Genooi, Agnes Maria Huyn van Amstenrade

Cultusobject: Agnes Maria Huyn van Amstenrade
Datum: Geen specifieke dag
Periode: 1641 - ca. 1940
Locatie: Kapel van O.L. Vrouw van Genooi
Adres: Hoek St. Urbanusweg, Genooyer Kapelweg en Genooyerweg
Gemeente: Venlo
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: Agnes Huyn trad op twaalfjarige leeftijd in bij de annunciaten in klooster Trans-Cedron te Venlo. Door een ernstige verlamming moest zij het klooster na een jaar weer verlaten. Na haar genezing keerde zij terug naar Trans-Cedron en overleed daar in 1641 in 'geur van heiligheid'. Onmiddellijk na haar dood werd zij door de leden van de eigen kloostergemeenschap als heilige vereerd. In 1797 werd het stoffelijk overschot van Agnes Huyn herbegraven in de ⟶ Mariakapel van Genooi. Niet alleen de locatie, maar vermoedelijk ook het karakter van de verering veranderde daardoor. Vanaf het laatste kwart van de 19e eeuw werd zij getransformeerd tot een 'Venlose heilige'. Enkele wonderbaarlijke genezingen werden in verband gebracht met relieken van Agnes Huyn. Vanaf 1914 is tevergeefs voor haar zaligverklaring geijverd. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er nauwelijks tastbare sporen van verering meer.
Auteur: Marit Monteiro
Illustraties:
Topografie - Zie ⟶ Genooi, O.L. Vrouw.
- De annunciatengemeenschap waartoe Agnes Huyn behoorde, was voortgekomen uit een franciscaanse tertiarissencommuniteit die in klooster Mariëndael had gewoond, buiten de muren van de stad in het gebied dat bekend staat als Genooi. In 1599 betrokken zij het voormalige cellebroedersklooster Trans-Cedron, gelegen aan de Kleine Beekstraat. In 1641 werd Agnes Huyn begraven in de kloosterkapel. Na de confiscatie van het klooster in 1797 werd zij herbegraven in de kapel van O.L. Vrouw van ⟶ Genooi, voor het altaar. Het klooster dat sinds 1879 werd bewoond door dominicanen, werd in 1944 bij een bombardement geheel verwoest. Het nieuwe graf werd bedekt met de originele grafsteen met daarop het familiewapen.
- De Mariakapel van Genooi werd in de loop van de 19e eeuw uitgebreid en verbouwd. Voor het graf van Agnes Huyn had dit geen consequenties. In 1915, bij herstelwerkzaamheden aan de kapelvloer, werd haar graf geopend in het bijzijn van de pastoor-deken van Venlo, Mathias Bauduin. Van een officiële exhumatie was, evenals in 1643 en 1797 (zie onder Cultusobject) geen sprake. Het gebeente werd in een nieuwe kist herbegraven. Het graf werd weer bedekt met de oorspronkelijke grafsteen. Die was zo afgesleten, dat familiewapen en tekst nauwelijks meer leesbaar waren. Daarom werd een replica ervan in marmer, bij wijze van gedenkplaat, op de rechtermuur van het middenschip van de kapel geplaatst. Hierop is het wapen te zien dat de familie Huyn, zowel de Rivieren- als de Geleense tak, voert sinds Agnes' grootvader, Johan Huyn van Amstenrade, met Johanna van Gronsveld huwde: het slangenkruis van de familie Huyn gekwartileerd met de drie noppen van de familie Van Gronsveld. Opmerkelijk is wel dat Agnes gravin ('comitissa') wordt genoemd, terwijl zij dat, hoewel van adel, niet was.
Cultusobject - Agnes Maria Huyn werd op 14 september 1614 geboren op kasteel Amstenrade, thans gemeente Schinnen. Zij was de op een na jongste dochter van Werner Huyn (1550-1621), heer van Amstenrade en Liffart van Lerodt of Leerode. Werner was vorstelijk-Guliks raadsman, veldmaarschalk en ambtsman van Brüggen. Hij was een telg van de tak Rivieren van de Huyn-familie, te onderscheiden van de Geleense tak. In zijn jeugd had hij zich aangetrokken gevoeld tot de geestelijke staat. Dat verklaart wellicht waarom Agnes al op zeer jonge leeftijd het plan opvatte om kloosterlinge te worden. Toen zij samen met haar moeder de professie in het Venlose annunciatenklooster Trans-Cedron bijwoonde van een voormalige gezelschapsdame van haar moeder, werd Agnes naar verluidt haar eigen kloosterroeping gewaar. Op twaalfjarige leeftijd trad zij zelf in dit klooster.
