HomeDatabankenBedevaarten

Cadier en Keer, H. Blasius

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Blasius
Datum: 3 februari (zondag na; + octaaf)
Periode: 18e eeuw - heden
Locatie: Parochiekerk van de H. Kruisverheffing
Adres: Groenstraat 2, 6267 EM Cadier en Keer
Gemeente: Margraten
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: Sinds de 18e eeuw bestaat er een verering voor Blasius in Cadier en Keer. Na de verwerving van een beeld en een reliek groeide de verering voor deze patroon tegen keelaandoeningen. Aan het einde van de 19e en aan het begin van de 20e eeuw groeide Cadier en Keer uit tot een belangrijke Blasiusbedevaartplaats.
Auteur: Augustinus van Berkum
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Voor een kaartje zie ⟶ Cadier en Keer, Bron.
- De parochie Cadier werd in 1266 als zelfstandige parochie afgescheiden van de parochie Heugem. Aan het 18e-eeuwse schip van de kerk zijn een romaans en een gotisch kerkje voorafgegaan. De toren dateert nog uit de 12e eeuw. Het rechter zijaltaar werd in de 19e eeuw (vanaf 1836?) beschouwd als zijnde 'het altaar van Sint Blasius', hoewel het in de abdij van Valdieu (B), waar het, evenals twee andere altaren, vandaan kwam, oorspronkelijk was toegewijd aan St. Benedictus. Eén van de glas-in-loodramen van het schip vertoonde een neogotische voorstelling van Sint Blasius.
- In 1958 werd de kerk op de toren na afgebroken en bouwde men een nieuwe kerk (architect J.H.A. Huysmans, Maastricht), haaks op de voormalige. De twee zijaltaren werden niet herplaatst. Ook de oude glas-in-loodramen zijn verdwenen.
- Toen in 1992 de stichting 'Kruisen en Kapellen' een voormalig transformatorhuisje aan de rijksweg kon ombouwen tot kapel, werd deze spontaan toegewijd aan Blasius. De bewuste kapel meet inwendig 185 x 120 cm. Vrijwel tegen de achterwand is op een hardstenen sokkel (hoogte ca. 85 cm) een beeld van Blasius geplaatst (hoogte ca. 100 cm), met op het voetstuk 'St. Blaise P.P.N.'. Dit neogotische, metalen beeld, afkomstig uit de Belgische Ardennen, maar gekocht in Gelderland, is gepolychromeerd en stelt de heilige voor, getooid met staf en mijter. In de linkerhand heeft hij een boek, terwijl hij met de rechterhand een zegenend gebaar maakt. Op het piëdestal staat de tekst 'St. Blasius ? 316; Patroonheilige Cadier en Keer'. De inwijding van de kapel, verricht door pastoor J.W. van Frankenhuysen op zondag 4 oktober 1992, werd opgeluisterd door de fanfare Sint Blasius en een processie, die vanaf de kerk naar het met vlaggen en bloemen versierde kapelletje trok. Ondanks de belangstelling bij de inwijding is de kapel tot op heden geen drukbezocht oord. De geïsoleerde ligging en de omstandigheid dat het gebouwtje normaliter gesloten is, al is het beeld door de vensters van de deur ook zichtbaar, zullen hieraan niet vreemd zijn.
Cultusobject - Blasius, bisschop van Sebaste in Armenië en martelaar (†316?) wordt in het oosten vanaf de 6e eeuw vereerd als beschermer van het vee. In de loop van de 7e/8e eeuw ging men de mondelinge overleveringen van zijn passie op schrift stellen. Door toedoen van de Napolitaan Guarimpotus, die een Latijnse weergave van een der Griekse versies opstelde, raakte Blasius sinds de 9e eeuw ook in het westen bekend. De historiciteit van de details is niet meer te achterhalen want de karolingische bewerker liet zijn fantasie de vrije loop. Zijn voorbeelden zijn sterk legendarisch van karakter. Niettemin stemmen de bewerkingen wat de kerngegevens aangaat met elkaar overeen. Twee passages uit de hagiografische compositie spraken sterk tot de verbeelding en stimuleerden de verering van St. Blasius als beschermer tegen keelaandoeningen en patroon van de veehouderij: 1 Op de weg naar de rechtszaal - volgens een andere lezing: in de gevangenis - riep een wanhopige vrouw de hulp van de bisschop in voor haar zoontje, dat tengevolge van een grote visgraat in zijn keel de verstikkingsdood nabij scheen. Op het gebed van Blasius, die een kruis maakte over de mond van de jongen, kon het gezond naar huis; 2 Een andere vrouw, in het bezit van een varken, wendde zich tot de heilige, omdat een wolf er met het beest vandoor was gegaan. Dankzij het gebed van de bisschop bracht de 'tot inkeer gebrachte' wolf de buit ongedeerd terug. De verering van Sint Blasius raakte vanaf de 10e eeuw in geheel West-Europa verspreid.
