HomeDatabankenBedevaarten

Heer, H. Gerardus Majella

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Gerardus Majella
Datum: 16 oktober (+ octaaf); maandagen
Periode: 1905-1940 (?)
Locatie: Parochiekerk van St. Petrus Banden
Adres: Oude Kerkstraat 10, 6227 SR Maastricht
Gemeente: Maastricht
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: In 1904 werd door pastoor De Wever te Heer tijdens de bouw van een nieuwe parochiekerk de cultus van de in dat jaar heilig verklaarde Gerardus Majella ingesteld. Aanvankelijk was er sprake van een regionale bedevaart, maar naarmate vanaf 1920 de Gerardusverering in Wittem sterk toenam, boette die te Heer in. Niettemin handhaafde zich een parochiële verering tot omstreeks 1965.
Auteur: Lambertus Moonen
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Heer was tot 1970 een zelfstandige gemeente. Daarna werd het een stadswijk van Maastricht, gelegen aan de oostzijde van die stad. Parochie en kerk dateren uit de hoge middeleeuwen. In 1292 erkende de pastoor van Heer, Udo van Colmont, dat het St. Servaaskapittel er de tienden ontving sinds ‘onheuglijke tijden’.
- In 1788-1789 werd een nieuwe kerk gebouwd naar het plan van de architect Matthias Soiron. De middeleeuwse toren bleef behouden, maar stortte gedeeltelijk in 1890 in. Aangezien ook de 18e-eeuwse kerk te klein was geworden voor de groeiende bevolking was de bouw van een nieuwe kerk urgent, waarbij het restant van de oude toren behouden bleef; het kerkgebouw zelf zou vanaf 1917 eerst als St. Annaschool dienst doen en later als kinderopvang ‘Sterre’.
- De nieuwe (en huidige) kerk van St. Petrus Banden werd vanaf 1903 gebouwd onder het pastoraat van A. de Wever (pastoor van 1901 tot 1917). Hij gaf aan architect Caspar Franssen de opdracht een kerk in neoromaanse stijl te ontwerpen. Het is een kruisbasiliek met een tweetorenfront. Daar bevindt zich ook de hoofdingang van de kerk. Op 16 april 1905 werd de kerk door mgr. J.H. Drehmanns, bisschop van Roermond, geconsacreerd. De kerk ligt ten noordoosten van de voorafgaande. De bouwschuld werd bestreden door middel van een lening. De opvolger van de bouwpastoor, pastoor J. Heijnen (pastoor van 1917 tot 1939), merkte in aantekeningen over de geschiedenis van de parochie op, dat pastoor De Wever niet alleen de kerk gebouwd had, maar tevens had gezorgd dat de schulden voor zijn vertrek geheel waren voldaan (‘quod est maxime laudandum’). Tot het aflossen van die schulden heeft ook de Gerardusverering een bescheiden bijdrage geleverd.
- Tussen de spoorwegovergang bij de H. Hartkerk en de St. Martinuskerk van Wijck heeft nog een hulpkerk van die parochie gestaan, gewijd aan St. Gerardus (1940-1977). Het Gerardusbeeld uit die vroegere hulpkerk, een typisch werk van de Maastrichtse kunstenaar Jean Weerts, staat nu in de kerk te Wijck.
Cultusobject - Gerardus Majella (1726-1755) trad in 1749 in bij de redemptoristen. Hij werd in 1752 geprofest als lekenbroeder. Drie jaar lang heeft Gerardus daar geleefd als portier, koster, kleermaker en tuinman. Hij is begraven in het klooster Caposele bij Napels. Al snel verspreidde zich een devotie tot deze volksheilige over Europa, mede door de wonderen, die op zijn voorspraak gebeurden. In 1875 worden al 77 wonderen vermeld. In 1847 begon het apostolisch proces, dat op 29 januari 1893 met de zaligverklaring door paus Leo XIII werd afgesloten. Op 11 december 1904 vond de plechtige heiligverklaring door paus Pius X plaats. De feestdag van Gerardus wordt gevierd op zijn sterfdag, 16 oktober. Zie verder over hem onder ⟶ Wittem, dl. 3.
