HomeDatabankenBedevaarten

Oirsbeek, O.L. Vrouw van Oirsbeek

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw van Oirsbeek
Datum: 13e dag van de maand; gehele jaar
Periode: 2000 - heden
Locatie: Particuliere woning met huiskapel
Adres: Wilgenstraat 13, 6438 GS Oirsbeek
Gemeente: Schinnen
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: In het Zuid-Limburgse Oirsbeek fungeert een particuliere woning als semipublieke gebedsruimte en heiligdom. Hier worden sinds 2000 boodschappen van ‘O.L. Vrouw van Oirsbeek’ geopenbaard en zijn tientallen heiligenafbeeldingen en hosties bloedvlekken gaan vertonen. Tezelfdertijd zijn de betrokken zieners in de openbaarheid getreden. Dit alles leidde tot een kleine opkomst van vereerders uit de regio en uit België, maar evenzeer tot sterk afwijzende (re-)acties vanuit het dorp en van de R.K. kerk.
Auteur: Peter Jan Margry
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Een rijtjeshuis in de Wilgenstraat, gesitueerd in een uit de jaren zestig daterende nieuwbouwwijk van het dorp Oirsbeek (ca. 4000 inwoners), is van binnen grotendeels als semipublieke gebedsruimte (‘huiskapel’) ingericht. Het betreft het sinds eind mei 1997 door hen betrokken woonhuis van het echtpaar Leon J.M. Meessen (*1956) en Suzannah J. Dahmen (*1954), beide zowel ziener als ‘profeet’, alsmede van de twee dochters uit een eerder huwelijk van Suzannah. Zij zelf is een dochter uit het eerste huwelijk van Gerda Coumans, de eigenares van het bloedwenende O.L. Vrouw van Fatimabeeldje uit Brunssum (dl. 3).
- In de huiskamer van de woning zijn tientallen heiligenbeelden neergezet en is een veelvoud aan afbeeldingen van heiligen, engelen en pausen tegen de wanden bevestigd. De meeste van deze beelden en afbeeldingen vertonen bloedachtige vlekken. Op diverse plaatsen in het huis zijn onder glazen stolpjes bebloede hosties neergelegd. Ook in andere kamers en ruimten van het huis zijn dergelijke objecten te vinden. In de achtertuin van de woning zijn in 2002 een kruisweg met 15 staties, een kruis en een grot met een beeld van O.L. Vrouw van Banneux aangelegd.
- In 2001 heeft Sjef Hutschemaekers voor de parochiekerk van St. Lambertus te Oirsbeek een glas-in-loodraam van Maria gemaakt, onder de toen door hem bedachte titel O.L. Vrouw van Oirsbeek. Deze Mariatitel heeft echter niets van doen met de O.L. Vrouw van Oirsbeek die zich in de Wilgenstraat bekend heeft gemaakt.
Cultusobject - Als cultusobject fungeert in de eerste plaats O.L. Vrouw, Maria, die zich aan het echtpaar Meessen kenbaar heeft gemaakt in verschillende verschijningsvormen, met name als de Amsterdamse Vrouwe van Alle Volkeren (dl. 1; vgl. Valkenswaard, dl. 4). Op 25 maart 2001 deed voor de eerste keer ook de ‘O.L.V. van Oirsbeek’ haar intrede. Haar beeltenis weerspiegelt zich volgens de zieners het best in een bloedtranen-wenend kunststof kopiebeeldje van O.L. Vrouw van Fatima (hoogte ca. 45 cm), dat omhangen is met een blauw-witte mantel.
- Verder kent de woning een groot aantal secundaire en tertiaire cultusobjecten: heiligen van wie het belang voor de cultus lijkt af te hangen van enerzijds het aantal malen dat ze in huis via beelden of afbeeldingen zijn gerepresenteerd en anderzijds van het vertonen van bloedtekenen. Een bijzondere positie neemt Pater Pio in, die, vooral sinds zijn zaligverklaring in mei 1999, ook regelmatig boodschappen afgeeft.
- Beide zieners lijken ook enigszins zichzelf de status van cultusobject toe te kennen, te meer omdat ze zich door Maria benoemd weten als ‘Mijn twee profeten te Oirsbeek’.
