘Wandelroute langs kruisen en kapellen in de Gemeente Kerkrade’, in: Kerkrade Onderweg (1998) p. 7-26, (1999) p. 4-39, (2000) p. 8-35, (2001) p. 11-36; Andy Rossel & Paola Schreurs, Vredeskapel. Ter ere van Maria, Moeder der Moeders, als "Koningin van de Vrede" (scriptie geschiedenis; Kerkrade 2000); Frits Sprokel, De terugkeer van het kapelletje Berenbos (Kerkrade: St. Catharinagilde, Kerkrade-Holz/ Stg. Historische Kring Kerkrade, 2002).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Chèvremont, O.L. Vrouw van Chèvremont; krantenknipselverzameling van Lambertus Moonen te Lemiers; mondelinge informatie van de heer P. Essers, mw. Wijnands-Smorenburg, beiden te Chèvremont, van mw. Degens-Jansen te Spekholzerheid en de heer Gillesen te Haanrade.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<