HomeDatabankenBedevaarten

Amsterdam, Joannes Philippus Roothaan

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Joannes Philippus Roothaan
Datum: 8 mei (zondag naastbij); gehele jaar
Periode: 1935 - heden
Locatie: Kerk van St. Franciscus Xaverius (De Krijtberg)
Adres: Singel 446, 1017 AV Amsterdam
Gemeente: Amsterdam
Provincie: Noord-Holland
Bisdom: Haarlem
Samenvatting: De verering van de eerste Nederlandse jezuïetengeneraal, J.P. Roothaan, kreeg, na melding van gebedsverhoringen, vanaf ca. 1935 een geïnstitutionaliseerd karakter. Rond deze tijd startte ook een onderzoek ter voorbereiding van zijn zaligverklaring. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het Pater Roothaan Genootschap opgericht; in de tijd die hierop volgde kwamen jaarlijks op (of rond) 8 mei groepen bedevaartgangers uit heel Nederland naar de Krijtberg. Sins de jaren tachtig is de bedevaart teruggelopen tot een individuele devotie.
Auteur: Peter Jan Margry
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie Algemeen
Aan het Singel, oorspronkelijk de gracht rondom het middeleeuwse Amsterdam, stond een pand genaamd De Krijtberg dat in 1654 door een jezuïet was gekocht met als doel er een bedehuis in te vestigen. Niet veel later werd achter dit huis een schuilkerk gebouwd die onder het patronaat van de heilige jezuïet Franciscus Xaverius kwam te staan. Ook na de opheffing van de orde tussen 1773 tot 1814 bleef deze kerk in handen van jezuïeten. In 1835 werd een nieuwe pastorie gebouwd. In 1857 kwam de nieuwe parochie St. Ignatius tot stand, bestaande uit De Zaaier (toen aan de Keizersgracht; later Rozengracht) als hoofdkerk en De Krijtberg als hulpkerk. De groei van de parochie noodzaakte aan het Singel de bouw van een groter kerkgebouw. Op de plaats van de schuilkerk verrees tussen 1881 en 1883 een nieuwe tweetorige kerk onder architectuur van Alfred Tepe, een bijzonder voorbeeld van neogotische kunst - 'een neogotische droom' - zowel voor wat het exterieur als het interieur betreft. Het was een 'Gesamtkunstwerk' met bijdragen voor het interieur van vooral de ateliers Cuypers-Stoltzenberg (bijvoorbeeld Josephaltaar, biechtstoelen en preekstoel) en Mengelberg (bijvoorbeeld Maria-altaar, triomfbalk en hoogaltaar). Op 3 december 1883 werd de kerk door mgr. C. Bottemanne geconsacreerd. De kerk functioneerde tot 1934 als hulpkerk van De Zaaier en werd daarna een zelfstandige parochiekerk.
- Door het teruglopende aantal parochianen en een dreigende sluiting werd in 1974 de Stichting tot behoud van de Krijtberg opgericht. Deze zorgde ervoor dat de kerk zowel van binnen als van buiten intact bleef en zijn functie behield. Thans (1997) functioneert ze als kerkgelegenheid binnen het gebied van het City Pastoraat van Amsterdam. Tussen 1980 en 1990 werd de kerk gerestaureerd.
- In het eigenlijke kerkgebouw heeft nooit een kapel of een andere aparte heilige plaats van Roothaan bestaan. In feite fungeert de eerste zuil links in de kerk, waarop het Zaligverklaringsgebed en het Roothaan-offerblok zijn bevestigd, als zodanig.

Interieur
- Bij de decoratie van de schuilkerk speelde de broer van Roothaan, de Amsterdamse effectenhandelaar Albertus Bernardus Roothaan (1783-1847), een belangrijke rol. Hij kocht of bestelde schilderijen voor de kerk. Ook gaf hij opdrachten aan de beeldhouwer L. Royer.
- In de nieuwe Krijtberg is een aantal elementen met betrekking tot pater Roothaan aanwezig. Een glas-in-loodraam van Willem Mengelberg uit 1931 is geheel rechts in de muur van het priesterkoor aangebracht: pater Roothaan (voorzien van een blauwe nimbus) gezeten aan een schrijftafel terwijl hij werkt aan een tekst (vertaald: 'Geestelijke oefeningen opdat de mens zichzelve overwinne'), naast hem een boekenkast, op de achtergrond de St. Pieterskerk te Rome; en de jonge Roothaan die zijn eerste communie in de Krijtberg doet met afbeeldingen onder meer van de Westertoren en de pastorie van de Krijtberg.
- Twee klokken die in 1949 in de beide kerktorens zijn gehangen, zijn respectievelijk naar de patroonheilige en naar Roothaan vernoemd.
- In het achterhuis van de pastorie was het Roothaanmuseum gevestigd. Het werd op 5 mei 1957, voorzien van een vrij professionele inrichting, geopend door mgr. G.P.J. van den Burg, deken van Amsterdam; in 1993 is het museum, vanwege ruimtegebruik in de pastorie, naar een kleinere ruimte overgebracht. Er staan zowel verspreid als in twee vitrinekasten en een muurkast diverse objecten die direct of indirect met pater Roothaan te maken hebben. Ook worden er schilderijen, tekeningen, devotionalia en devotioneel drukwerk bewaard. Er bestaat een gedrukte Cataloog van het Roothaan-Museum (zie hieronder).

