HomeDatabankenBedevaarten

Mijldoorn, Heilige heuvel; Heilige Eik/koortsboom; Heilig Kruis

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Heilige heuvel; Heilige Eik/koortsboom; Heilig Kruis
Datum: Onbekend
Periode: 18e eeuw - ca. 1900
Locatie: Mijldoorn / 't Creijspot
Adres: Meijldoorn, 5482 SG Schijndel
Gemeente: Schijndel
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Waar bij de Mijldoorn, een heuveltje gelegen tussen Den Dungen en Schijndel, in de 16e eeuw reeds een heilig kruis was geplaatst, daar trokken in de 18e en de 19e eeuw bedevaartgangers naar een heilige eik of koortsboom die op of nabij die heuvel stond. Zij kwamen daar bidden en voerden rituelen uit voor genezing van de koude koorts en mogelijk ook andere kwalen. In 2014 werd op die plek een Mariakapelletje opgericht ter herinnering aan de voormalige cultus.
Auteur: Ottie Thiers
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie Situering
- Er bestaan verschillende overleveringen van lokale zegslieden over de cultus in de Mijldoorn. Bijgevolg zouden er ook verschillende sacrale plaatsen kunnen worden aangewezen in de noordwestelijke hoek van Schijndel. Het betreft een deel van het oude gehucht Borne, kadastrale sectie B2, in het westen grenzend aan Sint-Michielsgestel, in het noorden aan Den Dungen. Van geen enkele van de genoemde heilige plaatsen is de locatie exact te traceren. De verhalen hebben betrekking op de omgeving van de driesprong, waar de weg van Sint-Michielsgestel uitkwam op de weg Schijndel-Den Dungen. De driesprong werd aangeduid als 'd'n Tip'. Deze naam zou verwijzen naar de wegwijzer die er stond. De driesprong bestaat niet meer. De huidige N617 volgt, gezien vanuit Schijndel, tot aan 'd'n Tip' de oude weg en daarna een nieuw tracé naar 's-Hertogenbosch. Op de N617 ligt nu ongeveer 400 meter ten westen van de oude driesprong een rotonde, met een afslag naar Sint-Michielsgestel en Den Dungen.
- In de overgeleverde verhalen duidt men de ligging van de verschillende cultusobjecten aan met behulp van de toponiemen 'de Mijldoorn' of 'het Creijspot' (met spellingsvarianten). De Mijldoorn is de omgeving van de voormalige driesprong ('d'n Tip'), het Creijspot ligt iets meer naar het zuiden en westen daarvan. Dit zijn allebei vrij grote terreinen, met afmetingen van enige honderden meters, die aan elkaar grenzen. Ze zijn lager gelegen dan de kom van Schijndel en bestaan uit dekzandruggen en zandkopjes. De meeste grond is in gebruik voor landbouw en veeteelt. Een klein gedeelte van het Creijspot bestaat nog uit heide. De toponiemen werden al gebruikt in de 15e en 16e eeuw, maar de zegslieden hebben bij de situering van de cultus de geografische begrenzingen niet altijd precies voor ogen gehad.

Het heilig hoopje en de koortsboom
- Omstreeks 1750 lag er in de Mijldoorn een 'heilig hoopje of heuvel', een hoogte in het land, die genoemd wordt in de context van te rooien heilige eiken. Voor de 19e eeuw was er mogelijk sprake van een koortsboom of een (heilige) eik. De verschillende overleveringen zijn niet eenduidig. Twee varianten zijn in 1979 opgetekend uit de mond van hoogbejaarden. Eén zegsman (J. Cooijmans, *1886) meende dat er een heilige eik stond op ongeveer een halve kilometer van de Tip, in de richting van Schijndel. De grond zou van een zekere De Kok zijn geweest en door deze zijn verkocht aan een zekere Bolsius uit Schijndel. Laatstgenoemde rooide het overtollig houtgewas, inclusief de eik. Een andere zegsman (H. Maas, *1890) situeerde de eik 'achter in het Creijspot'. Hij noemde als grondeigenaren drie ongehuwde leden van de familie Van de Meerendonk uit Sint-Michielsgestel. Zij zouden de boom hebben laten omhakken, waarna ze kort na elkaar waren gestorven.