Verering - Op 19 augustus 1995 werden op een O.L. Vrouw van Fatimabeeldje in het toenmalige woonhuis van beide zieners in Puth bloedtranen aangetroffen. Dit geschiedde nauwelijks twee maanden nadat bij de moeder van Suzannah in Brunssum op een vergelijkbaar beeldje eveneens bloedtranen waren verschenen. Vanaf 24 november 1995 (datum van de eerste op schrift verspreide boodschap) ontvangt Suzannah Dahmen boodschappen van Maria. In 2003 waren ruim 200 van dergelijke boodschappen op schrift gesteld. De strekking van de eerste boodschappen betrof vooral een waarschuwing tegen de aanwezigheid en de werking van satan en een pleidooi voor het bidden van de rozenkrans als weermiddel tegen diens activiteiten. Daarmee vertonen ze parallellen met de boodschappen van Fatima en van andere, in de regel niet erkende verschijningsplaatsen. De waarschuwingen zijn verder gericht tegen de algemene kwaden in de wereld (drugs, alcohol, roken, snoepzucht, modezucht, sport- en discowoede), tegen de huidige problemen in Nederland of tegen de ‘ontreddering’ van de Nederlandse R.K. Kerkprovincie. Maria maakt zich in de boodschappen ook sterk voor de hereniging van de Oosters-Orthodoxe kerk met de R.K. kerk, is tegen de charismatische vernieuwing en de oecumene en verwerpt abortus.
- Op 7 november 1998 ontving de Oirsbeekse zieneres voor alle andere zieners van ‘Nederland en aangrenzende landen’ een boodschap die nieuwe openbaringen van Maria aankondigde. Net zoals vroeger in Fatima ‘bezoek ik nu opnieuw de aarde, frequenter en langduriger, want de mensheid maakt zeer dramatische momenten door.’ Op 25 maart 2000 gaf Maria een verklaring voor haar verschijning in het dorp: God heeft Maria ‘opnieuw’ naar Limburg gestuurd om er ‘de genaden van zijn liefde te brengen’ en ‘Ik heb Oirsbeek uitgekozen omdat in deze eenvoudige, bescheiden boerenmensen nog de deemoed te vinden is zoals toen in het arme Betlehem. Deze plaats in Limburg waar steeds veel zal gebeden worden, zal een oord van grote Zegen worden’. Vervolgens werd met Pasen 2000 Oirsbeek in een boodschap van de ‘Hemelse Vader’ voor het eerst zelf een ‘bedevaartsoord’ genoemd.
- Beide zieners zijn de duiders van de boodschappen en verschijningen. Tevens vervullen zij een soort priesterlijke of voorgangersrol in de cultus. Om de door hun openbaringen gevoede cultus een plaats te kunnen geven, hebben ze zelf een gebedsruimte in hun huis gecreëerd. Het bisdom Roermond heeft informeel afstand genomen van de verschijnselen en ze als niet-authentiek bestempeld. Bijgevolg zou het inrichten van een ruimte voor de cultus in een officiële kerk of kapel niet zijn toegestaan. Desondanks zijn er in de woning al enkele missen opgedragen. De inrichting van het woonhuis is drastisch veranderd sinds het ‘collectief’ bloeden van de voorwerpen en afbeeldingen en het neerdalen van bebloede hosties zijn begonnen. Beide ‘profeten’ zien als in een visioen gedurende de mis in de parochiekerk regelmatig hosties uit de hemel naar beneden komen en, eenmaal teruggekeerd, vinden zij die ergens in huis neergedaald. Deze neerdalende hosties vertonen een zekere parallel met de sinds de oudheid en middeleeuwen plaatsvindende bloedregens die werden opgevat als voorboden van grote rampen.
- Binnen de gebedscyclus van Oirsbeek speelt de 13e dag van iedere maand, een symbolische verwijzing naar de dag waarop de verschijningen in Fatima op 13 mei 1917 begonnen, een belangrijke rol. Ook buiten deze vaste data vinden er in het huis semipublieke gebedsbijeenkomsten plaats, zij het zonder vaste regelmaat en met een klein aantal devotees. Op de 13e dag van de maand wordt, zo mogelijk in gezelschap van een priester, de rozenkrans gebeden. Bijvoorbeeld, op 13 juli 2001 om 16.00 uur was er een gebedsuur, waarbij naast beide zieners ook vijf vrouwen uit de regio aanwezig waren. Een uur lang werd de rozenkrans gebeden en ‘preekte’ Leon Meessen. Hij verhaalde onder meer over de in huis ‘neergedaalde’ en bebloede hosties, die volgens hem een directe verwijzing zijn naar de bloedtranen die Jezus zweette – zijn doodstrijd – in de Hof van Olijven. Het gegeven dat Maria- en andere heiligenbeelden vervolgens bloedtranen zijn gaan wenen, is een verwijzing naar de in doodstrijd verkerende R.K. kerk, die tegenwoordig een leer aanhangt die ‘los is geraakt van de zuivere leer van hun stichter (en van de oorspronkelijke bijbelteksten) en verwaterd is tot humanisme’.