Roothaan elders
- Amsterdam: het geboortehuis van Roothaan staat in de Laurierstraat op nr. 62/64. Het huis is in 1932 afgebroken en vervolgens weer herbouwd. Een door Lou Asperslagh gemaakte gevelsteen toont een reliëfkop van Roothaan en de tekst '1785 geboortehuis 1853 / Jan. Philip. Roothaan S.J.'. Aan de Rozengracht nr. 133 werd in 1929 het 'Clubhuis Joannes Roothaan' voor katholiek jongerencontact opgericht dat gewoonlijk het Roothaanhuis wordt genoemd.
- Rome: in de Gesùkerk (aan het Piazza del Gesù) bevond Roothaans graf zich aanvankelijk in de crypte. In mei 1953 is dit echter, op initiatief van het Roothaan-Genootschap, opgegraven en zijn zijn stoffelijke resten in de zijkapel, rechts van de ingang van de eigenlijke kerk, overgebracht. Zijn graf werd afgedekt met een marmeren gedenkplaat voorzien van een bronzen medaillon met zijn portret en de uitgebeitelde tekst: 'Heic (Haec) reliquiae sunt Servi Dei Joa. Roothaan Praep. Gen. S.J. VIII Maii MDCCCLIII in Rom Patrum Profess Domo Pie defuncti'. Sinds die tijd, tot voor enkele jaren, liet het Roothaan Genootschap voortdurend bloemen plaatsen bij het graf. Het bijzondere van de situatie is dat buiten de crypte, in de Gesùkerk zelf, behalve Ignatius van Loyola, alleen de heroprichter Roothaan en Pedro Arrupe (1907-1991) zijn begraven.
- Rome: in de kapel van het generalaat van de jezuïeten, aan de Borgo S. Spirito, wordt in een zilveren buste als reliekhouder Roothaans hart op sterk water bewaard, dat via een opening in de borst zichtbaar is. Door het generalaat werd de reliek ter overname aangeboden, door de Krijtberg is daar niet op ingegaan.
Cultusobject - Joannes Philippus Roothaan (Amsterdam 23 november 1785 - Rome 8 mei 1853) is geboren in de Laurierstraat in de Jordaan. Zijn vader, een arts, was, nadat hij vanuit Frankfort aan de Main (D) naar Amsterdam was verhuisd, rooms-katholiek geworden. Roothaan was tijdens zijn jonge jaren misdienaar in de Krijtberg. Hij sloot zijn studie aan het Amsterdamse Athenaeum Illustre af met de verdediging van een dissertatie en trok vervolgens in mei 1804 naar Wit-Rusland om zich in de daar nog gedeeltelijk bestaande Sociëteit van Jezus te laten opnemen. In 1812 ontving hij er de priesterwijding. Toen de jezuïeten in 1820 ook uit Rusland werden verbannen, werkte hij onder meer als rector van een college in Turijn. Voordat hij in 1829 tot de 21e jezuïetengeneraal werd gekozen, bezocht hij nog driemaal de Krijtberg (1821, 1822 en 1823). Door zijn verkiezing tot algemeen overste van de Sociëteit van Jezus werd de Amsterdammer, na Ignatius van Loyola, wel de tweede stichter van de orde genoemd.
Onder zijn bestuur vond er een snelle groei van de orde plaats: nieuwe leden en tien nieuwe provincies, waaronder Nederland, werden gesticht. Hij logeerde nog een enkele maal in de Krijtberg (in de pastorie van 28-30 juli 1849). Zijn bezoek toentertijd aan de Nederlandse jezuïetenhuizen zal zeker hebben bijgedragen aan de oprichting van de zelfstandige Nederlandse provincie in 1850.
Hij bracht de naastenliefde in de praktijk en trok bijvoorbeeld tijdens de cholera-epidemie in Rome in 1837 langs de hospitalen om er eigenhandig zieken te verplegen. Zijn lijfspreuk was 'fortiter et suaviter' (krachtig en zacht). Daarnaast was hij in intellectueel opzicht actief en traceerde hij de autograaf van Ignatius' handschrift 'Geestelijke oefeningen'. Hij maakte een nieuwe Latijnse vertaling aan de hand van de Spaanse oertekst, die de geest van Ignatius beter tot uiting liet komen.
In het revolutiejaar 1848 werd Roothaan tot april 1850 uit Rome verdreven. Hij bezocht in die periode onder meer Nederland (in 1849). Enkele jaren na zijn terugkeer werd hij ziek en na een 'met een voorbeeldig geduld gedragen lijden' overleed hij in 1853 te Rome. Hij werd in de speciale grafkelder voor jezuïetengeneraals in de Gesù begraven.
