Alem, H. Hubertus

Cultusobject: H. Hubertus
Datum: 4 november; later 3 november
Periode: 16e eeuw (?) - heden
Locatie: Parochiekerk van St. Hubertus
Adres: St. Odradastraat 2, 5335 LL Alem
Gemeente: Maasdriel
Provincie: Gelderland
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Aan het einde van de 16e eeuw beschikte de St. Hubertuskerk over een belangrijke armreliek van St. Hubertus, die talrijke bedevaartgangers trok. Na de politieke omwenteling van 1629 werd de St. Hubertusreliek uit Alem weggehaald. Ze kwam via 's-Hertogenbosch in Antwerpen terecht. Het is mogelijk dat een klein deel van de reliek in Alem achterbleef; misschien ook is rond het midden van de 18e eeuw een deel van de relieken vanuit Antwerpen teruggebracht naar Alem. Aan het einde van de 19e eeuw was de verering niet meer dan een lokale cultus. In 1995 werd door de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging weer aangeknoopt bij de oude verering.
Auteur: Arnoud-Jan Bijsterveld
Illustraties:
Topografie - Alem behoorde voor 1958 tot de Noordbrabantse gemeente Alem, Maren en Kessel en daarna tot de Gelderse gemeente Maasdriel. Door het afsnijden van een Maasbocht in de dertiger jaren is het dorp op de noordelijke, Gelderse oever komen te liggen.
- De kerk van Alem wordt al genoemd in een bevestigingsoorkonde voor de benedictijnerabdij van St. Truiden uit 1107. Omstreeks 1200 fungeerde de kerk van Alem als dominiaal centrum van bepaalde St. Truidense bezittingen in Noord-Brabant en daarbuiten. Circa 1212 wordt de patroonheilige van deze kerk genoemd: 'sancta Gudradis' (⟶ H. Odrada). Vanaf 1252 is er sprake van een proost en een proostdij te Alem. Blijkbaar was het oudere domaniaal centrum omgezet in een proostdij, belast met het beheer van de St. Truidense goederen ten zuiden van de Maas.
- Ten onrechte is aangenomen dat Alem twee kerken zou hebben gekend: een parochiekerk, gewijd aan St. Hubertus, en een kapittelkerk, gewijd aan St. Odrada. Er was maar één kerk waarin beide heiligen samen werden vereerd.
- In een zogenoemde termijnlijst van het dominicanenklooster te 's-Hertogenbosch (een lijst van kerken die de Bossche dominicanen op hun preektochten aandeden) uit 1559 wordt St. Hubertus als patroonheilige van de kerk van Alem genoemd. In de beneficieregisters van het aartsdiakenaat Kempenland tot 1566 wordt echter geen melding gemaakt van een St. Hubertusaltaar of -beneficie te Alem.
- Nadat de pastoor in 1636 was gevlucht, werd de parochiekerk in 1648 overgedragen aan de protestanten. De kerk zou in 1716 of 1717 door overstromingen zijn beschadigd, waarna er in 1718/1719 voor de protestantse gemeente een nieuwe kerk werd gebouwd. Dit kleine eenbeukige kerkje fungeert sinds 1962 als museum. De katholieken in Alem beschikten ná 1648 over een schuurkerk, die herhaaldelijk werd verwoest, onder meer in 1716. De Staten-Generaal gaven op 18 augustus 1757 toestemming een nieuwe katholieke kerk te bouwen, die gewijd was aan St. Hubertus.
- In 1874 bouwde pastoor A.W.H. Godschalx (pastoor vanaf 1871) in Alem een nieuwe kerk, gewijd aan St. Hubertus. De kerk ligt aan de St. Odradastraat bij de ingang van Alem. De huidige pastoor van de kleine parochie (pastoor sinds 1984, tevens pastoor van Kerkdriel) heeft ervoor gezorgd dat talrijke, meest 19e-eeuwse beelden, die tijdens de 'beeldenstorm' van de zestiger jaren hadden moeten wijken, zijn opgeknapt en teruggeplaatst in de kerk. Daaronder bevindt zich ook het beeld van St. Hubertus. In de kerk was St. Hubertus afgebeeld op een gebrandschilderd raam boven het hoogaltaar, naast St. Odrada. De drie ramen in het koor zijn echter nog voor de Tweede Wereldoorlog dichtgemetseld.
