HomeDatabankenBedevaarten

Urmond, H. Antonius van Padua

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Antonius van Padua
Datum: 13 juni (negen dinsdagen voorafgaande)
Periode: 1863 - heden
Locatie: Parochiekerk van de H. Martinus
Adres: Sint Maartenstraat 3, Oud Urmond
Gemeente: Stein
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: De verering van Antonius van Padua in Urmond komt voor het eerst naar voren in 1863, bij de stichting van een broederschap van St. Antonius, mogelijk ook het begin van de bedevaart naar Urmond. De verering vond plaats in de kerk van de paters minderbroeders conventuelen. Na de opheffing van de kloostergemeenschap in 1970, kreeg de devotie in 1978 onderdak in de kerk van het rectoraat Urmond-Oost en vervolgens in 2008 in de Martinuskerk van Oud-Urmond
Auteur: Jean Knoors; Peter Jan Margry
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De (in 2008 gesloten) kerk van St. Antonius van Padua ligt in Urmond-Oost (aan de Greatheidelaan 54, 129 GG). De oorsprong van de devotie gaat, voor wat Urmond betreft, terug tot het midden van de 19e eeuw en is een gevolg van de komst van de paters minderbroeders conventuelen in Oud-Urmond. Tot 1854 had deze kloosterbeweging geen vestiging in Nederland. In dat jaar werd de overste van het klooster in Halle (B), pater Jozef Maria Laurent, aangewezen tot provinciaal overste van de Belgisch-Nederlandse provincie. Pater Laurent ging op zoek naar een vestigingsplaats in Nederland. Zijn voorkeur ging daarbij uit naar het bisdom Roermond, waar hij door bisschop Paredis in contact werd gebracht met pastoor J.G. van der Heijden te Urmond. Voor de vestiging van een klooster kocht Laurent het redershuis Bauduin aan het Bath.
- Enkele maanden daarna, op 13 oktober 1854, verschenen de eerste kloosterlingen, pater Bernardinus en broeder Jozef, om het voormalige redershuis tot klooster in te richten, terwijl de remise van het huis de bestemming van kapel kreeg. In de herfst van 1856 werd begonnen met de bouw van een nieuwe kloos-ter-vleugel met kerk die in 1861 werd afgerond. Nog voordat de kerk was voltooid werd ze op 1 augustus 1859 reeds ingezegend, om op 2 februari 1860 in gebruik te worden genomen.
- Overstromingen van de Maas sloten bijna jaarlijks het lage deel van Urmond, waar het klooster lag, van de buitenwereld af. Mede vanwege de hierdoor geleden schade werd besloten het klooster te verlaten en in de nieuw te ontwikkelen wijk Urmond-Oost een klooster met seminarie en kerk te bouwen. In 1956 werd met de bouw ervan begonen en op 15 maart 1958 kon het gehele complex op plechtige wijze worden ingezegend door de pater generaal mag.dr. Victorius Constantini.
- Bij bisschoppelijk besluit werd in juni 1958 in Urmond-Oost ook een rectoraat gesticht, toegewijd aan Antonius van Padua. Omdat het aantal kloosterroepingen drastisch verminderde, besloot men in 1970 het klooster te sluiten. De verkoop van het complex aan het automobielbedrijf DAF/Born was onderhevig aan ernstige kritiek van de plaatselijke bevolking, die haar kerk kwijtraakte. In plaats daarvan werden de diensten tijdelijk in het Pater Kolbehuis, de gemeenschapsruimte van het rectoraat, gehouden. In 1978 kwam aan deze noodoplossing een einde door de bouw en de inzegening door bisschop J. Gijsen van het huidige kerkje van Antonius van Padua aan de Graetheidelaan.
- De devotiekapel van Antonius in de Antoniuskerk van Oost-Urmond bevond zich aan de zuidzijde van de kerk en kon door middel van een vouwwand van de kerkruimte worden afgescheiden (de ruimte was in eerste instantie als vergaderruimte voorzien). In de ruimte stonden voor het beeld twee kaarsenbakken, waarop gewone devotiekaarsen of 'olieblokken' (noveenkaarsen) konden worden gebrand.
In de wanden zijn zeven gebrandschilderde glas-in-loodramen geplaatst van de hand van W.J. Hermans uit Vaesrade (ca. 1985). Twee ramen met afbeeldingen van Antonius en een engel zijn geschonken door het kerkmeestersechtpaar J.J.A. Tomesen-Lonissen; de andere vijf ramen zijn geschonken door een groep Antoniusvereerders uit Stein en Urmond; ze verbeelden: Antonius spreekt tot de vissen, de opwekking van een dode jongeling, het knielen van een ezel in verband met de twijfel aan de echtheid van het H. Sacrament en twee engelen.