Volgens de kerkhistoricus prof.dr. M.J.J.G. Chappin s.j., medegedeeld tijdens een lezing ('Roothaan, rijk aan invloed? Een kerkhistorische plaatsbepaling van Roothaan in zijn tijd') in de Nieuwe Kerk in 1985, was de invloed van Roothaan in zijn tijd minder groot dan altijd is gedacht. Hij heeft bovendien een ernstig conflict met paus Pius IX gehad. Volgens Chappin was de belangrijkste bijdrage van Roothaan het feit dat hij de orde na de opheffing weer organiseerde en daarbij een nadruk legde op een solide geestelijke vorming, met behoud van de oorspronkelijke geest van de orde. Met zijn 'deconstruerende' beschrijving van Roothaan is voor velen het beeld gecreëerd van een niet bijster belangwekkend personage, voor wie een zaligverklaringsproces echt teveel van het goede zou zijn.
- Een beeld van Roothaan is, afgezien van de glas-in-loodramen, in de kerk niet aanwezig. Er hangt een foto van een schilderij van hem met het 'Gebed om de zaligverklaring van pater Roothaan' tegen de eerste zuil aan de linkerzijde van de kerk. Het bronzen borstbeeld, naar het dodenmasker vervaardigd, dat in de entree van de pastorie staat, heeft in het verleden (voornamelijk voor de bewoners) als een soort cultusobject gefunctioneerd. Het is een kopie van de buste in gips in het museum die in 1853 werd gemaakt. Op zijn feestdag werd tot voor een aantal jaren dit beeld in de bloemen gezet en geëerd. Twee beelden en diverse schilderijen en tekeningen staan en hangen in het Roothaanmuseum, maar vervullen geen directe functie in de verering.
- Twee relieken, gevat in koperen thecas, worden in het Roothaanmuseum bewaard. Het betreft een haarreliek (8 x 6,5 cm) en een botpartikel (⊘ 3 cm). Daarnaast staat er de houten kist waarin bij het openen van het graf in 1935 tijdelijk alle overblijfselen van doodskist en Roothaan zijn gedeponeerd.
- Daarnaast worden in het museum allerlei andere objecten bewaard die als 'afgeleid' reliek kunnen worden beschouwd: een paar sokken, zijn pruik, bonnet, zijn Russische reispas uit 1820, persoonlijke boeken (een De Imitiatione Christi), zijn bureau. Verder een in marmer omlijst crucifix (28 x 21 cm) met de tekst 'Crucifixum quod manibus S.D. Joan Roothaan depositi coniunctum fuit' ('Crucifix dat is vastgehouden door de handen van de eerbiedwaardige dienaar Gods Joan Roothaan'); ook de amict, het kelkdoekje en de zakdoek die hij bij een mis had gebruikt tijdens een bezoek aan het seminarie van Culemborg. Ze zijn daar lang als relieken bewaard; in 1934 werden de doeken in Culemborg nog aan zieken ter genezing opgelegd.
Verering Het begin
- Enige dagen voor Roothaans overlijden in 1853 had paus Pius IX in een vergadering van kardinalen gezegd 'wij gaan een heilige verliezen'. Zijn bijzondere faam was toen al zo sterk dat men direct in dat jaar nog met de voorbereidingen van een zaligverklaringsproces was begonnen. De problemen rond de kerkelijke staat en een verbanning van de jezuïeten uit Italië verhinderden een concrete aanvang. Later was de interesse in Rome min of meer verdwenen.
- Pas na het verschijnen van het boek van pater P. Albers in 1912, waarin veel materiaal over Roothaan bij elkaar was gebracht, werd het eenvoudiger om een proces te starten. In 1922 werd, op verzoek van de Nederlandse provincie van de jezuïeten, besloten het proces weer te gaan voorbereiden. De voorbereiding begon in 1931. In 1934 werd in Nederland een onderzoek gestart inzake drie wonderdadige gebedsverhoringen die op zijn voorspraak zouden zijn geschied. Albers stelde ondertussen de 'articoli' samen die in Rome werden aangebracht, tezamen met Roothaans geestelijke geschriften, verklaringen van tijdgenoten en brieven van hem. In 1935 is al dit materiaal ingeleid door de postulator generalis van de Curia van de jezuïeten. Zijn graf werd toen ten behoeve van dit onderzoek geopend.

Het Pater Roothaan Genootschap (PRG)
- Sinds 1940 werkte pater Cornelis J. Ligthart S.J. (Amsterdam 1895-1980) als kapelaan in de kerk. Zelf ook Amsterdammer wekte hij op tot verering van zijn stadgenoot en vroegere misdienaar en latere generaal. Hij verbaasde zich erover dat men Roothaan nauwelijks meer kende. Ligthart zag in hem een voorbeeld en een voorspreker. In 1943 wordt in de Catalogus Provinciae Neerlandicae S.J. voor het eerst expliciet gemeld dat hij zich inzette voor stimulering van de verering van pater Roothaan in de Krijtberg. Hij zou zijn parochianen hebben bemoedigd, wier zonen in Duitsland waren tewerkgesteld, door hen te wijzen op de jonge Roothaan die ook voortdurend was vervolgd en verbannen. Roothaan groeide als 'voorspreker in allerhande nood'. Door lezing van zijn geschriften had Ligthart een grote bewondering voor Roothaan ontwikkeld. Hij enthousiasmeerde zodoende het college van collectanten dat uiteindelijk de stoot tot de oprichting gaf van de Stichting Pater Roothaan Genootschap in 1944. Naar wordt verteld speelde ook mee het feit dat er nog nooit een Amsterdammer was zaligverklaard. Een zeker chauvinisme zou vanuit de betrokkenen in de stad hebben meegespeeld. Heel nadrukkelijk werd over 'Deze Amsterdammer' gesproken, met de klemtoon op het tweede woord.