- Navraag in 2003 in Schijndel bracht een derde variant aan het licht, verteld door wijlen mevrouw Oerlemans-Brekelmans (*1901) aan een buurvrouw, mevrouw Van Rooij-Vugts, die het verhaal omstreeks 1950 aan haar dochter vertelde. Ze wees daarbij een locatie aan in de buurt van de Dennenboomsehoeve, nabij het Creijspot en De Mijldoorn. De ligging van deze hoeve werd in de 18e eeuw aangeduid als gelegen op of aan de Mijldoorn. Omstreeks 1950 zou de heilige boom (eik) daar nog gestaan hebben. In 2003 was de enige boom in die buurt die daarvoor oud genoeg leek, een enorme beuk (⊘ circa 2 m), die relatief hoog staat ten opzichte van de omringende weilanden. De beuk staat aan het eind van een in de weilanden doodlopend eikenlaantje, vanaf de Dennenboomsehoeve. In 1832 lag aan het eind van dit laantje een 'bos tot vermaak'.
- Ergens in de Mijldoorn heeft ooit ook een kruis of kapelletje gestaan. Een vermelding uit 1524 spreekt van 'ter plaatse genaamd byden Mijldoren ende het Heijlege Cruys' (een wegkruis?), in 1718 heeft men het over het 'Heijlige Huysken aldaer'. Misschien dat het toponiem 'het Creijspot' een verwijzing is naar een vroeger kruis. Op een 'Caart-figuratief' van Hendrik Verhees uit 1803 staat nog een 'H. Huijske' aangegeven. De plek kan overeenkomen met die van de boom van Cooijmans.
Cultusobject - Het cultusobject is niet geheel duidelijk. Omstreeks 1750 was er sprake van een heilige heuvel, waarop een heilige eik of koortsboom lijkt te hebben gestaan. Het is niet bekend of bij of tegen die boom - indien die daar heeft gestaan - of in een nabij gelegen kapelletje, eventueel nog een ander cultusobject (bijvoorbeeld kruis of heiligenbeeld) heeft bestaan en/of toen nog stond. Een relatie met een ouder H. Kruis is mogelijk.
- Zegsman Maas herinnerde zich in 1979 dat er werd gesproken over een (heilige) eik omringd met zeven kuiltjes, die in de 19e eeuw in het Creijspot zou hebben gestaan. De aanwezigheid in de 19e eeuw van zeven kuiltjes rondom de boom zou kunnen duiden op een relatie met de verering van O.L. Vrouw van Zeven Smarten, zoals die bij de ⟶ Kapelberg (dl. 2) werd aangetroffen, al waar men in de 19e eeuw bij een heuvel met rondom zeven kruisjes kwam bidden om van koortsen bevrijd te worden.
- Een ander verhaal dat Maas zich herinnerde, ging over een heilige die ooit onder de eik had gerust of geslapen. Dit zou kunnen wijzen op een (andere) heiligencultus.
Verering Het heilig hoopje
- Het Heilig Kruis in Mijldoorn dat in een akte uit 1524 is vermeld, wordt later nooit meer genoemd of in verband gebracht met de latere bedevaarten. Het is dan ook niet duidelijk of dat kruis op de plek van de latere koortsboom stond en zo ten grondslag zou kunnen hebben gelegen aan de cultus.
- Hoe dan ook, in of kort na 1750 reageerde de classis Peel- en Kempenland op een plakkaat van de Staten-Generaal met een verzoekschrift getiteld 'Poincten rakende 1. Het Placaat van haar Ho: Mo: dato 3 juni 1750 tegen 1. d'ongelijke huwelijken; 2. De Paapsche Stoutigheden en derselver stuitinge; 3. De voortzettinge der reformatie in de Meijerije van 's Bosch'. Onder punt 2 wordt melding gemaakt van in het generaliteitsland Brabant aanwezige heilige eiken of linden en heilige hoopjes of heuvels, waarvan enkele met name worden genoemd, alwaar de bewoners zogenoemde paapse stoutigheden zouden bezigen. De classis drong in zijn stuk erop aan de desbetreffende bomen te laten rooien en de heuvels te 'planeren', te effenen. Een van die heilige hoopjes zou zich bevinden 'tusschen Schijndel en den Dungen, ontrent den Mijldoorn [...] daar de Luijden om kruypen tegen de koorts.' Het lijkt erop dat katholieken daar toen op de knieën biddend rond een heilige heuvel trokken. Wellicht gaat het hier om een reminiscentie van een oude cultus die van zijn object (kapel, kruis, heiligenbeeld?) is beroofd, maar waarvan alleen de locatie is overgebleven (vgl. ⟶ Eikenduinen, ⟶ Heiloo).