Cultusobject - Hubertus († 727) was bisschop van Tongeren-Maastricht, later van Luik. Deze edelman ontpopte zich tot apostel van de Ardennen nadat hij, volgens de legende, was bekeerd tot het christendom tijdens de jacht op Goede Vrijdag. Hij zag toen een kruis verschijnen tussen het gewei van een hert dat hij wilde neerleggen. Door deze bekeringslegende werd Hubertus de patroon van de jagers. Daarnaast wordt hij vereerd als beschermer tegen hondsdolheid. In 743 vond de translatie plaats van zijn corpus naar Andain in de Ardennen, dat sindsdien Saint-Hubert wordt genoemd.
- Volgens onder meer de Bossche stadskroniek van Everswijn e.a. (1608-1609) beschikte Alem aan het einde van de 16e en het begin van de 17e eeuw over een belangrijke armreliek van St. Hubertus, die volgens Gramaye via de abdij van St. Truiden afkomstig was uit Saint-Hubert.
- Gegevens in het kerkarchief van Alem wijzen er (aldus Schutjes) op dat de reliek na 1629 eerst aan een kanunnik te 's-Hertogenbosch en later aan de cellebroeders te Antwerpen werd toevertrouwd.
- In zijn kort voor 1645 voltooide beschrijving van de Meierij van 's-Hertogenbosch vermeldt Philips baron van Leefdael (circa 1610-1681) als patroon van de kerk van Alem 'St. Huybert ende St. Oderada, rustende hier schoone reliquien van den selven heyligen'. De reliek bevond zich in Alem in een zilveren reliekschrijn dat de vorm had van een onderarm (van elleboog tot aan de vingers). De schrijn was een geschenk van de vrouwe van Thienhoven, dochter van de advocaat Hack, die te Alem woonde.
Schutjes vermeldt verder dat, toen voor de inname van Den Bosch in 1629 op St. Hubertusdag vele pastoors uit de omtrek te Alem samen waren, de arm door een toeval van het altaar viel, waarop een gedeelte van de reliek afbrak. Dit werd door Reinerus van Hee (vermeld 1623-1631), pastoor van het naburige Maren, meegenomen. Later gaf hij deze reliek door aan Joannes Mengelaers, die haar als kapelaan van Herpen aan deze kerk schonk, waardoor een Hubertusverering in deze parochie ontstond (⟶ Herpen, Hubertus). Ook de paters van het Bossche klooster op de Uilenburg verkregen een deel van de reliek. De vingers van de Hubertusrelikwie in Alem zouden met gouden ringen versierd zijn geweest. De resterende relieken 'ex ossibus' van St. Hubertus en St. Odrada in de kerk van Alem werden op 8 april 1746 authentiek bevonden door de protonotarius Snelle, of door de apostolisch vicaris van het bisdom 's-Hertogenbosch, Martinus van Litzenborgh (1745-1756).
- Anno 1996 berusten in de kluis op de pastorie twee reliekhouders met een ring aan de achterzijde, vermoedelijk beide uit de 18e eeuw. Beide zijn ovaal van vorm. De kleinste is van koper en heeft een lengte van circa 8 en een breedte van circa 6 cm. De houder heeft een geschubde rand. Door beschimmeling is de aard van de reliek, die op een stukje stof is bevestigd, niet herkenbaar. Bovenaan zit een strookje met de tekst 'S. Odradae V.', onderaan staat 'S. Huberti Ep.' Onderaan is een stukje rode zegellak te zien. De grootste reliekhouder meet circa 10 bij 8 cm en is uitgevoerd in zilver met barokke versiering. Op de rand staat bovenaan 'S. Odradae' en onderaan 'S. Huberti'. De houder bevat twee op stof genaaide relieken. De bovenste reliek is een miniscuul stukje bijna vergane bruine stof, de onderste een botfragment. Daaronder is in rode was een zegelafdruk zichtbaar. Het gaat om een zegel van een geestelijke: aan beide zijden van het zegel zijn zes kwasten zichtbaar. Mogelijk is dit het zegel van degene die in 1746 de relieken authenticeerde (zie hiervoor).
