HomeDatabankenBedevaarten

Gorinchem, H. Apollinaris

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Apollinaris
Datum: 23 juli
Periode: 1355/1362 -ca. 1573
Locatie: Parochiekerk van St. Jan de Doper (Grote kerk; thans N.H.)
Adres: Groenmarkt 7, 4201 EA Gorinchem
Gemeente: Gorinchem
Provincie: Zuid-Holland
Bisdom: Rotterdam
Samenvatting: Toen de Utrechtse bisschop Jan van Arkel in 1355 in Rome de mis opdroeg, verscheen Apollinaris aan hem in een visioen. De heilige gaf hem de opdracht om de aartsbisschop van Ravenna over te halen enkele relieken af te staan. De relieken werden in 1355 of 1362 overgebracht naar Gorinchem. Van Arkel gaf zijn kapelaan een brief mee waarin de stad Gorinchem werd verplicht om ieder jaar op 23 juli het feest van Apollinaris te vieren. Daarnaast verleende hij een aflaat van 40 dagen aan allen die in de Grote of Janskerk de relieken kwamen vereren.
Auteur: Jeroen van de Ven
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Gorinchem of Gorcum ligt in het uiterste zuidoosten van de provincie Zuid-Holland in de Alblasserwaard aan de noordoever van de Boven-Merwede. De Grote of St. Janskerk van Gorinchem werd er gesticht door heer Jan van Arkel en waarschijnlijk gewijd in 1263. Wanneer met de bouw van de kerk werd begonnen, is onbekend.
- In 1566 woedde in de stad de beeldenstorm en op 26 juni 1572 namen de geuzen onder aanvoering van Marinus Brand de stad in. Korte tijd later werd de St. Janskerk overgedragen aan de calvinisten. De eerste hervormde kerkdienst werd in Gorinchem gehouden op 22 juli 1566.
- In december 1844 werd de bouwvallige Grote of Janskerk afgebroken. Alleen de toren van de kerk bleef behouden. Op de plaats van de kruiskerk werd in 1845 een nieuwe N.H. kerk gebouwd.
Cultusobject - Apollinaris (23 juli) was bisschop van Ravenna en wellicht afkomstig uit Antiochië. Over zijn leven zijn maar weinig historische gegevens bekend. De legende over zijn leven werd geconstrueerd toen Ravenna zich als stad met Rome wilde meten. In Ravenna deed men het voorkomen als zou Apollinaris door Petrus zijn gezonden. Apollinaris leefde in werkelijkheid anderhalve eeuw later dan de apostel. Hij overleed omstreeks het jaar 200. Petrus Chrysologus vertelt in één van zijn preken dat Apollinaris de eerste priester en bisschop van Ravenna was en dat hem daarom terecht de titel van martelaar toekwam. De heilige werd vooral vereerd tijdens de vroege middeleeuwen. De Apollinariskerk in het Duitse Remagen aan de Rijn was in de middeleeuwen een belangrijke bedevaartplaats. Apollinaris werd vooral aangeroepen tegen vallende ziekte.
- De reliek van Apollinaris werd volgens de overlevering in 1355 of 1362 door een Gorcumse priester, samen met enkele andere kostbare relieken, van Ravenna naar Gorinchem overgebracht. Onder de relieken bevonden zich verder ook enkele relieken van Johannes de Doper, Andreas, Cecilia alsmede een partikel van het H. Kruis.
- Over de armreliek van Apollinaris is uit de bronnen niet veel meer af te leiden dan dat deze in de St. Janskerk van Gorinchem werd bewaard in een zilveren reliekhouder. In een verloren gegane inventaris van het zilver in de parochiekerk, opgemaakt in 1564, wordt de reliekhouder genoemd. Op 3 augustus 1573 moest alle zilverwerk in de Gorinchemse kerken en kapellen aan Adriaan Manmaker, thesauriergeneraal van Zeeland, worden overhandigd. Naar alle waarschijnlijkheid is toen ook de zilveren armreliek van Apollinaris ingeleverd en daarmee definitief verdwenen.
Verering - Volgens het verhaal van de overbrenging van de armreliek van Apollinaris alsmede enkele andere relieken naar Gorinchem, verbleef bisschop Jan van Arkel in 1355 in Rome. Toen hij er in een kapel of kerk de mis opdroeg, verscheen Apollinaris aan hem. De heilige droeg de Utrechtse bisschop op om de kardinaal-aartsbisschop van Ravenna over te halen enkele relieken mee te geven aan zijn kapelaan, die tevens priester te Gorinchem was. In 1355 of 1362 arriveerde de geestelijke in Gorinchem met de verkregen relieken. Indien de aankomst van de priester met de relieken in 1362 was, viel dit jaartal samen met de belegering van het kasteel van de heer van Voorst door bisschop Jan van Arkel. De belegering was begonnen in augustus 1362, duurde vijftien weken en eindigde met de totale verwoesting van de burcht. Volgens de overlevering zouden Otto, toenmalig heer van Arkel, en de gehele bevolking van Gorinchem bij de aankomst van hun priester hebben gejuicht.
- De priester die de relieken van Ravenna naar Gorinchem overbracht, had uit het kampement bij het kasteel Voorst ook een schrijven meegekregen van Jan van Arkel. In deze brief verklaarde de bisschop dat de uit Ravenna meegebrachte relieken echt waren. Bovendien verplichtte hij de stad Gorinchem om voortaan ieder jaar op 23 juli het feest van Apollinaris te vieren met een plechtige processie.
- Diverse historieschrijvers hebben de overbrenging van de relieken naar Gorinchem genoteerd, maar noemen steeds 1355 en 1362 naast elkaar als het jaar van de translatie.
- Over de naam van de priester die de armreliek van Apollinaris naar de Janskerk heeft overgebracht, bestaat enige onduidelijkheid. De Kronijcke des lants van Arckel van Pauw, de oudste bron (tweede helft 16e eeuw), vermeldt 'Nicolaas Pokers':

'Hoe Sinte Apollonaris arm van Ravenen te Gorcum gebracht weert bij eenen eersamen prister, die cureyt ende pastoor was van der kercken van Gorcum, geheyten Niclas Pokers, geboren van eersame ouders, uyter selver stede van Gorcum in die jaren MCCCLV, ende hoe bisschop Jan van Arkel confirmeerde dieselve reliquijen ende aflaet daertoe gevende [...]'.

