HomeDatabankenBedevaarten

Roermond, O.L. Vrouw van Foy

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw van Foy
Datum: 21 november (?)
Periode: 1638 - 1665
Locatie: Kerk van het voormalige Jezuïetencollege
Adres: Jezuïetenstraat 4-4a, 6041 ED Roermond
Gemeente: Roermond
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: In de kerk van het in 1611 gestichte jezuïetencollege te Roermond werd in 1638 een beeltenis van O.L. Vrouw van Foy geplaatst die mogelijk afkomstig was uit de O.L. Vrouwekerk te Breda, welke stad in 1637 door de Staatse troepen veroverd werd. Het beeld genoot in Roermond al spoedig een bijzondere verering en er vonden wonderen plaats. Het beeld verbrandde bij de stadsbrand van 1665, waarna er waarschijnlijk een vroegtijdig einde kwam aan de verering.
Auteur: Arnoud-Jan Bijsterveld
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - In 1611 werd in Roermond een jezuïetencollege gesticht dat zou blijven bestaan tot de opheffing van de sociëteit der jezuïeten in 1773. Bij de stadsbrand in 1665 werden het klooster, de kerk en het college verwoest en kort daarna herbouwd. In de tweede helft van de 18e eeuw werden de gebouwen nogmaals vernieuwd. Van dit klooster bestaan thans nog twee vleugels. Het voormalige jezuïetenklooster huisvestte achtereenvolgens: een door keizerin Maria Theresia gesticht 'Keizerlijk College' voor de humaniora (tot 1789); het bisschoppelijk seminarie (tot 1794); het Koninklijk College (vanaf 1824); het Bisschoppelijk College (vanaf 1851); kort na de totstandkoming van de Wet-Thorbecke op het Middelbaar Onderwijs (1863), de tweede Rijks-H.B.S. van Nederland (1863-1968). Omstreeks 1994 is het complex (waarvan de kapel is afgebroken) verbouwd tot Centrum voor de Kunsten.
Cultusobject - Zie voor O.L. Vrouw van Foy ⟶ Maastricht, O.L. Vrouw van Foy.
- De belangrijkste ijveraars voor de cultus van O.L. Vrouw van Foy waren de jezuïeten, ook binnen de Republiek. De wonderen bij beelden van O.L. Vrouw van Foy, vooral te Kortrijk, bewogen de jezuïeten te Roermond om ook in hun kerk haar beeltenis te plaatsen. Deze was van gips gemaakt, maar vermengd met enig schaafsel of zaagsel van de eik waarin in Foy het oorspronkelijke beeld was gevonden. Tegen het einde van september 1638, aldus Kronenburg, ontvingen de paters het beeldje en op het feest van O.L. Vrouw Opdracht of Presentatie (21 november), tevens feestdag van O.L. Vrouw van Foy, werd het door de bisschop van Roermond, Jacobus a Castro (1610-1639), plechtig gezegend. Het kreeg een plaats in de kapel van het jezuïetencollege.
- Volgens J.B. Krüger (1799-1879), de overigens vrij onbetrouwbare geschiedschrijver van het bisdom Breda, ging het hier om het vermaarde beeld van O.L. Vrouw in de O.L. Vrouwekerk van Breda. Dit beeld droeg de uit de jezuïetentraditie stammende naam 'Moeder van Barmhartigheid' en zou, na de overgave van de stad Breda aan de Staatse troepen in 1637, in 1638 naar Roermond zijn overgebracht, waar het 'met grooten toeloop' werd ingehaald, versierd en 'op den feestdag van O. L. Presentatie in de Jesuïten-kerk geplaatst is' (kaartje ⟶ Roermond, O.L. Vrouw van de Munsterkerk).
- Een ander beeld van O.L. Vrouw van Foy, afkomstig uit het in 1625 in Breda gestichte jezuïetencollege, werd in 1637 niet naar Roermond, maar naar Brussel en vandaar in 1639 naar het jezuïetenklooster te Innsbruck overgebracht (⟶ Breda, O.L. Vrouw van Foy, dl. 2).
- Hier zijn mogelijk verscheidene gegevens door elkaar gehaald, aangezien H.J. Pierik in 1887 vermeldt dat ook het beeld van O.L. Vrouw van Foy in Maastricht, dat vervaardigd was 'van gips gemengd met stukjes van Foja's eik (schaafsel of zaagsel)' in 1638 op het feest van O.L. Vrouw van Foy, namelijk O.L. Vrouw Presentatie (21 november) door de bisschop geplaatst is in de jezuïetenkerk te Maastricht.
