HomeDatabankenBedevaarten

Boschkapelle, HH. Martelaren van Gorcum

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: HH. Martelaren van Gorcum
Datum: 9 juli (+ octaaf)
Periode: 1761 - heden
Locatie: Parochiekerk van de HH. Petrus en Paulus
Adres: Kerkstraat 15, 4581 BV Vogelwaarde (Boschkapelle)
Gemeente: Hontenisse
Provincie: Zeeland
Bisdom: Breda
Samenvatting: In Boschkapelle bestaat de oudste ononderbroken verering van de Martelaren van Gorcum in Nederland. In 1761 introduceerden paters franciscanen de verering in de parochie. In 1892 werd een broederschap opgericht, die in de topjaren van het interbellum ruim tweeduizend leden telde, vermoedelijk uit oostelijk Zeeuws-Vlaanderen. De broederschap heeft bestaan tot in de jaren zestig. De verering was anno 1996 voornamelijk een parochiële aangelegenheid.
Auteur: Ottie Thiers
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Het dorp Boschkapelle is samengevoegd met Stoppeldijk onder de nieuwe naam Vogelwaarde. De twee aan elkaar vastgegroeide dorpen liggen in het oostelijke deel van Zeeuws-Vlaanderen, ten westen van de weg Hulst-Perkpolder.
- Boschkapelle is een relatief jonge plaats, die pas in de loop van de 17e eeuw is ontstaan. In de voorafgaande periode was het gebied vrijwel onbewoonbaar. Tijdens de Nederlandse Opstand hadden de polders ter plekke sinds 1586 regelmatig blank gestaan als gevolg van het doorsteken van de dijken. In 1643 is men begonnen met de aanleg van een dijk om de polder van Stoppeldijk, waardoor het land weer bewoonbaar werd. In de tweede helft van de 17e eeuw vormde zich een nederzetting, waaruit later Boschkapelle is ontstaan. De eerste bewoners waren waarschijnlijk katholieken uit Zaamslag en Hulst.
- De eerste schuurkerk van Boschkapelle werd gebouwd in 1695. Deze werd vervangen omstreeks 1760, en, voor de tweede keer, in 1811. Dit kerkje had, evenals zijn voorgangers, nog steeds een strodak, maar was wel voorzien van een houten torentje. Pastoor Bernardus Laureyssen, die in 1872 de parochie overnam, oordeelde de kerk in slechte staat en begon een grootscheepse inzamelingsaktie. Het nieuwe neogotische kerkgebouw, dat nog steeds in gebruik is, werd in 1876 plechtig ingezegend, waarna de pastoor ook nog een pastorie en een schooltje liet bouwen. De kerk had altaren voor de patroons Petrus en Paulus, voor O.L. Vrouw en voor St. Jozef. In 1898 werd dit laatste vervangen door een altaar voor de Martelaren van Gorcum.
- In 1926, onder het pastoraat van Aloysius Fruytier, is de kerk onder andere uitgebreid met twee zijkapellen, waardoor een kruisbeukvorm ontstond. De hoofdingang bevindt zich onder de toren. In het schip bevinden zich twee rijen van zes pilaren. De gehele kerk is rijk voorzien van muurschilderingen.
De linkerzijkapel is gewijd aan O.L. Vrouw, de rechter aan de Martelaren van Gorcum. Hier bevindt zich het altaar uit 1898, waarboven een hoog-reliëfvoorstelling de marteldood in de schuur in Brielle uitbeeldt (altaarretabel, 131 cm hoog en 1 m breed, hoogreliëf in zandsteen). Deze voorstelling is gemaakt naar het monumentale schilderij van Fracassini uit 1867 ten behoeve van de heiligverklaring, dat zich in het Vaticaan bevindt. Het is door de parochie in 1898 voor f. 1000,- aangeschaft. Links en rechts van het hoogreliëf bevinden zich panelen met een voorstelling van de pauselijke driekroon en de namen van paus Clemens X (1670-1676) en Pius IX (1846-1878), die de martelaren respectievelijk zalig en heilig verklaarden. Boven het altaar bevinden zich aan elke kant drie glas-in-loodramen met symbolische voorstellingen; aan weerszijden is een muurschildering aangebracht. Alles zinspeelt op trouw aan de paus en het geloof in Jezus en het H. Sacrament. Aan de zijmuur van de kapel hangen 19 portretschilderingen van de martelaren, gemaakt door Catharina Alberdingk Thijm omstreeks 1930.
Cultusobject - Zie voor de geschiedenis van de Martelaren van Gorcum ⟶ Brielle.
- De parochie bezit drie relieken van de martelaren, één in een monstrans en twee in kleinere theca's. Een vierde reliek, die zich in de altaarsteen bevond, is verdwenen. Het archief bevat certificaten uit 1761, 1867, 1895 en 1933. Het oudste certificaat beschrijft een reliek, die wat vaag omschreven wordt als 'enkele verschillende stukjes, grotendeels van relieken uit botten van één van de Martelaren van Gorcum'. Deze werd goedgekeurd op 16 januari 1761 door Joannes Henricus, aartsbisschop van Mechelen, en was afkomstig van diens voorganger, kardinaal D'Alsace. Het certificaat van 19 oktober 1867 is uitgegeven door Petrus Josephus Sacré; de bijbehorende reliek wordt op een lijstje uit het parochiearchief als 'niet goedgekeurd' aangemerkt. Het derde certificaat is van 4 september 1895, uitgegeven door prior Fr. Simeon van de abdij van Achel. Het vierde certificaat tenslotte werd uitgeschreven op 16 juni 1933 te Mechelen.
- In hoeverre het bovengenoemde altaarstuk en de 19 portretschilderingen als cultusobjecten hebben gefungeerd is niet bekend.
Verering Franciscanen en relieken
- In 1695 bouwden de inwoners 'een huis om den pater in te wonen, met een schuerken om aldaer den godsdienst in te doen'. Lange tijd hebben paters franciscanen de pastorale zorg op zich genomen. De franciscanen legden zich in het bijzonder toe op de verering van de martelaren van Gorcum, omdat elf van de negentien slachtoffers uit deze orde afkomstig waren.
- In 1756 kwam pastoor Mattheus Roels, een franciscaan uit Antwerpen, naar het dorp. Hij kreeg permissie van de Staten om zich te vestigen en toestemming voor de bouw van een nieuwe schuurkerk. Deze moet voldoende allure gehad hebben om zich te hechten aan de plaatsnaam; vanaf 1797 schreef men Bos-Capelle. Pater Roels verkreeg in 1761 een reliek van een van de Martelaren van Gorcum ten behoeve van 'de kapel het bosken'. Op 24 april 1761 gaf de bisschop van Gent toestemming om deze reliek voor verering uit te stellen. Boschkapelle werd daarmee waarschijnlijk de eerste plaats in Nederland waar de martelaren op deze wijze werden vereerd; ⟶ Brielle. De kerk ontving vervolgens maandelijks offergeld uit deze verering, aanvankelijk ongeveer tien procent van het totale jaarinkomen, bijna voldoende om de rekeningen voor brood en wijn van te voldoen. Dit jaarbedrag liep langzaam terug; in 1798 was het gehalveerd en in de Franse tijd verdween het geheel uit de rekeningboeken. Toch bleef de verering bestaan; het parochiearchief bevat een aantal aanplakbiljetten uit de eerste helft van de 19e eeuw, waarin aflaten worden vermeld voor diverse vereringen in de Boschkapelse kerk, waaronder die voor de H. Adrianus, de H. Barbara, de H. Eloy en de HH. Martelaren van Gorcum.
- Op 29 juni 1867 werden de martelaren, die sinds 1675 tot de zaligen werden gerekend, heilig verklaard. Kort daarna kwam de parochie in bezit van een tweede martelarenreliek. Op 23 juli 1899 gaf de bisschop van Breda toestemming de derde reliek, verworven in 1895, uit te stellen voor verering in Boschkapelle. De aanschaf van deze reliek heeft ongetwijfeld te maken met een intensivering van de verering in Boschkapelle en die in het algemeen in Nederland in het laatste kwart van de 19e eeuw.

