Roermond, H. Jacobus de Meerdere

Cultusobject: H. Jacobus de Meerdere
Datum: 25 juli; dagelijks
Periode: 1999 – heden
Locatie: Jacobuskapel in de St. Christoffel-kathedraal
Adres: Markt, 6041 EL Roermond
Gemeente: Roermond
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: In Roermond en zijn Voorstad bestond van de late middeleeuwen tot in de 18e eeuw enige verering voor de heilige Jacobus. Pas aan het einde van de 20e eeuw eeuw, onder invloed van de brede revitalisering en musealisering van de pelgrimsroute naar Santiago en de creatie van een Limburgse etappe daarin, begint de Roermonder Jacobuscultus een eigen bedevaartkarakter te krijgen en ontwikkelt de Jacobuskapel zich tot een zelfstandig filiaal- en halteheiligdom van Santiago de Compostela.
Auteur: Peter Jan Margry & Cor Houben
Illustraties:
Topografie - In de 15e eeuw werd direct ten zuiden van Roermond, in het tussen Roer en Maas gelegen gebied dat pas later ‘Voorstad St. Jacob’ of kortweg ‘Voorstad’ is gaan heten, een Jacobuskapel gebouwd. Een Jacobusbroederschap, namelijk de ‘Broederschap van St. Jacob over de Brug’ had in 1439 toestemming gekregen voor de stichting van een gecombineerde H. Kruis, St. Jan en Jacobuskapel, ter vervanging van een omstreeks 1388 afgebroken Kruiskapel. Dit plan kwam echter pas in 1456 tot uitvoering, waarbij de kapel alleen aan St. Jacob werd gewijd. Op de stadsplattegrond van Jacob van Deventer uit ca. 1554 is de kapel in symboolvorm duidelijk zichtbaar. Het bouwsel ging rond 1580, waarschijnlijk door oorlogsgeweld, weer verloren. Tot in de 18e eeuw waren de fundamenten ervan nog wel zichtbaar. Omdat de 15e-eeuwse Voorstadkapel feitelijk maar kort heeft bestaan en onder de parochie St. Odiliënberg ressorteerde, is er geen directe relatie met de in de 20e eeuw in Voorstad gebouwde bijkerk van St. Jacob.
- In de Voorstad werd in 1940 door deken Rhoen een nieuwe bakstenen Jacobuskapel of bijkerk gesticht, ten behoeve van het rectoraat Voorstad. In de volksmond het ‘Witte Kerkje’ genoemd. Ze was door architect Joseph Franssen ontworpen. Per 1 oktober 1998 werd het gebouwtje weer aan de eredienst onttrokken. Het bisdom verhuurt het sindsdien aan de Stichting het Witte Kerkje ten behoeve van de wijkvereniging.
- Voorstad en Vismarkt vormen samen de St. Jacobsput, waarmee in het lokale spraakgebruik niet alleen de watervoorziening maar ook het territoir en zijn bewoners (‘putgemeenschap’; thans wijkvereniging) eromheen wordt bedoeld. De naam is ontleend aan het gegeven dat de St. Jacobskapel of -kerk in het ‘putgebied’ ligt. De oudste vermelding van de put dateert van 1792. Tot voor kort bestond er een jaarlijkse putprocessie naar O.L. Vrouw in ’t Zand (Roermond, dl. 3).
- De Christoffelkathedraal van Roermond bevat een gotische Jacobskapel die in de loop van de 15e eeuw werd gerealiseerd. In 1999 werd deze kapel van binnen geheel heringericht. Op de feestdag van de patroonheilige, 25 juli, 1999 werd de kapel opnieuw ingezegend. Ze is tussen 1 april en 1 november dagelijks na 14.00 uur opengesteld. In de kapel is een drieluik als altaarstuk geplaatst, bestaande uit drie geschilderde panelen: de kruisafnamescène, geflankeerd door stadspatroon Christoffel en patroon Jacobus. Ze zijn van de hand van de Roermondse kunstenaar Albin Windhausen (1863-1946). Verder bevat de ruimte enkele bidstoelen en een tafel met informatie over Santiago de Compostela alsmede een kaart met de route van Roermond naar Santiago. Tegen de binnenmuur van de kapel zijn rondom de nis met de Jacobusarmreliek omgeveer 150 verschillende reliektheca’s van andere heiligen uit de algemene reliekenschat van de kathedraal bevestigd. Verder is er een vaandel met stok uit de jaren vijftig van de 20e eeuw neergezet, waarop Jacobus, het Witte Kerkje en de Voorstad zijn afgebeeld en de teksten ‘S. Jacobus Roermond’ en ‘Witte Kerkje Voorstad’ zijn geborduurd.