- Eind februari 2008 werd de Antoniuskerk gesloten en werd het Antoniusbeeld, inclusief de verering, verplaatst naar de St. Martinuskerk in Oud Urmond.
Cultusobject - Zie voor St. Antonius van Padua -> Blerick.
- Het geelkleurige gipsen beeld van Antonius (1 m hoog) is uit de kloosterkerk afkomstig. Het is niet het oorspronkelijke beeld maar een nieuwer, 20e-eeuws, exemplaar (het is een pendant van een Franciscusbeeld van dezelfde maker).
- Een relikwie van Antonius van Padua ('S. Antonii Patavini') is samen met relieken van twee anderen (Herman Joseph en Gaugericus van Cambrai; 'B. Hermanni Joseph' en 'S. Gaugerici Episc.') in één theca geplaatst (ø ca. 4 cm), die weer in een zilveren houder (ø 15 cm) is gezet in de vorm van een klaverblad met een handvat.
Verering - De Antoniusverering zoals die vanaf de vorige eeuw in Urmond plaatsvindt, is in principe voorbehouden aan franciscaner kerken. In de Urmondse kloosterkerk werd in 1863 een broederschap van St. Antonius gesticht. Wellicht is deze stichting ook het begin geweest van de bedevaart van de Negen Dinsdagen ter ere van St. Antonius. De 'Godsvrucht der Negen Dinsdagen' brengt nog steeds bedevaartgangers naar het kerkje in Urmond-Oost. Uit een annonce van 8 februari 1908 in de Limburgsche Aankondiger, een nieuwsblad dat in de omgeving van Sittard verscheen, blijkt dat op elk van de Negen Dinsdagen in de paterskerk van Urmond om 8.00 uur een mis werd opgedragen en om 17.30 uur een lof. Bezoekers konden zich dan tegelijk in het klooster laten inschrijven in de broederschap. Over de praktijk van de cultus in die jaren is vrijwel niets bekend.
- In de kloosterkerk waren rond het beeld diverse votiefgeschenken opgehangen, de meeste in de vorm van zilverblikken ex-voto's. Het bereik van de devotie was de ruime omgeving van Urmond; dankzij de opleiding aan het klooster trok de devotie na 1958 ook vereerders van elders uit het land aan, zoals vrienden en familie van de studenten. Een specialist uit Stein zou van kanker zijn genezen, nadat zijn moeder in Urmond was komen bidden en de heilige als volgt waarschuwde: 'Teunis als je me zoon niet helpt, dan draai ik je [het beeld] om'.
- Sinds zijn aanstelling als rector in Urmond heeft pastoor Plechelmus Hoogeveen o.f.m.conv. de devotie aanvankelijk zien teruglopen, tot er een stabilisatie optrad. Antonius genoot in 1999 nog steeds een ruime belangstelling. Op de dagen dat de kerk speciaal voor bedevaartgangers de gehele dag is opengesteld, vereren gemiddeld ruim 70 personen de heilige. Hiervan is ongeveer de helft uit de parochie afkomstig en de andere helft uit gemeenten binnen een straal van ongeveer tien kilometer rondom Urmond. Relatief veel bezoekers komen uit Berg aan de Maas, Stein en Sittard; incidenteel komen vereerders van verder weg. Hoogeveen is gefrappeerd over jongeren uit Sittard en Stein die regelmatig vrijwel met de brommer de kerk inrijden om in de Antoniuskapel een noveengebed te houden. Daarnaast zorgt hij ervoor dat parochieblaadjes bij het nabijgelegen snelwegrestaurant van Van der Valk liggen, waardoor ook toevallige passanten Antonius weten te vinden.
- Naast de normale openingstijden was deze kerk alle dinsdagen geopend van 7.30 uur tot 19.30 uur. De dinsdagen beginnen met een eucharistieviering om 8.00 uur en worden om 19.00 uur op dezelfde wijze afgesloten. Tijdens beide diensten werd ook het noveengebed gebeden. Na de mis kon men de reliek van Antonius vereren. Gemiddeld woonden toen zo'n 50 personen elke mis bij en vereerde ongeveer driekwart van hen de reliek. Gedurende de Negen Dinsdagen en op 13 juni, de feestdag van St. Antonius, week de dagindeling verder niet af van die van de dinsdagen door het jaar. Tot 1990 was het wel nog gebruikelijk dat bedevaartgangers op Antoniusdag een witte bloem kregen uitgereikt. Er lag geen intentieboek in de kapel, maar de vereerders wierpen zo nodig een briefje met een intentie in het offerblok. Het is niet meer gebruikelijk dat men zich laat inschrijven in de broederschap.
- Begin 2008 werden Antoniusbeeld en devotie verplaatst van de Antoniuskerk naar de Martinuskerk. De dinsdagse verering vindt daar gewoon doorgang, waarbij het vanaf 17.30 uur mogelijk is om kaarsen op te steken en te bidden bij het beeld; en om 19.00 uur een Antoniusmis met relikwievereren. De toekomst zal leren wat de invloed van de verhuizing op de devotie is geweest.

