Nieuwstadt, Jan (Johannes) de Doper

Cultusobject: Jan (Johannes) de Doper
Datum: 24 juni (+ octaaf); 29 augustus (+ octaaf)
Periode: 18e eeuw (?) - ca. 1960
Locatie: Parochiekerk van Johannes de Doper
Adres: Millenerstraat 3, 6118 CA Nieuwstadt
Gemeente: Susteren
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: In de Johannes de Doperkerk te Nieuwstadt werd Jan de Doper mogelijk al sinds de 18e eeuw aangeroepen tegen hoofdkwalen. In de jaren vijftig van de 20e eeuw was de bedevaart over haar hoogtepunt heen en verdween vervolgens snel.
Auteur: Antoine Jacobs
Illustraties:
Topografie - 'Novum Oppidum', Nieuwstadt, wordt reeds in 1242 vermeld. De parochie is vanouds aan Johannes de Doper toegewijd. De parochie kwam als Gelders territorium in 1558 onder het bisdom Roermond, in tegenstelling tot het omliggende Gulikse gebied dat onder Luik bleef ressorteren.
- Het romanogotische schip van de kerk stamt waarschijnlijk uit de tweede helft van de 13e eeuw. Architect P.J.H. Cuypers restaureerde de kerk in 1880 en navolgende jaren. Cuypers beperkte zich tot restauratie van het schip en de bouw van een sacristie aan de noordzijde. Na 1899 bouwde hij aan de zuidzijde een tweede neogotische sacristie. Tussen 1927 en 1933 restaureerde de Sittardse architect Jos Wielders het koor. Tevens bouwde hij een moderne toren. Het werk van Cuypers bleef vrijwel geheel intact. Slechts het neoromaans portaal moest wijken voor de nieuwe toren. De toren werd geflankeerd door een portaal en een doopkapel. De kerk werd in 1944 zwaar beschadigd en is na de Tweede Wereldoorlog door architect ir. E. Schoenmaeckers hersteld.
Cultusobject - Zie voor Jan de Doper ⟶ Eijgelshoven.
- De reliekhouder is 43,5 cm hoog en stamt uit de 19e eeuw. Het voetstuk is gemaakt van zwart gelakt hout. De ronde theca is gevat in een ovale koperen plaat met zilveren omranding. De omranding heeft guirlandes en afgeknotte stralen. In de top bevindt zich een kruisje met voluutkrullen. De theca bevat een botreliek van Johannes, met het bijschrift: 'S. Jois Babtistae Ex cranio'.
- Op een altaar in het rechter pseudotransept staat een gepolychromeerd houten laat-16e-eeuws Johannesbeeld (90 cm hoog). Johannes wijst met zijn rechterhand naar het Lam Gods dat op een boek staat, dat hij in zijn linkerhand houdt.
- Een tweede Johannesbeeld dateert uit de 18e eeuw. Het is gemaakt van witgelakt lindehout. Het barokke beeld is gemaakt in de trant van de Luikse beeldhouwer Jean Delcour.
- Een aanwezige 'Johannes in Disco' dateert van het eind van de 16e eeuw. De schotel heeft een doorsnede van 35 cm en is in de 20e eeuw vernieuwd. Schotel en hoofd zijn geplaatst op het Johannesaltaar in de zuidelijke transeptarm.
- In het pseudotransept zijn twee neogotische gebrandschilderde ramen met voorstellingen van Johannes aangebracht. Eén raam toont de doop van Christus door Johannes in de Jordaan en de ontmoeting van Maria en Elisabeth. Het tweede raam toont alleen Johannes de Doper in een kemelharen kleed met daarover een rood-groene mantel. De vensters zijn omstreeks 1905 vervaardigd.
Verering - Pastoor J.H. Damen van Nieuwstadt stelde in 1722 een inventarislijst op, waarin hij vermeldde 'eene silvere Reliquaire waerin besloten sijn de Reliquijen van den H. Joannes Baptista'. Deze relieken worden ook genoemd tijdens de dekenale visitatie van 1833. De deken van Sittard tekende aan dat de documenten verdwenen waren, maar dat de verering eeuwen oud was. Een bedevaart wordt niet expliciet genoemd, maar lijkt, gezien de aanwezige religieuze voorwerpen, wel te zijn gehouden.