- De St. Jacobuskapel zal in 2004 worden voorzien van vier gebrandschilderde glas-in-loodramen met taferelen uit het leven van St. Jacobus, naar een ontwerp van L. Reihs van atelier Flos in Steyl.
- Vanwege de komst van pelgrims sinds 1999 heeft de Roermondse broederschap onderzocht of het Witte Kerkje als gasthuis voor passerende pelgrims zou kunnen fungeren, maar uiteindelijk heeft men onder de sacristie van de kathedraal een eenvoudige overnachtingsplaats (‘refugio’) gemaakt.
Cultusobject - Het cultusobject is de heilige apostel Jacobus de Meerdere. Hij is de oudere broer van apostel en evangelist Johannes. Als missionaris zou hij in het gebied rond het Spaanse Santiago de Compostela hebben gepreekt en bekeerd. Terug in het Heilig Land stierf hij omstreeks 44 na Chr. in Jeruzalem de marteldood door onthoofding. Zijn lichaam zou later naar Spanje zijn overgebracht en begraven op de plaats waar later in de 9e eeuw in Santiago zijn stoffelijke resten zouden zijn gevonden. Legendarische teksten uit diezelfde periode beschrijven Jacobus’ wonderbaarlijke interventies als Matamoros (morendoder) in de christelijke strijd tegen de Moren en de islam. Op het hem toegeschreven graf werd een kerk gebouwd, dat in de periode van de 10e tot en met de 16e eeuw uit zou groeien tot het derde belangrijkste bedevaartsoord van de christelijke wereld. De grote populariteit van dit pelgrimsoord deed deels ook zijn vita en iconografie veranderen en uitbreiden. Jacobus werd sindsdien uitgebeeld als pelgrim en dat beeld werd een icoon voor ‘pelgrimage’ en ‘bedevaart’ in het algemeen. Sinds de revival van de bedevaart naar Santiago de Compostela in de jaren zestig van de 20e eeuw, genereert de cultus nieuwe filiaalheiligdommen die verband houden met of op het traject liggen van de Santiagoroute en zijn vele moderne (geconstrueerde) vertakkingen.
- De kathedraal beschikt over een rechter onderarmreliek van de H. Jacobus. Vertegenwoordigers van de Roermondse Jacobusbroederschap stellen dat het gaat om de grootste Jacobusreliek die zich buiten het graf in Santiago bevindt. Over de herkomst van de reliek circuleren verschillende verhalen. Een naar detaillering en chronologie te volgen maar niet op veel feiten steunende variant gaat uit van een schenking van de reliek door paus Gregorius IV (†844) aan het St. Barbaraklooster van de benedictininessen te Gard (aartsbisdom Keulen). De priorin zou de reliek in 1595 vanwege oorlogsdreiging aan een Spaanse trinitariër, genaamd Juan Bautista Massia, hebben gegeven, waardoor het object uiteindelijk in 1596-1597 in de reliekenschat van het Escorial bij Madrid terecht zou zijn gekomen. Aartshertog Albert van Oostenrijk zou het tijdens zijn reis door Spanje in 1598-1599 met veel moeite gelukt zijn het stuk weer voor ‘het land van herkomst’ te verwerven. Men veronderstelt verder dat hij de reliek tijdens een van zijn bezoeken aan Roermond in oktober 1602 en september 1603 aan de stad zou hebben geschonken. Het ligt in de rede, dat het dan eerst een plaats in de H. Geestkerk zal hebben gekregen (het was de toenmalige kathedraal, waaraan ook een Jacobusaltaar en –broederschap was verbonden) en pas later, in 1661 toen de Christoffelkerk kathedraal werd, zal zijn overgebracht.