De Negen Dinsdagen

- De devotie van de Negen Dinsdagen gaat terug tot het jaar 1617 toen een adellijke dame uit Bologna Antonius om een bijzonder gunst vroeg. Zij was al twintig jaar gehuwd maar nog steeds kinderloos. Dat leidde uiteindelijk tot een slechte verstandhouding binnen haar huwelijk, reden om haar toevlucht te nemen tot Antonius en hem langdurig te vragen toch moeder te mogen worden. Op zekere dag verscheen haar de heilige in een verblindend licht en verzocht haar op negen achtereenvolgende dinsdagen zijn beeld in de kerk van de minderbroeders te bezoeken. De vrouw voerde die opdracht nauwgezet uit, werd verhoord, maar gelijktijdig ook zwaar op de proef gesteld. Zij bracht namelijk een misvormd kind ter wereld. Door haar man zelfs van ontrouw beschuldigd, nam zij weer haar toevlucht tot Antonius, de grote weldoener van Padua. Zij bracht het kind naar de kerk van de minderbroeders en legde het, smekend om medelijden met haar en haar kind, op het altaar van de heilige. Op dat moment begon het kind te bewegen en te huilen. De windsels waarin het kind was gewikkeld werden losgemaakt en in plaats van het misvormde kind lag een volkomen gezond wicht op het altaar. De roem van dit wonder verspreidde zich over heel Italië en ver daarbuiten en het vertrouwen in St. Antonius nam zo'n vorm aan dat men alom in alle geestelijke en lichamelijke noden zijn toevlucht nam tot de noveen van de Negen Dinsdagen. Op 7 mei 1751 verleende paus Benedictus XIV een volle aflaat aan de noveen van de Negen Dinsdagen, die onmiddellijk voorafgaat aan de feestdag van St. Antonius op 13 juni, zijn sterfdag. Om deze aflaat te verdienen moet men minstens op een van deze Negen Dinsdagen waardig de H. Sacramenten ontvangen, een kerk van de franciscanen bezoeken en bidden tot intentie van de paus. In de praktijk houdt dit in dat men, om een gunst te verkrijgen op voorspraak van St. Antonius, op elk van de Negen Dinsdagen in een ordekerk de mis en het lof te zijner ere bezoekt. Ook wordt van de bedevaartgangers een bijdrage verwacht aan de versiering van het Antoniusbeeld door het opsteken van een kaars of het plaatsen van bloemen. Verder is het mogelijk om een mis tot zekere intentie te laten opdragen.
- Op elk van de Negen Dinsdagen wordt een bepaald aspect van de heiligheid van St. Antonius centraal gesteld. Op de eerste dinsdag was het de godsvrucht van Antonius en op de vervolgdinsdagen respectievelijk de liefde tot God, de verduldigheid, de nederigheid, de naastenliefde, het Godsvertrouwen, de zielskracht, de versterving en het zalig sterven. Elk thema wordt nader toegelicht, waarna een overweging en voornemens worden uitgesproken. Vervolgens worden een gebed en slotgebed gebeden en tot besluit een dankzegging voor verkregen gunsten.
- Volgens de bepalingen kan ook op alle overige dinsdagen door het jaar een aflaat worden verdiend van zeven jaar en zeven quadragenen (een quadrageen is een periode van veertig dagen). Verschillende pausen, Clemens XIII op 28 maart 1763, Clemens XIV op 25 mei 1770 en Leo XIII op 3 juli 1894 verleenden op de genoemde dagen nog een volle aflaat voor de zielen in het vagevuur op alle dinsdagen door het jaar onder de verplichting een franciscaner kerk te bezoeken terwijl daar het H. Sacrament is uitgesteld.
Materiële cultuur - Antependium: geschenk aan de pastoor bij zijn 50-jarig priesterjubileum in 1998, met een afbeelding van 40 x 64 cm, vervaardigd door de trappistinnen te Berkel-Enschot.