- In de kerk hangt anno 1996 in de linker kruisbeuk een 19e-eeuws beeld van Hubertus, afgebeeld als bisschop met mijter, violet onderkleed, witte superplie en rode bisschopsmantel. In zijn rechterhand houdt hij een goudkleurige jachthoorn, in zijn linkerhand de bisschopsstaf. Rechts achter hem is nog een fragment te zien van het hert uit de Hubertuslegende, waarvan het grootste deel is afgebroken.
Verering - Volgens een 14e-eeuws breviarium van de kerk van Alem, dat toegespitst is op de verering van St. Odrada, vereerde men St. Hubertus in Alem toen op 4 november omdat het feest van de canonisatie van St. Odrada samenviel met de algemene feestdag van St. Hubertus, 3 november. In de 14e eeuw was St. Hubertus dus nog geen voorwerp van bijzondere verering in Alem. Deze zal pas met de aankomst in Alem van de armreliek van St. Hubertus op gang zijn gekomen, vermoedelijk in de 16e eeuw. Molanus vermeldt in 1595 dat 'men daar de zegen-arm van St. Hubertus bezit op grond waarvan bij de inwoners van Alem diens gedachtenis niet minder gevierd is dan die van St. Odrada'. In 1608-1609 schreven drie Bossche schepenen op verzoek van het Bossche stadsbestuur een stadskroniek ten behoeve van het geschiedwerk Taxandria van J.B. Gramaye. In deze kroniek staat dat 'men in het dorp Alem de zegen-arm van St. Hubertus bezit, waardoor degenen die het slachtoffer zijn geworden van hondsdolheid worden genezen, (...) en nog dagelijks worden degenen die hier hun toevlucht zoeken tegen de rabiës beschermd'. Ook Gramaye vermeldt in 1610 over Alem dat de daar 'bewaarde zegen-arm van Hubertus door een levendige toeloop van bedevaartgangers wordt bezocht en daarom hebben de monniken van Saint-Hubert, die reeds vanaf hun eerste stichting aan St. Truiden onderworpen waren, deze schat misschien afgestaan'.
- Volgens de 19e-eeuwse Officia propria sanctorum van het bisdom 's-Hertogenbosch, werd het feest van St. Hubertus hier toen gevierd op 3 november. In 1807 viel de feestdag van St. Odrada nog op dezelfde dag, vanaf 1852 werd deze in de heiligenkalender verschoven naar 5 november.
- In de 16e eeuw kende Alem een aan St. Odrada gewijd gilde. Later stond het gilde onder bescherming van de HH. Hubertus en Odrada. Dit gilde bestond in de jaren 1890 niet meer, maar de overleden gildebroeders hadden er toen nog wel jaarlijks een gezongen jaargetijde.
- De St. Hubertusverering was anno 1996 niet meer sterk levend onder de inwoners van Alem. De pastoor - tevens pastoor van Kerkdriel - besteedde jaarlijks in het novembernummer van het Parochieblad H. Hubertusparochie Alem aandacht aan de feestdagen van St. Hubertus (3 november) en St. Odrada (5 november). Sinds 1975 wordt in Alem op oudjaarsdag een slipjacht (nagebootste vossenjacht) gehouden door de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging. Omdat 31 december in 1995 op een zondag viel, nam de burgemeester van Maasdriel het initiatief om aan de slipjacht een mis in de St. Hubertuskerk vooraf te laten gaan. Circa 125 deelnemers uitgerust met jachthoorns woonden de dienst bij, waarbij de pastoor in een lezing inging op het levensverhaal van St. Hubertus. Vanwege gladheid kon de slipjacht niet doorgaan.
Materiële cultuur - Kort begrip van het leven van den H. Hubertus, Patroon van Ardennen, Bisschop van Luik etc. (Grave: A. van Dieren, 1826).

Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Hertogenbosch, bisdomarchief: psalterium of breviarium uit de kerk van Alem (14e eeuw); Alem, parochiearchief.