- Het Pater Roothaan Genootschap is opgericht met als doel Roothaan 'meer te doen kennen, de devotie tot hem te bevorderen, mede te werken tot het bespoedigen van het proces zijner Zaligverklaring (Heiligverklaring), en hem te vereren en te huldigen'. Dit door middel van alle geschikte mediamiddelen en 'het aansporen der leden tot een vurige gebedsactie'. (Half-) jaarlijkse berichten werden uitgegeven. Het initiatief zou mede zijn voortgekomen uit activiteiten in de hongerwinter toen Roothaan als voorspreker in de bange dagen werd voorgesteld. Het vicepostulatorschap kwam in handen van pater Ligthart. Ook pater P. Grootens zette zich sinds ca. 1940 in voor de zaligverklaring.

Gebedsverhoringen
- Een brochure over Roothaan uit 1947 vermeldde diverse typen gebedsverhoringen: genezingen, goede afloop in hopeloze gevallen en tijdens de bezetting, redding van personen en zaken en het verkrijgen van voedsel en woning. In het bulletin van het Genootschap dat ging verschijnen, werd hij aangeprezen als 'een licht van natuurlijke en bovennatuurlijke wijsheid' en 'een voorspreker bij God, en een hulp in onze velerlei noden'. In elk bulletin werden de nieuw aangebrachte verhoringen opgenomen. Ook het behoud van de Krijtbergkerk zelf wordt door sommigen aan Roothaan toegeschreven.
- In de jaren tachtig kwamen er nog steeds vele gebedsverhoringen per brief binnen. Zo kwamen er in 1982 verzoeken om een relikwie en schonk men, na (succesvolle) novenen te hebben gehouden, geld om missen ter ere van Roothaan te laten opdragen. In datzelfde jaar berichtte en echtpaar uit Den Bosch over een belangrijke gebedsverhoring na 26 aansluitende novenen. Ook in het gastenboek van het museum staan soms devotionele teksten 'Merci, je demande vos prières', van bezoekers uit binnen- en buitenland.
Votiefgeschenken zijn niet bekend; meestal werd geld geschonken voor votiefmissen of voor de activiteiten van het Genootschap.
- Het inroepen van Roothaans bescherming en hulp zou volgens een Krijtbergpater zijn afgeleid uit de langdurige protectie die hij in zijn leven genoot: hij moest vaak vluchten in roerige tijden en kwam altijd weer goed terecht. Niet duidelijk is hoe Roothaan aan zijn specifieke patronaat van woningbemiddeling (en later ook rijbewijzen) kwam. Het zou samenhangen met de naoorlogse woningnood.

Verloop van de verering
- In 1953 werd bij eeuwfeest van zijn overlijden een boekje door J. van Heugten s.j. (studentenpastor, zelf woonachtig bij de Krijtberg) geschreven. Het feest bracht enige nieuwe impulsen zoals het verlof op 14 januari 1955 van bisschop J.B. Huibers van Haarlem om het 'Gebed om de zaligverklaring' dat in de Krijtberg is opgehangen, openbaar in deze kerk te mogen bidden. Niettemin komt uit de toenmalige berichtgeving telkens de 'trage ontwikkeling' van het proces naar voren. Daarbij zou de constatering van paus Pius XII uit 1958 dat 'een beweging wordt gesignaleerd die zoveel mogelijk de afbeeldingen van Heiligen uit de bedehuizen zou willen verwijderen en hun verering zou willen verminderen'. een rol spelen. Niettemin zou men in Rome tevreden zijn over 'levende belangstelling en Roothaan-verering in Nederland'.
- De Krijtberg, die soms ook de Roothaan-kerk werd genoemd, kende tot in de jaren zestig een herdenking van de Roothaandag op de zondag naastbij 8 mei. Zo'n 400 à 500 vereerders uit het gehele land bezochten dan de mis ter herdenking van zijn sterfdag, elk jaar met een speciale gastpredikant. Paters van de Krijtberg stellen dat de bezoekers uit 'alle rangen en standen' afkomstig waren. Niet duidelijk is hoe de verspreiding van vereerders door het gehele land tot stand is gekomen.
Aan de viering van 8 mei ging een noveen (9-daags gebed) vooraf. Daarnaast werden iedere donderdag twee missen opgedragen voor de zaligverklaring van Roothaan en voor de intenties van de leden van het genootschap. Op de donderdagen kwamen vooral de vereerders uit Amsterdam, vanuit alle stadsparochies. Er waren begin jaren tachtig nog circa 800 Genootschapsleden.