- Anno 2003 staat links achter in de kerk, een gepolychromeerd gipsen beeld van Gerardus Majella (ca. 1,5 m hoog), gesigneerd: Parentani. Vroeger maakte het deel uit van een zijaltaar (in het zuidelijk transept) dat in 1910 was geschonken door mevrouw Corbeij. Gerardus is als redemptorist gekleed, houdt met één hand een kruis tegen zijn borst, aan zijn voeten staat een draak (satan). Dit dier is uitzonderlijk in de iconografie van Gerardus Majella. Gerardus wordt te Heer weergegeven met zijn blik naar boven gericht. Hij zoekt zijn toevlucht in nood tot God. Een volksuitdrukking te Heer luidt: ‘Gerardus loer naar boven’. Bij het beeld staan kaarsenstandaards.
- De parochie beschikt over een Gerardusreliek ex ossibus (= uit zijn gebeente), geschonken in 1904 door de Italiaanse redemptorist mgr. Alphonsus M. Giordano, bisschop van Calvi en Teano. In 1961 werd deze reliek in een houder in de vorm van een monstrans geplaatst.
Verering - De verering van Gerardus Majella is nog in de oude kerk begonnen, terwijl de bouw van de nieuwe parochiekerk al was begonnen. De goedkeuring voor de cultus van de bisschop werd reeds op 26 december 1904 verkregen, dus reeds enige dagen na de heiligverklaring van Gerardus op 8 december. Ongetwijfeld speelde de voorkeur van pastoor De Wever voor deze nieuwe heilige een rol bij zijn keuze. Het verwerven van extra inkomsten om de onkosten van de kerkbouw te betalen was in die jaren nogal eens de reden om een bepaalde heiligenverering in te voeren. In de Limburger Koerier van 21 oktober 1905 wordt voor het eerst verslag gedaan van het ‘Plechtig octaaf’ ter ere van Gerardus Majella in Heer. Na de door mgr. W.A. Notermans, deken van Wijck, gecelebreerde hoogmis had een processie met het Allerheiligste rondom de kerk plaats. Redemptorist J. Pluym uit Wittem die een triduum hield ter ere van Gerardus, trad tevens als feestpredikant op. Nog gedurende het noveen van 1905 werd een gunst op voorspraak van de H. Gerardus verkregen. Thérèse de Quaij, woonachtig in Heer, had namelijk een ernstig gezwel aan haar been. Zij was een noveen tot Gerardus begonnen en plaatste de reliek op de zwachtels om haar been. Op de 9e dag verdween ineens de pijn en was het gezwel verdwenen. Naar het oordeel van haar arts was voor deze genezing geen natuurlijke verklaring te geven.
- In 1905 werd ook een Broederschap van de H. Gerardus Majella opgericht. Voor de leden werd op de eerste maandag van iedere maand een hoogmis opgedragen. Nadere gegevens over deze broederschap ontbreken. Op de vergadering van het kerkbestuur van 7 februari 1907 werd een verzoek ingediend om een machtiging te vragen aan mgr. Drehmanns om de fl. 120.- verkregen van de vereerders van Gerardus Majella te besteden voor de stichting van een hoogmis tijdens het Gerardusoctaaf.
- Elk jaar werd het feest van de H. Gerardus, ‘de grote weldoener van onze tijd’, in de Limburger Koerier aangekondigd. Op 16 oktober 1907, de feestdag van de heilige, waren er om 7.00, 8.00 en 9.00 uur leesmissen, om 10.00 uur hoogmis met preek en om 15.30 uur lof. De kinderzegening van die dag was misschien het wel het drukst bezochte onderdeel van de cultus. Bedevaartgangers uit de omliggende gemeenten en uit België kwamen er op af. Verder was er op de dagen van het octaaf mis om 6.00 en 7.30 uur. Na iedere dienst werd de Gerardusreliek vereerd. De hoogmis van het Gerardusfeest werd opgeluisterd met orgelspel van de heer Hermans, een bekende organist van de O.L. Vrouwekerk te Maastricht. Op een gegeven moment is men in Heer ook begonnen met de uitgave van een eigen Gerardustijdschrift. P. Meesters uit Heer deelde mede dat in de drukkerij van zijn vader voor 1939 dit blad werd gedrukt onder de naam St. Gerardusklokje (niet zijnde het gelijknamige Wittemse tijdschrift).
- Op 11 februari 1908 verbond paus Pius X een tweetal aflaten aan de cultus (goedkeuring Drehmanns, 24 februari 1908). Daarmee kon de verering verder worden gestimuleerd. Het betrof een volle aflaat te verdienen op de feestdag en gedurende het octaaf van Gerardus en een aflaat van 7 jaar en 7 quadragenen op iedere maandag. Daarom werd voortaan iedere maandag een hoogmis ter ere van Gerardus opgedragen, die ook door mensen van buiten het dorp bezocht werd. Een ordegeestelijke uit Heer liet in 2003 weten dat er voor de oorlog nogal wat Belgen naar Heer kwamen om Gerardus te vereren. De franks die ze daarbij offerden, bewaarde pastoor Heijnen in een aparte doos voor de priesterstudenten.