- In 1614 hadden de tertiarissen de leefregel aan van de franciscaans georiënteerde orde der annunciaten aangenomen, die als zeer streng werd beschouwd. Deze orde was in 1501 gesticht door Johanna van Valois, dochter van Lodewijk XI van Frankrijk en voormalig echtgenote van Lodewijk XII. Zij stond ook bekend als de orde der Tien Deugden of Tien Vreugden van Maria. De annunciaten golden in de 17e eeuw als voorbeelden bij uitstek van mariale evangeliebeleving. De invoering van de nieuwe kloosterregel in Trans-Cedron gebeurde onder leiding van enkele annunciaten afkomstig uit Leuven. Dankzij deze kloosterhervorming steeg het aantal leden van de Venlose communiteit. Telde deze in 1614 nog slechts elf zusters, in 1637 was dit aantal verdrievoudigd.
- Een jaar na haar intrede werd Agnes Huyn getroffen door een ernstige verlamming, die haar aan het bed kluisterde. Hierdoor was zij genoodzaakt het klooster te verlaten. Zij deed O.L. Vrouw de belofte om op bedevaart te gaan naar Scherpenheuvel. Op deze belofte volgde een wonderbaarlijke genezing, waardoor Agnes inderdaad in staat was de pelgrimstocht naar Scherpenheuvel en van daaruit naar ⟶ Maastricht (O.L. Vrouw Sterre der Zee) te doen. Op grond van een ingeving van de H. Maagd keerde zij vervolgens terug naar Venlo en trad weer in bij de annunciaten.
- Binnen de eigen kloostergemeenschap vervulde Agnes Huyn de belangrijke functie van 'schijfzuster'. Deze religieuze stond als enige in contact met de buitenwereld. Zij nam boodschappen in ontvangst en zorgde ervoor dat die de overste bereikten. Dat Agnes Huyn voor deze verantwoordelijke functie werd uitverkoren, hoewel zij pas negen jaar geprofest was, illustreert dat zij groot vertrouwen genoot in Trans-Cedron. Volgens haar medezusters oefende zij dit ambt tot haar dood met prudentie en discretie uit.
- Vrijwel haar hele leven ging zij gebukt onder allerlei lichamelijke kwalen die zij, naar het heet, lijdzaam maar blijmoedig verdroeg. Zij overleed op 8 juli 1641 na een twee maanden durend ziekbed dat haar lichaam uitgeteerd had. Onmiddellijk na het verscheiden zou haar lichaam zijn normale kleur weer herkregen hebben. Bovendien verspreidde het 'een wondere glans en zoete geur'. Er werd een portret van haar gemaakt op haar doodsbed. Haar stoffelijk overschot werd bijgezet in de oostelijke kruisgang van het klooster.
- Direct in verband met de verering binnen de eigen gemeenschap stond de eerste exhumatie in 1643. Bij die gelegenheid werd geconstateerd dat de hersenen in de schedel nog intact waren. Vermoedelijk werd toen het hoofd van de romp gescheiden en als relikwie bewaard. Tot 1702 zou dit in het kapittel van Venlo bewaard zijn; pastoor-deken L.J.A. van Oppen suggereerde in 1938 dat de schedel die in de St. Martinusparochie bewaard werd die van Agnes Huyn zou kunnen zijn.
Vermoedelijk waren al sinds haar dood contactrelieken in omloop. Ook is niet uitgesloten dat er bij de eerste opgraving van het stoffelijk overschot in 1643 gedeelten hiervan of kledingresten werden ontvreemd en als relieken gebruikt.
