HomeDatabankenBedevaarten

Boxtel, Heilig Bloed

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Heilig Bloed
Datum: Eerste zondag na Pinksteren (Drievuldigheidszondag)
Periode: Ca. 1380 - heden
Locatie: H. Bloedkapel in de parochiekerk van St. Petrus Stoel te Antiochië
Adres: Duinendaal 2, 5281 AP Boxtel
Gemeente: Boxtel
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Kort voor 1380 geschiedde in Boxtel een eucharistisch wonder, waarbij miswijn uit een door de priester omgestoten kelk op de altaardwaal en het corporale veranderde in bloedvlekken. Spoedig trokken bedevaartgangers naar deze plaats om de zogenoemde Heilige Bloeddoeken te vereren. Met de overbrenging van deze relieken in 1652 naar Hoogstraten verdween weliswaar de openbare processie voor een langere periode, maar een zekere verering rond het H. Bloed bleef bestaan. In 1924 werd het corporale teruggebracht naar Boxtel en werd de Bloedverering nieuw leven ingeblazen. Sinds de jaren dertig trekt de Bloedprocessie op Drievuldigheidszondag weer door de straten van Boxtel.
Auteur: Jeroen van de Ven
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De verering van de H. Bloeddoeken zal zich aanvankelijk hebben afgespeeld om en bij het Driekoningen-altaar in een ouder kerkgebouw dat op de plaats stond van de huidige St. Petruskerk in het centrum van Boxtel. Daarna werd de verering voortgezet in deze gotische kerk (kruisbasiliek), die werd gebouwd omstreeks 1500. Reeds in 1493 verkreeg de kerk dankzij Henricus van Ramst, heer van Boxtel, een kapittel, dat bestond uit acht kanunniken en een deken.
- In 1551 werd begonnen met de bouw van de H. Bloedkapel (de latere gerfkamer) aan de noordkant van het koor van de kerk.
- In 1650 kwam de parochiekerk in protestantse handen en waren de katholieken genoodzaakt hun geloof in schuil- en schuurkerken uit te oefenen. In 1660 stortte het gewelf van het kerkgebouw in; in 1800 bezweek het dak van het middenschip vanwege een storm.
- In 1823 kwam de katholieke gemeenschap weer in het bezit van de oude parochiekerk, die op 27 november 1827 kon worden geconsacreerd en die bijna een eeuw later, in 1924, opnieuw cultusplaats zou worden van het H. Bloed.
- Het corporale wordt heden ten dage bewaard op het Driekoningenaltaar in de H. Bloedkapel uit 1896. Het afsluithek van de Bloedkapel werd in 1924 voor ⨍400,- vervaardigd door Eindhovense edelsmeden. Het bevat gestileerde engelenfiguren en een ornamentele bovenafsluiting. In de bovenafsluiting is de volgende tekst te lezen: 'Redemisti nos Deo in sanguine tuo' ('U hebt ons verlost, God, door uw bloed').
- In de kerk is verder een aantal gebrandschilderde ramen gewijd aan het Bloedwonder: een venster (1881) met een afbeelding van priester Eligius van den Aker die de mis opdraagt en de beglazing in de Bloedkapel van het atelier Nicolas uit Roermond (1927) met de drie traditionele elementen (Eligius aan het altaar, uitwassen der altaardoeken, priester op zijn sterfbed). Een schilderij uit de eerste helft der 18e eeuw in de kerk toont een afbeelding van een priester aan het Driekoningenaltaar met knielende misdienaar. Een ander schilderij in de Bloedkapel (eerste helft van de 20e eeuw) toont Eligius met kelk aan het altaar (voorstelling naar een schilderij van Jan Kruijsen uit 1936).
- In de winter van 1924-25 werd nabij de Petruskerk het H. Bloedpark naar een ontwerp van Paul van Zogchel aangelegd, met kruiswegstaties (Bossche atelier Van Bokhoven & Jonkers) en een rustaltaar met koepel (J. van Groenendael). De inzegening hiervan gebeurde een jaar later op Drievuldigheidszondag. Van dit processiepark op Duinendaal is thans nog maar weinig overgebleven; alleen de kruiswegstaties zijn nog bewaard gebleven. In 2009 is besloten om het park als 'religieus erfgoed' te renoveren en het 'een verhaal over Boxtel te laten vertellen', zonder tot algehele restauratie van het vroegere park.
- Waarschijnlijk al voor het begin van de 17e eeuw, tot aan de jaren twintig van de 20e eeuw - toen een van de bloeddoeken naar Boxtel terugkeerde - was er tevens een cultus bij een heilige put. Op deze plek zou volgens de overlevering priester Eligius van den Aker de altaardoeken hebben geprobeerd uit te wassen. De put zou zich hebben bevonden in de nabijheid van het - inmiddels gedempte - Molenwiel, niet ver van de rivier de Dommel. De exacte locatie is echter moeilijk aan te geven, aangezien de gereformeerde overheid in de 18e eeuw de loop van de Dommel over de put heeft laten leiden (zie ook bij Verering).
Cultusobject - Tijdens de late middeleeuwen werd in de Nederlanden veelvuldig melding gemaakt van eucharistische wonderen. Sommige van deze wonderen - waarbij de wijn of de hostie zichtbaar van substantie veranderde - golden als een vermaning aan leken (vgl. ⟶ Middelburg) of aan priesters, zoals in Boxmeer, om niet te twijfelen aan de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in het sacrament. In Boxmeer, maar ook in andere Brabantse plaatsen (⟶ Breda, ⟶ Stiphout, ⟶ Binderen, ⟶ Standdaarbuiten, ⟶ Uden) leidde een eucharistisch wonder tot een cultus, een zogenoemd Sacrament van Mirakel.
- In de eerste helft van de 17e eeuw werden in Boxtel twee doeken vereerd: een altaardoekje (corporale) en een altaardwaal (mappa); alleen van het corporale weten we met zekerheid dat dit al vanaf 1380 werd vereerd. Beide doeken kwamen in 1652 in Hoogstraten terecht. Het corporale keerde in 1924 naar Boxtel terug. De altaardwaal, die de duidelijkste rode vlekken bezit, bleef in Hoogstraten achter. Zij wordt in gevouwen toestand bewaard (ongevouwen: 90 x 41 cm). Een klein stukje van het corporale wordt nog bewaard in een reliekhouder te Hoogstraten. Altaardoek en corporale bleken in 1924 aaneen bevestigd. Op 12 juni van dat jaar werd het corporale van de mappa losgeknipt.
- Het corporale op het Driekoningenaltaar in de Boxtelse Bloedkapel is gevat in een rand van goudbrokaat en in achten gevouwen. De afmetingen van het corporale bedragen 41 bij 29 centimeter in gevouwen toestand en 95 bij 66 centimeter in opengeslagen toestand. Opschrift: 'Erit autem sanguis vobis in signum' (Exodus 12.13: 'Want het bloed zal U tot een teken zijn'). Het doek vertoont twee gaten met een diameter van circa 1,5 cm. De bloedvlekken zijn slechts met moeite te zien.