Pater Ligthart schreef een belangrijke biografie over Roothaan die in 1972 verscheen.
- De tweespalt die toen begon te ontstaan tussen 'verlichte' katholieken en jezuïeten en de aanhangers van Roothaan wordt scherp verwoord in de twee stukjes die Godfried Bomans aan Roothaan wijdde in zijn bekende bundel Beminde Gelovigen. Hij houdt daarin een pleidooi voor de betekenis van de historische figuur Roothaan en voor de devotie voor hem, onderwijl afrekenend met 'intolerante' fanatiekelingen, binnen en buiten de kerk, die het liefst helemaal van Roothaan af willen. De jezuïeten in Amsterdam zelf, zouden daarin het verst gaan.

Roothaanbedevaart naar Rome
- In 1978 wilde het Genootschap weten wat er met de 'Causa Roothaan' gebeurde. Besloten werd tot een bedevaart naar Rome in mei 1979. Daar werden alle elementen die met Roothaan te maken hebben bezocht en vroegen de bezoekers om een gesprek met de generaal van de jezuïeten. Direct op de man af werd gevraagd of men met de verering door moest gaan en waarom de zaligverklaring zo lang duurde. Het proces zelf bleek nog niet eens officeel te zijn begonnen. Het antwoord luidde dat de algemeen-postulator alles had gedaan en dat de Causa serieus werd genomen. Een verandering in de procedure (noodzaak tot het samenstellen van een Positio Historica, een wetenschappelijk overzicht van leven en omstandigheden, waarvoor niemand te vinden was geweest) zou de zaak echter hebben gestagneerd. De bedevaartgangers kregen volmondig te horen de devotie in Nederland levend te houden, dan zouden de jezuïeten in Rome er alles aan doen om de zaligverklaring te bewerkstelligen. Na een herdenkingsmis op 8 mei in de Gesù gingen alle deelnemers terug.

Devotionele neergang
- In 1980 overleed gangmaker Ligthart. Aangezien het bestuur van het genootschap voor een belangrijk deel uit bekenden van hem bestond, viel ook dat min of meer uiteen. Pater Ziekman nam toen voor een paar jaar de administratie van Ligthart over.
Men trachtte de propaganda voor Roothaan te versterken door in 1984 zo'n 900 exemplaren van de Engelse vertaling van Ligthartbiografie naar alle jezuïeten- en Sacré Coeur-vestigingen over de gehele wereld te sturen. Dit initiatief gaf de nodige respons en stimuleerde om ook een Franse en Spaanse vertaling te maken. Tevens werd gestart met de microverfilming van alle Roothaanstukken in archieven om het onderzoek over zijn leven te verenvoudigen; grootse plannen, zeker met de 200e geboortedag in 1985 voor de deur. Dit feest werd nog uitgebreid in Amsterdam gevierd in aanwezigheid van de tweede Nederlandse jezuïetengeneraal, P.H. Kolvenbach.
- Echter gaandeweg waren steeds meer problemen ontstaan tussen het deels nieuwe bestuur van het Genootschap en de jezuïeten (zowel in Amsterdam als in Rome). Een ondersteuning van de verering van Roothaan leek niet meer in het pastorale aanbod te passen. Zodoende is sinds 1985 nagenoeg alle activiteit rondom Roothaan zowel in Rome, in de Krijtberg als binnen het Genootschap stil komen te liggen. Weliswaar gaf de verkiezing van de tweede Nederlandse jezuïetengeneraal Kolvenbach nog enige hoop op een snellere zaligverklaring, maar hij zou te kennen hebben gegeven het maar te vergeten. De ingewikkelde politieke situatie van Roothaans tijd - zo heeft Roothaan zich opgesteld als tegenstander van de inmiddels zaligverklaarde Antonio Rosmini (1797-1855) - en de vele documenten van zijn hand (ca. 20.000 brieven) zouden belemmeringen zijn om op afzienbare termijn een goede historische onderbouwing eraan te kunnen geven. Formeel staat Roothaan bij de jezuïeten in Rome nog steeds op de zaligverklaringsrol, maar ook daar geeft men bovengenoemde argumenten en verwacht men dat het proces nog de nodige tijd zal duren (mededeling P. Gumpel).
- Het Roothaan Genootschap is aan het begin van de 21e eeuw slapende, maar wil zich ook niet opheffen: 'want dan is er niets meer'. Het wacht op 'betere tijden'. Zij zien als een van de concrete problemen het feit dat er in de Krijtberg geen duidelijke vereringslocatie voor Roothaan bestaat. Hoewel de wens daartoe bestaat, voelen de jezuïeten er niet voor die te creëren. Niettemin bestaat er nog steeds een beperkte devotie: er komen af en toe nog bezoekers voor het museum en sommigen houden novenen in de Krijtberg. In deze kerk wordt tijdens de preek op de zondag naastbij 8 mei nog altijd aandacht besteed aan Roothaan.
