HomeDatabankenBedevaarten

Reuver, H. Barbara

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Barbara
Datum: 4 december (+ octaaf)
Periode: 1834 - ca. 1900
Locatie: Parochiekerk van de H. Lambertus
Adres: Karel Doormanlaan 4, 5953 EM Reuver
Gemeente: Beesel
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: Vanaf het ontstaan van de parochie Reuver in 1834 werd de H. Barbara er bijzonder vereerd. Naast de verering door de plaatselijke bevolking en gelovigen uit de omringende plaatsen werd zij tot het einde van de 19e eeuw ook speciaal aangeroepen door Duitse pelgrims uit de grensstreek rondom Aken.
Auteur: Jan Ickenroth
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Reuver is een van de kernen van de gemeente Beesel. In Reuver stond een Lambertuskapel die aanvankelijk ook de parochiekerk voor Beesel was. Later werd de kapel afhankelijk van de Gertrudisparochie van Beesel. De Lambertuskapel stortte in 1830 in. Tijdelijk werd een schuurkerk opgetrokken, die in 1833 weer werd vervangen door een stenen kerk met toren. Het jaar daarop werd Reuver, met de gehuchten Offenbeek en Leeuwen, verheven tot zelfstandige parochie.
- De kerk uit 1833 was in de jaren zeventig van de 19e eeuw bouwvallig en te klein geworden. Architect Johan Kayser ontwierp daarom een eenbeukige, neogotische kruiskerk, die tussen 1878 en 1880 is gebouwd. In 1907 werd tegen de noordgevel van de kruiskerk een groot schip geplaatst, zodat het oude schip veranderde in een zijbeuk. In 1923 vergrootte Jules Kayser de kerk nogmaals door een extra zijbeuk te bouwen.
Cultusobject - Volgens de legende was Barbara een jonge vrouw die vanwege haar schoonheid door haar heidense vader in een toren werd opgesloten. Barbara bekeerde zich tot het christendom, maar werd hiervoor door haar eigen vader onthoofd. Barbara werd in de middeleeuwen tot de zogenaamde veertien noodhelpers gerekend, als patrones van de stervenden, van koorts en pestlijders en van beoefenaars van gevaarlijke beroepen zoals mijnwerkers en artilleristen. Het voornaamste attribuut waaraan Barbara herkend kan worden, is de toren (vgl. Gorinchem, dl. 1; Gestel, dl. 2; Maastricht, dl. 3).
- In 1836 wordt in een inventaris van de kerk voor het eerst melding gemaakt van een reliek van de H. Barbara. In 1842 wordt een tweede reliek ontvangen uit Rome. In het archief bevindt zich een schrijven van kardinaal Patrizi, waarin hij zegt in te staan voor de authenticiteit van deze reliek, die was gevat in een houder met een deksel van kristal, omwonden met een rood lint en voorzien van Patrizi’s zegel. Op basis van deze oorkonde gaf bisschop J.A. Paredis van Roermond in 1844 toestemming voor het vereren van de relieken. In datzelfde jaar werd de nieuwe reliek in een monstrans gevat, zodat ze op het Barbara-altaar kon worden uitgesteld.
- Anno 2003 bevinden zich in de kerk twee relieken van Barbara, waarvan er één inderdaad voorzien is van de resten van een rood lint en een zegel. Zegel, wapen en naam van Patrizi zijn vervangen door die van A. van de Veen-Zeppenveldt, apostolisch-vicaris van Curaçao, die in september 1951 opnieuw de authenticiteit van deze reliek vaststelde.
- In 1835 stond een Barbarabeeld aan de rechterzijde van de kerk. Enkele jaren later werd links van het hoofdaltaar een Barbara-altaar geplaatst.
- Het beeld uit 1835 werd in 1878 vervangen door het neogotische beeld dat nu nog achterin de kerk staat. Dit gepolychromeerde lindehouten beeld (150 cm hoog) is vervaardigd door de toen nog in Antwerpen werkzame beeldhouwer Jos Thissen. Het beeld was een schenking van Helena Wolters, een zus van de toenmalige pastoor Carel Wolters. In 1885 werd Thissens beeld geplaatst op een nieuw Barbara-altaar, vervaardigd door H. Ramakers uit Geleen.
