HomeDatabankenBedevaarten

Weert, HH. Hieronymus en Antonius van Weert

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: HH. Hieronymus en Antonius van Weert
Datum: 9 juli; gehele jaar
Periode: 1867 - 1960 (?)
Locatie: Parochiekerk van St. Martinus / voormalige kloosterkerk van het minderbroedersklooster op de Biest
Adres: St. Martinuskerk: Maasstraat 15, 6001 EB Weert; kloosterkerk: Biest 43, 6001 AP Weert
Gemeente: Weert
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: Na de heiligverklaring van de Martelaren van Gorcum in 1867 kwam een bedevaart op gang naar de St. Martinuskerk, ter ere van de twee uit Weert afkomstige martelaren, de franciscanen Hieronymus en Antonius. In 1885, toen in de kerk een monument van deze twee heiligen werd opgericht, kreeg de bedevaart nieuw elan. Bij het onderhouden van de bedevaartcultus hebben de franciscanen van het klooster op de Biest een belangrijke rol gespeeld. Toen in 1922 in de paterskerk een altaar werd opgericht dat was gewijd aan de twee martelaren, beschikte de cultus in feite over twee locaties. Toch heeft noch de reguliere, noch de seculiere geestelijkheid ernaar gestreefd om de bedevaart te bestendigen. Vanaf de heiligverklaring werd door de plaatselijke geestelijkheid gewezen op het belang van -> Brielle (dl. 1) als pelgrimsoord voor de martelaren. Vanaf de jaren twintig, toen de eerste grote groepsbedevaarten vanuit Weert en omstreken naar Brielle werden georganiseerd, kwam de plaatselijke cultus nog meer in de schaduw te staan van de nationale cultus. Toch zou de in de St. Martinuskerk ontstane bedevaart nog vele jaren worden voortgezet naar de paterskerk.
Auteur: Charles Caspers
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie St. Martinuskerk
- Op 21 juli 1501 legde graaf Jacob van Horne de eerste steen voor de St. Martinuskerk, ter vervanging van een oudere kerk die aan dezelfde heilige was gewijd. Het oorspronkelijke ontwerp van een hallenkerk is niet consequent uitgewerkt, wellicht is de kerk in twee fasen gebouwd. Eind augustus 1566 - waarschijnlijk kort na de voltooiing van de bouw - werd het kerkinterieur vernield door beeldstormers, maar reeds begin juni 1567 kon de kerk, voorzien van enkele nieuwe altaren, weer in gebruik worden genomen. De mecenas van de herstelwerkzaamheden, Philips van Montmorency, graaf van Horne, werd in 1568 op bevel van de hertog van Alva onthoofd. Later is hij begraven voor het hoofdaltaar in de St. Martinuskerk.
- In de 17e en 18e eeuw waren herhaaldelijk restauraties nodig, maar tevens werd gewerkt aan verdere verfraaiing van de kerk. In 1885 werd een tegen de zuidzijde van kerk aangebouwde bergplaats gerestaureerd en ingericht tot kapel van de HH. Hieronymus en Antonius, voorzien van een neogotisch aan de twee heiligen gewijd altaar. In de kapel werd tevens een gebrandschilderd raam geplaatst met een voorstelling van beide martelaren en van verschillende eucharistische symbolen. Tot dat jaar stond de bergplaats bekend als het 'gravenkoortje', omdat zich hier ooit de zitplaatsen zouden hebben bevonden van de graaf van Horne en zijn gezin. Tussen 1887 en 1889 werd de tot dan toe onvoltooid gebleven toren hoger opgetrokken en voorzien van een spits, die in 1940 verloren ging door een storm. In 1960 werd de toren weer gerestaureerd; tussen 1975 en 1982 werd de kerk grondig gerestaureerd.