Broederschap
- In 1892 richtte pastoor Petrus Schoen met toestemming van de bisschop van Breda in Boschkapelle een broederschap op ter ere van de martelaren. Een handschrift in het parochiearchief geeft de geplande opzet weer. Het lidmaatschap zou een kwartje per jaar kosten; ook overledenen konden worden ingeschreven. De opbrengst was deels bestemd voor het lezen van missen voor de leden, deels voor de kerk. Er zou gelegenheid tot reliekverering zijn op alle maandagen, op de feestdag van de martelaren plus het octaaf en na elke mis van de broederschap. Op de feestdag met octaaf kon men een volle aflaat verdienen, bij de overige relikwievereringen één maal daags veertig dagen, mits men vóór de reliek vijf onze vaders en vijf wees-gegroeten bad. De broederschap heeft tot het einde van de jaren zestig gefunctioneerd. Op haar hoogtepunt, in de jaren twintig en dertig, telde de broederschap tussen de 2000 en 2500 leden, grotendeels afkomstig uit oostelijk Zeeuws-Vlaanderen, maar er waren ook leden in Noord-Brabant.
- In 1898 schafte pastoor Benedictus Wijnen van het batig saldo van het voorgaande jaar een altaar aan voor de martelaren, dat in de plaats kwam van het St. Jozefaltaar. In 1917 werd het gouden jubileum van de heiligverklaring gevierd, tegelijk met het zilveren jubileum van de broederschap. De kerk was druk versierd, aan het hoofdaltaar bevonden zich draperieën en bij het martelarenaltaar stonden coniferen, palmen en bloeiende hortensia's. Op zaterdag 14 en zondag 15 juli werden de gelovigen tijdens de missen over dit onderwerp toegesproken. Tijdens het lof op zondagmiddag hield pater Vermeulen uit Roosendaal de feestpredikatie, die overigens volgens de pastoor 'niet veel soeps' was. Desondanks was de toeloop van parochianen en vreemdelingen groot; alleen al op zondagmiddag vereerden meer dan 1800 personen de relieken. De Mariacongregatie uit Westdorpe en de broederschappen van de H. Familie uit Hengstdijk en uit Hontenisse kwamen groepsgewijs; de volgende zondagen kwamen de broederschap van de H. Familie, het Kruisverbond en de Volksbond uit Hulst, het patronaat en de broederschap van de H. Familie uit Clinge, en de broederschap van de H. Familie uit Graauw en uit Lamswaarde. Waarschijnlijk waren dit ook de plaatsen waar de broederschap leden telde.