- Er bestaat slechts één authenticiteitsoorkonde van deze reliek, welke door bisschop J.A. Paredis op 12 augustus 1876 werd ondertekend. Hierin verklaart hij dat het object zich sinds onheuglijke tijden in de kathedraal bevindt en ter verering aan de gelovigen wordt getoond (‘venerationi fidelium expositas’). Bovendien, zo bepaalt de oorkonde, was de reliek gevat in een vierkanten houten reliekdoos en voorzien van een vensterglaasje. Dit impliceert dat de reliek pas later in de huidige reliekhouder met de bijl is geplaatst. De opgetekende formule dat de bisschop de reliek heeft verzegeld is in de oorkonde gecancelleerd, hetgeen betekent dat Paredis de toenmalige reliekhouder niet heeft geopend of opnieuw verzegeld. De huidige, waarschijnlijk laat 19e-eeuwse, armreliekhouder heeft de vorm van een opstaande arm en hand met in de hand een hakbijl als typische martelaarssymbool (ook: zwaard; vgl. Bonifatius in Dokkum, dl. 1). Via een glasraam is de in rood doek verpakte reliek te zien met een tekststrook met het opschrift ‘S. Jacobi Ap.’ Waarschijnlijk is de Jacobusreliek in de loop van de 20e eeuw in de houder overgezet, mogelijk omdat men veronderstelde dat de armreliek van Jacobus bij deze armreliekhouder thuishoorde of omdat men deze fraaier of passender achtte dan het genoemde vierkanten houten doosje. De armreliekhouder heeft waarschijnlijk in eerste instantie behoord bij een reliek van de apostel Matthias die immers ook daadwerkelijk een bijl (i.t.t. het zwaard van Jacobus) als attribuut heeft en van wie aan de Christoffelkerk ook een broederschap verbonden is geweest.
- Van ca. 1945 tot 1988 was de armreliek tijdelijk in het Witte Kerkje van de Voorstad ondergebracht.
Verering Algemeen
- Van de 14e eeuw tot in de 18e eeuw bestond in Roermond een verering voor Jacobus, maar nergens wordt duidelijk of aannemelijk dat die verering toen ooit een bedevaartkarakter heeft gekend, of dat Roermond of de Jacobuskapel in Voorstad als mogelijke pleisterplaatsen voor Santiagopelgrims zouden hebben gefunctioneerd. Deze onduidelijkheid kan ten dele worden toegeschreven aan de stadsbrand van 1554 waarbij ook het archief in vlammen opging. Ook van de periode daarna is echter geen enkele getuigenis of verwijzing overgeleverd. Sterker nog, de cultus was kwijnende en van de vijf missen die in middeleeuwen wekelijks nog voor de heilige werden opgedragen, was er in de 18e eeuw nog maar één mis, eens in de twee weken, over en was de Jacobusdevotie zeer beperkt. Een herleving van een verering voor Jacobus die ook bedevaartkarakter verwierf, diende zich pas eind 20e eeuw aan.

Middeleeuwen - 20 eeuw
- Op 1 augustus 1357 werd voor het eerst melding gemaakt van een Jacobusbroederschap – de ‘guede Sinte Jacops’ - in Roermond, die rogge en penningen betaalde aan Coenraede Baeke, kapelaan van de H. Geestkapel, die als tegenprestatie aan het Jacobusaltaar periodiek missen diende te lezen. Daar bleef het niet bij, in 1472 verklaarden de meesters van de broederschap aan het altaar per week vijf missen te laten lezen en een gezongen mis op maandag. Voor de betalingen kon de broederschap putten uit onder meer goederen in Herten en van rentes uit hypotheken. De meesters of leden van de broederschap werden in de regel gerecruteerd uit de bovenlaag van de samenleving, burgemeesters, schepenen en diverse raden.