Verering Circa 1641 - 1797
- De verering is ontstaan binnen de kring van de eigen kloostergemeenschap van de annunciaten. Als schijfzuster vervulde Agnes Huyn een vertrouwensfunctie binnen die communiteit. Het was haar medezusters bekend dat zij de gave van profetie had. Ook wisten zij van haar 'geestesverrukingen' waarin Jezus Christus tot haar sprak. Tijdens haar persoonlijke gebed begon Agnes' lichaam soms te zweven, wel een el (69 cm) boven de grond, aldus de medezusters die getuige waren van de levitaties. De wijze waarop zij blijmoedig al haar lichamelijk lijden verdroeg, dwong eveneens ontzag af. Menige zuster zocht daarom haar advies. Haar voorspraak zou enkele slachtoffers van de pestepidemie hebben genezen, die Venlo tussen 1635 en 1637 teisterde. Behalve bewondering riepen de genoemde gaven, die konden wijzen op bijzondere genade van God, ook de achterdocht op van sommige zusters en geestelijken. Daarom moest Agnes Huyn op last van haar biechtvader en de overste van het klooster schriftelijk verslag doen van alle 'openbaringen' en 'verschijningen' die zij kreeg. Zeker omdat zij zich van enige argwaan bewust geweest zal zijn, is het niet uitgesloten dat zij zich in deze spirituele verslagen, die niet zijn overgeleverd, presenteerde volgens de normen die de katholieke kerk hanteerde voor vrouwelijke religieuzen wier leven in het teken van zelfheiliging stond.
- Na haar dood bleven de Venlose annunciaten Agnes Huyns voorspraak vragen in gebed. Sommigen zouden daardoor van hun lichamelijke kwalen verlost zijn: een zuster genas van doofheid, een tweede herkreeg haar stem die zij al een jaar kwijt was en een derde had geen last meer van een kwaal aan haar knie. Relieken van haar speelden hierbij een belangrijke rol.
- Drie zusters van Trans-Cedron zijn van groot belang geweest voor de verering van Agnes Huyn binnen en buiten de eigen gemeenschap. Zuster Barbara de Put (ca. 1585?-1635) schreef het eerste deel van de kroniek van het klooster, waarin ook Agnes Huyn figureert. De dichteres Mechtildis van Lom (1600-1653) liet een klein oeuvre van 42 gedichten en liederen na, die de invloed van Nederlandse mystici als Hendrik Herp (†1477) en Pelgrom Pullen (1550-1608) verraadt. Zij was de zielsvriendin van Agnes en kreeg van de toenmalige overste van het klooster de opdracht om alles wat zij van Agnes herinnerde op te tekenen. Daarmee bewaakte Mechtildis Agnes' nagedachtenis binnen de eigen gemeenschap. Haar nicht Elisabeth van Lom (? - na 1673) tenslotte verzamelde teksten en vertalingen van Agnes Huyns hand. Zij bewerkte tevens de getuigenissen over Agnes van medezusters en biechtvaders die in 1663 door een commissie bestaande uit franciscanen waren verzameld. Aan de hand van deze verklaringen, gebundeld in een 144 pagina's tellend Getughen-boeck, schreef Elisabeth van Lom een soort levensbeschrijving van 33 'kapittels'.
- Vermoedelijk werd zij daarmee de 'ghost writer' van Mathias Croonenborgh (1622-1684), gardiaan van de minderbroeders te Boetendaal. Van zijn hand verscheen in 1673 een heuse vita van Agnes Huyn, aangevuld met de biografieën van verscheidene van haar medezusters. Het is onduidelijk of Elisabeth van Lom Croonenborgh, Venlonaar van geboorte, persoonlijk gekend heeft. Zonder onderzoek naar de receptie van dit boek, kan het niet met zekerheid gezegd worden, maar vermoed mag worden dat het van invloed is geweest op de verering van Agnes Huyn. Het laat zich in elk geval lezen als een overzicht van de spirituele idealen die de contrareformatorische kerk voor haar gelovigen nastreefde. Deze levensbeschrijving bevat alle ingrediënten van een contrareformatorisch (vrouwelijk) heiligenleven: afkomstig uit een voornaam en vroom milieu; een kloosterroeping sinds de vroegste kindertijd, die ernstig beproefd werd door lichamelijke zwakte; een wonderbaarlijke genezing dankzij de tussenkomst van O.L. Vrouw. In het relaas van Agnes' geloofsbeleving worden precies die aspecten onderstreept, waar binnen de contrareformatorische kerk in toenemende mate waarde aan werd gehecht. Agnes' liefde voor Jezus Christus, haar hemelse Bruidegom, staat centraal. Die liefde werd onder meer uitgedrukt in een diepe devotie tot het H. Sacrament. Agnes ging frequent te communie, zoals de auteur van haar levensverhaal niet naliet te benadrukken. Het belang van mondgebed en meditatie werd eveneens zwaar aangezet. Daarnaast besteedde de auteur veel aandacht aan het ascetische en boetvaardige karakter van haar religieuze leven, waaruit ook verklaard werd hoe Agnes Huyn de fysieke pijnen waaraan zij het grootste deel van haar leven blootstond, blijmoedig verdroeg.