Processie, bloeiperiode en einde
- Er zijn geen aanwijzingen dat jaarlijks tijdens de feestelijkheden in juli een vaste processie werd gehouden ter ere van de martelaren. Wel werden in 1919 door enige boeren en een paar burgers 19 nieuwe martelarenpakjes voor de processie geschonken. De heer J. Janssen, die in 1954 koster werd, herinnert zich nog dat hij de pakjes klaar moest leggen voor de processies die op 15 augustus (Maria Tenhemelopneming) en op Sacramentsdag gehouden werden. Het betrof elf bruine pakjes voor de kinderen die de rol van kloosterlingen speelden, en acht zwarte voor de 'wereldgeestelijken'. De zwarte zijn later vermaakt tot misdienaarspakjes, het lot van de bruine is onbekend. De verering heeft dus ten minste in andere processies gestalte gekregen. Hoewel de verering voor de Martelaren van Gorcum vooral in het teken stond van trouw aan het geloof, beperkte men zich hier in Boschkapelle niet toe. In december 1925 en januari 1926 had het aanhoudend zo verschrikkelijk geregend dat een groot deel van het dorp en de omgeving blank stond. Uit vrees voor het uitbreken van besmettelijke ziekten hield men op 19 januari een processie met de relieken van de martelaren, waarna een epidemie uitbleef. Aangezien men in dit noodgeval als vanzelfsprekend een beroep op de martelaren deed, ligt het voor de hand dat dit vaker gebeurde. Het dossier van de Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland vermeldt voor de parochie de aanwezigheid van acht zilveren ex-voto's, waarover in de parochie echter niets bekend is.
- Het tijdvak tussen de wereldoorlogen was een bloeiperiode voor de verering. Oudere parochianen weten nog te vertellen hoe belangrijk 9 juli was in het dorpsleven. De kinderen kregen bij die gelegenheid nieuwe kleren. Men kwam uit de hele omgeving voor het lof met zegening en reliekverering. Aloysius Fruytier, pastoor van 1921 tot 1936, heeft hieraan het nodige bijgedragen met de bouw en inrichting van de zijkapel en de verkrijging van een vierde reliek. Ook liet hij broederschapsprentjes drukken.
- Na de Tweede Wereldoorlog, en met name vanaf de jaren zestig, is de belangstelling voor de verering teruggelopen. Op 9 juli 1982 vereerden nog 180 mensen de relieken. Tegenwoordig is er geen lof meer, maar is er na de mis op zaterdagavond of zondagochtend reliekverering. Er komen ongeveer 100 bezoekers, merendeels uit de eigen parochie. In 1995 vierde de parochie het 300-jarig bestaan. Bij die gelegenheid werd een tentoonstelling gehouden, die uiteraard ook aandacht besteedde aan de verering voor de martelaren.
Materiële cultuur Devotioneel drukwerk
- Bidprentje, tevens bewijs van inschrijving in de broederschap: voorzijde voorstelling van de ophanging in kleur naar het schilderij van Fracassini, met onderschrift De H. Martelaren van Gorcum, ter dood gebragt te Brielle den 9. Juli 1572, binnenzijde litanie, achterzijde gebed en broederschapsgegevens (M.Gladbach: B. Kühlen, z.j.; imprim. Bredae, 27 Apr. 1926, J.M. van Oers vic.gen.; 7 x 10,6 cm, 4 p.).

Bronnen en literatuur Archivalia: Breda, archief bisdom Breda: parochie Boschkapelle, afschrift broederschapsreglement. Middelburg, Rijksarchief in Zeeland: parochiearchief Boschkapelle, liber memorialis, ca. 1909 t/m ca. 1945; kasboeken, bundel VII.
Literatuur: G.J.G. Bongenaar, De geschiedenis van de parochie Stoppeldijk (z.p. 1959) p. 11; Pastoor G. Bongenaar, De geschiedenis der kerk van Boschkapelle 1695-1925 (Susteren: drukkerij der Lazaristen, [1974]; bijgewerkt door Mgr. Fr. Janssen c.m.); J. Mangnus, Parochie Boschkapelle 1925-1995. Uitgegeven bij gelegenheid van het 300-jarig bestaan van de parochie Boschkapelle 1695-1995 (Boschkapelle: [parochie Boschkapelle], 1995).
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Boschkapelle; Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland dossier Boschkapelle

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<