Gemert, H. Kruis

Cultusobject: H. Kruis
Datum: Onbekend
Periode: Na ca. 1220 - ca. 1800
Locatie: H. Kruiskapel / St. Willibrorduskapel (na ca. 1220); St. Janskerk (na ca. 1450)
Adres: St. Janskerk (parochie Gemert-kern), Kerkstraat 2, 5421 KX Gemert
Gemeente: Gemert-Bakel
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Volgens een vaak herhaalde overlevering werd de H. Kruiskapel, later ook vermeld als St. Willibrorduskapel, te Gemert druk bezocht door pelgrims nadat ze van een ridder van de Duitse Orde een grote reliek van het H. Kruis had gekregen. De bouw van de parochiekerk zou voor een belangrijk deel bekostigd zijn uit de gaven der bedevaartgangers. Hoewel er omstreeks 1800 een einde kwam aan deze devotie, is de reliek nog steeds uitgestald in een H. Kruisaltaar in de parochiekerk.

Auteur: Ton Thelen & Charles Caspers
Illustraties:
Topografie - In 1271 bevestigde de hertog van Brabant de tweeherigheid van Gemert tussen Diederik van Gemert (uit het adellijk geslacht van de heren van Gemert) en de sinds omstreeks 1220 te Gemert gevestigde Duitse Orde (Balije Alde Biesen, B); na enkele slepende geschillen droeg de hertog in 1366 de gehele heerlijkheid aan de Duitse Orde over.
- In kerkelijk opzicht ressorteerde Gemert tot 1437 onder de St. Willibrordusparochie te Bakel. Reeds in de eerste helft van de 13e eeuw beschikte Gemert wel over een, aan het H. Kruis en aan St. Willibrord gewijde, kapel die net als de Bakelse kerk werd bediend door (of namens) benedictijnen van de Abdij te Echternach. Bij de kapel lag een kerkhof. Deze kapel (ten oosten van de huidige parochiekerk, aan de overzijde van de straat), reisdoel van talrijke pelgrims, heeft tot omstreeks 1450 als zodanig gefungeerd, daarna kreeg ze een nieuwe bestemming als herberg. In Gemertse schepenprotocollen uit de 16e eeuw is deze herberg bekend onder de naam 'In de Oude Kerk'.
- Vanaf 1437, enkele jaren voordat de nieuwe aan St. Jan gewijde parochiekerk in gebruik zou worden genomen, viel Gemert ook in kerkelijk opzicht onder de Duitse Orde. De in of kort na 1450 voltooide kerk was ongeveer 31 meter hoog en ongeveer even lang; in 1482 werd in de kerk een koordienst ingesteld, die werd behartigd door twaalf leden van de Duitse Orde. In 1510 bezat de St. Janskerk onder meer een H. Kruisaltaar waaraan op maandag, woensdag en vrijdag een mis werd opgedragen.
- Tijdens de Nederlandse Opstand bleef Gemert gespaard van oorlogshandelingen, maar in de periode 1649-1662 viel de heerlijkheid onder het bewind van de Republiek en werd het kerkinterieur deels vernield en deels verkocht. In 1662 verkreeg de Duitse Orde opnieuw het beheer over de kerk die in 1683 door de bisschop van Roermond, Reginald Cools, werd gewijd. In 1797 werd het gebied ingelijfd door Frankrijk, in 1800 overgedragen aan de Bataafse Republiek om vanaf 1813, tot op heden, deel te worden van het Koninkrijk der Nederlanden.
- In 1853 werd het kerkgebouw aanzienlijk vergroot onder leiding van de architect Van Tulder; in 1870 onderging het interieur grote veranderingen. In 1975-1977 werd de kerk gerestaureerd.
- In 1818 werd door pastoor H. den Dubbelden het kruisaltaar, dat eertijds door de landcommandeur was geschonken, uit de kerk verwijderd.
Cultusobject - Wichmans (1632) beschrijft het cultusobject als een beeld (imago) van het kruis, dat in de kerk een plaats had voor het hoogkoor, en dat in de borst van de gekruisigde een klein verguld kruis droeg dat zichtbaar was dankzij een kristal (-venster).
- Van het vergulde kruisje geeft Den Dubbelden de volgende omschrijving:

'een gouden kruis, dat bij wijze van een gouden schrijn gemaakt was en stukjes steen als marmer bevatte en ook deeltjes van zeer oud hout, dat bijna zwart van kleur was'.

- Thans prijkt het kruisje (ca. 4 x 2 cm) in een houten processiekruis, geplaatst in een in 1977 verworven altaar dat afkomstig is uit de kapel van het voormalige kleinseminarie van Sint-Michielsgestel. Omdat het schrijntje aangeslagen is, zijn de relikwieën niet meer zichtbaar.
Verering - In de loop van de tijd - het precieze jaar is niet bekend, in ieder geval pas na circa 1220 - stond de kapel bekend als de 'Capel van het H. Cruys van miracul'. Schutjes vermeldt (1872) dat volgens de overlevering de Willibrorduskapel te Gemert aanzien verwierf nadat een van de ridders van de Duitse Orde een relikwie van het H. Kruis had geschonken.

'Om dezen heiligen schat te vereeren stroomden er weldra bedevaartgangers in menigte naar Gemert, en werd de kapel door dien toevloed veel te klein. Noodwendig rees het denkbeeld op om eene nieuwe en groote kerk te bouwen, waartoe de fondsen deels uit vrijwillige offers reeds aanwezig waren'.