1797 - circa 1945
- De verplaatsing van het graf naar de kapel van Genooi, van oudsher een mariaal genadeoord, was mogelijk van invloed op het karakter van de verering. Omdat er maar weinig details over de cultus zelf en de schaal daarvan bekend zijn, valt hier niets met zekerheid over te zeggen. Duidelijk is dat de verering niet langer voorbehouden was aan de annunciatengemeenschap. Mogelijk steunde de cultus die zich rond haar graf ontwikkelde zwaar op de bestaande verering voor ? O.L. Vrouw van Genooi. Zelf gold Agnes als trouw navolgster van Maria in die deugden die de grondslagen vormden van de regel der annunciaten: zuiverheid, voorzichtigheid, ootmoedigheid, devotie tot het H. Sacrament, godsvrucht in gebed, gehoorzaamheid, geduld, barmhartigheid, liefde en medelijden.
- De kapel van Genooi ging in 1829 over in handen van de St. Martinusparochie. De toenmalige pastoor-deken van Venlo, Carolus Theodorus Schrijnen, was de nagedachtenis van Agnes Huyn zeer toegedaan. Bij hem gaven de zusters annunciaten ook haar relieken in bewaring. In zijn catechismuslessen zou hij over haar verteld hebben. Na de dood van Schrijnen werden de relieken, die in de pastorie van de St. Martinus-parochie werden bewaard, overgebracht naar het St. Jozefgasthuis in Venlo.
- In 1877 deed zich daar een wonderbaarlijke genezing voor van een missionaris. Deze schreef zijn herstel zelf toe aan de relieken van Agnes Huyn, die hij op de zieke lichaamsdelen had gelegd. Hij zou de relieken vervolgens verspreid hebben om de verering voor Agnes verder te bevorderen. Dit zou kunnen verklaren waarom de relieken grotendeels verloren zijn gegaan. In 1890 vond een Duitse vrouw in hetzelfde gasthuis genezing, eveneens door het opleggen van de relieken van Agnes Huyn.
- Vanaf het laatste kwart van de 19e eeuw kreeg de verering van Agnes Huyn nieuwe impulsen. Onder aanvoering van de paters dominicanen werd zij omgevormd tot een lokale heilige van formaat. Leden van deze orde afkomstig uit Düsseldorf kochten in 1879 het klooster Trans-Cedron. Zij trokken een Nederlandse medebroeder aan om biecht te horen en te preken in het Nederlands. Deze Laurentius Crescentius Honing, afkomstig uit Rotterdam, sprak in zijn eerste preken over de annunciaten, de vroegere bewoonsters van het klooster. Ook aan Agnes Huyn besteedde hij veel aandacht. Hij noemde haar een 'Venlose heilige' en beschouwde haar als een machtig voorspreekster bij God. Op haar hulp en bijstand konden de inwoners van Venlo vertrouwen 'in lijden en kommer'. Nieuw was deze zienswijze overigens niet. Op een 17e-eeuws devotieprentje met een beeltenis van Agnes werd ook al een toespeling gemaakt op haar bemiddelende kracht in Venlo, de plaats van haar graf.