Verering Oorsprong
- De verering van de H. Bloeddoeken te Boxtel vindt haar oorsprong in een gebeurtenis die enkele jaren voor 1380 plaatsvond. Nadat priester Eligius (Loy) van den Aker († voor 8 september 1380), bedienaar van het H. Geestaltaar te Esch, door onvoorzichtigheid of nalatigheid, tijdens het celebreren van de mis te Boxtel op het Driekoningenaltaar de kelk met witte miswijn had omgestoten, werden er direct rode vlekken zichtbaar op corporale en altaardwaal. Vervolgens probeerde hij, door schaamte overmand, de doeken uit te wassen in een put gelegen aan de rivier de Dommel. De rode vlekken bleven echter duidelijk zichtbaar. De priester verborg de doeken en maakte pas op zijn sterfbed bekend wat er destijds was gebeurd en waar de bewuste altaardoeken zich bevonden.
- Ten aanzien van het jaar - enige jaren voor 1380 - waarin het bloedwonder te Boxtel zou zijn geschied, bestaan enkele varianten. Het is Aub. Miraeus die in 1622 het bloedwonder als eerste in het jaar 1380 situeert.

Geschiedenis tot 1652
- Toen kardinaal Pilaeus de Prata († ca. 1400), aartsbisschop van Ravenna en bisschop van Doornik, rond 1380 als apostolisch legaat van de paus te Frankfurt am Main verbleef, werd hij bezocht door Willem van Merheim, heer van Boxtel. Willem vertelde de kardinaal over het Boxtelse bloedwonder en richtte aan hem het verzoek de reliek in het openbaar aan het volk te mogen tonen. Op 27 juni 1380 verleende Pilaeus per bul toestemming om het corporale eenmaal per jaar, op de eerste zondag na Pinksteren, te tonen aan de gelovigen. In deze bul en in een aflaatbrief van 1533, volgens enkele getuigenverslagen later aaneen bevestigd, wordt overigens geen gewag gemaakt van de altaardwaal. Pas vanaf de 17e eeuw wordt in de literatuur gesproken over twee altaardoeken. Foppens meldt in 1721 dat de bul van 1380 dan reeds lang niet meer te Boxtel aanwezig is. Van de bul zijn echter wel twee kopieën bewaard gebleven.
- Omstreeks 1990 zijn twee Boxtelse pelgrimstekens uit de periode 1380-1400 gevonden in Dordrecht en Sluis. Zij geven een indicatie voor de reeds vroege uitstraling van het bedevaartoord. Laatmiddeleeuwse bronnen spreken over de genezing van doven, stommen, kreupelen, blinden etc. Dorenbosch (1986) vermeldt een pauselijke oorkonde van 9 juni 1459 waarin wordt meegedeeld dat bezoekers die in de Boxtelse parochiekerk het H. Bloed komen vereren op de zondag na Pinksteren of op het feest van St. Jan, een aflaat kunnen verdienen van vijf jaar en vijf quadragenen (40 dagen); voorts vermeldt hij een Boxtels protocol waarin vermeld wordt dat een zakelijke transactie heeft plaatsgevonden 'des anderen dages nadat het heijlich bloet getoont was int jaer van 1473'. Op 28 mei 1589 zou ene Anneke van Rijsingen uit Den Bosch op wonderbaarlijke wijze zijn genezen van een pijnlijk verkort been nadat zij de Bloeddoeken had aanschouwd. Volgens Wichmans (1632) zouden bij de Bloeddoeken te Boxtel ontelbare miraculeuze genezingen en andere wonderen zijn gebeurd. Er zouden soms zoveel banden, breuken, krukken en ex-voto's in de kerk zijn opgehangen dat deze met karrenvrachten moesten worden afgevoerd. Een bedevaart naar Boxtel bracht echter niet altijd verhoring van gebed: circa september 1520 verkregen Henric Willemsoen en zijn vrouw Hillegont genezing van hun zoontje Pauwel die aan nierstenen leed dankzij de Zoete Lieve Vrouw te ? 's-Hertogenbosch, nadat zij eerder al, tevergeefs, op bedevaart waren gegaan naar het H. Kruis te Kranendonk, (D) het H. Bloed te Boxtel en O.L. Vrouw te ? Elshout.
- In de kerkrekeningen is ook sprake van offergaven in natura: met name rogge, was, wol, en, in mindere mate, tarwe en vlas. Ook zouden vele zilveren plaatjes in de kerk hebben gehangen en wordt er gesproken van wassen beeldjes.
- Tijdens de provinciale synode van Gelderland van 17 juni 1606 werd door de calvinisten nog druk overlegd over de bedevaart naar het Boxtelse H. Bloedwonder: 'Vorder sal het Edle Hoff versocht worden om met de heeren Generaele Staten te consulteren, hoe men de afgoodische bedevaerden te Boxtel ende Scherpenhoovel mochte beletten ende verstooren'. Ook op de synode van 26-28 juni 1610 werd beraden hoe deze pelgrimage ontmoedigd en bestreden moest worden. In een in 1611 uitgegeven spotpredikatie, waarschijnlijk vervaardigd door een protestant en zogenaamd gehouden door bisschop Gisbertus Masius, wordt de verlamde Hensken genoemd 'die in ene schotel sat daer mede hy over straten reed'. Hensken trok van bedevaartplaats naar bedevaartplaats, hopend op genezing, waarbij hij ook Boxtel aandeed. Hij 'heeft daer twee silveren aersbillen gheoffert' in de hoop te zullen genezen.
- Vanwege de steeds verder groeiende militaire druk in de Zuidelijke Nederlanden en uit angst voor de calvinisten, bracht men tussen 1608 en 1628 de H. Bloeddoeken onder in het predikherenklooster van 's-Hertogenbosch en vervolgens in of bij het begijnhof in dezelfde plaats, bij Helwigis de Vos. De doeken werden jaarlijks ter gelegenheid van de H. Bloedprocessie weer terug naar Boxtel gehaald. Een kerkrekening van 21 juni 1608 meldt een uitgavepost voor het 'wederombrengen vanden reliquien en de kercken ornamenten'. Tijdens de visitatie op 3 juli 1615 van de Bossche bisschop Nicolaas Zoesius verklaarde kanunnik Petrus Theodorus de Bresser († 17 juli 1634) dat velen de bewaarplaats van de doeken niet kennen. Bovendien zouden deze niet worden getoond dan alleen met het H. Sacrament. Bij de visitatie van bisschop Michaël Ophovius op 12 augustus 1628 verklaarde dezelfde De Bresser, nu kapitteldeken, dat de doeken zich op dat moment bevonden in het Bossche tertiarissenklooster Mariënburg. Hun bewaarplaats na de inname van Den Bosch in 1629 is niet bekend, maar na de inlijving van de Meierij van Den Bosch bij de Nederlandse Republiek zouden de doeken van 1648 tot 1652 zijn bewaard in de St. Michielsabdij te Antwerpen.
- Dat de belangstelling voor het H. Bloedwonder van Boxtel in het begin van de 17e eeuw erg groot was, mag blijken uit het aantal bedevaartvaantjes dat door de Boxtelse kerkfabriek in 's-Hertogenbosch werd besteld: in 1606, 1607, 1608: 21.000; in 1610: 5000; in 1611: 21.000; in 1615: 24.500 stuks. Een exemplaar van een vaantje uit 1600 is in afdruk bewaard gebleven in een Voetius-uitgave uit 1659. Het betreft een van de oudste Nederlandse vaantjes.