Getuige de notities van Albertus Strijbos (†1624), pastoor en eerste rector van de Latijnse School te Gemert, werd de St. Janskerk gebouwd uit het erfgoed van de eerste pastoor van Gemert, Jan van Attendoren (†1458) en uit 'den offer die vant H. Cruys van miracul quaem'.
- Ofschoon in 1653 in opdracht van de Staten Generaal een openbare verkoop werd gehouden van wat nog restte aan kerkornamenten van de St. Janskerk, waaronder twee grote kruisen, kon het kruisje tijdig in veiligheid worden gebracht.
- Na het herstel van de soevereiniteit van de Duitse orde in 1662 zijn in de parochiekerk vijf altaren opnieuw opgericht, waaronder dat van het H. Kruis dat werd geschonken door de landcommandeur.
- De devotie tot het H. Kruis kreeg een nieuwe impuls in 1766, met de goedkeuring van de statuten van de Broederschap van het H. Kruis door paus Clemens XIII.
- Zoals gezegd werd het H. Kruisaltaar in 1818 door pastoor Den Dubbelden verwijderd; vanwege het groeiend aantal parochianen diende er meer ruimte te worden gecreëerd in het kerkgebouw. Om te voldoen aan de godsvrucht der gelovigen en aan het verlangen van zijn opvolger, pastoor Joannes Verhagen (1834-1860), stelde Den Dubbelden - zelf inmiddels apostolisch vicaris geworden - in 1840 de relikwie weer ter verering beschikbaar. Omdat de authenticiteitsbewijzen van het kruispartikel en de steentjes (van het H. Graf) ontbraken, vermeerderde hij het geheel met een 'zeker-echt stukje' van het H. Kruis.
- In 1917 zond pastoor Lambert Poell (1915-1937) het schrijn naar het bisdom om het schoon te laten maken: het was geheel door vocht aangeslagen. Nadien werd het aan het verzamelde kerkvolk getoond op Goede Vrijdag en op het feest van Kruisverheffing (14 september). In de jaren zestig hield dit gebruik op te bestaan.
- Gelet op de ingrepen van Den Dubbelden zal vermoedelijk kort na 1800 een einde zijn gekomen aan een lang bestaande bedevaarttraditie, die nog anderhalve eeuw zou blijven voortbestaan als een devotie binnen de parochie.
- Mogelijk kan, in verband met de oude cultus, nog genoemd worden het bestaan in de St. Janskerk van een H. Graf, reeds vermeld in 1588, met daarin een liggend Christusbeeld. Dit beeld is mogelijk later (waarschijnlijk na de kerkvergroting in 1853) overgebracht naar de Magdalenakapel in het gehucht ⟶ Esdonk. Voorts zij nog vermeld het zogenaamde 'kruisslepen' langs de bedevaartweg van Handel naar Gemert, waarvan dominee S. Hanewinkel met afgrijzen gewag maakte (⟶ Esdonk, Christus). Dit gebruik heeft de Franse Tijd niet overleefd.

Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Hertogenbosch, Rijksarchief Noord-Brabant: Commanderij-archief Gemert, nrs. 111-115, stukken m.b.t. de oprichting van de parochie in de 15e eeuw. Gemert, parochiearchief St. Jan: Register van Gautius en Registrum Memoriale.
Tekstedities: G. Bannenberg, A. Frenken & H. Hens ed., De oude dekenaten Cuijk, Woensel en Hilvarenbeek in de 15de- en 16de-eeuwse registers van het aartsdiakenaat Kempenland, dl. 2 (Nijmegen: Gebr. Janssen, 1970) p. 296; J. van Laarhoven ed., Het schetsenboek van Hendrik Verhees ('s-Hertogenbosch: Merlijn, 1975).
Literatuur: Augustinus Wichmans, Brabantia Mariana tripartita (Antwerpen: Cnobbaert, 1632) p. 409; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch, dl. 3 (St. Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1872) p. 683-685; G. van den Elsen, Geschiedenis van de Latijnsche School te Gemert ('s-Hertogenbosch: Mosmans, 1887) p. 12-13; Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 463-464; Officieel kerkbericht van de kerken van Gemert, 13 april 1919, nr. 20, p. 3; L.J.J.M. Poell, De Duitsche Ridders te Gemert (Helmond:: N.V. Boek- en Handelsdrukkerij `Helmond', 1923) p. 4-5; Michael Schoengen, Monasticon Batavum, dl. 2 (Amsterdam: N.V. Amsterdamsche Uitgevers Maatschappij, 1941) p. 67-68; M.H.J. Pennings, 'Een verkoping te Gemert in 1653', in: Gemerts heem 17 (1964-1965); M.H.J. Pennings, D'aauw kerk in 't nieuw. De Sint Janskerk van Gemert (Gemert: Drukkerij 'Gemert', 1977); Martien van der Wijst, Beknopte geschiedenis Gemert (Gemert: Heemkundekring 'De Kommanderij Gemert', 1980) p. 24-25; Ad Otten, De vestiging van de Duitse Orde in Gemert 1200-1500 (Gemert: Heemkundekring `De Kommanderij Gemert', 1987) p. 40-50; Peter Lathouwers, 'Handel, een Mariaoord', in: Ton Thelen ed., Commanderij Gemert. Beeldend verleden (Gemert: Heemkundekring 'De Kommanderij Gemert', 1990) p. 100-102.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Gemert
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<