De koortsboom
- De latere archivaris Jan Sanders heeft als jeugdlid van de heemkundekring Den Dungen in 1979 een onderzoekje gedaan naar de koortsboom, naar aanleiding van een verhaal van zijn grootvader H. Maas. Deze vertelde dat rond de boom zeven kuiltjes waren gegraven, waarin geld kon worden geofferd teneinde het genezingsritueel van de koude koorts kracht bij te zetten. Een voorvader van Maas had er als kind geld uit gestolen en kreeg prompt de koude koorts. Nadat hij zijn vergrijp had opgebiecht, bracht de vader van de jongen het geld terug, waarna het kind weer zou zijn genezen. Dit verhaal moet gesitueerd worden in de eerste helft van de 19e eeuw. Volgens de in 1886 geboren J. Cooijmans uit de buurtschap De Hoek ging men bij de eik voor uiteenlopende zaken bidden, waaronder inderdaad de genezing van de koude koorts, maar ook voor (mannelijke) vruchtbaarheid. Mannen gingen naar de boom en hingen dan een takje van de boom aan hun broek. Volgens beide zegslieden zou de verering met het rooien van de boom, ruw geschat rond 1900, verdwenen zijn.
- In de verhaalsvariant die teruggevoerd kan worden op mevrouw Oerlemans-Brekelmans, is sprake van een mogelijk nog steeds bestaande koortsboom (beuk?), waarvan de daaraan verbonden verering al lang is verdwenen. Deze zou gefungeerd hebben als een zogenaamde lapjesboom (vgl. ⟶ Overasselt), waar men stukjes textiel in hing die de zieke op het lijf had gedragen.
- De mondelinge bronnen bevestigen elkaar geenszins, maar hebben wel gemeen dat men in de 18e en 19e eeuw in het gebied dat globaal met Mijldoorn werd aangeduid, genezing zocht van (onder meer) koorts. Aangezien de zegslieden niet eensluidend zijn (overlevering uit de zoveelste hand), krijgt men de indruk dat het om verschillende locaties en/of culten gaat. Hoe dan ook, waarschijnlijk ging het om één cultus of twee verschillende, maar elkaar opvolgende culten.
- Op 17 juni 2014 werd ongeveer op de plek waar eik moet hebben gestaan ter herinnering een klein Mariakapelletje (stok) geplaatst. Men heeft daarbij mogelijk voor Maria gekozen omdat in de Brabantse geschiedenis heilige eiken en Maria vaak met elkaar zijn verbonden.
Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Hertogenbosch, Rijksarchief in Noord-Brabant, toeg. nr. 257, Archieven van de Classis Peel- en Kempenland, inv.nr. 82, f. 27.
Literatuur: F.W. Smulders, 'Nog strengere eisen dan in het placcaet van 1750', in: Brabants Heem 24 (1972) p. 53-55; Jan Sanders, 'De heilige eik tussen Den Dungen en Schijndel: van kerstening tot reformatie', in: Tijdschrift van de heemkundevereniging Den Dungen 4 (1979) 2, p. 6-10; Wiro Heesters, Schijndel, historische verkenningen (Waalre: Stichting Brabants Heem, 1984) p. 76-77, p. 108; Gerard Rooijakkers, Rituele repertoires. Volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant 1559-1853 (Nijmegen: SUN, 1994) p. 592; J.J.E.M. de Visser, Boxtel, van Brabantse baronie naar groene gemeente (Wijchen: eigen beheer, 1999) p. 60, met kaart figuratief van de Bodem van Elde van Hendrik Verhees uit 1803; Henk Beijers (ed.), Het Schijndelse landschap. Cultuurhistorische notities rond het bodemarchief, landschapsontwikkelingen en historische perceelsnamen (Schijndel: Heemkundekring en Gemeente Schijndel, 2003); 'Om de heilige eik kruipen tegen koorts', in: Brabants Dagblad, 18 juni 2014.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Mijldoorn; mondelinge mededelingen van Jan Sanders te 's-Hertogenbosch, Henk Beijers te Vught, Ben Peters en Tiny Peters-van Rooij te Schijndel en Frans Oerlemans te Schijndel, allen in 2003.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<