- In 1602, 1625, 1626 en 1628 ondernamen nabestaanden van hen die te Tilburg aan de pest waren gestorven een bidtocht naar het H. Bloed. Deze pelgrimages lieten soms hun sporen na in rekeningen van de plaatselijke kerk. Een Tilburgse kerkrekening meldt in 1609 dat er niet is gecollecteerd op de eerste zondag van juni 'omdat weynich volcx in de kerck waren midts de boextelse vaert'. In het jaar 1625 worden in Boxtel 30.000 à 40.000 pelgrims geteld. In 1631 wordt in een Turnhoutse akte voor wijlen Mertten Bertels, bezweken aan de pest, 7,5 stuiver in rekening gebracht voor een gedane bedevaart naar Boxtel. In 1640 rekent Peeter Everaerts in een akte van de Turnhoutse weeskamer 25 stuivers, omdat hij twee kinderen van Elisabeth van Immerseel op bedevaart naar Boxtel had meegenomen. In een andere rekening van dezelfde weeskamer wordt voor twee kinderen van de in 1652 overleden Quiryn Beys, Michiel en zijn zuster Dingentken, genoteerd dat zij op bedevaart naar Boxtel en Scherpenheuvel zijn gegaan.
- In verband met de bedevaarten in die jaren laat G. Voetius zich in zijn Disputationes Theologicae Selectae (1659) smalend uit over de toeloop van zwervers, venters, zigeuners en bedelaars naar Boxtel. Voorts vermeldt hij dat sommige pelgrims kruisen, armen of hoofden van was schonken, en dat andere pelgrims weer het gewicht van hun kind schonken in graan met de bedoeling om de 'ziekte van St. Machutus' (vgl. ⟶ Vught)af te wenden. Tevens stelt hij de gewoonte van 'het H. Bloet waecken' aan de kaak, waarbij ongehuwde vrouwen en meisjes de nacht voorafgaande aan de feestdag frivool doorbrengen in het gezelschap van mannen bij de kerk en op het kerkhof.

Opgelegde bedevaarten
- Over het H. Bloed van Boxtel wordt ook gesproken in correcties en zoenen van Antwerpen (in 1430, 1445 en 1460), Gouda en Lier. Er is ook sprake van een opgelegde bedevaart naar het H. Bloed van Boxtel in een zoenbrief uit Boxtel zelf (ca. 1470). Voorts zijn zoenbedevaarten bekend vanuit Turnhout (1519, 1535), 's-Hertogenbosch (19 april 1538), Tilburg (1540), Oss (1596) en, barrevoets, vanuit Bergen op Zoom (1596). Ook in de Oirschotse zoenakkoorden treffen we ettelijke opgelegde bedevaarten naar het H. Bloed van Boxtel aan (1538, 1539, 1542, 1580). Enkele malen wordt in testamenten aan de (toekomstige) erfgenamen opgedragen een bedevaart naar Boxtel te ondernemen, zie ook ⟶ Boxtel, Joris.

Heilige put
- In 1607 en 1632 wordt er gesproken over een heilige put nabij de rivier de Dommel die door bedevaartgangers werd bezocht omdat priester Van den Aker hierin de H. Bloeddoeken zou hebben willen schoon wassen. Op een paneeltje (1605) dat hangt in de St. Catharinakerk te Hoogstraten is dit putje, dat staat aan de oever van de Dommel en waaromheen een spitsvormig stenen gebouwtje is opgetrokken, te zien. In 1714 knielden nog bedevaartgangers ter verering bij de put. Enkele jaren later liet de gereformeerde overheid de loop van de Dommel over de put leiden. Nog tot in het begin van de 20e eeuw kwamen pelgrims, met name uit Tilburg en omstreken, in Boxtel naar de plaats waar de put zou hebben gelegen. Een deel van de deelnemers aan de 'Tilburgse processie' hechtte echter meer waarde aan het water van de Dommel en vulde hieruit flesjes waaraan een heilbrengende werking werd toegeschreven.

Geschiedenis vanaf 1652
- Teneinde de H. Bloeddoeken veilig te stellen in de katholiek gebleven Zuidelijke Nederlanden, werd in de maand mei van 1652 in een contract tussen Ambrosius van Horne, baron van Boxtel, en de geestelijke en burgerlijke overheden van Hoogstraten overeengekomen dat de relieken in tijdelijke bewaring zouden worden gegeven aan Hoogstraten. Op 20 mei 1652 vond de overbrenging plaats. De doeken werden op dezelfde dag door schout Nicolaas Blyens in de kerk op het begijnhof van Hoogstraten geplaatst. Vandaar werden de relieken de dag erna in plechtige processie overgebracht naar de St. Catharinakerk. Op Drievuldigheidszondag 26 mei 1652 vond de eerste H. Bloedviering te Hoogstraten plaats. Vanaf 1680 werd het te Hoogstraten de gewoonte om op maandag na Drievuldigheidszondag de H. Bloedprocessie te houden. Deze processie kreeg een geheel eigen karakter. Tussen 1652 en 1953 gingen afgevaardigden van de heer van Boxtel en de Petrusparochie nog jaarlijks naar Hoogstraten om de helft van de offergaven te innen.
- Ofschoon nog lang na 1652 pelgrims de Boxtelse St. Petruskerk bleven bezoeken, werden hier geen echte processies meer gehouden. In 1676 richtte Samuel de Wael, hervormd predikant te Boxtel (1676-1700), een rekest aan de Staten-Generaal om met ruiters en soldaten zonodig maatregelen te mogen nemen tegen de steeds weer terugkerende bedevaartgangers en de hinderlijke verkoop van ex-voto's. Op Drievuldigheidszondag 27 mei 1714 zouden Boxtelse schuttersgilden door het dorp zijn getrokken en in de buurt van de St. Petruskerk hun trommels zodanig hebben geroerd dat de drossaard in de door de gereformeerden genaaste parochiekerk de predikatie niet meer kon volgen.
- In 1852 gaf de katholieke bevolking van Boxtel aan haar deken Wilmer te kennen dat zij de H. Bloeddoeken graag in haar parochiekerk zou zien terugkeren. Er werd een aantal pogingen richting Hoogstraten ondernomen om de relieken terug te krijgen, aanvankelijk zonder resultaat. Om de kwestie op te lossen, lanceerde kapelaan E.H. van de Ven een voorstel waarin Boxtel definitief van alle rechten (ook de aanspraken op een deel van de offerpenningen) zou afzien indien Hoogstraten een van de doeken zou willen afstaan. Op 27 februari 1924 werd door de Congregatie van Riten te Rome in een akkoord bekrachtigd dat het corporale naar Boxtel moest worden overgebracht. De mappa zou te Hoogstraten blijven.
- Al voor de terugkeer van een van de bloeddoeken in 1924 werden er georganiseerde bedevaarten naar Boxtel gehouden. In 1887 werd een bedevaart georganiseerd uit Tilburg, waarbij de vermeende waterput werd bezocht, en in 1915 een bedevaart uit 's-Hertogenbosch, Tilburg en Eindhoven.
- Vooruitlopend op de terugkeer werd op 8 oktober 1923 door bisschop Diepen van Den Bosch in Boxtel de Broederschap van het Kostbaar Bloed van Onze Heer Jezus Christus opgericht, die vervolgens in 1924 bij de Aartsbroederschap van het Allerkostbaarste Bloed te Rome werd ingelijfd.