Devotioneel drukwerk

- Prentjes: 1 prentje met op de voorzijde een tekening van Antonius met Jezuskind en de tekst 'H. Antonius van Padua, b.v.o.' en op de achterzijde een noveengebed; de pastoor liet het prentje, op basis van gegevens (afbeelding en noveengebed) die hij toen in de sacristie vond, in een oplage van 1000 in 1978 bij Huntjes in Stein drukken; 2 prentje met tekening in kleur van Antonius en jezuskind staande op een op een steen gelegen boek, betrokken via het conventuelenklooster in Halle ('Printed in Italy').
Devotionalia

- Hanger: goudkleurige metalen hanger met achter plastic een kleurentekening van Antonius met Jezuskind, betrokken via Halle.
- Devotiekaars: noveenkaars met de beeltenis van de heilige met het Jezuskind, betrokken via de firma Hennissen te Banneux.
- Beeldjes: 100 gipsen Antoniusbeeldjes (28 cm hoog) in de kleuren zwart, bruin en wit werden in 1977 gemaakt door een familielid van een van de zusters van het ? Gemmaklooster in Sittard ('A.v.V., '77').
Bronnen en literatuur Archivalia: Sittard, gemeentearchief: De Limburgsche Aankondiger.
Literatuur: A. Munsters, 'De zin van de 19de-eeuwse minderbroedersstichting te Urmond', in: Publications S.H.A. Limbourg 44 (1908) p. 205-386; Mattheus Luppes, Schets van de Geschiedenis der Minderbroeders Conventuelen in de beide Nederlanden van 1220 tot 1953 (Hoensbroek 1954) p. 194-199; Inzegening Nieuwbouw Klooster en Seminarie Urmond, Minderbroeders Conventuelen, 15 maart 1958 (z.p. z.j.); A. Munsters, 'De zin van de 19de-eeuwse minderbroedersstichting te Urmond', in: De Maasgouw 85 (1966) p. 113-118; Th. Coenegracht, Geschiedenis van het klooster en het college van de Minderbroeders te Reckheim; J.H. Strijkers, 'Het Conventuelenklooster en het Rectoraat van St.-Antonius van Padua te Urmond-Oost', in: A.H. Simonis e.a., Overmunthe, uit het rijke verleden van Berg en Urmond Urmond: gemeentebestuur, 1978) p. 138-143.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Urmond-Antonius van Padua; collectie-Knoors: prentjes, gebeden en noveenboekje 1946; mondelinge informatie in 1999 van pastoor Plechelmus Hoogeveen, conv. o.f.m. te Urmond.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<