- Oirsbeek mag wel een van de meest omstreden hedendaagse devoties in Nederland heten. Door de zichtbare ‘overdaad’ aan verschijnselen en de contesterende aard van de boodschappen verliezen beide zieners allengs de weinige steun of het voordeel van de twijfel die her en der voor hen nog bestond. Zowel het bisdom als de successieve parochieherders hebben zich vanaf het begin zeer terughoudend tegenover deze casus opgesteld.
- Met name door de kritische en argwanende houding van zowel de kerk als de plaatselijke bevolking, liep het aantal bezoekers van het huisheiligdom terug. Waren er in 2002 maandelijks wel tientallen bezoekers, onder wie een groot aantal uit België, in 2003 waren er nog maar enkele bezoekers per week. In 2006 wordt er nog altijd op de 13e van elke maand de verschijningen van Fatima gevierd en herdacht. Daartoe komt, zo zegt Meessen, een priester van het bisdom Roermond in huis de traditionele mis opdragen. Hij beschuldigt tegelijk het bisdom Roermond van nalatigheid omdat het niet voorziet in een onderzoek naar de authenticiteit van de verschijnselen die in zijn huis plaatsvinden.
Materiële cultuur Devotioneel drukwerk
- 1 In fotokopie worden de getypte teksten van de boodschappen van Maria verspreid, vanaf 24 november 1995 tot 25 april 2003 (afsluiten van deze tekst); 2 ‘Gebed voor de wederkomst van Jezus Christus’ gecalligrafeerde tekst, met op de achterzijde een tekening van Jozef, Maria en het kindje Jezus dat van een priester de eucharistie aanneemt, verspreid in fotokopie [2000]; 3 ‘Sprokkelgebed’, getypt [ca. 2000]; 4 ‘Gebed van een engel’, getypt [ca. 2000]; 5 prentjes met op de achterzijde een ‘te Oirsbeek verkregen gebed’ tot Jezus Christus en tot O.L. Vrouw van de Rozenkrans, op de voorzijde wisselende reproducties van 17e-eeuwse gravures van H. Wierx (ca. 9 x 12,5 cm; ca. 2002); 6 prentje met op de achterzijde een op 1 mei 1999 ‘te Oirsbeek verkregen gebed’ tot Jezus en Maria; op de voorzijde een gereproduceerde houtgravure van Jos. Speybrouck van Jezus, Maria en Jozef (ca. 10,5 x 14,5 cm; ca. 2002).
Bronnen en literatuur Literatuur: E. Hoogeveen, ‘Bloedregens’, in: Studiën 46 (1914) p. 108-123; Marcel Penders, ‘Onze straat een bedevaartsoord? geloof je het zelf?’, in: Dagblad de Limburger 28 april 2001; Peter van de Berg, ‘Maria-aanbidders voelen zich gekoeioneerd door buurt’, in: Dagblad de Limburger, september 2002; Joan van den Dungen, ‘Bewaking voor wonderwoning’, in: De Telegraaf, 24 september 2002; Eric Seuren, ‘Wij zijn de profeten van Maria’, in: Limburgs Dagblad, 28 november 2002; Boodschappen van Jezus en Maria, Naju, Zuid-Korea (Herentals: Impressa, 2003); Peter Jan Margry, ‘Persoonlijke Altaren en Private Heiligdommen. De creatie van sacrale materiële cultuur als resultante van geïndividualiseerde religiositeit’ in: A.L. Molendijk (ed.), Materieel Christendom. Religie en materiële cultuur in West-Europa (Hilversum: Verloren, 2003) p. 61-64; Dimitri Tokmetzis, 'Maria weent nog altijd in Nederland/Maria is weer tevreden', in: NRC-Handelsblad, 22 december 2007, p. 24-25.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Oirsbeek; url’s: http://www.ddnet.es/share_ediciones/sign0601.htm (‘La casa de los muchos milagros’); over de grot: http://home.wanadoo.nl/kerkoirsbeek/grot.htm; mondelinge informatie op 13 juli 2001 en op 23 mei 2003 van Leon Meessen en Suzannah Dahmen; op 23 mei 2003 van pastoor L. Cordewener te Oirsbeek.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<