- De kerk beschikt over een kleine reliek 'ex ossibus S. Blasii E. et M.' ('Uit het gebeente van St. Blasius, bisschop en martelaar'). De bijbehorende bisschoppelijke oorkonde, waarin verklaard wordt dat deze reliek authentiek is en bijgevolg ter verering mag worden uitgesteld, is niet meer voorhanden. De reliek is gevat in een geelkoperen ronde theca, die in een kruis past. Het gelijkarmige kruis rust op een getorste schacht en een driehoekige voet, alles van geelkoper en neogotisch. De reliek kan aldus worden uitgesteld, maar ook uit het kruis genomen worden en aan de gelovigen ter verering worden aangeboden.
- De kerk bezit een houten borstbeeld van Blasius als baardloze bisschop (hoogte 36 cm) uit circa 1700, met een cartouche voor een reliek die sinds lang verdwenen is. Dit barokke borstbeeld wordt normaliter in de sacristie bewaard. In plaats van het Blasiusaltaar bevindt zich nu ter rechterzijde van het priesterkoor een neogotisch, gepolychromeerd houten beeld van de heilige (hoogte 106 cm). Blasius is afgebeeld als bebaarde bisschop met kazuifel. In zijn linkerhand houdt hij twee kaarsen, terwijl hij de rechterhand zegenend omhoog heft.
Verering Devotie te Cadier en Keer
- De aanwezigheid van het borstbeeld uit het begin van de 18e eeuw zou kunnen wijzen op een Blasiusverering in die tijd. Er is echter niets bekend over de herkomst van dit beeld of het moment waarop het in de kerk is terechtgekomen. Het kan afkomstig zijn van de O.L. Vrouwekerk te Maastricht, waar toentertijd ook een devotie tot Blasius bestond. Als middel tot wat meer toeloop en inkomsten heeft het kapittel de kleine parochie, die door het Hollandse bestuur praktisch van alle bezittingen en inkomsten was beroofd en voortdurend met geldzorgen te kampen had, wellicht wat willen helpen door de schenking van dit merkwaardige beeld, dat in ieder geval een bisschop voorstelt, maar overigens geen enkel kenmerk vertoont dat wijst in de richting van Blasius. Het kan echter ook meegekomen zijn uit de abdij Valdieu, toen er in 1836 of al eerder nogal wat meubilair en sieraden vandaar naar de parochie zijn verhuisd.
- De oudst bekende schriftelijke getuigenis van een devotie tot Blasius is een aantekening van H. Göbbels in het parochieregister uit 1862. Deze priester, die er van 1856 tot 1866 pastoor was, bericht dat bisschop Paredis van Roermond in hetzelfde jaar 'Sint Blasius, die in deze parochie bij wijze van devotie reeds lang vereerd wordt, "provisorie et ad interim" tot tweede patroon ervan verheven heeft'. Aangenomen mag worden dat Cadier en Keer aan het begin van de 19e eeuw een bedevaartoord voor de streek was geworden. Onder pastoor Louis Joosten (1866-1898) bleef de toestand vrijwel ongewijzigd, naar het schijnt. Maar onder zijn opvolgers, pastoor Waelbers (1889-1902) en pastoor Oliviers (1902-1915) werd Cadier en Keer als bedevaartoord van Sint Blasius een grote trekpleister. In het nummer van 11 februari 1893 schrijft de krant Ons Zuiden dat er op de dag van Blasius en tijdens het octaaf 'nog nooit zoveel bezoekers te zien geweest zijn'. Op zondag onder het octaaf schatte men het aantal op meer dan 3000 en de andere dagen samen ongeveer evenveel. De verslaggever besluit zijn bericht aldus: 'Moge de voorspraak van onze grote patroonheilige bewerken dat de difteritus en andere keelkwalen ten spoedigste geheel mogen ophouden'. Met name voor dit doel kwamen de bedevaartgangers om de Blasiuszegen te ontvangen, de reliek van de heilige te vereren en te bidden dat zij op zijn voorspraak gevrijwaard zouden blijven van allerlei keelaandoeningen.

