Knegsel, H. Antonius Abt

Cultusobject: H. Antonius Abt
Datum: 17 januari; eerste zondag in juli
Periode: 18e eeuw (?) - 19e eeuw (?) / na 1900 - ca. 1965
Locatie: Parochiekerk van de HH. Monulphus en Gondulphus
Adres: Steenselseweg 4, 5511 AG Knegsel
Gemeente: Eersel
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Volgens een in 1900 opgetekende mondelinge overlevering bestond er in Knegsel in vroeger tijd een verering van de H. Antonius Abt. Men sprak van een wonderbaarlijke gebeurtenis in de 18e eeuw en een kleine bedevaart in de 19e eeuw. Pastoor Houbraken maakte in de jaren dertig van de 20e eeuw van Knegsel weer een actieve bedevaartplaats met een broederschap, paardenzegening, kinderzegen en processie. In de jaren 1960 verdween de belangstelling voor de cultus.
Auteur: Ottie Thiers
Illustraties:
Topografie - Knegsel, gelegen ten zuidwesten van Eindhoven op enkele kilometers afstand van de A67, was al in de middeleeuwen een zelfstandige parochie met als patroonheiligen Monulphus en Gondulphus. Het dorp is in 1688 door de Franse legers verwoest en in 1702 geplunderd; nadien is het op een andere plek herbouwd. De oude parochiekerk was sinds 1648 buiten gebruik. Het gebouw is omstreeks 1800 ingestort en aan het begin van de 19e eeuw verder afgebroken. De plek staat bekend als 'het oude kerkhof'. Er staat een H. Hartmonument en de fundamenten van het oude kerkje zijn opgemetseld.
- Na de verwoestingen kon het dorp geen eigen pastoor onderhouden. Tot 1900 zouden achtereenvolgende pastoors vanuit Steensel ook Knegsel bedienen. In de kom van het verplaatste dorp werd een schuurkerk gebouwd, die in 1789 afbrandde. De kerk werd in de daaropvolgende jaren herbouwd, kreeg in 1822 een toren, werd in 1857 vergroot en in 1895 gerenoveerd.
- In 1926 verrees het huidige kerkgebouw naast de oude schuurkerk, die vervolgens is afgebroken. Hendrik Willem Valk uit Vught ontwierp deze pseudo-basilicale kerk met motieven uit de Kempische gotiek. Achterin de kerk, rechts van de ingang, bevindt zich een kleine devotiekapel ter ere van Antonius Abt. Op de wanden staat geschilderd: 'Patroon tegen besmettelijke ziekten / Ant Abt / bid voor ons'. De laatste woorden worden gedeeltelijk aan het oog onttrokken door een als kast gebruikte biechtstoel, die een paar jaar geleden in de kapel is geplaatst. Het beeld van de heilige staat op een console. Voor het hek staat een kaarsenstandaard.
- In 1937 werd de pastorietuin ingericht als processiepark met rustaltaar, maar hiervan is bijna niets meer over.
- Volgens pastoor A. Eijcken zou voor de reformatie tussen Zand- en Kerk-Oerle, nabij Knegsel, een kapelletje hebben gestaan ter ere van de H. Antonius Abt. Van dit kapelletje is niets bekend.
Cultusobject - Zie voor St. Antonius Abt ⟶ Borkel.
- De kerk bezit een reliek van Antonius Abt. Het is een botfragment met de tekst 'S. Antonii Ab' dat in 1866 door bisschop Joannes Zwijsen van 's-Hertogenbosch is goedgekeurd voor verering. Deze reliek, gevat in een eenvoudige houder met greep, wordt waarschijnlijk sinds 1905 in Knegsel bewaard. De parochie bezit twee certificaten uit 1937 en 1949, behorend bij andere Antonius-Abtrelieken, maar de relieken zelf ontbreken.
- In de 18e en een deel van de 19e eeuw heeft in de kerk een eenvoudig beeldje van Antonius Abt gestaan, waarschijnlijk gemaakt uit kalk of gips. Ook hing tot circa 1850-1875 een schilderij van de heilige in de kerk. Omstreeks 1900 vond de pastoor dit in het St. Jozefaltaar. Het was zeer gehavend en is nu verdwenen.