Tekstedities: C.R. Hermans, Annales Canonicorum Regularium S. Augustini, Ordinis S. Crucis, 3 dln. ('s-Hertogenbosch: Apud P. Stokvis, 1858) dl. 2, p. 253; Officia propria sanctorum dioecesis Sylvae-Ducensis redacta ad formam breviarii Romani, Clementis VIII. & Urbani VIII. Auctoritate Recogniti ('s-Hertogenbosch: J. Coppens et filii, 1807) p. 9, 55-58; Officia propria sanctorum dioecesis Buscoducensis. Reformata et approbata ex decretis S.R. Congregationis 23. Maji 1851, et 13. Maji 1852, 2 dln. (Sint-Michielsgestel: Ex Typographia Vicariatus Apostolici Buscoducensis, In Instituto Surdo-mutorum, 1852) dl. 1, p. 2, dl. 2, p. 10-12; G.A. Meijer, De Predikheeren te 's-Hertogenbosch 1296-1770. Eene bijdrage tot de geschiedenis van het Katholieke Noord-Brabant (Nijmegen: L.C.G. Malmberg, 1897) p. 248; A.F.O. van Sasse van Ysselt ed., Beschrijving der Meierij van 's-Hertogenbosch door Philips Baron van Leefdael ('s-Hertogenbosch: Zuid-Nederlandsche Drukkerij, 1918) p. 82; H.J.M. van Rooij, Het Oud-Archief van het Groot-Ziekengasthuis te 's-Hertogenbosch, 3 dln. ('s-Hertogenbosch: Zuid-Nederlandsche Drukkerij N.V., 1963) dl. 1, p. 133 nr. I 2116.
Literatuur: Ioannes Molanus, Natales Sanctorum Belgii & eorundem chronica recapitulatio (Leuven: Apud Ioannem Masium & Philippum Zangrium, 1595; 2e dr. 1616) p. 246-247; I.B. Gramaye, Taxandria, in qua Antiquitates & decora etc. (Brussel: Velpius, 1610) p. 128-129; A.J. van der Aa, Aardijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 13 dln. (Gorinchem: Noorduyn, 1839-1851) dl. 1, p. 80-81; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch, 5 dln. (St. Michiels-Gestel: Boekdrukkerij van het Bisdom van 's Bosch, 1870-1876) dl. 3, p. 80-89; dl. 4, p. 158; A. Geboers & F. van Olmen, De H. Odrada van Baelen. Haar leven en hare vereering (1e dr., Mechelen, 1891; 2e dr., Mechelen: H. Dessain, 1898; herdr. Balen: VZW Jeugdcentrum Biesakker, 1979) p. 76-78; J.S. van Veen, 'Bijdrage tot de geschiedenis der parochie Alem', in: Bossche Bijdragen 3 (1919-1920) p. 65-67; A.M. Frenken, 'St. Odradis van Balen en de St. Odradiskerk van Alem', in: Ons Geestelijke Erf 30 (1956) p. 203-216; Jan van Laarhoven, Het Schetsenboek van Hendrik Verhees ('s-Hertogenbosch: Merlijn, 1975) p. 56-57, tekening kapel; G.P.J. Bannenberg, 'Studie betreffende de H. Odrada en de parochie van Alem in verband met het breviarium van de voormalige collegiale kerk te Alem', bewerkt door J.H.G.J. Heeswijk als 'Een blik in de geschiedenis van Alem', in: Tussen de Voorn en Loevestein 11 (1975) p. 34-53; 12 (1976) p. 65-79; Jean-Louis Kupper, 'Qui était saint Hubert?', in: Alain Dierkens en Jean-Marie Duvosquel ed., Saint-Hubert en Ardenne. Art, Histoire, Folklore, dl. 1 ([Brussel]: Crédit Communal, 1991) p. 13-17; Christine A. Dupont, 'Aux origines de deux aspects particuliers du culte de saint Hubert: Hubert guérisseur de la rage et patron des chasseurs', in: Alain Dierkens en Jean-Marie Duvosquel ed., Saint-Hubert en Ardenne. Art, Histoire, Folklore, dl. 1 ([Brussel]: Crédit Communal, 1991) p. 19-30; Léon Marquet, 'Le culte de Saint-Hubert, in: Klaus Freckmann en Norbert Kühn ed., Saint-Hubert en Ardenne. Art, Histoire, Folklore, dl. 6 ([Brussel]: Crédit Communal, 1995) p. 21-37, aldaar p. 34.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Alem-Hubertus.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<