Verering - Volgens de inventaris van 1835 stonden in de kerk van Reuver beelden van de HH. Leonardus, Lucia en Barbara. Waarschijnlijk zijn deze beelden geschonken door de secretaris van het kerkbestuur, Leonardus van den Broeck. In zijn familie bestond een speciale devotie tot deze heiligen. Zo liet zijn schoonzoon, M. Janssens, rond 1850 een kapelletje oprichten ter ere van Lucia en Barbara.
- Reeds in 1834 bezochten processiebedevaarten uit Dieteren, Echt, Linne, Montfort, Sittard, Susteren, Swalmen en het Duitse 'Monsel' (Montzen) op weg naar Kevelaer de nieuwe kerk van Reuver, als statieheiligdom van St. Barbara. De in 1834 van rector tot pastoor bevorderde Theodorus van Wielick stimuleerde de Barbaraverering. Hij verkreeg in 1842 vanuit Rome een tweede relikwie, die, in een monstrans gevat, vanaf 1844 ter verering mocht worden uitgesteld. Over de verering van deze relieken van de H. Barbara vinden we tot 1867 slechts enkele verspreide aantekeningen in het parochiearchief. In 1848 wordt gesproken van het ‘offer van de Kevelaersgasten’. Daarna nog enkele malen van ‘het offer van St. Barbara’.
- In 1867 werd G.H. Berden pastoor van Reuver (1867-1875). Hij maakte uitvoerige aantekeningen over ‘eenige gebruiken en Jura in de Parochie Reuver’. Met betrekking tot de processie noteerde hij:
‘De processien die naar Kevelaer gaan en hier de kerk binnentrekken, vereren de reliquien van de H. Barbara en offeren op het altaar. Op de feestdag van de H. Barbara, 4 December, worden de diensten gehouden als op Zondag en de Hoogmis met drie Heeren. Gedurende de Octaaf, alsook elke 1e Zondag van de maand vollen aflaat voor allen die gebiecht en gecommuniceerd hebben en in de parochiekerk alhier eenigen tijd gebeden zullen hebben tot intentie van Zijne Heiligheid den Paus van Rome. Na elke dienst wordt de reliquie van de H. Barbara vereerd en onder den dienst uitgesteld op het altaar van de H. Barbara.’
- Berdens opvolger, Carel Wolters (1875-1893), tekende op dat in 1875 en latere jaren de kerk bezocht werd door processiebedevaarten uit Kirchhoven, Waldenrath en Montzen. Ze deden de kerk te Reuver zowel aan op de heenweg naar Kevelaer als op de terugweg. Na 1886 voegde zich daar nog de processie uit Geilenkirchen bij. Op 4 december 1878 werd een nieuw beeld van Barbara in de kerk geplaatst. In een ingezonden brief in de Venloosche Courant van begin december 1878, wordt daarvan melding gemaakt en worden naast gevaarlijke beroepen als vuur- en mijnwerkers, metselaars en zeelieden tegelijk ook spoorwegbeambten opgeroepen - ‘in verband met de jongste ongelukken’ - zich onder bescherming van Barbara te Reuver te plaatsen, zoals de uit Reuver afkomstige ploeg reeds met behulp van een heilige mis had gedaan.
- In 1880 stichtte Wolters ter meerdere eer en glorie van de H. Barbara de ‘Broederschap van de H. Joseph en de H. Barbara, patronen tegen een haastige dood’. Ten behoeve van deze Barbarabroederschap (en andere) schreef de Wittemse redemptorist Scheepers in 1889 een St. Barbara-Boekje. De broederschap had in de jaren twintig van de 20e eeuw nog maar zo weinig en allemaal hoogbejaarde leden, dat pastoor G.J. Packbier (1918-1926) bisschop Schrijnen om een aanpassing van de financiële statuutsbepalingen verzocht, aangezien de opbrengsten van de contributies niet eens meer toereikend waren voor de ‘solemnele lijkdienst’ voor de overleden leden.