- In 1903 schonk de kerk van Lith aan Knegsel een terracottabeeld van Antonius Abt (96 cm hoog) omstreeks 1750 door Walter Pompe gemaakt. Het beeld is opnieuw gepolychromeerd. Antonius, gekleed als monnik met snor en baard, is staande uitgebeeld met een tau-staf in zijn rechterhand. Hij kijkt in een geopend boek in zijn linkerhand; aan zijn voeten staat een varken met een belletje om de nek. Het beeld staat in de devotiekapel achterin de kerk.
Verering Mogelijke oorsprong
- De eerste pastoor van Knegsel sinds de reformatie was Antonius Eijcken (1900-1925). Hij was zeer geïnteresseerd in de geschiedenis van zijn parochie, waarover hij het een en ander heeft opgetekend. Hij trof in Knegsel sporen van een mogelijke vroegere verering van Antonius Abt aan. Omstreeks 1900 vertelde een oude inwoner van het dorp hem namelijk het volgende verhaal, dat deze op zijn beurt van zijn grootouders had gehoord. In het begin of midden van de 18e eeuw heerste in de streek de pest; vooral het naburige Hoogeloon was getroffen. De inwoners van Knegsel namen het beeldje van Antonius Abt uit de kerk en volgden daarmee de weg naar Hoogeloon. Daarvandaan zagen zij een zwarte wolk in hun richting drijven. Toen zij echter met het beeldje naderden, dreef de wolk uiteen, hetgeen zij als een teken beschouwden dat zij van de ziekte gevrijwaard zouden blijven. Inderdaad schijnt toen niemand de ziekte opgelopen te hebben. Ook wisten andere oude mensen rond 1900 nog te vertellen dat op de feestdag van de heilige, 17 januari, altijd een gezongen mis werd gevierd en de mensen uit de omgeving dan op bedevaart kwamen. Eijcken meende dat de Antoniusverering misschien te herleiden viel tot een verdwenen kapelletje tussen Zand- en Kerkoerle.

Bedevaarten
- Met het verkrijgen van een 18e-eeuws beeld (1903) en een reliek van de heilige (ca. 1905) gaf pastoor Eijcken de verering voor Antonius Abt een concrete basis. Zijn opvolger, bouwpastoor Gerardus van den Hoven (1925-1933), richtte in de nieuwe kerk een devotiekapel in ter ere van de H. Antonius Abt.
- Pastoor Franciscus W.J. Houbraken (1933-1944) constateerde dat gedurende het gehele jaar bedevaartgangers op eigen gelegenheid naar Knegsel kwamen om Antonius Abt te vereren. Op zijn initiatief werd in 1937 een broederschap ter ere van de heilige opgericht. Het lidmaatschap kostte bij inschrijving een kwartje, waarvoor men een handboekje kreeg; de volgende jaren moest telkens een dubbeltje worden betaald. Aan het lidmaatschap waren onder bepaalde voorwaarden drie mogelijkheden tot het verwerven van een volle aflaat verbonden, een op de dag van inschrijving, een op 17 januari of in het octaaf en een in het uur des doods. Kort na de Tweede Wereldoorlog telde de broederschap een kleine 3000 leden uit de volgende plaatsen: Bladel, Bergeijk, Duizel, Eersel, Helmond, Hoogeloon, Knegsel, Oerle, Riethoven, Rosmalen, Steensel, Stratum, Veldhoven, Vessem, Weebosch, Wintelre en Zeelst. Omstreeks 1960 kwamen de leden alleen nog uit plaatsen in de directe omgeving.
- De feestdag zelf, 17 januari, en de octaafdag werden in de jaren dertig gevierd in de kerk voor de broederschapsleden, de parochie en de varkensfokvereniging, doelgroepen die elkaar deels overlapten. Ook veel boeren uit de omtrek kwamen dan naar de kerk. Na afloop van de verschillende missen en na het lof zong men enkele liederen ter ere van de heilige die door de pastoor zelf gedicht waren. Onderwijl was er gelegenheid tot verering van de reliek. Na de mis werden veel kaarsen geofferd. Rond de feestdag kwam de pastoor bij de boeren de stallen en het vee zegenen.
