HomeDatabankenBedevaarten

Schaijk, H. Lucia

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Lucia
Datum: 13 december (+ zondag erna)
Periode: Ca. 1780 - 19e eeuw
Locatie: Parochiekerk van St. Antonius Abt
Adres: Pastoor van Winkelstraat 1, 5374 ZG Schaijk
Gemeente: Landerd
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Omstreeks 1800 vonden bedevaarten plaats naar de relieken van St. Lucia in de parochiekerk van Schaijk. Een eeuw later lijken deze bedevaarten weer te zijn verdwenen.
Auteur: Marc Wingens
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De 15e-eeuwse kapel van St. Cornelius en St. Hubertus, afhankelijk van de parochie Herpen, werd in 1667 de kerk van een zelfstandige parochie die aan Antonius Abt was toegewijd. De parochie Schaijk behoorde tot de heerlijkheid Ravenstein die ten opzichte van de Nederlandse Republiek een autonome positie innam, onder andere op religieus gebied.
- De kerk is in 1827 vervangen door een ruimere waterstaatskerk; de toren liet men staan. In de jaren 1894-1902 is het classisistische gebouw vervangen door een neogotisch. De architecten waren P.T. Stornebrink en W. van Aalst. De middeleeuwse toren is toen ommanteld met machinale baksteen. In de jaren zeventig onderging het interieur van de kerk een ingrijpende versobering; de toren werd van diverse ornamenten ontdaan.
Cultusobject - Zie voor St. Lucia ⟶ Ravenstein.
- De kerk bezit een reliek 'Ex Ossibus Ste Luciae' ('Uit het gebeente van St. Lucia') in een ovale zilveren theca (Ø ca. 3 cm) met een oogje. Het botpartikel is bevestigd op een groen stukje stof. Onder het stukje bot is een papiertje vastgemaakt met de tekst 'S. Luciae v.m.' ('Van de H. Lucia maagd en martelares'). Bij de reliek hoort een echtheidscertificaat d.d. 21 april 1845. De reliek moet in 1845 al geruime tijd in bezit van de parochie zijn geweest, aangezien er in 1827 al sprake van is. De ovale theca zit in een ronde zilveren houder (Ø 6 cm) met aan de achterzijde een ring. Een geestelijke kon de houder met deze ring aan een vinger steken om hem ter kusverering op te houden. De houder met reliektheca werd in 1998 aangetroffen in de kluis van de parochiekerk, geplaatst in een reliekmonstrans. Deze stralenmonstrans is van wit metaal, dateert uit de 19e eeuw en is 39,5 centimeter hoog. Hij is niet speciaal voor de Luciareliek gemaakt en kan ook andere reliekhouders bevatten.
- De kerk bezit een bruin geschilderd houten beeld van St. Lucia (hoogte ca. 1,5 m) dat omstreeks 1900 is gesneden. Het is onwaarschijnlijk dat dit beeld een cultusfunctie heeft gehad. Het beeld maakt deel uit van een serie waartoe tevens beelden behoren van de heiligen Antonius Abt, Antonius van Padua, Isidorus en Franciscus Xaverius. Het Luciabeeld hangt aan de linkerzijde van het priesterkoor.
Verering - Blijkens aflaatbrieven in het Schaijkse parochiearchief kon sinds 1782 ter ere van de kerkpatroon St. Antonius Abt en van St. Lucia een volle aflaat worden verdiend op beider feestdagen. Hieraan werd door paus Pius VI in 1788 een volle aflaat toegevoegd die speciaal ter ere van Lucia kon worden verworven op haar feestdag (13 december) en de daarop volgende zondag. In de jaren tachtig van de 18e eeuw heerste in Schaijk en omgeving een hevige rode-loopepidemie (een vorm van dysenterie). Lucia werd beschouwd als patrones tegen de rode loop (vgl. ⟶ Steensel). De epidemie zal dan ook tot de aanvraag van de aflaten in Rome aanleiding hebben gegeven.
- De aflaten en de Luciareliek wijzen op een intensieve verering van Lucia aan het einde van de 18e en in de eerste helft van de 19e eeuw. Dit wordt bevestigd door een litanie uit 1827 waaruit tevens het bedevaartkarakter van de devotie blijkt:

'[...] Lucia [...] wier H. Reliquien met grooten toeloop en devotie, op den feestdag en Zondag daar op volgende, als ook op alle bijzondere feestdagen van het jaar, uitgesteld en vereert worden in de Parochiale Kerk te Schaijk'.

In de litanie wordt Lucia genoemd als 'Bijzondere Patrones tegen den Rooden Loop [dysenterie], Bloedvloed, kwade Kelen, kwade Oogen, heete Koortsen, en andere besmettelijke Ziekten en Kwalen'. Zij is 'Magtige Voorsprakeres van de Parochie Schaijk en andere omliggende Plaatsen'. Overigens is het opvallend dat de litanie werd uitgegeven in het jaar dat de nieuwe parochiekerk gereed kwam. Misschien werd in 1827 extra propaganda voor de verering gemaakt in de hoop op meer bezoekers en daarmee meer inkomsten ter bekostiging van de bouw van de kerk.
- Volgens de geschiedschrijver van het bisdom 's-Hertogenbosch, Schutjes, bestond de bijzondere verering van Lucia zo'n 40 jaar later nog steeds. Over bedevaarten rept hij echter niet. Een spaarzame blijk van de Schaijkse Luciaverering aan het begin van de 20e eeuw (of een poging om de verering nieuw leven in te blazen?) is een brief uit 1905 van een Megense franciscaan in antwoord op een verzoek van pastoor Van Winkel om naspeuringen in het kloosterarchief naar de oorsprong van de Schaijkse Luciaverering. De franciscaan meldt dat hij niets heeft kunnen vinden. Dezelfde pastoor Van Winkel noemt in de dekenale vragenlijst van 1917 Lucia in zijn antwoord op de vraag of er in de parochie een 'geheele speciale devotie tot den eenen of anderen Heilige' bestaat. Verdere tekenen van die verering of een bedevaart zijn niet gevonden.
Materiële cultuur - 1 Godslamp van zilver uit 1892, gemaakt door H. van Gardinge uit Eindhoven, met op de sierband St. Lucia, naast Carolus Borromeus en Antonius Abt; 2 Ciborie van verguld zilver uit 1913, gemaakt door H. van Gardinge uit Eindhoven, met op de voet St. Lucia, naast Christus, Maria, Jozef, Carolus Borromeus en Antonius Abt.

Devotioneel drukwerk
- 'Litanie uit het leven en ter eere van de H. Maagd en Martelares Lucia, [...] vereert [...] in de Parochiale Kerk te Schaijk' (Grave: A. van Dieren, 1827; approbatie A.E. Borret; 4 p.).
Bronnen en literatuur Archivalia: Schaijk, parochiearchief.
Tekstedities: J. Van Laarhoven ed., Het schetsenboek van Hendrik Verhees ('s-Hertogenbosch: Merlijn, 1975) p. 114-115.
Literatuur: J.A. Coppens, Nieuwe beschrijving van het bisdom van 's-Hertogenbosch, dl. 4 ('s-Hertogenbosch: J.F. Demelinne, 1844) p. 79 en 109; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's Hertogen-bosch, dl. 5 (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1876) p. 632; Wim Brands, Schaijk in vertellingen (Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1973); Wat heet gezond? Een kroniek over gezondheid en ziekte in het Maasland (Oss: Gemeentelijk Jan Cunen Centrum, 1987) p. 28, de rode loop.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Schaijk; informatie in 1998 van dhr. J. van der Heyden te Schaijk.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<