- Sint Jacob was zeker al vanaf de 16e eeuw ook de patroon van de voet- en handboogschutterijen in Roermond. Sinds de middeleeuwen komt de Jacobusbroederschap pas weer voor het eerst in 1612 in de archieven naar voren. De broederschap had toen nog het begevingsrecht van het altaar, maar beschikte slechts nog over beperkte inkomsten. De broederschap leek vooral een besloten elitair gezelschap, waar periodiek de maaltijden centraal stonden. Tussen 1612 en 1786 zijn er in totaal ongeveer 95 leden en rentmeesters bekend en telde de broederschap meestal niet meer dan tien leden. Net als vroeger behoorden de leden tot de sociaal-economische bovenlaag van de samenleving en waren zeker niet alleen uit Roermond afkomstig. Hun woonplaatsen Echt, Swalmen, Montfort, Thorn, Groenlo, Spiers, Arnhem (Hof van Gelre) wijzen in ieder geval op een bovenlokale uitstraling van de broederschap. De leden hielden zich voornamelijk bezig met de financiën. Uit de rekeningboeken wordt duidelijk dat de grootste jaarlijkse uitgave viel op de maandag na St. Jacobsdag als op de zogenaamde teerdag de jaarrekening werd afgehoord. Verder waren er uitgaven voor het opdragen van requiemmissen voor overleden leden en deelde men brood en wijn uit aan de behoeftigen. Na 1700 werd zelfs de teerdag niet meer gehouden en werd ook de ledenadministratie verwaarloosd. De broederschap raakte in verval. Na 1754 was ze niet meer in staat om de uitdeling aan de armen te organiseren, hetgeen werd overgedaan aan het Hospitaal-Generaal.
- Na 1780 kwam Roermond onder het bestuur van keizer Joseph II. Voor zijn gehele rijk gelastte hij in 1786 de opheffing van alle devotionele broederschappen. Het was voor de zieltogende Jacobsbroederschap het laatste duwtje, een maand later was de opheffing een feit.
- Voor de 19e en de 20e eeuw zijn er opmerkelijk genoeg nauwelijks gegevens inzake Jacobus en zijn lokale cultus. Rond het midden van de 19e eeuw was er in ieder geval geen sprake van een bijzondere Jacobusverering. De deken van Roermond tekende in 1857 uitvoerig alle buitenprocessies in verband met de feesten van grotere devoties en heilige patronen op, Jacobus werd daar niet bij genoemd.
- Omstreeks 1930, zo schrijft Huijsmans, was er op 25 juli (tevens het patroonfeest van St. Christoffel) wel een viering van het feest van Jacobus en werd de reliek in de Jacobskapel ter verering uitgesteld.

20e en 21e eeuw: de herpositionering van de Jacobuscultus
- De hernieuwde aandacht voor de H. Jacobus in Roermond is terug te voeren op de opening van de landelijke Open Monumentendag van 9 september 1994 in die stad. Om daarbij een aantrekkelijk programma te bieden, werd op initiatief van archivaris G.W.G. van Bree een bewegwijzering aangebracht van het vermeende ‘Midden-Limburgse’ deel van de pelgrimsroute naar Santiago. Van Bree was daarbij geïnspireerd door de fietspelgrimage van stadsgenoot Th. van der Linden. Een onder zijn leiding ingestelde werkgroep wist binnen de zogenaamde ‘Club van 100’, een genootschap van lokale sponsors van culturele activiteiten, gelden te verwerven, zodat op die 9e september de eerste in Nederland en met bordjes en infoborden gemarkeerde St. Jacobsroute (‘Pelgrimsweg’) door bisschop Wiertz voor de regio Roermond kon worden ingezegend. Een en ander leidde tot de oprichting in 1996 van de Stichting ‘Pelgrimswegen naar St. Jacob’ in Roermond. Deze stichting organiseerde in 1997 een eerste fietspelgrimage naar Santiago.
- Aangezien plebaan-deken Th. Willemssen plannen had voor de renovatie c.q. vernieuwing van de Jacobuskapel in de kathedraal werd het besluit genomen om de middeleeuwse Jacobusreliek weer een publieke plaats en functie te geven en zodoende de Jacobusverering eveneens een impuls te geven. Sinds 25 juli 1999 staat de reliek weer publiek uitgesteld in de Roermondse kathedraal. De plaatsing is zodanig dat deze zowel van binnen als van buiten de kerk bekeken en vereerd kan worden. Van buiten kan dat permanent, door middel van een hagioscoop (boogvenster) die aan de buitenzijde via een nis in de muur aan de Marktzijde van de kapel zicht biedt op de reliek. De nis is herkenbaar gemaakt door ophanging van bordjes met pictogrammen van de Santiagoroute en de toelichting ‘Armreliek St. Jacob’. De plaatsing zelf geschiedde door de (toevallig) in Roermond aanwezig zijnde bisschop W.J. Eijk van Groningen, in wiens bisdom de lange route naar Santiago heet te beginnen (⟶ Franeker, dl. 1) en wiens tweede voornaam Jacobus luidt. Daarmee was er volgens het bisdom ‘alle reden dus om hem bij de viering te betrekken’.