Het klooster op de Biest
- De historie van de franciscanen in Weert - buurtschap 'de Biest' - begint in 1461 toen Johanna van Meurs, echtgenote van graaf Jacob I, op haar sterfbed haar verlangen uitte om van de (toen) ten noorden van Weert liggende en uit omstreeks 1290 daterende burcht van de heren van Horne, de 'Aldenborgh', een minderbroedersklooster te maken. Deze wens werd gerealiseerd en het klooster en bijbehorende kerk werden onder patronage gesteld van de kerkvader Hieronymus, die tevens beschermheer was van het geslacht van Horne. Eeuwenlang zou er een hechte band blijven bestaan tussen het klooster en het grafelijk huis. Tijdens de Nederlandse Opstand maar ook in de periode daarna werd het klooster met de kloosterkerk enkele keren zwaar beschadigd of nagenoeg verwoest (1578), maar steeds weer hersteld. De Franse bezetters maakten in 1797 een einde aan de kloostergemeenschap die zich pas omstreeks 1820 stap voor stap zou herstellen. In 1836 kwamen de franciscanen weer in het bezit van de 'Aldenborgh'.
- In 1853 werd het klooster in Weert hoofdklooster en provincialaat van de Nederlandse minderbroedersprovincie.
- Op 19 december 1922 werd in de paterskerk een nieuw altaar gewijd ter ere van de Weerter martelaren, dat daarom ook 'Martelarenmonument' werd genoemd. Dit monument, bekostigd uit giften van de plaatselijke bevolking, geldt als het laatste werk van Pierre Cuypers (? 1921).
- In 1954 werd op verzoek van de bisschop het rectoraat op de Biest opgericht dat werd toevertrouwd aan de zorg van de franciscanen. In 1962 werd voor het rectoraat een nieuwe kerk gebouwd met de H. Franciscus van Assisi als patroon; de oude kloosterkerk bleef nog geruime tijd toegankelijk als gebedsruimte. Een jaar eerder, in 1961, vierde het klooster zijn 500-jarig bestaan. Tot 1966 zou het nog fungeren als noviciaat voor priester-studenten; in hetzelfde jaar werd het rectoraat tot parochie verheven. In 1973 werd het kloostergebouw bestemd tot kloosterbejaardenoord; het provincialaat werd naar Utrecht verplaatst. Thans fungeert het koor van de voormalige paterskerk als gebedsruimte voor de paters en zusters uit het kloosterbejaardenoord. Het overige deel, met daarin nog altijd het 'Martelarenmonument', wordt gebruikt voor exposities en andere culturele activiteiten.

Geboortehuis Hieronymus van Weert
- Het huis op de hoek van de Langstraat en de Van Berlostraat was volgens de overlevering het geboortehuis van Hieronymus van Weert. Later is op die plaats het hoofdkantoor van aannemingsmaatschappij Wilma gebouwd. Ter herinnering aan de heilige heeft men bij de opening in 1958 een betonreliëf (ontwerp P. Schoenmakers uit Roermond) laten aanbrengen waarop de heilige met zegepalm en evangelieboek is afgebeeld; verder zijn twee elementen uit zijn leven uitgebeeld: een schip als verwijzing naar zijn pelgrimage naar het H. Land en een verzetsdaad van vlak voor zijn marteldood. Over het geboortehuis van Antonius van Weert, -> Kampershoek en Rosveld.
Cultusobject - Hieronymus van Weert werd omstreeks 1522 geboren in Weert. Hij werd minderbroeder franciscaan in zijn geboortestad en later pastoor van Overijssche. Ook ondernam hij een pelgrimage naar Jeruzalem, waar hij enige tijd in gevangenschap verbleef. In 1570 werd hij benoemd tot ondergardiaan van het franciscanenklooster te Gorcum. Voor Antonius van Weert, zie -> Kampershoek en Rosveld. Beide franciscanen werden in 1572, samen met nog 17 andere priesters en kloosterlingen, door de geuzen gevangen genomen en op 9 juli van dat jaar vermoord in een turfschuur bij Brielle (? Brielle, Martelaren van Gorcum, dl. 1). In 1675 werden de 19 martelaren zalig verklaard; op 29 juni 1867 werden zij door paus Pius IX heilig verklaard.
- In 1867 verwierf de parochie een kleine reliek van beide (?) martelaren, die nog steeds jaarlijks (op de zondag voor 9 juli) in een bronzen neogotisch schrijn wordt uitgesteld. Later zijn door de kloosterkerk nog twee relieken van de martelaren aan de St. Martinuskerk geschonken.
- Het tweede cultusobject staat in de St. Martinuskerk en is het zogenoemde 'monument' (altaar) in het voormalige 'gravenkoortje' (zie bij Topografie) dat bij de inhuldiging ervan in 1885 werd voorzien van twee beelden (ca. 1 m hoog), voorstellende Hieronymus en Antonius, vervaardigd door de firma Smeets uit Weert (zie ook bij Verering).
- Na 1922 werd de functie van cultusobject overgenomen door het 'Martelarenmonument' in de paterskerk (zie ook bij Topografie en Verering).
Verering De heiligverklaring in 1867