1924 - heden
- 528 mannen gingen op 12 juni 1924 mee naar Hoogstraten om het corporale op te halen. Het reliek werd feestelijk overgebracht naar de H. Hartkerk te Boxtel, waar deze drie dagen zou verblijven alvorens op 15 juni 1924 door pastoor Eras en drie kapelaans plechtig naar de Petruskerk te worden gedragen. De eerste H. Bloedviering te Boxtel vond die dag plaats in de tuinen van de pastorie en het Liefdehuis.
- De komst van de doek gaf aanleiding om opnieuw devotionalia aan te maken: medailles, devotieprentjes en aangestreken zijden bedevaartdraadjes. Daarnaast werden het bidden van de rozenkrans van het H. Bloed (40 kralen) en het dragen van de scapulier van het H. Bloed geïntroduceerd.
- Het aantal georganiseerde bedevaarten naar het H. Bloed van Boxtel nam na 1924 toe; in 1924 uit Eindhoven, Esch en Liempde, in 1930 uit 's-Hertogenbosch, Tilburg, Eindhoven, Nispen en Luyksgestel, in 1947 uit Bergen op Zoom (dat normaal gesproken naar Hoogstraten pelgrimeerde maar hier nu door de oorlogsschade aan de bedevaartkerk van werd afgehouden). In deze periode werden ook kinderbedevaarten georganiseerd.
- Van 27 tot en met 29 juni 1926 werd te Boxtel het tweede diocesaan eucharistisch congres gehouden met 6000 deelnemers. Ook het vijfde diocesaan eucharistisch congres in 1950 vond plaats in Boxtel. In 1954 werd tijdens de H. Bloedviering de diocesane herdenking gehouden van de heiligverklaring van paus Pius X (1903-1914).

Processie
Tot 1652
- De middeleeuwse processie op de zondag na Pinksteren (n.b. binnen het oude bisdom Luik viel deze dag pas na de middeleeuwen samen met Drievuldigheidszondag) zal, na de pauselijke goedkeuring, vermoedelijk kort na 1380 zijn ingevoerd. De processie wordt voor het eerst expliciet vermeld in een bericht uit 1540 toen op Drievuldigheidszondag (23 mei) in Boxtel 170 huizen afbrandden. Samenstelling en karakter van de processie in de late middeleeuwen zijn onbekend. Over de vroege 17e eeuw zijn wel wat gegevens bewaard gebleven. In een kerkrekening van 1615 wordt vermeld dat in de processie, behalve de H. Bloeddoeken en het H. Sacrament, ook beelden van Maria en Antonius Abt werden meegedragen. In 1611 wordt in rekeningen melding gemaakt van struikheide die overal op de Boxtelse bruggen waar de processie langs trok, werd aangebracht. Ook werden er blijkens rekeningen uitgaven gedaan voor het verfraaien van het kerkinterieur, bewaking en het verzorgen van (kerk-)muziek op de processiedag. Zo werden bijvoorbeeld elk jaar de muren van het kerkinterieur opnieuw gewit. In een rekening van 1615 wordt gewag gemaakt van een (mirakel-)spel.

19e en 20e eeuw
- In de 19e eeuw - mogelijk al veel eerder, kort na 1652 - werd een stille omgang gehouden naar de plaats waar Eligius de altaardoeken zou hebben uitgewassen, op de acht opeenvolgende dagen in het octaaf van Drievuldigheidszondag. Men zou hierbij, onder het bidden van de rozenkrans, de volgende route hebben gevolgd: St. Petruskerk, Markt, Kruisstraat, kapel van het kasteel Stapelen, Breukelen, Zandvliet, Molenwiel. Die stille ommegang zou omstreeks 1890 zijn verdwenen.
- Sinds 1906 werd, onder invloed van de opnieuw groeiende H. Bloedverering, gedurende een korte periode een sacramentsprocessie gehouden op de binnenplaats van het Boxtelse kasteel Stapelen. Verwarring over de precieze plek waar het Bloedwonder zou zijn gebeurd (parochiekerk of kasteel), alsmede aanspraken op de relieken te Hoogstraten van de familie Mahie, eigenaars van het kasteel, hadden naar deze locatie geleid. Op 19 maart 1918 werd door de bisschop van 's-Hertogenbosch beslist dat alleen de St. Petruskerk en omliggende terreinen een geldig recht hadden op de processie.
- Op 15 juni 1924 werd, na de overbrenging van het corporale naar Boxtel, voor het eerst weer een H. Bloedprocessie in de tuinen van de pastorie en het Liefdehuis gehouden. Vanaf 1925 tot een paar jaar voor de Tweede Wereldoorlog werd de processie gehouden in de beslotenheid van het H. Bloedpark. Kort voor 1940 volgde de H. Bloedprocessie weer de straten in het centrum van Boxtel, waarbij sommige delen van de route samenvielen met de oorspronkelijke processieroute. In 1934 bestond de processie uit 43 groepen. Tijdens de oorlog werd op 4 juni 1943 door de procureur-generaal het uitgaan der processie verboden. Op 22 april 1945 werden de H. Bloeddoeken in Boxtel rondgedragen en had deze vroegtijdige ommegang het karakter van een boeteprocessie. Vijf weken later werd op Drievuldigheidszondag de H. Bloedprocessie weer gehouden. Sinds 1946 wordt ook het H. Sacrament weer meegedragen in de processie.
- In 1949, het jaar van het 25-jarig H. Bloedjubileum, werd door L. van Hoek het karakter van de H. Bloedprocessie volledig vernieuwd. Promotor was kapelaan A. Damen. De samenstelling van de stoet bestaat tot op heden uit de volgende vijf hoofdgroepen: een openingsgroep (tamboers en vendeliers); een bijbelse groep (Adam en Eva, Kain en Abel, Jozua en Kaleb, profeten en apostelen); een liturgische groep (hulde aan de eucharistie); een historische groep; en een mariale groep (met een aangekleed O.L. Vrouwebeeld), gevolgd door de sacramentsprocessie. Om beurten dragen de pastoors van de verschillende Boxtelse parochies het H. Sacrament, vergezeld van de schuttersgilden St. Joris-St. Catharina uit Boxtel en St. Antonius-St. Sebastianus uit het kerkdorp Gemonde. Het corporale, geplaatst in een bursa, wordt door schrijndragers rondgedragen in een neogotisch huisje (voor de mariale groep). Notabelen en ambtsdragers sluiten de stoet af. In 1950 werd de processie verder uitgebreid met een paradijsgroep met klaagfiguren. In 1951 werd hieraan de terugkomst van de verspieders uit het beloofde land toegevoegd. In 1953 kwamen er predikende profeten bij, en nog weer later de koorgroep De Gildebroederkens en herauten. De historische groep werd in 1963 door L. van Hoek geheel herzien. In de processie worden vele vaandels meegedragen, onder meer van de Aartsbroederschap van de H. Familie.
- In 1949 en 1952 werd een door Harrie Beex gecomponeerd H. Bloedspel opgevoerd.
- In 1974 werd de band met Hoogstraten strakker aangehaald, voortaan zouden afvaardigingen van beide ommegangen aan elkaars processie deelnemen. In 1980 werd het zesde eeuwfeest van het Bloedwonder gevierd, de processie telde circa 500 deelnemers.