- De (her-)plaatsing van de reliek heeft diverse nieuwe initiatieven en ontwikkelingen met betrekking tot de verering tot gevolg gehad. Zo ontsproot uit een lokaal initiatief de constructie van een heilige plaats en de opbouw van een geheel nieuwe etappe voor de ‘historische’ route naar Santiago de Compostela. Als rituele inleiding zijn voorafgaande aan de ingebruikname van de kapel 45 jongeren onder begeleiding van hulpbisschop Evert de Jong grotendeels te voet op pelgrimstocht naar Santiago getrokken. Voor (Midden-)Limburg volgden zij de met blauw-gele schildjes bewegwijzerde route. Deze route is een nieuw gevormde traditie, aangezien er voor Nederland geen Santiagoroute op historische feiten kan worden getraceerd. De betrokkenen zetten daarbij wel de middeleeuwse Jacobuscultus in Roermond als bewijs in. De middeleeuwse Jacobuskapel zou als belangrijke etappeplaats voor de Santiagiopelgrimage hebben gefunctioneerd, met gasthuizen die onderdak zouden hebben geboden aan talrijke ‘vermoeide pelgrims’. Tegen die achtergrond werd uit promotieoverwegingen door de broederschap aan een historisch onderlegd lid gevraagd een publicatie te verzorgen, waaruit zou blijken dat Roermond reeds in de middeleeuwen een Jacobusbedevaartplaats was. Aangezien daar geen feitelijke onderbouwing is voor te vinden, is daar geen gevolg aan gegeven.

Een nieuwe Jacobusbroederschap
- Ondertussen waren ook ideeën ontstaan om de middeleeuwse Jacobusbroederschap, die in 1786 was opgeheven, opnieuw op te richten. Bij G.J.M. (Jan) Laugs, voormalige hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, kwam die gedachte op toen hij met plebaan Willemssen had gesproken en deze het wenselijk achtte om de Jacobskapel te ‘revaloriseren’ zodat een vernieuwde kapel tot een hernieuwde verering van Jacobus zou kunnen leiden. Dit initiatief zou mogelijk door een groep van betrokkenen, en de Roermondse ‘Pelgrimswegen naar St. Jacob’, kunnen worden ondersteund. Laugs wist een aantal mensen enthousiast te krijgen voor het herstel van de Broederschap van de Heilige Jacobus de Meerdere. Informeel vond dat op 25 juli 1999 plaats en sindsdien werkte een comité onder leiding van plebaan Willemssen aan een officiële oprichting die op 7 juli 2000 zijn beslag kreeg. De broederschap verbonden aan de Christoffelkathedraal en bestaande uit circa 15 broeders, heeft als taak de verering van St. Jacobus bevorderen en staat onder leiding van een directeur of prior, zijnde plebaan Willemssen. De broederschap wil de verering van Jacobus in de Jacobuskapel instandhouden en bevorderen op religieuze, culturele en historische gronden, door onder meer ‘bedevaarten, lezingen en andere activiteiten rond Sint Jacobus’ te organiseren. Daarnaast wil ze de stad Roermond promoten als pleisterplaats op weg naar Santiago, alsmede de bedevaarten naar Santiago te bevorderen. De broeders krijgen bij hun ‘investituur’ een officieel kostuum aangemeten: een zwart fluwelen mantel met op de linkerzijde het wapen van de broederschap en een zilveren draagmedaille. De mantel van de Mariabroederschap te ⟶ Weert (dl. 3) stond hiervoor model. De broederschap participeert verder in diverse stedelijke (para-)religieuze manifestaties (sacramentsprocessie; bezinningsdag; feestdag St. Jacob etc.).