- Voor de opkomst en de verdere stimulering van deze bedevaart waren vooral de heiligverklaring van de Martelaren van Gorcum (in 1867) en de inhuldiging van het monument in de St. Martinuskerk (in 1885) van belang. De heiligverklaring door Pius IX van de 19 martelaren had een toename van de cultus in heel Nederland tot gevolg, mede onder invloed van de snelle groei van bedevaarten uit geheel Nederland naar Brielle. In het kielzog daarvan groeide in de regio Weert de devotie voor de twee eigen heiligen. Bij de heiligverklaring te Rome op 29 juni 1867 was ook de pastoor-deken van Weert, F.A.H. Boermans, als vertegenwoordiger van bisschop Paredis aanwezig. Hij keerde huiswaarts met een pauselijke aflaatverlening, geldig voor een periode van tien jaar, voor hen die in de kerk bepaalde godsdienstige oefeningen verrichtten en/of op 9 juli of de daaropvolgende zondag in de kerk de twee martelaren kwamen vereren. Van 1 tot en met 11 november werd de heiligverklaring in de parochie met ettelijke feestelijkheden gevierd. Een hoogtepunt was op 10 november de processie waarbij de relikwie vanaf de pastorie in de Bleekstraat (via de Hoogensteenweg en de Hoogstraat) naar de kerk aan de Markt werd gebracht. De periode van tien jaar om de aflaat te mogen verlenen werd verlengd door Pius' opvolger, Leo XIII, die in 1878 en 1891 eveneens de verlening van een volle aflaat toestond op de feestdag van de HH. Hieronymus en Antonius (9 juli).
- Volgens een later verschenen noveenboek (1894) bracht de nieuwe cultus ook met zich mee dat honderden vreemdelingen 'van heinde en verre' naar de kerk kwamen om Hieronymus en Antonius om hun voorspraak te vragen.

De inhuldiging van het nieuwe monument in 1885

- In 1885 kreeg de bedevaart een nieuwe prikkel met de inhuldiging van een 'monument', bestaande uit een kapel met altaar, dat meteen een belangrijke plaats in de cultus kreeg.
Een afgesloten bergruimte, die wellicht eens had gefungeerd als het privé-koor van de graven van Horne, werd na restauratie bestemd tot plaats om het monument op te stellen. Op 9 augustus 1885 werden de inwoners van Weert plechtig toegewijd aan hun twee heilige stadsgenoten. Twee beeldjes, Hieronymus en Antonius voorstellende, werden in de paterskerk gewijd door mgr. Boermans (in dat jaar coadjutor geworden van het bisdom Roermond en van 1886 tot 1890 bisschop) en vervolgens op een baar in processie door de stad naar de St. Martinuskerk gedragen. 's Anderendaags werd de inhuldiging gevierd met een hoogmis, lof en andere feestelijkheden; aansluitend was er een octaaf met iedere avond een speciaal lof. Al deze feestelijkheden waren op de eerste plaats bedoeld voor de eigen parochianen. Vanaf 1885 werd de feestdag te Weert jaarlijks met een noveen gevierd. De schrijver van het genoemde noveenboek merkt over de functie van het monument op: 'Het zal voor onze nakomelingen een treffend gedenkteken blijven, en de vreemdelingen, die in latere tijden de fraaie Sint Martinuskerk bezoeken, tot godsvrucht jegens onze Heiligen opwekken'.
- Op zondag 15 juli 1917 vierde Weert het gouden jubileum van de heiligverklaring. Vanaf de paterskerk trok een historische stoet naar de St. Martinuskerk. In deze stoet werden onder meer de strijd en de verheerlijking van de martelaren uitgebeeld. Ondanks deze luister was de cultus in de Martinuskerk toen waarschijnlijk al jaren teruggelopen tot vooral een lokale verering.