Materiële cultuur - Portretten: 1 portret (108 x 81 cm) geschilderd in olieverf door Br. Quartier s.j. ad vivum in 1849 te Drongen (B); 2 tekening in zwart krijt en houtskool door Jan Toorop in 1927 (43 x 34 cm) vervaardigd met behulp van het schilderij van Quartier uit 1849. Het is een soort ideaalportret voor Toorops persoonlijke vriend prof.mr.dr. Charles Raaijmakers s.j.; andere afbeeldingen, deels in reproductie: 3 schilderij in ca. 1960 geschilderd op basis van een schets door Ed. Steinle uit 1832; 4 schilderij van Roothaan door Fil. Balbi uit 1852; 5 schilderij van Roothaan door Lou Asperslagh uit 1933; 6 schilderij van Roothaan door Rien Holland uit 1953.
- Devotiebeelden: gipsen beelden met de tekst op het voetstuk 'P. Joannes Roothaan', op de achterzijde 'Namaak verboden G.L.V. [Gerard Linssen, Venlo] 4217', 48 cm hoog, in de kleuren brons en koperkleurig; beperkte oplage van ca. 20 stuks.

Devotioneel drukwerk
- Devotieprentjes: 1 dubbelprentje met aan de ene zijde een afbeelding schilderij van Roothaan door Balbi en een tekst over Roothaan en op de achterzijde (?) een afbeelding van en gebeden tot Madonna della strada (impr. Milaan, M Cavazzali, 10-10-1931; 2 set van 11 prentjes in een rood papieren envelopje met door Lou Asperslagh getekende scenes uit het leven van Roothaan (Maastricht: Kunst Adelt; 12 x 7,5 cm; impr. Maastricht, H. Beijersbergen s.j., 16-1-1934); 3 prentje met op de voorzijde een schilderij van Lou Asperslagh, naam en data en op de achterzijde het gebed om de zaligverklaring (Maastricht: Kunst-Adelt, ca. 1935; 12 x 7,5 cm); 4 prentje met een foto van de buste gemaakt naar het dodenmasker en enkele levensdata, op de achterzijde gebeden (Amsterdam: Pater Roothaan-Genootschap (PRG), ca. 1945?; 11,5 x 7,3 cm); 5 ook als vouwprentje met de buste voorop en biografische gegevens en gebeden aan de binnen- en achterzijde (Amsterdam: PRG, 1950?; 12 x 7,5 cm); 6 vouwprentje met een tekening (naar Balbi, door W. v.d. Randen), naam en levensdata op de voorzijde, op de binnen- en achterzijde spreuken, gebed en toelichting (ca. 1953?; 11 x 7 cm); 7 vouwprentje in drieën met de tekening van Jan Toorop en o.m. de tekst 'Jan Philip Roothaan Amsterdammer was zo een groot man' op de voorzijde en op de binnen- en achterzijde gebeden en toelichtende teksten (ca. 1960?; 12,5 x 7 cm); 8 vouwprentje met op de voorzijde een tekening van een biddende pater, de Westertoren en de St. Pieterskerk en de tekst 'Pater Roothaan bid voor ons!', aan de binnen- en achterzijde gebeden en een verklarende tekst in verband met de tekening aan de voorzijde (Amsterdam: Roothaan Genootschap, ca. 1950?; 10 x 6,5 cm); 9 prentje met zwartwitfoto van het schilderij van br. Quartier uit 1849 en een gebed op de achterzijde (Amsterdam: PRG; 10 x 7, 5 cm; ca. 1960?).
- Ansichtkaarten: 1 kaart met op de voorzijde een schilderij van Roothaan door Lou Asperslagh, naam en data (Maastricht: Kunst-Adelt, ca. 1935); 2 ansichtkaart Roothaanmuseum (Van Leer's fotodrukkerij, ca. 1960); 3 ansichtkaart met een afbeelding van het prentje van het H. Hart van Jezus dat Roothaan tijdens de catechismusles in de Krijtberg had gekregen, met verklarende tekst ernaast (PRG, ca. 1960?); 4 ansichtkaart met een foto van de vm. woning van Ignatius te Rome, waar Roothaan als generaal dagelijks de mis las (PRG; ca. 1960?); 5 ansichtkaart met het portret van Jan Toorop (PRG; ca. 1985)
- Diversen: 1 Bewijs van lidmaatschap van het Pater Roothaan genootschap, met op de achterzijde de statuten (ca. 1945; 15 x 11,5 cm); 2 voorbedrukte herinneringskaart dat de uitgeleende Roothaan-relikwie moet worden teruggebracht, met tevens het verzoek gebedverhoringen schriftelijk te melden (ca. 1950); 3 Eucharistieviering 17 november 1985. 200 jaar Jan Philip Roothaan (Amsterdam: Krijtbergparochie, 1985; 14 p.; gestencild); 4 [C.J. Ligthart], Een groep leden van het Pater Roothaans-Genootschap was te Rome (5-10 mei 1979). Een verslag van wat we meemaakten, wat we zagen, en wat we hoorden over Pater Roothaan en zijn Causa (Amsterdam: PRG, 1979; 28 p.).
