HomeDatabankenBedevaarten

Hilvarenbeek, O.L. Vrouw van De Voort

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw van De Voort
Datum: Onbekend
Periode: Voor 1622 - na 1648
Locatie: Mariakapel op Grote Voort behorend tot de parochie van St. Petrus
Adres: Tilburgseweg, Hilvarenbeek
Gemeente: Hilvarenbeek
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: In 1500 werd in het gehucht De Voort een 'steenen stocxken' met daarin een Mariabeeld geplaatst. Afgaande op een getuigenis die is opgenomen in het boek Brabantia Mariana van de norbertijn Wichmans kwamen in de eerste decennia van de 17e eeuw koortslijders naar deze plek en vonden velen naar eigen zeggen baat bij een bezoek aan het Mariabeeld. Na 1648, het precieze jaar is niet bekend, stopte de verering op deze plek, maar in de Hilvarenbeekse parochiekerk bleef een (parochiële) verering van O.L. Vrouw van De Voort bestaan. In 1938 werd, min of meer op de oude locatie, weer een kapel gebouwd die gewijd was aan O.L. Vrouw van De Voort.
Auteur: Charles Caspers
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De oorspronkelijke cultus was volgens Wichmans (1632) gesitueerd bij een 'Steenen stocxken' in het gehucht De Voort, een kleine kilometer ten noordwesten van de parochiekerk van Hilvarenbeek. Bij herstelwerkzaamheden die kort voor 1632 werden verricht, trof men een steen aan waarin 1500 als jaar van oprichting was gegrift. In het 'stocxken', waarboven een afdak was aangebracht, was een nis gemaakt waarin het beeld van O.L. Vrouw stond. Hieromheen was een schutting geplaatst, waardoor degenen die binnentraden onttrokken waren aan de blikken van passanten. De cultusplaats stond pal voor het geboortehuis van Martinus Becanus (1563-1624), een jezuïet die vooral in Duitsland bekendheid zou verwerven als godgeleerde en biechtvader van keizer Ferdinand II. Na de Vrede van Munster (1648) is de kapel vervallen. In 1838 vermeldt de Hilvarenbeekse schoolmeester H. Broeders dat in vroeger dagen in De Voort een kapel stond, 'doch men kent met geene zekerheid de plaats waar zij gestaan heeft, noch den naam wien zij was toegewijd: een paar weiden in dezen omtrek, de kapellekensvelden ge-noemd, bewijzen echter te veel om het bestaan derzelve, hetwelk oude schrijvers aanteekenen, in twijfel te trekken'. In 1844 meldt Van der Aa: 'In eenen an-deren uithoek [van Hilvarenbeek], Voort, heeft me-de vroeger eene kapel gestaan, welke, in verval ge-raakt zijnde, afgebroken is'.
- De huidige kapel ligt nagenoeg op dezelfde locatie als waar de oude heeft gelegen, in de buurtschap Grote Voort. De parochianen van Hilvarenbeek hebben deze plek in de jaren dertig van de 20e eeuw gekozen om een kapel te bouwen vanwege de oude verwijzing van Wichmans naar De Voort en het beeld aldaar ('medio circiter quadrante a Collegiata Ecclesia': ongeveer een half kwartier gaans vanaf de kapittelkerk). De kapel, ontworpen door architect Pierre Tooten, werd op 22 mei 1938 in gebruik genomen bij gelegenheid van het zilveren priesterjubileum van deken H. van der Kamp. In een gevelsteen werd de tekst gegrift: 'Beek schonk als blijk van minne, U Reine Koninginne, zijn schoone gave blij, voor 's dekens jubeltij'. Op de voorgevel is met grote letters de tekst 'Koninginne weest gegroet' aangebracht.
- In 1977 was er sprake van dat de kapel moest worden gesloopt vanwege de aanleg van de nieuwe provinciale weg; buurtbewoners hebben de afbraak ternauwernood kunnen verhinderen.
- Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan in 1988 kreeg de kapel een bronzen luidklokje, afkomstig van het klooster van de Broeders van Liefde aan de Ringbaan-West te Tilburg.
Cultusobject - In de 16e en 17e eeuw fungeerde een Mariabeeld ('imago B. Virginis') dat circa drie voet hoog was ('trium fere pedum in longitudine') als cultusobject. Het lot van dit beeld na circa 1648 is niet bekend. Wel is tot in de 20e eeuw in de aan St. Petrus gewijde parochiekerk van Hilvarenbeek een Mariabeeld vereerd onder de naam O.L. Vrouw van de Voort; in 1902 heeft Kronenburg er echter op gewezen dat het hier om een foutieve benaming gaat van het beeldje van O.L. Vrouw te -> Biest-Houtakker.
- In de huidige kapel staat een bijna levensgroot zandstenen beeld van Maria die haar kind op de rechterarm draagt. Het beeld is circa 1938 vervaardigd door de Tilburgse beeldhouwer Manus Evers.
Verering - Nagenoeg alle gegevens over de verering van voor 1648 steunen op enkele passages uit het boek Brabantia Mariana (1632) van de norbertijn Augustinus Wichmans, die op zijn beurt de meeste informatie ontleent aan een brief van Michael Andriessens, kanunnik van de kerk van Hilvarenbeek. Andriessens vertelt iets over het uiterlijk van het 'stocxken' en de afmetingen van het beeld (zie bij Topografie en Cultusobject), maar kan slechts gissen naar de oorsprong: 'waarschijnlijk door een of andere vrome man' geplaatst. Voorts schrijft de Beekse kanunnik dat er geen bescheiden bestaan met betrekking tot wonderen, maar dat van tijd tot tijd koortslijders deze plek bezoeken op drie achtereenvolgende zaterdagen, soms ook op vrijdagen, en dat zeer velen er openlijk voor uitkomen dat zij door de H. Maagd geholpen zijn. Toen er een jaar of negen à tien geleden - aldus nog steeds Andriessens - een besmettelijkte ziekte heerste, week deze meteen nadat de clerus en het volk van Hilvarenbeek een processie naar de bidplaats hadden ondernomen. Toen er vier jaar geleden weer een besmettelijke ziekte heerste, betoonde de H. Maagd zich andermaal een genadig voorspreekster.
- De Duitse jezuïet Wilhelm Gumppenberg heeft in zijn Atlas Marianus (1672) informatie opgenomen die volgens hem gelijk staat aan een wonder. Hij wijst erop dat de genoemde Martinus Becanus zijn geleerdheid en vroomheid heeft verworven in het heiligdom in De Voort, omdat er geen twijfel aan kan bestaan dat bij hem de verering tot de Maagd met de moedermelk is ingegeven. Gumppenberg gaat er zonder meer vanuit dat Becanus als kleine jongen met zijn moeder dagelijks het heiligdom heeft bezocht.
- In de kerk van Hilvarenbeek is na het verdwijnen van de oorspronkelijke vereringsplaats een verering van O.L. Vrouw van De Voort blijven bestaan. In zekere zin heeft het oorspronkelijke cultusobject van ? Biest-Houtakker de verering van O.L. Vrouw van de Voort in stand gehouden, terwijl de verering te Biest-Houtakker zelf, juist vanwege het ontbreken van dit cultusobject, in de 19e eeuw ophield te bestaan. Ofschoon het beeldje uit Biest-Houtakker in de 19e en 20e eeuw in Hilvarenbeek werd meegevoerd in processies, zijn er geen gegevens aangetroffen die erop wijzen dat deze cultus meer dan een parochiële aangelegenheid was.
- De ingebruikname van de kapel op 22 mei 1938 ging gepaard met de nodige feestelijkheden. Spapens (1987) vermeldt dat speciaal voor deze gelegenheid een lied was gecomponeerd, waarin verwezen werd naar de middeleeuwse oorsprong:

'Ten jare vijftienhonderd reeds, zong Beek hier ongestoord,
bij 't stökske van de Moedermaagd, Ons Lieve Vrouw der Voort'.
Het lied werd gezongen door, onder anderen, leden van de 'Jongen Werkman', de R.K. Jonge Boerenstand, de R.K. Werkliedenbond, de Missie Naaikring, de broederschap van de H. Familie, de R.K. Middenstandsvereniging, het parochie- en het kerkbestuur.
- Tot in de jaren zestig bestond in de kapel een intensieve, zij het slechts plaatsgebonden Mariaverering. Afgaande op getuigenissen van enkele buurtbewoners heeft 'de Koninginne van De Voort veel gebeden verhoord' (Spapens). Thans trekt de kapel slechts weinig bezoekers aan, vrijwel uitsluitend uit de nabije omgeving.
Materiële cultuur - Van het beeldje van de Zoete Moeder Gods van ? Biest-Houtakker zijn enkele malen replica's met het opschrift 'O.L. Vrouw van de Voort' vervaardigd en verspreid.


Bronnen en literatuur Literatuur: Augustinus Wichmans, Brabantia Mariana Tripartita (Antwerpen: J. Cnobbaert, 1632) p. 433-435; L.G. Swaving, Galerij van Roomsche beelden of beeldendienst der XIX eeuw (Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1824) p. 162, 'de Moeder Gods op het steenen stokje'; H. Broeders, Geschied- en aardrijkskundige beschrijving der gemeente Hilvarenbeek, voor de jeugd (Tilburg: Wed. J. van Gemert & Zonen, 1838) p. 53-54; J.A. Coppens, Nieuwe beschrijving van het bisdom van 's-Hertogenbosch, dl. 3b ('s-Hertogenbosch: J.F. Demelinne, 1843) p. 118, verwart O.L. Vrouw te Biest-Houtakker met O.L. Vrouw van De Voort; A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 5 (Gorinchem: Noorduyn, 1844) p. 597; W. Gumppenberg, 'Atlas Marianus', in: J.J. Bourassé ed., Summa aurea de laudibus Beatissime Virginis Mariae, dl. 12 (Parijs: J.P. Migne, 1862; oorspr. 1672) k. 432-433 J.A.F. Kronenburg, 'O.L. Vrouw van Hilvarenbeek', in: Volksmissionaris 23 (1902) p. 427-432; J.A.F. Kronenburg, Maria's Heerlijkheid in Nederland, dl. 6 (Amsterdam: Bekker, 1909) p. 466-468; J.R.W. Sinninghe, Noord-Brabantsch sagenboek (Scheveningen: 'Eigen Volk', 1933) p. 193; L.F.W. Adriaenssen, Hilvarenbeek onder de hertog en onder de generaliteit. Sociale en ekonomische geschiedenis van een Kempens dorp tussen 1400 en 1800 (Hilvarenbeek: Heemkundige Kring van Hilvarenbeek en Diessen 'Ioannes Goropius Becanus', 1987) p. 149; Paul Spapens, Kapellen in Midden-Brabant (Tilburg: Het Nieuwsblad, 1987) p. 46-47; Paul Spapens, Hilvarenbeek. 'Een beeld van een dorp''(Hilvarenbeek: Gemeentelijke drukkerij, 1990) nr. 16; Jef van Gils & Ronald Peeters, Hilvarenbeek en zijn kerkdorpen (Hilvarenbeek: Heemkundige Kring Hilvarenbeek en Diessen 'Ioannes Goropius Becanus', 1994) p. 125.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Hilvarenbeek.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<