De cultus in de paterskerk

- In Weert kende het franciscanenklooster op de Biest reeds voor zijn herstel in 1836 een aantal populaire devoties. Hierbij kan gedacht worden aan de devoties die werden uitgedragen door de mannenbroederschap van het koordje van St. Franciscus (in 1604 in de kloosterkerk opgericht), de vrouwenbroederschap van O.L. Vrouw van Zeven Smarten (in 1644 in de kloosterkerk opgericht), maar ook aan de zogenoemde Portiuncula-aflaat die vanaf 1652 eeuwenlang jaarlijks op het feest van O.L. Vrouw ter Engelen (2 augustus) duizenden gelovigen naar de kloosterkerk trok uit Weert en verre omstreken. Na 1836 werd in de paterskerk een broederschap van de H. Jozef opgericht (1860; 10.000 leden) en een Erewacht van het H. Hart (1920; 2000 leden). De (bedevaart)cultus van Hieronymus en Antonius was in 1867 weliswaar ontstaan in de St. Martinuskerk, maar uit het verslag van de genoemde feestelijke gebeurtenissen in 1885 en 1917 wordt duidelijk dat de franciscanen intensief betrokken waren bij deze verering van twee van hun orde- en kloostergenoten.
- Toen eind 1922 in de paterskerk het zogenoemde 'Martelarenmonument' werd opgericht (zie bij Topografie), waren er in Weert twee cultusplaatsen van de beide martelaren. In een noveenboekje uit 1933 staat vermeld dat aan dit altaar elke donderdag een mis werd gelezen voor de zieken van Weert en omstreken (de dorpen in de regio waarin de minderbroeders van Weert 'termijn' hielden); aan deze mis werd een gebed voor de zieken toegevoegd, bestaande uit vijf onzevaders en vijf weesgegroeten. Bij het altaar werden kaarsen gebrand en veel vereerders schaften zich een 'mooie Martelaren-Medaille' aan. Uit een opmerking in het boekje blijkt dat de cultus een bijzondere aantrekkingskracht bezat: 'Maar de Martelaren hebben ook hun liefde getoond. Getuige de tallooze exvoto's. Elke exvoto is als een kreet van dankbaarheid'. In een ouder noveenboekje, uit 1928, wordt nog vermeld dat de ex-voto's binnen enkele jaren aan het altaar zijn opgehangen, als getuigenissen van het vertrouwen der Weertenaren in hun heiligen. Een van de in beide boekjes opgenomen gebeden begint als volgt: 'Heilige Hieronymus en Antonius, vol betrouwen kniel ik hier voor uw altaar neer. Zoovelen hebben hier reeds de macht van uw voorspraak ondervonden; zoovelen zijn getroost en verhoord van hier heengegaan'. Het lijkt erop dat de cultus in de paterskerk zich in deze periode steeds meer ontwikkelde tot een regionaal bedevaartoord. Zo staat in het boekje uit 1928 nog niets over kaarsen en medailles, en is een speciaal gebed voor 'Weert en zijne bewoners' niet meer overgenomen in het boekje uit 1933. Ongetwijfeld werd de cultus mede bevorderd door het feit dat de paterskerk in de regio geliefd was om er te biechten.

De bedevaart van Weert naar Brielle

- Vanuit Weert vertrok sinds 1924 jaarlijks op of rond 9 juli een grote bedevaart naar Brielle. De honderden artikelen die in deze periode verschenen in Kanton Weert over Brielle en de bedevaart daarheen vanuit Weert, illustreren dat noch de reguliere, noch de seculiere geestelijkheid in Weert zelf erop uit was om een zelfstandige bedevaart te stimuleren naar hun eigen woonplaats. Integendeel, de clerus wilde Brielle geen wind uit de zeilen nemen, maar juist zoveel mogelijk gelovigen uit de regio Brabant en Limburg mobiliseren om naar de nationale bedevaartplaats te gaan. De vooroorlogse bedevaart naar de paterskerk, die vooral werd ondernomen om voor genezing van zieken te bidden, ontwikkelde zich dus enigszins 'tegen de verdrukking in': enerzijds werd ze bevorderd (altaar met wekelijkse mis op donderdag, noveen, ex-voto's), maar anderzijds ingetoomd door de bedevaart naar Brielle.

Einde van de bedevaart

- Na de Tweede Wereldoorlog is de bedevaart naar de paterskerk geruisloos verlopen (waarschijnlijk in de jaren vijftig), al werd op 15 juli 1945 nog een grootse Martelarenprocessie gehouden. Weliswaar werd in 1948 in Weert (Laar) een nieuwe parochiekerk gebouwd, met Hieronymus en Antonius als patroonheiligen, maar hierheen is geen bedevaart ontstaan.Tot eind jaren zeventig was bij het 'Martelarenmonument' in de voormalige paterskerk nog wel een devotieplek, maar deze werd alleen bezocht door de eigen parochianen. Jaarlijks vertrekt nog steeds vanaf de St. Martinuskerk de bedevaart naar Brielle (vier bussen); de meeste deelnemers hieraan komen overigens niet uit de stad maar uit naburige dorpen.
- De St. Martinuskerk kende in de jaren negentig een toenemend bezoekersaantal (ca. 250.000 per jaar); buiten de reguliere kerkgangers betreft het echter vooral vereerders van ? O.L. Vrouw van Weert, met name in de meimaand. De oude cultus van de Martelaren profiteert zijdelings mee van deze heropleving, al is van een bedevaart geen sprake. Jaarlijks is er op de zondag voor 9 juli een speciale viering in de Martelarenkapel (het 'gravenkoortje'), die op andere dagen in het jaar niet toegankelijk is. Hierbij wordt ook de reliek uitgesteld in het bronzen schrijn.
Materiële cultuur - Medailles: in de jaren dertig van de 20e eeuw waren er 'Martelaren-Medailles' te verkrijgen bij de firma Kneepkens-Esser in Weert.
Devotioneel drukwerk