- De verering voor Agnes als Venlose heilige werd in het eerste kwart van de 20e eeuw zwaar aangezet. Op 14 september 1914 werd haar 300e geboortedag gevierd. Het gebed op de achterzijde van het devotieprentje dat dat jaar werd uitgegeven, laat zien hoezeer de verering van Agnes gekoppeld werd aan die van O.L. Vrouw. Illustratief voor die koppeling is tevens de publicatie over de kapel van Genooi uit 1917 van de hand van de oud-archivaris van Venlo, M.H.H. Michels. Deze bestaat grotendeels uit de levensbeschrijving van Agnes Huyn en van sommige van haar medezusters, feitelijk een hertaalde uitgave van Croonenborghs vita. Bij de viering van het vijfde eeuwfeest van de kapel van Genooi in 1923 besteedde pastoor-deken Bauduin ook uitvoerig aandacht aan Agnes Huyn. Zij die eens in de volksmond 'de heilige van Venlo' werd genoemd, dreigde volgens hem geheel in het vergeetboek te raken. Vermoedelijk om dat te voorkomen werd twee jaar later de hertaalde levensbeschrijving in sterk verkorte vorm nogmaals uitgegeven. Deze werd opgedragen aan graaf Paul Huyn (1868-1946). Hij was sinds 1921 titulair patriarch van Alexandrië en resideerde in Rome als consultor van de Congregaties van het Concilie en de Religieuzen. Als lid van de Oostenrijks-Franse tak van de Huyn-familie meende hij een verre verwant te zijn van Agnes. Mogelijk was hij - dat is tot op heden nog onopgehelderd - de drijvende kracht achter het ijveren voor de zaligverklaring in 1925. Mgr. Huyn bezocht Venlo eind augustus van dat jaar. Volgens krantenberichten hing zijn komst direct samen met het proces tot zaligverklaring, dat nu eindelijk in gang gezet zou worden. Op maandag 31 augustus bracht Huyn een bezoek aan het graf van Agnes in de kapel van Genooi. Onder zeer grote belangstelling las hij daar de mis en reikte de communie uit. Ook werd hij ontvangen in klooster Trans-Cedron en op kasteel Amstenrade, de geboorteplaats van Agnes. Zijn naam is te vinden in een oud gastenboek van het kasteel, tezamen met die van mgr. B. Eras, directeur van het Nederlands priestercollege te Rome, die hem bij dit bezoek vergezelde.
- Aanwijzingen dat het beatificatieproces werkelijk in gang gezet is, ontbreken. Onduidelijk is verder waarom het ijveren voor Agnes Huyns zaligverklaring gestokt is. De dood van mgr. Huyn zou hiervoor een verklaring kunnen zijn, maar natuurlijk ook de Tweede Wereldoorlog en de verschuivingen die zich hierna binnen kerk en samenleving voltrokken. Behalve dat in Amstenrade na de oorlog nog een straat naar haar vernoemd werd, ontbreken verdere sporen van verering.
Materiële cultuur - Schilderijen: 1 in het portaal van de kapel van Genooi hangt een 18e-eeuws olieverfschilderij met het portret van Agnes Huyn, zittend aan de voet van het altaar en biddend voor het H. Sacrament; uit haar mond komt een straal waarin staat geschreven: 'O mijn Goddelijk Éen, o leven mijner ziel'; 2 in het Limburgs Museum te Venlo bevindt zich ook een portret van Agnes Huyn (nr. L3103).