- In de jaren negentig heeft de H. Bloedprocessie op Drievuldigheidszondag onder invloed van de secularisering in toenemende mate een folkloristisch karakter gekregen met circa 10.000 toeschouwers. Hoewel het religieuze aspect sterk aan kracht heeft ingeboet, is het geen probleem om (jonge) deelnemers te werven vanwege het gezelligheidsaspect en de traditionele waarde. In de weken voor de processie wordt zelfs op het lokale televisiestation reclame gemaakt voor de H. Bloedprocessie.

De processie in 1995
- Op 11 juni 1995 hingen de vlaggen uit de toren van de Petruskerk. De Bloedprocessie werd voorafgegaan door een plechtige eucharistieviering (10.30 uur). Na de viering volgde op de markt de jaarlijkse voertuigenzegening (11.30 uur). 250 auto's werden door twee priesters gezegend. Omstreeks 14.45 uur volgde een concert op de beiaard in de kerktoren. Even voor 15.00 uur kondigde klokgelui aan dat de processie zou gaan uittrekken (met 600 deelnemers).
De route was: Burgakker, Kruisstraat, Clarissenstraat, Mgr. Wilmerstraat, Baroniestraat, Pastoor Erasstraat, Breukelsestraat, Stationsstraat, Rechterstraat, Kruisstraat, St. Petruskerk. Om 16.45 uur volgde de plechtige slotviering, die werd opgeluisterd door een der plaatselijke harmonieën. Het O.L. Vrouwebeeld en het corporale werden uit de processie de kerk binnen gebracht. Nadat het schrijn met het corporale was binnengedragen, werd het corporale teruggeplaatst in de daarvoor bestemde reliekhouder.
- Een programma zoals in 1995 kan alleen doorgaan indien de weersomstandigheden dit toelaten. Met slecht weer wordt afgezien van de processie; wel gaat dan de slotplechtigheid in de kerk door.

Aflaten
- De oudst bekende aflaat van vijf jaar en vijf maal 40 dagen werd verleend door paus Pius II (1458-1464) op verzoek van de Boxtelse minderbroeder observant Hermanus Sench (9 juni 1459). De aflaat kon worden verdiend als men een penning offerde voor het armenhospitaal te Boxtel.
- Tijdens de opbouw van het H. Bloedaltaar verleende Georgius van Oostenrijk, hertog van Bouillon en bisschop van Luik, 40 dagen aflaat aan al diegenen die in de Boxtelse parochiekerk biechtten, de getoonde H. Bloeddoeken vereerden en een penning offerden (6 juli 1553).
- In 1880 werd door paus Leo XIII (1878-1903) een volle aflaat verleend aan alle bedevaartgangers naar het H. Bloed te Boxtel.
- Op 15 mei 1924 verleende paus Pius XI (1922-1939) een volle aflaat aan al degenen die eens per jaar een bedevaart zouden ondernemen naar de St. Petruskerk en aan hen die de sacramentsprocessie zouden bijwonen. De aflaat is op vijf dagen in het jaar te verdienen.
Materiële cultuur - Algemeen
- Boxtel: 1 Houten reliëf (16e eeuw), in de St. Joriskapel in het Boxtelse kasteel Stapelen: Eligius van den Aker aan het altaar stoot de miskelk om. Wellicht is dit reliëf afkomstig uit de St. Petruskerk; 2 H. Bloedvaandel (1880), in de St. Petruskerk: centraal op de voorzijde Eligius van den Aker aan het altaar, het uitwassen der doeken, Eligius op sterfbed; centraal op de achterzijde St. Petrus; 3 neogotisch reliekschrijn ten behoeve van de H. Bloeddoek (1924), koper, in de St. Petruskerk. Korte tijd later zou ook nog een koperen draagbaar zijn aangeschaft; 4 scapulier van het H. Bloed (eerste helft van de 20e eeuw), in rode stof, met twee afbeeldingen: Christus aan het Kruis, tweemaal het H. Hart; 5 erepoorten: vier erepoorten, opgesteld in de Boxtelse straten in 1924 ter viering van de heuglijke terugkeer van het corporale.
- Hoogstraten: H. Bloedkoffertje (1605?), oorspronkelijk een houten koffertje waarin de relieken naar Hoogstraten werden overgebracht, thans als paneeltjes opgehangen in de St. Catharinakerk te Hoogstraten. Vier zijden zijn beschilderd met de volgende voorstellingen: priester stoot de kelk om, priester plooit de altaardoeken, priester aan de waterput, priester op sterfbed.
- Zie verder voor stukken aanwezig in het Museum van Hoogstraten: http://www.erfgoedbankhoogstraten.be/collectie/heiligbloed1.php
- Pelgrimstekens: 2 op elkaar gelijkende tekens uit de jaren 1350-1400, lood-tin, hoogte ca. 4,5 cm, breedte ca. 3,7 cm. Voorstelling: een priester toont een altaardoek met omgevallen kelk. De doek is rood geschilderd. Zie Van Beuningen & Koldeweij, Heilig en profaan (1993) p. 143.
- Medailles: Boxtel: 1 1570: Ø 1 cm (omgestoten kelk, erboven: anno 1570, eronder: Boxtel); 2 1924 (twee engelen met corporale, keerzijde: omgevallen kelk, naar medaille 1570).
Hoogstraten: 1 1780: Ø 7 cm (monstrans met de geconsacreerde hostie, erboven: drie engelenkopjes met twee knielende engelen, randschrift: 'En MCCCLXXX se fit le miracle du très St. sang à Boxtel'); 2 1859: 3 x 2,7 cm, ovaal (priester aan het altaar, keerzijde met het opschrift: 'Dit mirakel van het Heilig Bloedt is geschiet te Boxtel 1280') ('s-Hertogenbosch: P. Pfältzer).