- Bij de grote brand van Roermond van 31 mei 1665 werd ook het college der jezuïeten in de as gelegd. Een jaar later, in 1666, zong een anoniem dichter in een (Latijns) gedicht over de brand hoe de woedende vlammen ook het altaar van O.L. Vrouw van Foy niet ontzagen. De schrijver vraagt zich in de 'elegia septima' ('zevende klaagzang'), die over de brand in het jezuïetencollege gaat, af of het altaar van O.L. Vrouw van Foy zich niet tegen het vuur te weer stelde): 'maar noch de heilige Naam van Jezus, noch het heilige Gods, noch het altaar van de Maagd van Foy, noch de heiligheid der relieken hield de woedende vlammen tegen; alles werd verslonden'. De schrijver verzekert in een voetnoot hierbij dat het beeld van O.L. Vrouw, gemaakt uit hout van de eik van Foy, 'door wonderen vermaard was' ('Hic erat statua D. Virginis, miraculis celebris, e ligno Fojensis arboris, in qua reperta ejusdem imago, prodigiis clara' ('Dit was een beeld van de H. Maagd, beroemd door wonderen, [gemaakt] uit het hout van de boom te Foy waarin haar beeld was gevonden, vermaard door wonderen').
- In tegenstelling tot wat Lemmens (1947) schreef, namelijk dat bij de stadsbrand van 1665 'alle Maria-beeltenissen, waarvoor een biezondere verering gedaan werd' gespaard bleven, moeten we dus aannemen dat het beeld van O.L. Vrouw van Foy in de Roermondse jezuïetenkapel bij die gelegenheid verbrand is.
Verering - Nadat in 1638 het beeld van O.L. Vrouw van Foy plechtig was gezegend, kon al in 1640 Jean Bolland, de auteur van het gedenkboek over de eerste eeuw van de sociëteit der jezuïeten, getuigen dat - net als Brugge, Kortrijk, Bailleul, Aalst en Mechelen (alle in het huidige België) - onder meer Roermond een beeld van O.L. Vrouw had uit het hout uit Foy, dat door 'verering en wonderen' zeer befaamd was ('Ex eodem Foyensis Diuoe ligno statuam habent Brugæ, Cortacum, Belliolum, Alostum, Mechlinia, Ruræmunda, vbique cultu & miraculis celebrem'). Ook in de jaarbrieven van de Roermondse jezuïeten van 1644 en 1649 worden buitengewone gunsten vermeld.
- Hoogstwaarschijnlijk is er in 1665, bij de grote stadsbrand, een einde aan de cultus gekomen.
- Voor zover bekend zijn er met betrekking tot deze cultus geen voorwerpen of prentjes e.d. bewaard gebleven.
Bronnen en literatuur Tekstedities: [Jean Bolland], Imago primi soecvli Societatis Iesv, a provincia Flandro-Belgica eivsdem Societatis reproesentata (Antwerpen: Ex officina Plantiniana Balthasaris Moreti, 1640) p. 777; Guilielmus de Blitterswyck, Rvrœmonda vigens, ardens, renascens etc. (Brussel: Guilielmus Scheybels, 1666) p. 36-37.
Literatuur: J.B. Krüger, Kerkelijke geschiedenis van het Bisdom van Breda, dl. 3 (Roosendaal: Van Leeuwen, 1875) p. 248; Jos. Habets, Geschiedenis van het tegenwoordige bisdom Roermond, dl. 3 (Roermond: J.J. Romen, 1892) p. 520-524; R.J. Pierik, 'Het gewezen Jezuieten-collegie te Maastricht', in: Maandrozen. Ter eere van het H. Hart van Jesus en ter verbreiding van het Apostolaats des Gebeds (Amsterdam: J. Beerendonk, 1887) p. 473-475; H.J. Allard, 'Het Jezuïeten-College te Roermond, 1611-1773', in: Limburg's Jaarboek 1 (1894) p. 133-147; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, dl. 7 (Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1911) p. 362-363; Voorloopige lijst der Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst. Deel VIII De provincie Limburg (Den Haag: Algemeene Landsdrukkerij, 1926) p. 391; Michael Schoengen & David de Kok, Monasticon Batavum, dl. 3 (Amsterdam: Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, 1942) p. 101; Gerard Lemmens, Maria in Limburg. De legendenkrans voor Maria (Maastricht: Veldeke, 1947) p. 137; Dagobert Gooren, 'Onze Lieve Vrouw van Foy en Noord-Brabant', in: Brabants Heem 11 (1959) p. 134-137; J.G.F.M.G. van Hövell tot Westerflier, Roermond vroeger en nu (Bussum: Fibula-Van Dishoeck, 1968) p. 72-73, 77, 96; J.G.C. Venner, 'De stadsbranden in Roermond (1554 en 1665); brand, overheidsmaatregelen en herstel', in: G.H.A. Venner ed., Roermond. Stad met verleden. Negen hoofdstukken over Roermondse geschiedenis (Roermond: Commissie Kleine Monumenten Roermond, 1985) p. 116-141.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Roermond-O.L. Vrouw van Foy.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<