Bronnen en literatuur Archivalia: Amsterdam, parochiearchief van St. Franciscus Xaverius (een aantal recente stukken met betrekking tot Roothaan, o.m. gebedverhoringen, werden in juni 1997 vernietigd). Amsterdam/Amstelveen, archief van het Roothaangezelschap. Nijmegen, Nederlandse Provincie der Jezuïeten: archief (o.m. notulenboek pater Ligthart) en documentatie. Rome, Postulazione Generale della Compagnia di Gesù: stukken met betrekking tot de zaligverklaring van pater Roothaan (kast V, dx, 1-2). Rome, archief van de Compagnia di Gesù (ARSI): vele documenten van en naar Roothaan.
Tekstedities: J. Ph. Roothaan, De ratione meditandi (Doornik: J. Casterman, 1840); Rondgaande Zendbrief van den Hoogwaardigen Vader Joannes Roothaan Generaal der nederige Societeit Jesu aan de eerw. vaders en broeders medeleden derzelve Societeit (ter gelegenheid van haar naderend derde eeuwfeest, geschreven, uit Rome, in December 1839) (Deventer: J.W. Robijns, 1844); P.A. Camper ed., Rondgaande brieven van P. Joannes Roothaan, Generaal der Soc. van Jezus, over de vereering der Allerh. Harten van Jezus en Maria (z.p. 1848); Lettres Encycliques du très révérend Pïère Jean Roothaan, Général de la Compagnie de Jésus sur la dévotion au Sacré-Coeur de Jésus et au Coeur Immaculé de Marie (Brussel: Ch.J.A. Greuse, 1849; 29 p.); Johannes Roothaan ed., Die geistlichen Übungen der heiligen Ignatius nach dem Geiste des P. Johannes Roothaan, letzt verstorbenen Generals der Gesellschaft Jesu, 2 dln. (Regensburg: Marz, 1855); J. Hendricks ed., Handleiding voor de meditatie overeenkomstig de voorschriften van het boek der 'Geestelijke Oefeningen' des H. Ignatius, volgens het latijn van J. Roothaan ('s-Hertogenbosch: Van Gulick, 1869; 2e dr.: Amsterdam: C.L. van Langenhuysen, 1897); Meditationes et Instructiones pro S.S. Missionibus (Rotterdam 1876; facsimile-uitgave); J.Ph. Roothaan, Exercises spirituels de Saint Ignace de Loyola (Parijs: Poussielgue, 1895; 14e dr.); J. Ph. Roothaan, Exercitia spirituels S.P. Ignatii de Loyola (Regensburg: Pustet, 1920); L. de Jonge en P. Pirri, ed., Ioannis Phil. Roothaan Societatis Iesu praepositi generalis XXI Testimonia Aequalium (Rome: Generalaat S.J., 1935; 371 p.); L. de Jonge en P. Pirri, ed., Opera Spiritualia Ioannis Phil. Roothaan Societatis Iesu praepositi generalis XXI, 2 dln. (Rome: Generalaat jezuïeten, 1936); L. de Jonge en P. Pirri, ed., Epistolae Ioannis Phil. Roothaan Societatis Iesu praepositi generalis XXI, 5 dln. (Rome: Generalaat S.J., 1935-1940).
Literatuur: Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 218-220; H.J. Allard, De Sint Franciscus-Xaverius-Kerk of De Krijtberg te Amsterdam 1654-1904 (2e dr., Amsterdam: C.L. van Langenhuysen, 1904); 'Roothaan', in: Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, dl. 4 (Leiden: Seithoff, 1918) k. 1165-1166; L. de Jonge, 'Een nieuwe Nederlandsche heilige Jan Philip Roothaan S.J. 1785-1853', in: Katholieke Illustratie, 3 oktober 1934, p. 6-8; [een contemplatieve van Bethanië], Nederlandsche gangmakers. Het heilig paterke van Hasselt, St. Willibord, pater Roothaan, St. Hubertus, een carmelites uit Apeldoorn, Liduina van Schiedam (Den Bosch: Geert Groote Genootschap, 1938); Catalogus Provinciae Neerlandicae Societatis Iesu ineunte anno 1943 (Den Haag 1943) p. 6; J. Barten, 'Pater Roothaan en de herleving van het katholicisme in Nederland', in: Streven 7 (1954) p. 193-205; J. van Heugten, 'Pater Roothaan en zijn tijd in Nederland', in: Streven 7 (1954) p. 206-210; Godfried Bomans, Beminde gelovigen (Bilthoven: Ambo, 1970) p. 117-120, 155-158; 100 jaar de 'Nieuwe Krijtberg'. Verleden en heden van de jubilerende Sint Franciscus Xaveriuskerk (Amsterdam: eigen beheer, 1983) p. 61-62; Pieter van der Ven, 'Zaligverklaring zit er niet in voor Roothaan', in: Trouw, 18 november 1985; P.F.M. Fontaine, Een man als een toegedekt vuur. Jan Philip Roothaan (Amsterdam: Pater Roothaan Genootschap, 1986); P.P.W.M. Dirkse, Jezuïeten in Nederland [tentoonstellingscatalogus] (Utrecht: Rijksmuseum Het Catharijneconvent, 1991) p. 11, 72, 101-102; Lydia Lansink en Peter van Dael, De Nieuwe Krijtberg. Een neogotische droom (Amsterdam: stg. Frans Dubois Fonds, 1993); het wekelijkse mededelingenblad ''t Krijtje', later 'Krijt'.