Devotioneel drukwerk
- Prentjes e.d.:
- Hoogstraten: 1 devotieprentje, kopergravure, 14,4 x 9,5 cm: priester aan het altaar (renaissancealtaar), op het altaar een monstrans met de geconsacreerde hostie, de omgestoten kelk ligt op de altaardoeken, op het altaarstuk een voorstelling van de Drie Koningen die het kind Jezus komen aanbidden, rechts een knielende knaap. Daaronder de volgende tekst: 'Het miraculeus H. Bloet van Boxtel teghenwoordich binnen de vryheyt van Hooch-straeten inde groote kercke aldaar' (z.p.: Lommelin, [overgang 17e/18e eeuw]); 2 devotieprentje, kopergravure, 6,7 x 8,6 cm: afbeelding van de Bloeddoek op een stoffen ondergrond, gebed in het Nederlands, met aflaat van de bisschop van Antwerpen (22 juni 1705). Van dit prentje bestaan drie varianten: a. doek met lichtrode bloedvlekken, randschrift ('Actum sub Urbano papa sexto anno dn. I. MCCCLXXX') op een gouden boord, doorweven met geel en rood; b. met donkerzwart getinte vlekken, en; c. Bloeddoek zonder de bewuste vlekken (z.p. 1705); 3 afbeelding van de beide Bloeddoeken, kopergravure (J. Deurlincx?), 32 x 35 cm, vervaardigd in opdracht van de Hoogstratense pastoor An-dreas Theunis: mappa en corporale; linkerpaneel: mappa met bloedvlekken aan linten om een engelenkopje (randschrift om doek: 'Actum sub Urbano papa sexto anno dn. I. MCCCLXXX'), eronder een kleine rechthoekige afbeelding waarop een priester aan het altaar, knielende knaap, altaarstuk met St. Jozef achter Maria met het kind Jezus, de Drie Koningen met twee kamelen, met de tekst: 'hic consecrat'. Rechts naast de afbeelding een Latijnse oratio, links een Nederlands gebed; rechterpaneel: corporale met vlekken idem aan linten om engelenkopje, eronder in een kleine rechthoekige afbeelding de watermolen en de priester die de doeken probeert uit te spoelen, met de tekst: 'hic lavat'. Naast de afbeelding rechts een Frans gebed, links een aflaat. Tussen de beide taferelen: 'Cum privilegio anno 1706'. Tekst onder de voorstelling: 'Den priester tot Boxtel in het iaer 1380 naer de consecratie twyfelende, soo valt den kelck, de specie wort bloetvervigh ende tot heden op den corporael ende mappa gesien tot Hoogstraten'; 4 afbeelding van de mappa afzonderlijk, kopergravure (J. Deurlincx?), 32 x 17,2 cm, vervaardigd in opdracht van pastoor Theunis: dezelfde voorstelling als op het linkerpaneel van 1706, maar nu zijn de vlekken en de mislezende priester omgekeerd afgebeeld. De oorspronkelijke koperplaat van twee laatstgenoemde gravures wordt nog steeds bewaard in het kerkarchief te Hoogstraten; 5 devotieprentje, kopergravure en steendruk (10,8 x 7 cm; 20,7 x 14 cm): engel met H. Bloeddoek (randschrift om doek: 'Actum sub Urbano papa sexto anno dn. I. MCCCLXXX'). Met de volgende tekst: 'Het H. Bloet tot Hooghstraten' (Brussel: S.J. Heylbrouck, [tweede helft 18e eeuw]). Hiervan zijn verder diverse grove kopieën bekend uit de 19e en 20e eeuw (briefkaartformaat: 1908, 1911, 1927; 1927).
- Zie verder voor Hoogstraten ook: http://www.erfgoedbankhoogstraten.be/collectie/heiligbloed1.php
- Boxtel: 1 devotieprentje, briefkaartformaat, 8,8 x 7,2 cm (z.p. [1917?]): afbeelding priester aan het altaar (voorstelling naar schilderij in de St. Petruskerk); 2 devotieprentje, kleurendruk, 11 x 6,8 cm (Boxtel: G.M.C. van Hooff, 1917): afbeelding priester aan het altaar (voorstelling naar schilderij in de St. Petruskerk), boven twee medaillons (priester aan het water, priester op sterfbed); 3 devotieprentje, driekleurendruk, tekening Aug. van Os, 6,4 x 11 cm: twee engelen met corporale, op de achterzijde korte historie H. Bloedwonder en aflaatgebed (Boxtel: J.P. Tielen, 1924); 4 devotieprentje, driekleurendruk, briefkaartformaat: Eligius aan het altaar (Utrecht: Steenberg, 25 mei 1924); 5 devotieprent, sepia en kleurendruk, briefkaartformaat: Eligius aan het altaar, uitwassen der doeken, Eligius op sterfbed; 6 devotieprentje, luchtfoto, briefkaartformaat: H. Bloedprocessie in het H. Bloedpark; 7 communieprentje, sepiadruk, tekening T. Dorenbosch, 10 x 6,7 cm: processiegroep met reliekschrijn H. Bloed, beneden monstrans tussen wapen met helm en zwaard en een ander wapen met een half geopend H. Bloedkoffertje waaruit corporale hangt; 8 drie prenten, briefkaartformaat, fotografische reproducties van resp. corporale, H. Bloedvaandel (1880), reliekschrijn van het H. Bloed, op de achterzijde het H. Bloedvaandel (1924); 9 herinneringsprent n.a.v. zesde eeuwfeest (T. Ninaber van Eijben), uitgereikt aan medewerkers (Boxtel 1980); 10 sluitzegel, tekening T. Dorenbosch: Eligius aan altaar met omgevallen miskelk (Boxtel, 1949).
- Bedevaartvaantjes: 1 twee (?) bedevaartvaantjes of houtsnedes naar deze vaantjes (een ervan is gedateerd: 1600) zijn afgedrukt in: G. Voetius, Disputationes theologiae selectae, dl. 3 (Utrecht 1659) p. 1005 en 1006; 2 in 1606, 1607, 1608, 1610, 1611 en 1615 werden enkele tienduizenden vaantjes besteld bij Jan Scheffer in Den Bosch; 3 vaantje (z.p. : Bogaerts van Vucht, z.j.); 4 vaantje (Boxtel 1924), kleurendruk, tekening van H. van Amelsvoort. Afgebeeld zijn, centraal: Egidius van den Aker die de kelk laat omvallen; links drie medaillons met een altaardoek met bloedvlekken, de Petruskerk en het Boxtelse gemeentewapen; rechts Egidius die de doek probeert te wassen; 5 vaantje (Boxtel: C.W. van den Broek, 1924), kleurendruk, ontwerp van Ant. van Haaren. In drie medaillons zijn afgebeeld 'het mirakel', 'de wassching der h. doeken' en 'de bekentenis'. Het vaantje heeft de randtekst: 'Aandenken aan het mirakuleus H. Bloed-Boxtel'; 6 vaantje (Boxtel: H. Bloedcomité, 1925), kleurendruk, 'Gerard Gerrits fec.'. Op de voorgrond trekken bedevaartgangers in processie naar de kerk. Zie voor de nrs. 2 tot en met 6 Van der Linden, Bedevaartvaantjes (1986) nrs. B63, B63a, B64, B64a, B64b.
Bedevaartboekjes e.d.:
- Hoogstraten: 1 Kort verhael van het miraculeus H. Bloed ons Heere Jesus Christus, hetwelk zig eertyds vertoond heeft tot Boxtel, in 't omstooten van den geconsacreerden kelk, in het H. Sacrificie der Misse (z.p. [1749?]); 2 Cort verhael van het miraculeus H. Bloedt ons liefs Heeren Jesu Christi, het welck sich eertydts verthoont heeft tot Boxtel in 't omstooten van den geconsacreerden kelck in het H. Sacrificie der misse. Nu hondert Jaeren berustende tot Hoogstraeten (Antwerpen: A. Everaerts, 1752); 3 Kort verhael van het miraculeus H. Bloed onzes liefs Here Jesu Christi, het welk zig eertyds vertoond heeft tot Boxtel, in 't omstooten van den geconsacreerden kelk, in het H. Sacrificie der misse. Nu honderd jaere berustende tot Hoogstraeten (Antwerpen: wed. M. Bruers, [1770]); 4 lofdicht De jubilaeo celebrato die maii 1780 in memoriam Christi sanguinis super altare ecclesiae Boxtellensis visibili modo effusi anno 1380. Er zouden meer uitgaven van voorgaande drukjes hebben bestaan (zie J. Lauwerys, Het H. Bloed van Boxtel-Hoogstraten, 3 dln. (Brecht: 1952-53) dl. 3, 92, nr. 2, 93, nr. 4, 94, nrs. 6-10, 95, nrs. 10-12); 5 Kort verhaal van het miraculeus H. Bloed van Jesus Christus, het welk zich eertijds vertoond heeft tot Boxtel, in het omstooten van den geconsacreerden kelk in het H. Sacrificie der misse: reeds honderd jaren berustende te Hoogstraten ('s-Hertogenbosch: Van Gulpen, 1819); 6 Kort verhael van het mirakeleus H. Bloed van Jezus Christus, het welk zich eertyds vertoond heeft tot Boxtel, in het omstooten van den geconsekreerden kelk in het H. Sacrificie der misse: reeds honderd jaren berustende te Hoogstraten ('s-Hertogenbosch 1824); 7 Kort verhaal van het mirakuleus H. Bloed ons Liefs Heere Jesu Christi, Het welk zig eertijds vertoont heeft tot Boxtel, in 't omstooten van den geconsacreerden kelk in het H. Sacrificie der Misse (Klapdorp: M. Vinck, 1828).