- Diversen: 1 De H.H. Hieronymus en Antonius van Weert, twee der 19 beroemde Martelaren van Weert, met eenige aanteekeningen, eene Novene en Litanie, ter eere van die Heiligen, geïllustreerd met hunne portretten en een afbeelding van het wonderbare bloemtakje (Weert: Emm. Smeets, 1894; 221 p.); 2 ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de heiligverklaring lieten de franciscanen in 1918 een kleurenlitho drukken bij de firma Smeets; beide paters dragen een stola over hun pij; Antonius draagt de pauselijke tiara, Hieronymus houdt een kelk in de hand met daarboven een stralende hostie (afb. Weert. Het verleden van een stad (1999)); 3 Novene ter eere van de H.H. Hieronymus en Antonius van Weert. Martelaren van Gorcum (Heijthuijsen: druk. J. Beijnsberger & zonen, 1929; impr. Jos. Keulers, Roermond 5 febr. 1929 & Regulatus Hazebroek, Weert 28 dec. 1928; 41 p., groen omslag); 4 Noveen ter eere van de H.H. Martelaren Hieronymus en Antonius van Weert (impr. G. Lemmens, Roermond, 8 april 1933 & Hon. Caminada o.f.m., Weert 7 april 1933; 32 p.).
- Briellebedevaart: Pelgrimsboekje van de bedevaart naar Brielle van Weert en omstreken ter vereering der H. Martelaren van Gorcum (Weert: Emmanuel Smeets, 1925; 31 p.); Deodatus Vergeer, Programma van de bedevaart naar Brielle van Weert en omstreken op woensdag 10 augustus (Weert: Smeets 1927; 19 p.); Pelgrimsboekje Brielse bedevaart voor Weert en omstreken. Ter verering van de H.H. Martelaren van Gorkum (Weert: Douven-Weegels, [ca. 1958] ).
Bronnen en literatuur Archivalia: Utrecht, Rijksarchief in Utrecht: archief franciscanen Nederland, kloosters en huizen, inv. nrs, 2116-2386 (klooster De Biest); bestuursarchief Nederlandse minderbroeders provincie, inv. nrs. 4117-4119, 4145. Weert, gemeentearchief: archief parochie St. Martinus, nrs. 75, 95-97.
Literatuur: Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 583-584; [foto's herdenkingsstoet 1917 in Weert], in: Katholieke Illustratie 51 (21 juli 1917) p. 546-547; 'Ons Martelarenmonument', in: Kanton Weert (14 februari 1922); Gedenkboek uitgegeven bij gelegenheid van het eeuwfeest van den terugkeer der paters Minderbroeders in hun klooster op de Biest te Weert 1836-17 april-1936 (Heerlen: Limburgsch Dagblad, 1936); D. de Lange, De martelaren van Gorcum (Utrecht- Antwerpen: Spectrum, 1954); Cunibertus Sloots, 'Sint Hieronymus van Weert O.F.M. en de Wilma te Weert', in: Bijdragen voor de geschiedenis van de Provincie der Minderbroeders in de Nederlanden 10 (1958-1959) p. 352-352; Daniël van Wely, Horne en de Minderbroeders. Herinneringen uit het verleden van het Weertse Minderbroedersklooster (Weert: Provincialaat O.F.M., 1961); Jan Henkens & Jo van der Velden, Weert in oude ansichten, dl. 2 (Zaltbommel: Europese bibliotheek, 1975) nr. 62, foto stoet 1917; Th.A.J. Jansen, De pater op de pastorie. Het aandeel van de regulieren in de parochiële zielzorg van Nederland 1853-1966 (Nijmegen: Dekker & Van de Vegt, 1976) p. 75; Stan Smeets, De St. Martinuskerk van Weert (z.p.: z.n., [1980]); Geert Dibbets, Kleine gids Sint Martinuskerk Weert (Weert: z.n., 1982); Cyril de Lange, Het Minderbroedersklooster op de Biest in Weert (Weert: Risse, 1984); Frank Clevers, 'Weert vergeet zijn heilige stadsgenoten niet', in: Dagblad de Limburger, 13 juli 1999, 75e bedevaart Weert-Brielle; Frits Nies ed., Weert. Het verleden van een stad (Weert: Stichting Weerter Historie, 1999) p. 200-205.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Weert-Hieronymus en Antonius.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<