- Biografieën: E[douard] T[erwecoren], Esquisse historique sur le T.R.P. Roothaan (Brussel: I. Vandereydt, 1854); J. Alberdingk Thijm, Levensschets van P. Joannes Philippus Roothaan, Generaal der Societeit van Jezus (Amsterdam-Brugge: C.L. van Langenhuysen-Desclée de Brouwer, 1885); P. Albers, De Hoogeerwaarde Pater Joannes Philippus Roothaan, xxi generaal der Societeit van Jezus en de voornaamste lotgevallen zijner orde, 2 dln. ('s-Hertogenbosch: Malmberg, 1912); P. Albers, De generaal der Jezuieten, Joannes Philippus Roothaan ('s-Hertogenbosch: Geert Groote Genootschap, 1925); A. Neu, Johann Philipp Roothaan, der bedeutendste Jesuitengeneral neuerer Zeit († 1853) (Freiburg: Herder, 1928); Pietro Pirri, P. Giovanni Roothaan, XXI Generale della Compagnia di Gesù (Isola del Liri: Macioce & Pisani, 1930) met op 5-13 een opgave van (archief-) bronnen; G. Bozzetti, 'Rosmini e il P. Roothaan y un recente articolo della Cività Cattolica', in: Rivista Rosminiana 24 (1930) p. 63-94 (zie ook ibidem 27 (1933) p. 135-150 en 28 (1934) p. 34-54); L.F.M. de Jonge, De Dienaar Gods Jan Philip Roothaan s.j. 1785-1853 (Wassenaar: H.J. Dieben, 1934); J. Beuns, Jan Philip Roothaan s.j. ('s-Hertogenbosch: Geert Groote Genootschap, 1935); G. de Vaux en H. Riondel, Le Pïère Jean Roothaan, XXIe Général de la Compagnie de Jésus (1785-1853) (Parijs: Lethielleux, 1935); Le serviteur de Dieu. Pïère Jean-Philippe Roothaan. Général de la Compagnie de Jésus (1785-1853) (Isola del Liri: A. Macioce & Pisani, 1937; 78 p); M.C. van Zaanveer, Gedachten van Pater Roothaan S.J. met korte levensbeschrijving en gebeden (Heerlen: J. Roosenboom, 1938) Joseph Albert Otto, Gründung der neuen Jesuitenmission durch General Pater Johann Philipp Roothaan (Freiburg: Herder, 1939); Robert G. North, The general who rebuilt the Jesuits (Milwaukee: Bruch Publ. Comp., 1944); Steven Wiel, Nederlands Grootste Generaal (Heiloo: Kinheim-uitg., 1947); J. van Heugten, Pater Roothaan in zijn tijd (Bussum: Paul Brand, 1952); C.J. Ligthart, De Nederlandse jezuietengeneraal Jan Philip Roothaan. Een antwoord op de vraag: 'Wat is een jezuiet?' (Nijmegen: Dekker & Van de Vegt, 1972) C.J. Ligthart, The return of the Jesuits. The life of Jan Philip Roothaan (Londen: T. Shand, 1978); 100 jaar de 'nieuwe Krijtberg'. Verleden en heden van de jubilerende Sint Franciscus Xaverius (Amsterdam 1983) p. 17-18, 61-62; P.F.M. Fontaine, Een man als een toegedekt vuur. Het leven van Jan Philip Roothaan jezuïet (Utrecht:R.K. Kerkgenootschap in Nederland, 1985); P.F.M. Fontaine, Een man als een toegedekt vuur. Jan Philip Roothaan (Amsterdam: Pater Roothaan Genootschap, 1986); Paolo Molinari, 'Roothaan, Giovanni Filippo', in: Bibliotheca Sanctorum prima appendice (Rome: Città Nuova, 1987) k. 1164-1167; C.J. Ligthart, Le retour des Jésuites du XIXe siècle. La vie du père général J. Ph. Roothaan (Turnhout-Parijs: Brepols, 1991); Guus van den Hout, Eugène Langendijk ed., Louis Royer, 1793-1868. Een Vlaamse beeldhouwer in Amsterdam (Amsterdam: Van Soeren, 1994); Marc Lindeijer s.j., Pater Ligthart en de zaak Roothaan. Streven naar heiligheid in het utopistisch tijdperk, 1914-1968 (Hilversum: Verloren, 2010).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Amsterdam-Roothaan; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993); Amsterdam, Roothaanmuseum: diapresentatie over Roothaan gemaakt t.g.v. de 200e geboortedag in 1985; (mondelinge) informatie op 19 juni 1997 van pater Jan Stuyt s.j. en pater G. Ziekman s.j., op 23 juni van B.M. Everling te Amstelveen, voorzitter Roothaan Genootschap en op 14 juli van prof. Peter Gumpel s.j., van de Postulazione Generale te Rome; Collectie 'Roothaan' van A.J. Bomans, opgenomen in BiN-dossier (acquisitie 2012).
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<