- Boxtel: 1 Handboek voor de leden der broederschap van het H. Bloed onzes Heeren Jesus Christus en de processie van Tilburg en omstreken naar Boxtel (Tilburg 1889). Hiervan edities getraceerd uit 1911, 1924 en 1934; 2 Handboekje der Broederschap van het Kostbaar Bloed van Onze Heer Jezus Christus, opgericht in de parochiekerk van St. Petrus te Boxtel (Boxtel: J.P. Tielen, 1924); 3 inschrijfbewijs Broederschap van het Kostbaar Bloed van O.H. Jezus Christus (z.p. 1924); 4 H.A.C. Beex, Het H. Bloed van Boxtel (z.p. 1949), toneelspel, in 1949 opgevoerd in het park bij kasteel Stapelen.
- Affiches: 1 1924 (Boxtel: J.P. Tielen); 2 1934 (Boxtel: J.P. Tielen); 3 1947-1948; 4 1949, ontwerp Ninaber van Eijben: priester aan altaar (Boxtel: J.P. Tielen); 5 1950, ontwerp T. Dorenbosch: kerk en reliekschrijn (Boxtel: J.P. Tielen); 6 1951, ontwerp T. Dorenbosch: processie (Boxtel: J.P. Tielen); 7 1952, koffer met H. Bloeddoek (Boxtel: J.P. Tielen); 8 1955; 9 1958; 10 1960; 11 1962; 12 1964; 13 1965; 14 1967-71; 15 1973-74; 16 1975-95, ontwerp F. Schwarte: processie.
- Programmaboekjes processie: Hoogstraten: 1927, 1950, 1952.
Boxtel: 1947, 1951-73, 1975, 1977, 1981; programmaboekje tweede diocesaan eucharistisch congres (1926), tekening Gerard Gerrits (monstrans, St. Petruskerk, corporale).

Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Hertogenbosch, Rijksarchief in Noord-Brabant: archief classis 's-Hertogenbosch, inv. nr. 37; oud rechterlijk archief Oirschot, schepenprotocollen 1538-39, 1583, 1636, inv. nrs. 133-134. 's-Hertogenbosch, Bisdomarchief, Diocesane Commissie Kerkelijk Kunstbezit: parochie St. Petrus Stoel te Antiochië Boxtel, nr. 51, waarin foto's 10, 15, 31, 83, 85. Den Bosch, Streekarchivariaat Langs Aa en Dommel: oud rechterlijk archief Boxtel, schepenprotocollen Boxtel (1538-46), inv.nr. R62. Mechelen, Archief aartsbisdom: aflaatbrief 6 juli 1553. Boxtel, gemeentearchief, bestuurlijk archief Boxtel; kerkrekeningen, inv. nrs. E2 (1618-19), E250-254 (1607-08, 1610, 1613-14, 1614-15, 1626-27); archief H. Bloedstichting (1924-1980). Boxtel, parochie-archief St. Petrus Stoel te Antiochië Boxtel, met name doos 1. Turnhout, stadsarchief: familiedossier Bertels en dossier weeskamer 17e eeuw, doos 10 en 41. Tilburg, Katholieke Universiteit Brabant: bibliotheek, Brabant-Collectie, KHS C158, KHS B83 (map met diverse stukken betreffende het H. Bloedmirakel te Boxtel, o.m. afschriften van charters), devotieprentjes, sign. ML/131.21 Boxt (1)-(8). Oss, Streekarchief Brabant-Noordoost, rayon Oss, oud rechterlijk archief Oss, inv. nr. 50.
Tekstedities: P. de Ram, Synopsis actorum ecclesiae Antverpiensis et ejusdem dioeceseos status hierarchium ab episcopatus erectione usque ad ipsius suppressionem etc. (Brussel: Hayez, 1856) p. 175; J. Reitsma & S.D. van Veen ed., Acta der provinciale en particuliere synoden, gehouden in de Noordelijke Nederlanden 1572-1620. Gelderland, dl. 4 (Groningen 1895) acta d.d. 17 juni 1606, art. 35, nr. 148, acta d.d. 26-28 juni 1610, art. 14, nrs. 181-182; A.F.O. van Sasse van Ysselt, 'De bedevaart in Boxtel in 1672 tot 1676', in: Taxandria 15 (1908) p. 47-48; Ph. van Leefdael, 'Beschrijving der Meierij van 's-Hertogenbosch', in: Bijdragen van het Provinciaal genootschap van kunsten en wetenschappen in Noord-Brabant 2 (1908) p. 9; A.G.J. Mosmans, 'Eene genezing door het H. Bloed van Boxtel in de 16e eeuw', in: Taxandria 19 (1912) p. 9-13 (over Anneke Rijsingen in 1589); P. Leendertz jr. ed., Het geuzenliedboek naar de oude drukken (Zutphen: Thieme & Cie, 1925) p. 112, roem van Boxtel met Scherpenheuvel vergeleken in 1e helft 17e eeuw; J. Lauwerys, Het H. Bloed van Boxtel-Hoogstraten, 3 dln. (Brecht: 1952-53); A.M. Frenken, 'De latere kerkvisitaties (na die der eerste Bossche bisschoppen)', in: Bossche Bijdragen 27 (1963-64) p. 87-88, 158; H. Hens e.a. ed., Mirakelen van Onze Lieve Vrouw te 's-Hertogenbosch 1381-1603 (Tilburg: Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1978) p. 664-665, de vergeefse bedevaart van Pauwel in 1520; J. Lijten, 'Oirschotse zoen-accoorden. A. Zoenen wegens doodslag', in: Campinia 14 (1984) p. 75-77, 139-141, 195-196, 15 (1985) p. 154-156, 18 (1988) p. 190-192; J. Lijten, 'De Oirschotse zoen-accoorden. Zoenen wegens doodslag: overzicht', in: Campinia 19 (1989) p. 152, 154-155 en 160; E. van Autenboer, 'Bedevaartgangers uit Turnhout in de 17de eeuw', in: Taxandria 62 (1990) p. 277.