- Toch bleef de H. Barbara ook na de dood van pastoor Wolters (1893) en het verdwijnen van de laatste processiebedevaart (die van Montzen; waarschijnlijk ook in 1893) een heilige die in Reuver bijzondere aandacht kreeg. Zij werd patrones van de spoorwegbeambten van het station Reuver, patrones van de schutterij in Offenbeek (1902).
- Nog in 1936 werden er twee eenvoudige bakstenen devotiekapellen ter ere van haar gebouwd, een te Reuver op de plaats van een ouder kapelletje van St. Lucia en St. Barbara en een te Offenbeek. De kapel te Reuver, gelegen op de hoek Parklaan-Den Roover, werd in 1960 gesloopt. De kapel te Offenbeek aan de Offenbeekermarkt is in 1964 verdwenen. In Reuver werden in 1934 en 1961 twee straten naar St. Barbara vernoemd. De eerste is in 1961 omgedoopt in Den Roover.
Materiële cultuur - Beeld: aan de voorzijde van de voormalige Maria Goretti meisjesschool aan Den Roover staat een ca. 1 meter hoog bronzen beeld van de H. Barbara vervaardigd door Joep Nicolas van Ronckenstein. Het beeld werd in februari 1978 geplaatst.

Devotioneel drukwerk
- Diversen: 1 St. Barbara-Boekje of Korte beschrijving van het leven, den marteldood en de vereering der H. Maagd en Martelares Barbara. Patrones voor een goeden dood. Bijzonder vereerd te Reuver (Gulpen: M. Alberts en zonen, 1889); 2 A. Scheepers, St. Barbara-Boekje of Korte beschrijving van het leven, den marteldood en de vereering der H. Maagd en Martelares Barbara. Patrones voor een goeden dood (Gulpen: M. Alberts en zonen, 1889; impr. G. Schrauwen, Amsterdam 9/7/1889; P. Mannens, Roermond 28/7/1889) 71 p.; 3 ‘Plan de la nouvelle église à Reuver’, circulaire [Bedelbrief] van pastoor Wolters uit 1878, met daarop afgebeeld het schetsplan van de te financieren nieuwe kerk te Reuver, met in een cartouche een afbeelding van St. Barbara.
Bronnen en literatuur Archivalia: Roermond, bisdomarchief: [J. Rouwet], ‘Inventaris van het kerkelijk kunstbezit van de parochie H. Lambertus Reuver’ (Roermond 1977); Reuver, parochiearchief St. Lambertus Reuver: inkomstenboek pastoor Wolters, rekeningen, inventarissen 1835, 1853 en 1877, ‘Parochialia’, Jac. Vrancken, ‘Res memorabilis betreffende de kerk en de parochie van de H. Lambertus te Reuver’).
Literatuur: ‘Ingezonden’, in: Venloosche Courant, ca. 6 december 1878; Jac. Vrancken, ‘De Sint-Lambertuskapel te Reuver’, in: Limburgs Jaarboek 2 (1895) p. 175-188; H. Thijssen, Kroniek van honderd jaar St.-Lambertuskerk te Reuver 1880-1980 (Reuver: Rabobank, 1980); J. Ickenroth, ‘Van “St. Lambert’s Capelle” tot St.-Lambertuskapel’, in: Jaarboek heemkundevereniging Maas- en Swalmdal 3 (1983) p. 23-41; 150 Jaar parochie H. Lambertus Reuver 1834/1984 (Reuver: Comité 150 jaar parochie H. Lambertus Reuver, 1985); Sjra Vintcent, Reuver toen en nu (Ljubljana: Van Geijst, 1995) p. 89; Volmar Delhey & Antoine Jacobs, Kerkenbouw in Limburg 1850-1914. Neogotische en neoromaanse parochiekerken en hun architecten (Sittard, Stg. Charles Beltjens, 2000) p. 114-115; Mathilde van Dijk, Een rij van spiegels. De heilige Barbara van Nicomedia als voorbeeld voor vrouwelijke religieuzen (Hilversum: Verloren, 2000); J.W.P. Ickenroth, ‘Reuver als bedevaartplaats van de H. Barbara’, in: Jaarboek heemkundevereniging Maas- en Swalmdal 22 (2002) p. 62-69.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Reuver.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<