- De 'uitwendige plechtigheid' werd op de eerste zondag in juli gehouden. Het beeld van de heilige werd voor in de kerk geplaatst en versierd met bloemen en kaarsen. Een doek in de pauselijke kleuren hing 'als zegenspreidend over de vereerders en vereersters neer'. Er was een kinderzegen in de kerk. Ook een processie maakte deel uit van het programma. Deze trok ofwel naar het oude kerkhof, of bleef op eigen terrein. De route naar het oude kerkhof ging vanuit de kerk een klein stukje richting Vessem, en vervolgens na het café en een niet meer bestaande winkel linksaf door de akkers naar de Pastoor Eijckenweg. Als de processie op eigen terrein moest blijven dan liep men vanuit de kerk linksom via het kerkhof langs de achterkant van kerk en pastorie. Vandaar voerde een pad door het processiepark naar het rustaltaar. Op de terugweg volgde men eerst hetzelfde pad, waarna men om de pastorie heen weer de kerkdeur bereikte. Vooraan in de stoet werden de vaandels van Monulphus en Gondulphus gedragen; het H. Sacrament werd achterin meegedragen. Daartussen liepen bruidjes met een aantal symbolen en met strooiselmandjes. Een paar jongens droegen een kleine baar met een beeld van het kind Jezus. De harmonie van Vessem of van Wintelre verzorgde de muziek. Soms loste de Burgerwacht saluutschoten en uiteraard was ook het Monulphus- en Gondulphusgilde aanwezig.
- Sinds 1937 kende Knegsel ook een paardenzegening op de eerste zondag in juli. De eerste maal werden ruim honderd paarden gezegend; in 1946 waren het er al honderden, zodat toen het programma over twee zondagen was verdeeld en er een aparte dag was gereserveerd voor de paarden uit Knegsel zelf. De bedevaart ging gepaard met een kleine kermis op het Dorpsplein met een draaimolen en kraampjes, waar tevoren in de kerk gezegende Antonius-Abtwafels verkocht werden. Later behoorden ook lolly's met een afbeelding van de heilige tot het assortiment.
- De door pastoor Houbraken in gang gezette paardenbedevaart was bij zijn opvolger Johannes van Cuyk (1944-1948), een groot liefhebber van de ruitersport, in goede handen. Pastoor Wilhelmus van Leeuwen (1948-1962) had weinig op met de paardenzegening, die met zijn aantreden waarschijnlijk definitief ophield te bestaan (⟶ Esch, H. Antonius Abt). In een heruitgave van het devotieboekje uit waarschijnlijk 1959 komt de tekst van de paardenzegening niet meer voor. De eerste zondag van juli bleef echter een bedevaartdag die in elk geval in 1958 nog druk werd bezocht. Sinds ongeveer het midden van de jaren zestig zijn de bedevaarten opgehouden en is de verering parochieel geworden.
- Anno 1998 worden er nog altijd missen ter ere van St. Antonius Abt opgedragen omstreeks 17 januari en op de eerste zondag in juli. Een klein aantal leden van de Antoniusbroederschap is de heilige anno 1998 nog trouw gebleven. Elke zondag is er wel iemand die een kaars opsteekt bij het beeld van Antonius Abt.
- De Meester Gijbelsschool in Knegsel was vroeger vernoemd naar St. Antonius Abt.
- Pastoor Hackfoordt van het Brabantse Esch had in 1948 een beeld van Antonius Abt gevonden en besloot de in datzelfde jaar vanwege de dood van pastoor Van Cuyk gestopte Knegselse paardenzegening voor zijn parochie over te nemen en van ? Esch een nieuwe bedevaartplaats te maken. Hij nam ook de zegeningsteksten van Knegsel over.
Materiële cultuur - Devotieboekjes: 1 Handboekje ten dienste van de broederschap van den H. Antonius Abt te Knegsel (N.-Br.) (impr. F.N.J. Hendrikx, Vic. Gen. 's Bosch 7 april 1937; 32 p.) met inschrijfbewijs, leven en verering van Antonius Abt, broederschapsreglement, litanie, gebeden, liederen en zegen over paarden en vee. Het boekje is enkele jaren later (waarschijnlijk in 1946) verkocht in een kaft van een andere papiersoort; 2 idem (andere druk; 28 p.); 3 Handboekje ten dienste van de leden der Broederschap v. d. H. Antonius Abt te Knegsel N.Br. (Andere, licht gewijzigde dr., 1959?; 30 p.) zonder de tekst van de paardenzegen.
- Devotieprentje: prentje (6,7 x 11 cm) met op de voorzijde een ronde afbeelding van de heilige, biddend in de woestijn, en het onderschrift 'H. Antonius Abt, in gebed. Patroon tegen besmetting van menschen en dieren.' Op de achterzijde 'Dankgebed na verkregen gunsten' (impr. F.J. Hendrickx, Vic. Gen. 's Bosch 7 april 1937'.