Devotioneel drukwerk
Devotieprentjes: 1 kopergravure (11,5 x 7 cm) van Agnes Huyn, vervaardigd door G.N. Schifflen. Op deze prent is zij als annunciate afgebeeld, die de woorden spreekt 'O mein gütiger Gott. O leben meiner Seele'. Ook het onderschrift is in het Duits en luidt: 'Die hochwürdige Schwester Agnes Maria Huyn hochedelgebohrene frewlen vom haus Amstenrath, Annunciat, ist gestorben im Closter zu Vendlo 1641, den 8. Iunij ihers alters 28. Jahr.' In de sterfdatum is vermoedelijk een fout geslopen, want algemeen wordt 8 juli aangenomen. Boven de prent staat 'Mihi [autem] adhaerere Deo bonum est' (Ps. 73,28, in de Willibrordvertaling uit 1981 vertaald door Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde als Mijn geluk - dat is Gods nabijheid). De Latijnse tekst aan de achterzijde beschrijft in het kort het leven van Agnes Huyn. Nadruk wordt gelegd op de beproevingen die zij van Godswege ondervond gedurende haar kloosterleven, alsook de lichamelijke kwalen die zij doorstond. Vermoedelijk om dit te onderstrepen, ligt er een soort gesel op het altaar die werd gebruikt ter zelfkastijding. Voorts wordt gesteld dat gelovigen niet alleen in Venlo bij haar graf, maar ook elders op haar voorspraak kunnen vertrouwen; 2 kopergravure (12,5 x 7,7 cm; ex. gemeentearchief Venlo) uit de 17e eeuw van R. Collin. De tekst op het prentje is in het Nederlands: 'O mijn goddelijck EEN! O Leven mijnder zielen!', onderaan de prent staat: 'De Edele deughtrycke Suster Agnes Maria van Amstenraet, Annuntiaet, ghestorven in't Clooster tot Venlo 1641. 8. July, oudt 28 jaren'. Boven de prent staat ook 'Mihi adhaerere Deo bonum est'. De prent toont een verschil in iconografie met de prent van Schifflen (onder 1): Agnes draagt de elementen die bij Schifflen op het altaar liggen, in haar linkerhand. Beide prenten laten Agnes zien, geknield voor een monstrans die op het altaar staat. In de Schifflen-versie staat de monstrans op haar ooghoogte, alsof zij op voet van gelijkheid met haar hemelse Bruidegom spreekt. In de Collin-uitgave is er duidelijk sprake van een hiërarchie: de monstrans staat hoger en Agnes kijkt op en ook haar woorden zijn omhoog gericht; 3 van het Collin-prentje is in 1914 een herdruk vervaardigd (Venlo: H. Lebesque, 1914; impr. A. Derckx, Venlo, 14 september 1914; ex. collectie D. Gooren), met op de achterzijde een korte levensbeschrijving en een gebed. Een belangrijk verschil in de herdruk ten opzichte van het 17e-eeuwse prentje zit in de door Agnes Maria uitgesproken tekst, waarbij in de herdruk het woord 'EEN' is vervangen door 'ZIJN'. Het is mogelijk dat er reeds in de 17e eeuw twee versies van het prentje circuleerden, maar ook dat men in 1914 voor het politiek correcter begrip 'zijn' heeft gekozen en de prent heeft aangepast; 4 hertekende herdruk uit 1925 van het Schifflen-prentje (1) (11,6 x 7,2; impr. P. Geurts, Roermond, 25 juli 1925; ex. gemeentearchief Venlo); er is eveneens sprake van een hiërarchie tussen Agnes en haar Bruidegom; zij spreekt wel, maar de tekst is niet leesbaar. Onder de afbeelding staat: 'De seer werdige suster Agnes Maria Huyn Hoog Edele gebooren Freulen van Amstenraet Annuntiaet gestorven in't Clooster der Annuntiaten tot Venlo 1641, den 8. July oudt 28 jaeren'. Daaronder staat: 'Zuster Agnes Maria Huyn van Amstenraedt, overleden 8 juli 1641 te Venlo'. Op de achterzijde staat wederom een korte levensbeschrijving en een gebed, uitdrukkelijk bedoeld voor het verkrijgen van 'de verheerlijking en zaligverklaring' van Agnes Huyn.
Bronnen en literatuur Archivalia: Amstenrade, archief Kasteel Amstenrade. Maastricht, Rijksarchief Limburg: archief van het oude Bisdom Roermond, portefeuille 69a nr. 1, c verklaringen der E.E. Zusters en biechtvaders uit het Proces over het leven en de deugden van Zr. Agnes Maria Huyn van Amstenraedt, Annuntiate te Venlo', ongedateerd. De getuigenissen die hierin gebundeld zijn, dateren uit 1663. Venlo, gemeentearchief: parochiearchief H. Martinus (IIe deel), inv. no. 432, verzoek om inlichtingen met betrekking tot Agnes Huyn, afkomstig van C. Damen O.S.B., d.d. 08-01-1955; inv. no. 726.52, negatievencollectie.