- Volgens een zegsman werd de St. Jansdevotie in de jaren dertig van de 20e eeuw gestimuleerd door kapelaan A. Schutgens (⟶ Itteren). Op 24 juni en 29 augustus (de geboorte en onthoofding van Johannes) kwamen bedevaartgangers naar Nieuwstadt. In 1930 waren er op 29 juni tijdens het octaaf om 6.30 en 7.30 uur leesmissen. De hoogmis begon om 9.30 uur. Na elke mis was er gelegenheid om de reliek te vereren. Op het St. Jansaltaar werd dan de Johannes in Disco gezet. Na de hoogmis trok de St. Jansprocessie door Nieuwstadt. Tijdens het feest van Johannes' Onthoofding was er alleen om 7.00 uur een mis met reliekverering.
- Het Limburgsch Dagblad van 9 juli 1949 maakt melding van twee genezingen. Omstreeks 1943 genas een meisje uit Roosteren na een negendaagse bedevaart die familieleden naar St. Jan maakten. Tijdens de viering van het St. Jansfeest op 24 juni 1949 deed zich eveneens een plotselinge genezing voor. Een jongen uit Lutterade bij wie de artsen een ongeneeslijke hoofdziekte hadden vastgesteld, genas nadat zijn vader ter bedevaart naar Nieuwstadt was gegaan. De jongen kon de week erna in Nieuwstadt de hoogmis bijwonen ter gelegenheid van de St. Janskermis. In augustus 1949 meldden de Gazet van Limburg en het Limburgsch Dagblad dat de devotie onder invloed van deze gebedsverhoringen sterk was toegenomen. Er werden speciale intentiebriefjes beschikbaar gesteld.
- Tussen 1950 en 1960 meldde de Kerkklok dat op de feestdag van Sint-Jan in juni na de missen relikwieverering was. Na 1961 werden de verering en het Sint-Jansfeest als zodanig niet meer vermeld. In de jaren vijftig berichtten de kranten nog over bedevaartgangers. Zegslieden uit Nieuwstadt meldden dat de bedevaart toen reeds over haar hoogtepunt heen was.
- In 1998 waren er geen pelgrims meer. De feestdagen van Johannes de Doper werden niettemin nog gevierd en ook de St. Jansprocessie werd nog gehouden.
Materiële cultuur - Ramen: in het priesterkoor zijn vijf dubbele vensters aangebracht die vier episodes uit het leven van Johannes tonen: de doop in de Jordaan; 'Zie het lam Gods'; Johannes als boeteprediker; Johannes' onthoofding. Het middelste raam toont de kruisiging van Christus. De ramen zijn in het tweede kwart van de 20e eeuw ontworpen door René Smeets.
- Vaatwerk: de kerk beschikt over een zilveren en een deels verguld zilveren kelk uit resp. 1865 en 1866, die elk voorstellingen van Johannes de Doper bezitten.
Bronnen en literatuur Archivalia: Roermond, bisdomarchief: 'Inventaris van het kerkelijk kunstbezit van parochie H. Johannes de Doper te Nieuwstadt' (Roermond 1977). Sittard, gemeentearchief: Kerkklok (1930-1964).
Literatuur: Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel VIII. De provincie Limburg (Den Haag: Algemeene Landsdrukkerij, 1926) p. 343-345; Maurits de Meyer, Volkskunde-atlas voor Nederland en Vlaams-België. Commentaar bij de kaarten 21-29. Volksgeneeskunde (Antwerpen / Utrecht: Standaard, 1968) p. 36; Charles Genders, Langs de oude Limburgse kerken. Midden- en Noord-Limburg (Baarn: Bosch en Keuning, 1977) p.16; J.J.M. Timmers, 'De parochiekerk van Nieuwstadt' in: Nieuwstadt van stad tot dorp (Nieuwstadt: Heemkundevereniging, 1977) p. 34-43; J.J.M. Timmers, De kunst van het Maasland, dl. 2 (Assen: Van Gorcum, 1980) p. 18-19; A.M.P.P. Janssen, 'De bisschop op bezoek. C.R.A. van Bommels kerkvisitaties in het Land van Zwentibold (1834/1835)' in: Historisch jaarboek voor het Land van Zwentibold 6 (1985) p. 92; A.J.C. van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden. P.J.H. Cuypers als restauratiearchitect 1850-1918 (Zwolle / Zeist: Waanders / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 1995) p. 17-25; L.C.B.M. van Liebergen & W.P.C. Prins ed., Sanctus. Met heiligen het jaar rond (Uden: Museum voor Religieuze Kunst, 1997) p. 38-40.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Nieuwstadt-Jan de Doper; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 23 (1959) L 433: L 381, L 0426, L 428, Q 109; mondelinge informatie in 1998 van J. van den Berg, pastoor H.J.P.Th. Broers, R. Schmeits (Nieuwstadt); E. van Dijck en G. van Dijck-Vanneer (Roosteren).

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<