- Ansichtkaarten: 1 zwartwitfoto van de kerk met als onderschrift 'Knegsel (N.Br.), Sint Antonius Abt, Bedevaartskerk'; 2 zwartwitfoto paardenzegening, onderschrift 'Knegsel (N.Br.), Sint Antonius Abt zegen, Bedevaartsplaats' (1938?); 3 zwartwitfoto van de kerk en de paardenzegening, onderschrift als vorige, (5 juli 1938); 4 herdruk van de vorige kaart (Vessem - Wintelre - Knegsel: Heemkunde Studiegroep, [ca 1980]).
- Beeldjes: veel gezinnen in Knegsel hebben thuis nog een beeldje van de heilige, dat hem toont als kluizenaar met een varkentje, voornamelijk bruin en groen geschilderd. Deze beeldjes werden al voor de Tweede Wereldoorlog verkocht. Bij de boeren stond het in de stal.
- Medailles: voor circa 1965 werden er ook gewijde medailles verkocht.
Bronnen en literatuur Archivalia: Knegsel, parochiearchief St. Monulphus en Gondulphus. 's-Hertogenbosch, bisdomarchief: parochiedossier Monulphus en Gondulphus Knegsel; collectie Dagobert Gooren, handboekje broederschap. Het parochiearchief van Steensel, waartoe Knegsel tot 1900 kerkelijk behoorde, bevat niets over de verering.
Tekstedities: Jan van Laarhoven, Het schetsenboek van Hendrik Verhees ('s-Hertogenbosch: Merlijn, 1975) p. 48-49, tekening Monulphus- en Gondulphuskerk uit 1788.
Literatuur: J.A. Coppens, Nieuwe Beschrijving van het Bisdom van 's-Hertogenbosch, 4 dln. ('s-Hertogenbosch: J. Demelinne, 1840-1844) dl. 3a, p.102-103, geen vermelding verering; L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch, dl. 4 (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1873) p. 668-670, geen vermelding verering; J.E. de Quay e.a. ed., Het nieuwe Brabant, dl. 2 ('s-Hertogenbosch: Provinciaal Genootschap, 1953) p. 51, korte vermelding van de paardenzegen op initiatief van de pastoor; M. de Meyer, Volkskunde-Atlas voor Nederland en Vlaams-België. Commentaar bij de kaarten 21-29 Volksgeneeskunde, stuipen, hoofdpijn, beschermheiligen en bedevaarten etc. Aflevering III (Utrecht-Antwerpen: Standaard, 1968) p. 73, vermelding als beschermheilige van paarden; J.J.A. Smetsers, Vessem, Wintelre en Knegsel in oude ansichten (Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1972) nr. 34, foto paardenzegening; Mia Geerts e.a. ed., Roomse sprokkelingen. Overleveringen en andere verhalen uit Knegsel argeloos bijeengezocht en -geraapt in het jubileumjaar van pastoor Harrie Peters a.d. 1991 ([Knegsel]: Heemkundige Vereniging 'De Hooge Dorpen', 1991) p. 26-27, 66-67; H. Strijbos, 'De kerken in de gemeente Vessem', in: J. van den Biggelaar e.a., De hooge dorpen: 700 jaar Vessem-Wintelre-Knegsel, 1292-1992 (Eindhoven: Heemkundige Vereniging 'De Hooge Dorpen', 1993) p. 55-58; A.P.G. Lieberom, 'Wederwaardigheden uit de geschiedenis van de R.K. Kerk van de HH. Monulphus en Gondulphus te Knegsel vanaf 1648', in: J. van den Biggelaar e.a., De hooge dorpen: 700 jaar Vessem-Wintelre-Knegsel, 1292-1992 (Eindhoven: Heemkundige Vereniging 'De Hooge Dorpen', 1993) p. 79, Antonius-Abtverering; Herman Strijbos, Kerken van heren en boeren. Bouwhistorisch verkenningen naar de middeleeuwse kerken in het kwartier Kempenland ('s-Hertogenbosch: Stichting Brabants Heem, 1995) p. 78-79.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst nr. 23 (1959), invullers uit Duizel, Hapert; volkskundige vragenlijst 64a (1993); Utrecht, Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland: dossier parochie Knegsel; foto's van Frans Heijmans en Wim van Dooren te Knegsel; mondelinge mededelingen in 1997 van dhr. A.P.G. Lieberom, mevr. N. Heeren en mevr. A. van der Heijden-Neutkens te Knegsel.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<