Over de cultuspraktijk rond 1957 heeft J.M. van de Venne in 1957 in zijn Geschiedenis van Heer een passage uit de mond van de toenmalige pastoor H.L. Merckelbach van Heer (tussen 1939 en 1956) opgetekend:
‘De kerk in Heer heeft een zeer oude St. Gerardus devotie. Bij ziekten van ernstigen aard gaan de buren negen dagen in processie biddend naar het St. Gerardus-altaar en biddend terug. Vroeger kwamen de mensen van Maastricht in zeer grote getale naar de St. Gerardus-octaaf langs de binnenweg achter Dotremont, die daarvandaan Gerardusweg schijnt genoemd te zijn. Mgr. Lemmens vertelde me, dat zijn moeder z.g. geen goede dag had, als ze een dag van het octaaf had overgeslagen. Dit octaaf wordt, maar minder druk, nog altijd gevierd en op de eerste Zondag komen de ouders met al hun kinderen massaal ter kinderzegening.’
Inderdaad bestond er sinds 1920 een Gerarduspad (vroeger Spoorwegvoetpad, sinds 1985 opgenomen in de Gerardusstraat), met in het verlengde daarvan een Gerardusstraat om via de St. Josephstraat bij de kerk te Heer uit te komen. Het was de kortste weg vanuit Maastricht en Wijck naar Heer.
- Vanaf 1920 ontstond te ⟶ Wittem (dl. 3) een grote cultus rond de H. Gerardus. Desondanks wist de verering te Heer zich aanvankelijk nog te handhaven. In 1951 noteerde de Provinciale Almanak voor Limburg dat er in de parochie Heer nog een ‘Bijzondere verering van de H. Gerardus’ bestond. Maar omstreeks 1965, min of meer in dezelfde tijd als het Tweede Vaticaans Concilie, verdween ook de kleine cultus in Heer en concentreerde de Limburgse Gerardusdevotie zich voornamelijk op zijn bedevaartsoord in Wittem.
- In 1993 bestond volgens kapelaan H. Notermans de verering van de H. Gerardus uit de jaarlijkse kinderzegen op het Gerardusfeest en uit de verering van de Gerardusreliek tijdens de missen. De kinderzegen trok te Heer altijd al een massale toeloop en geldt misschien als het meest karakteristieke kenmerk van deze cultus. Hoe dan ook is de cultus lokaal geworden en heeft men tevergeefs geprobeerd om in de jaren negentig van de 20e eeuw de Gerardusbroederschap weer te doen herleven. De broederschap organiseert zelf wel voetbedevaarten op 16 oktober, maar alleen naar Wittem.
- Te Heer bestonden en bestaan nog andere getuigenissen van de Gerardusdevotie. Zo is Gerardus Majella de tweede patroon van de parochie. Ook heeft er een St. Gerardusschutterij van 1906-1921 bestaan. Toen in 1939 de jongensschool van openbaar naar bijzonder onderwijs overging, ontving ze de naam St. Gerardusschool. Ook viert Heer sinds 1938 een St. Gerarduskermis op de zondag in oktober die het dichtst bij de 16e valt. Verder bestaat er vanaf 1955 een Majellastraat, eerder St. Gerardus Majellastraat geheten. Op dat stuk stonden indertijd de kermisattracties en na de bebouwing van het kermisterrein verkreeg de straat aldaar de naam Gerardus Majella. De uit Heer afkomstige broeder Johan Muijtjens f.i.c. deelde in 2003 mede dat alle negen kinderen thuis de naam Gerardus als één der doopnamen ontvingen, bovendien werd in huis na het gezamenlijk rozenkransgebed altijd een gebed tot de H. Gerardus gericht. Op kerkhoven in en om Maastricht treft men af en toe grafstenen aan met zowel een voorstelling van de ⟶ Maastrichtse O.L. Vrouw Sterre der Zee als van de H. Gerardus Majella, twee in hoog aanzien staande heiligen in de regio.
