Nijswiller, H. Dionysius

Cultusobject: H. Dionysius
Datum: 9 oktober (+ octaaf); gehele jaar
Periode: 19e eeuw (?) - 1944
Locatie: Parochiekerk van St. Dionysius
Adres: Kerkstraat 31, 6286 CA Nijswiller
Gemeente: Wittem
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: De plaatsnaam Nijswiller verwijst naar St.Dionysius. De verering van St. Dionysius te Nijswiller stond in verband met een jaarlijkse veemarkt op het feest van de parochiepatroon. De bedevaartgangers waren hoofdzakelijk Duitsers uit het nabije grensgebied. Door de Tweede Wereldoorlog kwam een einde zowel aan de jaarlijkse veemarkt als aan de verering van St. Dionysius.
Auteur: Lambertus Moonen
Illustraties:
Topografie - De kerk van Nijswiller ligt ten noorden van de Selzerbeek aan de huidige Kerkstraat, die deel uitmaakt van de oude hoofdweg van Maastricht via Gulpen langs Orsbach naar Aken. De driesprong bij de kerk wordt gevormd door de Kerkstraat en de Hofstraat - de oude hoofdweg - en de zuidelijker gelegen Kolmonderstraat, waaraan het kasteel Nijswiller is gelegen. Ten zuiden van de Selzerbeek loopt nu de doodlopende Sint Dionysiusstraat, die samenvalt met de vroegere oude baan naar Vaals via Mamelis.
- Het oudste gedeelte van de St. Dionysiuskerk te Nijswiller is een zaalkerkje uit de 11e eeuw. Enkel het onderste gedeelte van de schipmuren van de huidige kerk dateert uit die tijd. Zowel van het oude nabije kerkje te Lemiers als van dat van Nijswiller wordt gezegd dat het oorspronkelijk een jachthuis of jachthut van keizer Karel de Grote zou zijn geweest, waarvan men later te Nijswiller een devotiekapel ter ere van St. Dionysius gemaakt zou hebben. Het staat in ieder geval vast dat in 1179 te 'Wilra Sancti Dionisii' een kapel bestond. Het zaalkerkje is in de 17e eeuw voorzien van een even breed en hoog koor, opgetrokken uit regelmatige lagen natuursteen. De huidige oostelijke partij van de kerk is ontworpen door P.J.H. Cuypers en uitgevoerd in de jaren 1895-1896. In 1905 is de kerk inwendig grondig vernieuwd.
- Nijswiller werd in 1835 een parochie. De parochies Wahl- en Nijswiller verkregen gezamenlijk een pastoor, woonachtig te ⟶ Wahlwiller. Vóór 1802 was Nijswiller een beneficiaal kerkje van de parochie Wahlwiller-Mechelen en vanaf 1802 van Mechelen-Wahlwiller.
- De rechter zijkapel van de kerk is toegewijd aan St. Dionysius. Het neoromaanse altaar is in 1911 vervaardigd door het atelier Houtermans te Roermond. Dionysius wordt daarop afgebeeld als bisschop met een staf in de linkerhand. Rondom dit altaar is in 1911 een schildering aangebracht door Willem Essers (1866-1932) uit Herzogenrath (D), welke schildering in 1967 bij een kerkrestauratie is verdwenen. Op die schildering werd Dionysius weergegeven met in zijn handen zijn hoofd, dat hij voor de borst droeg als verwijzing naar zijn martelaarschap, hetgeen een traditioneel gegeven is voor de identificatie van een afbeelding van St. Dionysius. Naast dit altaar staat een beeld van Dionysius, als bisschop weergegeven met een martelaarspalm in de hand (110 cm hoog; gips; gesigneerd: J. Breuer Aachen). Alleen het koor van de kerk bezit glas-in-lood ramen (niet gesigneerd). Het middelste raam stelt de kerkpatroon St. Dionysius voor, die boven zijn romp zijn afgesneden hoofd vasthoudt. De heilige is links en rechts geflankeerd door een raam met een engel.
Cultusobject - Uit de iconografische gegevens mag afgeleid worden dat de verering in Nijswiller St. Dionysius van Parijs betreft, een van de zeven bisschoppen die volgens Gregorius van Tours naar Gallië gezonden werden om het christelijk geloof te verkondigen. Volgens een legende zou hij met zijn gezellen Rusticus en Eleutherius in het jaar 285 te Parijs onthoofd zijn. Het onthoofde lichaam van Dionysius zou zich opgericht hebben en met het afgehakte hoofd in de handen gelopen zijn naar de plek waar hij begraven wenste te worden. Op die plaats ten noorden van Parijs ontstond later de benedictijnerabdij Saint-Denis. De heilige is een van de veertien noodhelpers, waaruit zijn algemene populariteit blijkt, met name in Duitse streken.
- De kerk bezit een reliekhouder van St. Dionysius in de vorm van een kruis, waarvan de kruisbalken versierd zijn met passiebloemen en bladeren in graveerwerk (wit metaal; tweede kwart 19e eeuw; 50 cm hoog; tekst: 'S. Dionys E.M.').
- Het oorspronkelijke cultusbeeld van St. Dionysius is sinds de restauratie van 1967 verdwenen. De heilige werd voorgesteld met zijn hoofd in zijn handen. Het niet zo grote beeld werd alleen in de kerk geplaatst tijdens het jaarlijks Dionysiusoctaaf van 9-16 oktober en wel op het zijaltaar van St. Dionysius.