Blasiuszegen
- De bedoelde zegen is in de 15e eeuw in zwang gekomen. De celebrant houdt daarbij twee kaarsen, welke tevoren speciaal hiervoor gezegend zijn, kruiselings rond de hals van de ontvanger, terwijl hij een kort gebed uitspreekt, dat deze van allerlei keelziekten mag gevrijwaard blijven. Het Benedictionale, een liturgisch boek met zegeningsformulieren, in 1978 uitgegeven voor het Duitstalige gebied en gedeeltelijk, onder meer wat de Blasiuszegen aangaat, vertaald uitgegeven door de Nederlandse Nationale Raad voor Liturgie, bevat een dergelijk zegeningsgebed van de kaarsen. Het bedoelde formulier is een verkorte uitgave van een veel uitvoeriger oratie, die we aantreffen in de oudere edities van het Rituale Romanum.

Broederschap en litanie
- In 1904 werd door pastoor Oliviers de 'Broederschap van de heilige Blasius' opgericht, met als doel 'deze heilige op een bizondere wijze te vereren, teneinde door zijn voorspraak bevrijd te blijven van alle geestelijke en tijdelijke rampen, en vooral van alle keelziektes', aldus de statuten. De verering zal volgens dezelfde statuten gebeuren door 'dagelijks te zijner ere één Onze Vader en één Wees gegroet te bidden', gevolgd door de aanroeping 'Heilige Blasius, bisschop en martelaar, bid voor ons'; vervolgens 'op de feestdag van de h. Blasius of op een dag onder het octaaf de mis bij te wonen tot intentie van de levende en overleden leden van de broederschap' en zo veel mogelijk 'ook de Blasiusmis, die elke maand tot welzijn van de broederschap aan het altaar van Sint Blasius gezongen wordt'.
- In de 19e eeuw kwam ook de 'Litanie van de heilige Blasius' in zwang. Na de gebruikelijke gebedsformules aan het begin en einde wordt in deze litanie de heilige Blasius aangeroepen. In aansluiting op het verhaal van zijn passie is hierbij sprake van Blasius' deugdbeoefening, zijn verblijf tussen de wilde dieren, met wie hij in zijn schuilplaats vertrouwelijk omging, zijn gevangenname, zijn onbevreesde antwoorden aan de heidense rechter en de mishandeling die hij daarop onderging, zonder in zijn geloof en liefde tot God te wankelen, de door hem bewerkte genezingen tijdens zijn gevangenschap, zijn foltering met ijzeren haken, zijn vergevingsgezindheid ten opzichte van zijn vijanden, zijn wonderdadige redding van de verdrinkingsdood en de bijstand van de engelen die hij daarbij verkreeg. Tenslotte wordt de aandacht gericht op de vele wonderen, na zijn dood op zijn voorspraak door God verricht, waarna als laatste aanroeping volgt: 'H. Blasius, toevlucht en troost van lijdenden en bedrukten'. Over keelaandoeningen wordt in de litanie niet uitdrukkelijk gesproken. Het aantal leden van de broederschap en verdere bijzonderheden zijn niet meer te achterhalen, omdat het parochiearchief goeddeels verloren is gegaan. Toen men in 1921 in Cadier en Keer een fanfare oprichtte, kreeg deze de naam 'Sint Blasius'.

Neergang
- In de dagen rond het feest van Blasius werd er in Cadier en Keer de zogenaamde Lichtmiskermis gevierd. Vooral onder het pastoraat van Willem Bosch (1920-1942) groeide de viering verder uit. Er werd een plechtige hoogmis opgedragen, waaraan meestal priesters deelnamen die in de parochie ooit kapelaan waren geweest. Een der geestelijken hield dan een feestpreek ter ere van Blasius.
- Omstreeks 1930 begon het aantal pelgrims geleidelijk terug te lopen, hetgeen zich in het daarop volgende decennium in versneld tempo voortgezet heeft. Begin 1952, onder pastoor Frissen (1950-1963), herleefde de verering enigszins. Er was een plechtige hoogmis op Blasiusdag, waarbij beeld en relikwie door kaarsen en bloemen extra aandacht kregen, terwijl natuurlijk ook de Blasiuszegen werd gegeven. Hoewel sinds de jaren vijftig nog maar weinig bedevaartgangers van buiten de parochie naar Cadier komen, is de devotie bepaald nog niet verdwenen. In de jaren negentig van de 20e eeuw werd jaarlijks op 3 februari het genoemde borstbeeld feestelijk versierd in de dagkapel geplaatst, voor de mis ter ere van Blasius. De grote toeloop was echter in het daarop volgende weekend. In de zondagspreek werd de nodige aandacht aan de tweede parochiepatroon besteed en na de mis ontvingen allen de Blasiuszegen. In de café's placht het daarna druk te zijn, een restant van de vroegere kermis. De laatste jaren was het ook gebruikelijk geworden het versierde borstbeeld van Blasius mee te dragen in de jaarlijkse sacramentsprocessie.