Materiële cultuur - Reliekhouder: voor de Gerardusreliek werd in 1961 een houder in de vorm van een monstrans gemaakt; hoogte 36,5 cm; zilvermerk: EKL (= E. Kersten-Leroy, Maastricht); b (= jaarletter 1961). De eigenlijke monstrans bestaat uit een vierkantje omgeven door zeven stralen, met daarin de reliek die er voor de verering weer kan worden genomen. Het voetstuk van de standaard vormt een driehoek, waarop aan de voorzijde St. Gerardus staat.
- Noveenkaarsen met een voorstelling van de H. Gerardus Majella (Kaarsenfabriek Cobbenhagen bv. Gulpen).

Devotioneel drukwerk
- Affiche: aflaatverlening door paus Pius X op 11 februari 1908, 1 p., 30 x 40 cm; impr.: Roermond, 7 mei 1908. Dr. P. Mannens, Can., Libr. Cens.).
- Tijdschrift: St. Gerardusklokje, uitgegeven in Heer voor 1939; geen exemplaren bewaard gebleven.
Bronnen en literatuur Archivalia: Maastricht, gemeentearchief: parochiearchief St. Petrus Banden Heer, inv. nr. 1, 26, o.a. doos A, map: II 131 en doos C, map: I 65 AA, 65b en 65c, I 93; Wittem, redemptoristenarchief, inv. nr. 629: Album missionum Congregationis SSmi Redemptoris Collegii Wittemiensis. Tomus secundus, 1878-1909.
Literatuur: ‘Plechtig octaaf ter eere van den H. Gerardus Majella’, in: Limburger Koerier, 21 oktober 1905; ‘De hulpkerk te Wijk. In korte tijd kwam een intiem bedehuis tot stand’, in: Limburger Koerier, 1 oktober 1940, p. 5; F.Th.W. Smeets ed., Provinciale Almanak voor Limburg (Heerlen: Uitgeverij Wijnants Heerlen, 1951) p. 214; J.M. van de Venne, Geschiedenis van Heer (Heer: gemeentebestuur, 1957) p. 368; W. Marres & J.J.F.W. van Agt, De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst. Deel V. De provincie Limburg. Derde stuk: Zuid-Limburg uitgezonderd Maastricht (Den Haag, SDU, 1962) p. 218-220; M. de Bruin ed., Veldeke 1970, nr. 3 [thema-nummer in samenwerking met de gemeente Heer, bij gelegenheid van de annexatie bij Maastricht op 1 juli 1970); ‘Gerarduskerk Wyck gesloten’, in: De Limburger, 25 oktober 1977, p. 7; Jos Nelissen & Jac. van Term, Kerken van Maastricht (Maastricht: Parochie H. Lambertus, 1979) p. 96-98; J.G.C. Simonis, Gedenkboek. 75 jaar St.-Petrus-Banden kerk. Een neo-romaanse kruisbasiliek. Heer (Heer: Comité 75 jaar St. Petrus Banden Heer; Drukkerij Cortjens Heer, z.j.); Stratenatlas van Nederland. 5. (’s-Hertogenbosch: Limburg Van Reemst, z.j.) kaart 82, 83, 86, 87; Goswin Jägers & Odilo Berns, Maastricht. 'n straat en 'n naam, (Maastricht: Veldeke Algemene Boekhandel, 1989); Rolf Hackeng, ‘Een lauwerkrans, loterijen, legaten en een arme weduwe. Vier nieuwe kerken in en rond Maastricht 1855-1905’, in: De Maasgouw 109 (1990) k. 27-44; H. Evers, Pastoraat en bedevaart. Een onderzoek naar het pastorale aanbod in het kader van de devotie tot Sint Gerardus Majella en de bedevaart naar Wittem, met bijzondere aandacht voor het gezangrepertoire (Etten-Leur: eigen beheer, 1993); V. Delheij & A. Jacobs, Kerkenbouw in Limburg 1850-1914. Neogotische en neoromaanse parochiekerken en hun architecten ( Sittard: Stg. Charles Beltjens, 2000) p. 139-140; Jac van den Boogard & Servé Minis, Monumentengids Maastricht (Leiden: Primavera Pers 2001) p. 57.
Ons Weekblad 1 (1939) – heden (Heer: Drukkerij Fa. Meesters & Zn.), hierin zijn alle kerkdiensten opgenomen; heemkundetijdschrift 't Äörke 1 (1998) – heden.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Heer; volkskundige vragenlijst nr. 64a (1993); mondelinge informatie in 2003 van W. Eggen, H.A. Aerts en W. Darley, allen woonachtig te Heer.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<