- Sinds de openstelling van de Jacobuskapel in 1999 komen bezoekers speciaal de heilige en de armreliek in de kathedraal van Roermond vereren. Hoeveel dat er zijn en in hoeverre zij zich als pelgrims beschouwen, is niet eenvoudig vast te stellen. Gedurende de openstelling van de kapel tussen april en november komen er tienduizenden algemene bezoekers naar de kerk en kapel, zoals de Kathedraalkrant van juni 2002 meldde. Een Nieuwsbrief uit diezelfde periode stelde dat er in de weken sinds de openstelling van de kapel per 1 april 2002, dus over een periode van zo’n twee maanden, tientallen pelgrims te voet, per fiets of met de auto de Jacobuskapel hadden aangedaan, al dan niet als etappe op weg naar Santiago. Zij ontvingen dan tegelijk de zegen en een geloofsbrief van de bisschop of de deken. De Kathedrale Wacht houdt de gegevens bij van mensen die vragen om een pelgrimsstempel. In de periode tussen 10 juni 2001 en 4 september 2003 bleken 34 personen, afkomstig uit o.a. Weert, Heerlen, Simpelveld, Deurne, Zeegse, Zwolle, Enkhuizen, Leek, om dit stempel te hebben gevraagd.
- De meeste van deze pelgrims zijn wandelaars die de Jacobuskapel in Roermond als etappe en heilige plaats in het lange Santiagoparcours aandoen. Daarnaast zijn er ook vele wandelaars die via de regionaal uitgezette LAW/ANWB wandel- of ‘pelgrimspaden’ (Pieterpad; MaasSchwalm-Nettepad en het iets van Roermond afgelegen, Pelgrimspad) de stad bezoeken. Dat zal in de toekomst verder toenemen aangezien het Limburgse Santiagotraject deel is gaan uitmaken van een route die vanuit Duitsland bij Millingen Nederland binnenkomt en via Venlo en Roermond naar Maastricht en verder gaat, en die beschreven wordt in een te verschijnen deel van de Duits-Nederlands pelgrimsrouteboeken (Jakobswege. Wege der Jakobspilger im Rheinland; Keulen: Bachem Verlag). De broederschap behartigt in dit verband de regionale Limburgse taken van het Nederlands Genootschap van St. Jacob. Bovendien organiseren ze bijeenkomsten waarbij instructies over pelgrimeren en wandelen worden gegeven, inclusief de gezondheidsaspecten. Niet alleen wandelorganisaties zetten zich hiervoor in, zowel het stadsbestuur als de provincie raakten in 2002 enthousiast over de voorgespiegelde grote toeristische en economische perspectieven van een Limburgs Santiagotraject en gaven bijgevolg financiële steun voor de realisatie van informatiezuilen en de uitgave van een reisboek.
- De spirituele elementen van een pelgrimage komen aan bod tijdens de jaarlijkse Pelgrimsmis, waarbij Compostela-gangers na afloop van de mis tevens de pelgrimszegen en het stempel van de broederschap ontvangen. Bovendien krijgen ze een gedrukte ‘vrijgeleide’, waarin bisschop Wiertz van Roermond ‘alle burgerlijke, kerkelijke en miltiaire overheden in Nederland, België, Frankrijk en Spanje’ verzoekt hen op hun tocht niets in de weg te leggen. Met deze ontwikkelingen is de Roermondse Jacobuskapel met zijn Jacobusreliek zowel bedevaartdoel als tijdelijke halte geworden voor wandelaars (of andere verkeersgangers) die rust, spiritualiteit en de steun van de Jacobus zoeken, zowel op een lang traject richting Spanje als voor een kortere afstand binnen nationale of regionale begrenzingen. Het feit dat voor Nederlandse pelgrims, de wandelroutes naar de grote Jacobusreliek van Roermond, ook worden geafficheerd als trainingstrajecten voor de ‘Grote Tocht’, versterkt de functie van deze heilige plaats alleen nog maar, als nieuw filiaal- of halteheiligdom van Santiago de Compostela.
Materiële cultuur Devotioneel drukwerk
- Brochures: St. Jacobsweg. Pelgrimsweg naar Santiago de Compostela, regio Limburg, vouwfolder met kaart, een uitgave van de Stichting Club van 100 en de VVV-Roermond uit 2000.