- De inrichting van de Blasiuskapel in 1992 vormde voor de pastoor en enkele parochianen de aanleiding om de Blasiusbroederschap te revitaliseren, die in de jaren vijftig een stille dood was gestorven. Op 30 januari 1999 werden zo'n 25 leden geïnstalleerd, voorzien van een rode sjerp met de tekst 'Broederschap H. Blasius'. De statuten werden vernieuwd, naar het voorbeeld van de statuten van de broederschap van St. Servaas in Maastricht.
Materiële cultuur Devotioneel drukwerk
- 1 Mogelijk rond het midden van de 19e eeuw werd de Litanie van de heilige Blasius gedrukt; 2 1n 1904 zijn de Statuten der Broederschap van den H. Blasius gedrukt.


Bronnen en literatuur Archivalia: Maastricht, gemeentearchief: register met diverse aantekeningen betreffende de parochie van Cadier en Keer 1796-1864 (archiefnr. 13, archiefmap 2.8).
Tekstedities: J. Bollandus, Inleiding op de Passiones S. Blasii, in: Acta Sanctorum, Februarii tomus primus (Parijs: Victor Palmé, 1863) p. 334-340; (Griekse) Passio Sancti Blasii (Bibliotheca Hagiographica Graeca nrs. 276, a-c; en 277, a-k; zie ook Nov. Auctarium) ; J.P. Migne, Patrologia graeca, dl. 116 (Parijs 1891) k. 817-830; Menologium Graecorum , XI. Februarii; J.P. Migne, Patrologia graeca 117 (1894) k. 307, nr. 179; (Latijnse) Acta SS. Blasii episcopi et sociorum ejus, Martyrum (Bibliotheca Hagiographica Latina, nrs. 1370-1380); Acta Sanctorum, Februarii tomus primus (Parijs: Victor Palmé, 1863) p. 340-357; (BHL nr. 1379 en de bijbehorende Voorrede (BHL nr. 1380) is de bewerking van Guarimpotus.
Literatuur: Dagblad 'Ons Zuiden', 11 februari 1893; Voorlopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst, Deel VIII: De provincie Limburg, eerste stuk, Amby-Meer (Utrecht: Oosthoek, 1926) p. 161-163; G. Simenon, Visitationes archidiaconales archidiaconatus Hasbaniae in dioecesi Leodiensi ab anno 1613 ad annum 1763 (Luik 1939) p. 120-121; 'De St. Blasius-devotie bloeide eeuwenlang in Cadier en Keer', in: Gazet van Limburg, 1 februari 1952, p. 2; 'Zeer oude devotie hervat', in: Gazet van Limburg, 24 januari 1953, p. 2; Jozef Cordie, 'Volksbedevaarten tegen kwaal van mensch en vee in Limburg', (Leuven: scriptie KU Leuven, 1943) p. 78; Lexikon für Theologie und Kirche, dl. 2 (Freiburg 1994) k. 519-520, Blasius en zegen; W. Marres & J.J.F.W. van Agt, De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst. Deel V: De provincie Limburg derde stuk: Zuid-Limburg, uitgezonderd Maastricht- (Den Haag: Staatsuitgeverij 1962) p. 95-98; A. van Berkum, 'Het zaalkerkje van Oud-Lemiers', in: Publications S.H.A. Limbourg 111 (1975) p. 69-101; Zegeningen uit het romeins rituaal. Een studie-uitgave (Zeist: Nationale Raad voor Liturgie, 1986) p. 38-39, over de Blasiuszegen ('Eerste vorm'); J. van Frankenhuijsen, 'Inzegening St.-Blasiuskapel', in: Onder ôs, Cadier en Keer 30, nr 11 (4 oktober 1992); J. Purnot, 'Van schakelstation naar St.-Blasiuskapel', in: Nieuwsbrief Stichting Kruisen en Kapellen in Limburg 3 (juni 1993) p. 4; Th.J. van Rensch, 'Onderbetaalde pastoors versus het Maastrichtse kapittel van Onze Lieve Vrouwe in de achttiende eeuw', in: Publications S.H.A. Limbourg 131 (1995) p. 97-101; Guus Sluysmans, De meester-werken van Guus Sluysmans: over vervlogen tijden (Margraten: 'Oet de Riestepot', 1998) p. 181; W.J. Bitter e.a., De legende van de heilige Blasius. Blasiuskerken in Nederland en België (Delden: Stg. Drents-Overijsselse kerken, 1998) p. 22-23; René Willems, 'De kerk, dat zijn we zelf. Broederschap van Sint Blasius geeft kerkdiensten meer inhoud', in: Limburgs Dagblad, 1 februari 1999; Vera Hamers, 't Kapelke... Kapellen langs velden en wegen in Zuid-Limburg (Eindhoven: Kempen, 1999) p. 55-57.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Cadier en Keer-Blasius.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<