De Cronijcke der heeren van Arkel van Aerndt Kemp noemt daarentegen '[...] eenen eersaem priester, pastoor der kercke van Gorcum, geheten Niclaes Preylier van Gorcum [...]'.
- Van de verering van Apollinaris te Gorinchem is feitelijk niet veel meer bekend dan dat de inwoners op 23 juli in een plechtige processie met de armreliek van de heilige in een zilveren reliekhouder door de stad trokken:

'Zo Kemp schryft zou Nicolaas Prylier, pastoor der kerke te Gorinchem omtrent den jaare 1355. Dezelve uyt Italien mede gebragt, en aan zyne kerke geschonken hebben, welke heyligdom door de burgers en omleggende dorpelingen, zedert dien tyd in groote waarde wierd gehouden, en men vierden daar 's jaarlyks een byzonder feest van, op welken'dag men dezen arm in een zilvere doos door de stad en kerke, met groote statie ronddroeg'.

Hieruit blijkt dat de verering niet alleen lokaal was: jaarlijks kwamen gelovigen uit de regio op bedevaart naar de relieken van Appolinaris.

Aflaat
In de brief die Jan van Arkel in 1362 meegaf aan de priester die de relieken van Ravenna naar Gorinchem had overgebracht, verleende de bisschop tevens een aflaat van 40 dagen aan allen die de armreliek van Apollinaris alsook de andere relieken in de St. Maartenkerk zouden komen vereren.

Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek: hs. 78 C 32, Aerndt Kemp Jacobss., Cronijcke der heeren van Arkel; hs. 132 A 32, Dirk Frankenszoon Pauw, Kronijcke des lants van Arckel, tweede helft 16e eeuw. Leiden, universiteitsbibliotheek, Bibliotheca Neerlandica Manuscripta, databank BNM onder: 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, hs. 132 A 32. Utrecht, universiteitsbibliotheek: hs. 1650, p. 667-669, Chronicon Hollandiae, 18e-eeuws afschrift op last van Pieter Bondam.
Tekstedities: Acta sanctorum, dl. 32 (Parijs-Rome: V. Palmé, 1868) p. 328-385, m.n. p. 381-385; H. Bruch, Dirck Franckensz. Pauw (Theodoricus Pauli), Kronijcke des lants van Arckel ende der stede van Gorcum (Middelburg: J.C. en W. Altorffer, 1931) p. 49, k. 40, teksteditie van de Kronijcke des lants van Arckel; M. Carrasso-Kok ed., Repertorium van verhalende historische bronnen uit de middeleeuwen ('s-Gravenhage: Nijhoff, 1981) p. 12-13, nr. 10, 242, nr. 243.
Literatuur: Abr. Kemp, Leven der doorluchtige heeren van Arkel, ende jaar-beschrijving der stad Gorinchem, heerlijkheyd, ende lande van Arkel onder desselfs heeren, ook onder de graven van Holland, tot den Jare 1500 etc. (Gorinchem: P. Vink, 1656) p. 82; H.F. van Heussen, Historie ofte beschryving van 't Utrechtsche bisdom etc., dl. 2 (Leiden: Chr. Vermey, 1719) p. 625; H.F. van Heussen, Kerkelijke historie en outheden der Zeven Vereenigde Provincien etc. dl. 2 (Leiden: D. Haak, S. Luchtmans en J.A. Langerak, 1726) p. 338; Z.H.H.T., Beschryvinge der stadt Gorinchem, en landen van Arkel etc. (Gorinchem: G.T. Horneer, 1755) p. 20; J.Th. Beijsens, 'Jan van Arkel, bisschop van Utrecht', in: De katholiek 108 (1859) p. 20; H.A. van Goch, Van Arkel's oude veste. Geschied- en oudheidkundige aanteekeningen betreffende de stad Gorinchem en hare gebouwen en instellingen (Gorinchem: T. Horneer, 1898) p. 21; Bibliotheca hagiographica latina, dl. 1 (Brussel: Société des Bollandistes, 1898/1899) p. 101-102; J. Huijsmans, 'Bijdragen tot de geschiedenis der katholieken te Gorcum sedert 1572', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 43 (1917) p. 196 en 225; H. Bruch, Supplement bij de geschiedenis van de Noord-Nederlandsche geschiedschrijving in de middeleeuwen (Haarlem: H.D. Tjeenk-Willink, 1956) p. 68-70, nr. 89; Lexikon für Theologie und Kirche, dl. 1 (Freiburg: Herder, 1957) k. 715; Bibliotheca sanctorum, dl. 2 (Rome: Città Nuova, 1962) k. 239-248; C.A. Rutgers, Jan van Arkel, bisschop van Utrecht (Groningen: Wolters-Noordhoff, 1970) p. 214; R.F. van Dijk e.a., Gorcums zilver (Gorinchem: Museum 'Dit is in Bethlehem', 1992) p. 24; A.J. Busch, Grote kerk en toren (Gorinchem: Stichting Merewade, 1994).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Gorinchem-Apollinaris

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<