Bronnen en literatuur Archivalia: Roermond, gemeentearchief: archieven broederschappen van de H. Geestkerk; Maastricht, Rijksarchief in Limburg: bisdomarchief Roermond 1840-1940, inv.nr. 39-40, opgave dekenaat Roermond 1857; Roermond: archief Broederschap St. Jacobus de Meerdere.
Literatuur: C.J.A. Meerdink, Roermond in de middeleeuwen (Roermond 1909); Voorloopige lijst van der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst, dl. VIII (Den Haag: Algemeene Landsdrukkerij, 1926) p. 377-382; A.F. van Beurden, ‘Vijftig jaar Roermondsch stadsleven, 1724-1774’, in: De Nieuwe Koerier, 27 augustus 1927; J. Huijsmans, Oud-Roermond. Roermondsche heiligendevoties (overdruk uit De Nieuwe Koerier, 1930) p. 18-21; J. Huijsmans, ‘Oude kerkpatronen in en om Roermond’, in: A. van Rijswijck e.a., Historische opstellen over Roermond en omgeving (Roermond: Bisschoppelijk College, 1951) p. 97-100; Gijs van Bree, Inventaris van de oude archieven van de stad Roermond, 1259-1796 (Roermond 1980); J. van Herwaarden ed., Pelgrims door de eeuwen heen. Santiago de Compostela in woord en beeld (Utrecht-Turnhout: HES, 1985) p. 247, 251, 255; G.H.A. Venner, ‘De putten van Roermond’, in: Publications…SHA de Limbourg 126 (1990) p. 51-110; J. Kluytmans, ‘Roermond’, in: De Jacobsstaf (december 1990) p. 153-155; Jan Laugs, ‘Sint Jacobus raakte stilaan vergeten in Roermond. Open Monumentendagen’, in: Katholiek Nieuwsblad, 2 september 1994, p. 26-27; Theo van der Linden, ‘De St. Jacobsweg’, in: De Kroetwès 9 (1995) p. 53-63, 102-111; P. Caucci von Saucken ed., Santiago de Compostela. Pilgerwege (Augsburg 1996) p. 333-348, 342-343; ‘Van Voorstad St. Jacob naar Santiago de Compostela’, dl. 1-10, in: De Trompetter, 29 april, 2, 13, 16, 20, 23, 30 mei, 3, 17, 24 juni 1997; Jan Laugs, ‘Arm van Sint-Jacob terug in eigen kapel, in: Katholiek Nieuwsblad, 23 juli 1999; ‘Jacobusgenootschap opgericht in Roermond’, in: De Sleutel, augustus 1999, p. 10; Fox, ‘April en Santiago’, in: Katholiek Nieuwsblad, 14 april 2000, p. 28; Stephan van Meulebrouck, ‘Roermonds reliek’, in: De Jacobsstaf 50 (2001) p.79-80; Bert Hammes, ‘Broederschap wil Roermond promoten als pelgrimsstad’, in: Dagblad de Limburger, 6 augustus 2001; Nieuwsbrief Stichting Renovatie Kathedraal Roermond, 1 (april mei 2002) p. 2-3; Kathedraal krant 1 (juni 2002) p. 1; ‘Provincie steunt pelgrimswegen’, in: Limburgs Dagblad, 3 juli 2002; ‘Meer toeristen op pelgrimsroute door Roermond’, in: Limburgs Dagblad, 30 augustus 2002; Rob van Well, ‘Roermond terug op de pelgrimsroute St. Jacob’, in: Dagblad de Limburger, 30 augustus 2002; Gijs van Bree, ‘De broederschap van Sint Jacob de Meerdere in Roermond, 1357-1786’, in: Spiegel van Roermond. Jaarboek voor Roermond 10 (2002) p. 88-101; Antoine Jacobs & Bart Wiekart, Kerken na 1940 (Roermond: ongepubl. rapport Stg. Monumentenhuis Limburg, 2003) p. 1201-1207; De kathedraal. Grote monumenten in Roermond (Roermond: Stg. Limburg, Natuurlijk, z.d.).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Roermond-Jacobus; http://www.bisdom-roermond.net/kathedraal/.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<