Verering - Pastoor Jongen, parochieherder van Wahlwiller en Nijswiller van 1934 tot 1944, heeft aantekeningen over de geschiedenis van beide parochies nagelaten. Op 1 juni 1938 maakte hij een notitie over 'De Nijswiller Jaarmarkt op St. Dionysius, voorheen en thans'. G.C. Ubaghs vermeldde in 1865 reeds dat ieder jaar te Nijswiller op de feestdag van de kerkpatroon een grote veemarkt plaatsvond. Dit wordt niet alleen bevestigd door Limburgse almanakken uit de vorige eeuw, maar ook door de Limburger Koerier die op 5 oktober 1866 de jaarmarkt aldus aankondigde: 'Jahrmarkt zu Nijswiller, Gem. Wittem, 9 October 1866, wird wie gewöhnlich mit Zulassung von Horn-Vieh abgehalten werden. Doch werden keine Musikanten, Orgelspieler oder fremde Krämer zugelassen. Der Bürgermeister, Math. Merckelbach'.
Volgens pastoor Jongen had de vermaarde veemarkt door de opkomst van de maandmarkten aan betekenis ingeboet. De bezoekers kwamen uit de naburige plaatsen als Simpelveld, Bocholtz, Mechelen, Gulpen, Vijlen en Vaals, maar ook uit de Belgische en vooral Duitse grensstreek.
- Oudere inwoners van Nijswiller herinneren zich nog de jaarlijkse processies uit de Duitse grensstreek, maar hierover zijn geen aantekeningen bekend. Pastoor Jongen vermeldt in 1939 dat de jaarlijkse processie uit Aken wegens de oorlogstoestand geen doorgang vond, maar hij tekende niet de gebruikelijke jaarlijkse processiebedevaarten op. Uit een toevallige schriftelijke mededeling is een voetbedevaart in 1939 vanuit Herzogenrath naar Nijswiller bekend. Het octaaf van St. Dionysius werd door affiches aangekondigd. De verering van St. Dionysius bleef niet beperkt tot het octaaf van de heilige, want in 1940 noteerde pastoor Jongen: 'De stroom der pelgrims bleef op de feestdag en gedurende het octaaf aanhouden. Ook kwam menige buitendorper er door het jaar om stille hulp zoeken'. St. Dionysius werd aangeroepen door pelgrims met hoofdklachten.
- In de tijd van de Duitse bezetting werd de veemarkt noodgedwongen afgeschaft. Na de bevrijding kon deze niet onmiddellijk worden ingesteld in verband met de distributie. Vanaf 1951 werden de jaarmarkten hernomen, maar de gewijzigde omstandigheden leidden ertoe dat deze na enkele jaren niet meer werden gehouden. De verering van St. Dionysius hing mogelijk nog steeds sterk samen met de jaarmarkt, want na de opheffing van deze bemerkt men niets meer over een bedevaart naar de kerkpatroon. De toenmalige pastoor van Wahl- en Nijswiller bevorderde de vereringen in zijn parochies niet, zoals blijkt uit het verloop van de verering van St. Quirinus te ⟶ Wahlwiller. In 1998 werd in het weekeinde van het Dionysiusoctaaf de reliek van de kerkpatroon door de plaatselijke kerkbezoekers nog steeds vereerd.
Bronnen en literatuur Archivalia: Nijswiller, parochiearchief. Wahlwiller, parochiearchief.
Tekstedities: Gregorius van Tours, Historiën. Vertaald en van aantekeningen voorzien door T.J.A.M. Meijer (Baarn: Ambo, 1994) p. I 30
Literatuur: G.C. Ubaghs, 'Geschiedkundig overzigt van Gulpen en deszelfs onderhoorige plaatsen', in: Publications S.H.A. Limbourg 2 (1865) p. 330; H. Mosmans, 'Rectors van Nijswiller', in: De Maasgouw 44 (1924) p. 31-33; H. Mosmans, 'Uit Wittems verleden. Lijst der pastoors', in: De Maasgouw 44 (1924) p. 54-58; H. Mosmans, 'Rectors van Nijswiller', in: De Maasgouw 48 (1928) p. 25-29; 'In Memoriam Willem Essers', in: Rolduc's Jaarboek 12 (1932) p. 98; H. Jongen, 'Uit het kerkelijk verleden van Wahl- en Nijswiller. Moeilijk te achterhalen geschiedenis', in: Limburger Koerier, 19 februari 1938; P.L.M. Tummers, Romaans in Limburgse aardrijkskundige namen (Assen: Van Gorcum.1962) p. 44; Maurits de Meyer, Volkskunde-atlas voor Nederland en Vlaams-België. Commentaar bij de kaarten 21-29. Volksgeneeskunde (Antwerpen/Utrecht: Standaard, 1968) p. 42, aanroepen tegen hoofdpijn; A. van Berkum, 'Het zaalkerkje van Oud-Lemiers', in: Publications S.H.A. Limbourg 109 (1975) p. 76 en 107; J.F. van Agt, De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst. De Provincie Limburg, Zuid Limburg uitgezonderd Maastricht. Tweede aflevering: Vaals, Wittem en Slenaken ('s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) p. 304-309; Pierre Delnoy & Jos Crott, Op pad met Pierre en Jos in Wittem (Bocholtz: Boumans-Kerris, 1985) p. 6-7.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Nijswiller.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<