Literatuur: Zie ook bij ⟶ Genooi, O.L. Vrouw. P. Matthias Croonenborgh, Het ryck-deughdigh leven van de hoogh-edele gheboren maghet suster Agnes Maria Huyn van Amstenraedt, ende van eenighe andere, de welcke in eene uyt-nemende religieuse volmaecktheydt hebben uyt-gheschenen in de Kloosters van Venlo ende Loven der Orden van Onse Lieve-Vrouwe, ghenoemt Annuntiaten. Met vele ghedenck-weerdighe devote leeringhen, ende een korte aen-wysinghe van een jarelyksche exercitie, dienende tot besonderen troost van alle zielen, die met oprechten iever, ende oodtmoedigheydt Godt soecken te dienen, seer nut ende profytigh voor alle staten (Brussel: Jacob van de Velde, 1673), hertaald en sterk verkort opnieuw uitgegeven onder de titel: Het deugdzaam leven van de hoogedelgeb. maagd zuster Agnes Maria Huyn van Amstenraedt, Annuntiate te Venlo (Venlo: H. Lebesque, 1925); H. Michels, 'Het oud klooster "in de Oode" bij Venlo en de oude kapel', in: De Maasgouw 14 (1892) p. 21, vermelding schilderij Huyn in kapel; 'Een kort verhaal van den oorsprong der Annuntiaten in het Klooster Trans-Cedron te Venlo', in: De Maasgouw 9 (1887) 205-206); M.H.H. Michels, Geschiedenis der Lorettokapel te Genooi (...) benevens de levensbeschrijving van zuster Agnes Maria Huyn van Amstenrade etc. (Venlo: H. Lebesque, 1917), bevat een verkorte en hertaalde versie van de vita door Croonenborgh; H. Op de Laack, 'Zuster Agnes Maria Huyn van Amstenrade', in: Nieuwe Venlosche Courant, 27-10-1923; [berichten], in: Nieuwe Venloosche Courant, op 7, 24, 28, 29 en 31 augustus 1925; 1 september 1925; 'De familie Huyn', in: Limburger Koerier 22 augustus 1925; 'Een vrome Limburgsche figuur. Zuster Agnes Maria Huyn gravin v. Amstenrade', in: Limburger Koerier, 29 augustus 1925; J. Verzijl, 'Agnes Maria Huyn van Amstenrade', in: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, dl. 7 (Leiden: A.W. Sijthoff's Uitgevers-Maatschappij, 1927); P. Elisaeus McKenna, Het grafelijke geslacht Huyn van Amstenrade en Geleen (Sittard: 'Courant de Limburger', 1928); C. Damen, 'Zuster Agnes Maria Huyn van Amstenraedt, Annuntiate te Venlo. Gestorven in geur van heiligheid op 8 juli 1641', in: Bulletin van de historische kring 'Het land van Herle' 5 (1955) p. 35-39, 49-53; N.C.H. Wijngaards, Mechtildis van Lom 1600-1653. Dichteres en Annuntiate van Venlo (Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1957); A. Schrijnemakers, 'Agnes Maria Huyn van Amstenrade', in: Nationaal biografisch woordenboek, dl. 3 (Brussel: Paleis der Academiën, 1968); Emile Gemmeke, Vaderlandse vromen. Over Nederlandse heiligen en (kandidaat-)zaligen (Utrecht: Secretariaat van het R.K. Kerkgenootschap in Nederland, 1993) p. 25; Riet Schenkeveld, 'Het offer van de kledingmerkjes: Barbara de Put (?, omstreeks 1585-Venlo, 1635)', in: Riet Schenkeveld e.a. ed., Met en zonder lauwerkrans. Schrijvende vrouwen uit de vroegmoderne tijd 1550-1850 van Anna Bijns tot Elise van Calcar (Amsterdam: Amsterdam University Press, 1997) p. 164-165; Wim Hüsken, '"Adieu dan wereld kwaad, ik word annonciaat". Elisabeth van Lom (?, ?- Venlo, na 1673', in: Schenkeveld, Met en zonder lauwerkrans, p. 166-169; Wim Hüsken, '"Door den lijdenden weg geleid". Mechtildis van Lom (Venlo, 1600-Venlo, 29 november 1653)', in: Schenkeveld, Met en zonder lauwerkrans, p. 184-189; Theo Beckers, Het riddergeslacht Huyn van Amstenrade en Geleen (Amstenrade: Stichting Beschermd Dorpsgezicht Amstenrade, 1998).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier-Genooi-Agnes Huyn; mondelinge en schriftelijke informatie van drs. W.M. Jacobs, Amstenrade.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<