Literatuur: J.B. Gramaye, Taxandria, in qua antiquitates etc. (Brussel: R. Velpius, 1610) p. 142-147; Predicatie ghepredickt by den bisschop van Den Bosch op den aflaet ghesonden vanden alderheylichsten vader den paus van Roomen daer ooc in verhalende een mirakel van de Vrou van Scherpen-Heuvel ([buyten Boxtel] 1611) p. 3; Aub. Miraeus, Fasti Belgici et Burgondici (Brussel 1622) p. 319-322; D. Mudzaert, De kerkelycke historie, dl. 2 (Antwerpen: H. Verdussen, 1624) p. 395 en Aanhang, p. 181; Chr. Faber, Clare uutlegginge van het H. Sacrificie des missen met alle ceremonien van dien etc. (Leuven: J. Maes, 1625) p. 239; Arn. de Raisse, Hierogazophylacium Belgicum sive thesaurus sacrarum reliquiarum Belgii (Douai: G. Pinchon, 1628) p. 120; Aug. Wichmans, Brabantia Mariana tripartita (Antwerpen: J. Cnobbaert, 1632) p. 656-657; M. de Bresser, De conscientia libri VI (Antwerpen: wed. J. Cnobbaert, 1638) p. 702-703; G. Voetius, Disputationes theologicae selectae, dl. 3 (Utrecht, 1659) p. 1003-1013; J. van Oudenhoven, Silva-Ducis aucta & renata of Een nieuwe ende vermeerderde beschrijvinge van de stadt van s'Hertogen-Bossche etc. ('s-Hertogenbosch: J. Scheffer & I. van Oudenhoven, 1670) p. 75-76; F. Foppens, Historia episcopatus Antverpiensis etc.(Brussel: J.F. Broncart, 1717) p. 121; F. Foppens, Historia episcopatus Sylvaeducensis etc. (Brussel: F. Foppens, 1721) p. 176-179; [Honselaer], Oudheden en gestichten van de bisschoppelyke stadt en meyerye van 's Hertogen-Bossche etc. (Leiden: J.A. Langerak, 1742) p. 372-376; Description historique, chronologique et géographique du duché de Brabant etc. (Brussel: J.J. Boucherie, 1756) p. 277-279; S. Hanewinkel, Geschied- en aardrijkskundige beschryving der stad en Meierije van 's Hertogenbossche etc. (Nijmegen: J.C. Vieweg, 1803) p. 443; A. van Gils, Katholyk meyerysch memorieboek etc. ('s-Hertogenbosch: Arkesteyn, 1819) p. 261-265; L.G. Swaving, Galerij van Roomsche beelden of beeldendienst der XIX eeuw (Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1824) p. 28-29; Kort verhael van het mirakuleus H. Bloed ons lief Heere Jesu Christi etc. (Klapdorp: M. Vinck, 1828; ex. Breda's Museum); A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 2 (Gorinchem: Noorduyn, 1840) p. 653-654; J.A. Coppens, Nieuwe beschryving van het bisdom van 's-Hertogenbosch: naar aanleiding van het 'Katholyk meijerijsch memorieboek' van A. van Gils, dl. 3 ('s-Hertogenbosch: Demelinne, 1843) p. 219-222; L. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, dl. 3 (St. Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1872) p. 353-355; 'Mirakel van het H. Bloed te Boxtel in 1280', in: Volksmissionaris 4 (1883) p. 27-30; Neerlandia Catholica of Het Katholieke Nederland. Ter herinnering aan het Gouden priesterfeest van Z.D. Paus Leo XIII (Utrecht: P.W. van de Weijer, 1888) p. 457; Het mirakel van het Heilig Bloed te Boxmeer: zijne geschiedenis, beteekenis en zijne vruchten; met litanie en gebeden (Breda: Van Wees, 1889) p. 9-10; J. Daris, Histoire du diocèse et de la principauté de Liège; depuis leur origine jusqu'a 1879, dl. 2 (Luik 1891) p. 252-253; M.A. Snoek, 'Trois médailles relatives de miracle du très Saint Sang à Boxtel (Brabant septentrional)', in: Tijdschrift van het Nederlandsch genootschap voor munt- en penningkunde 2 (1894) p. 46-50, met afbeelding; A.C. Bertens, Het H. Hart en zijn Genade-Oorden of de Liefde, het Voorbeeld en de Wonderen van Jezus in zijn H. Sacrament (Cuyk aan de Maas: Jos. J. van Lindert, 1900) p. 214-215; Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 387-388; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, dl. 7 (Amsterdam: Bekker, 1911) p. 356; F.H.M. Ouwerling, 'Het adelijk slot van Stapelen en het mirakel van het H. Bloed te Boxtel', in: Buiten 7 (1913) p. 50; P.J. Goetschalckx, Geschiedenis van het bisdom Antwerpen, dl. 4 (Eekeren-Donk: Vermeieren, 1915) p. 212-217; 'Het adellijk slot van Stapelen, klooster der paters Assumptionisten, en het mirakel van het H. Bloed van Boxtel', in: Katholieke Illustratie 50 (6 mei 1916) p. 455-456; A.G.J. Mosmans, 'Eene genezing door het H. Bloed van Boxtel in de 16e eeuw', in: Sint-Jansklokken 1 (1923) p. 459-460; [W. van de Ven], 1380-1924, het miraculeus H. Bloed te Boxtel: geïllustreerde geschiedenis van het wonder der H.H. Bloeddoeken (Leiden, 1924); W. van de Ven, 'Heilig Bloedfeest te Boxtel', in: Katholieke Illustratie 38 (1923-1924) p. 457-460, 9 foto's van de plechtige intocht in nr. 39 (1924) p. 468; 'Verering der H. Corporale te Boxtel', in: Sint-Jansklokken 3 (1925) p. 37-38, en op p. 32 een 'plan van een park voor kruisweg en processies te Boxtel'; J.W.A. Gommers, 'Folkloristische kalender voor westelijk Noord-Brabant', in: Sinte Geertruydtsbronnen 6 (1927) p. 1-2, 3 juni'; J. Cunen, 'Bedevaarten, opgelegd in een testament te Oss, van 1561', in: Sint-Jansklokken 7 (7 december 1929) p. 667; J.W.A. Gommers, 'Folkloristische kalender voor westelijk Noord-Brabant', in: Sinte Geertruydtsbronne 7 (1930) p. 108-109; Voorloopige lijst der monumenten van geschiedenis en kunst. De provincie Noord-Brabant (Den Haag: Algemene Landsdrukkerij, 1931) p. 154-155; B. Knipping, 'Neerlandia eucharistica historia. IV. Het H. Bloedwonder van Boxtel', in: SS. Eucharistia 11 (1933) p. 281-285; 'Mirakuleus H. Bloed te Boxtel', in: Katholieke Illustratie 67 (1933) nr. 37, p. 796-797; P. Cornelissen, Schoon roomsch Brabant ('s-Hertogenbosch 1934) p. 108-110; J. Lauwerys, Week-sterrekens. II (Turnhout 1935); P. Browe, Die eucharistischen Wunder des Mittelalters (Breslau: Verlag Müller & Seiffert, 1938) p. 141, 152, 159 en 174; P. Dorenbosch, 'Boxtel en het H. Bloed; historica en folkloristica', in: Brabants heem 1 (1949) p. 47-50; K. ter Laan, Folkloristisch woordenboek van Nederland en Vlaams België ('s-Gravenhage/Batavia: G.B. van Goor, 1949) p. 138; A. Schelstraete, 'De viering van het congres. Algemeen verslag', in: Verslagboek van het vijfde diocesaan eucharistisch congres van het bisdom 's-Hertogenbosch te Boxtel gehouden op 4 juni 1950 (Nijmegen/Brussel 1950) p. 5-17; J. Lauwerys, Het H. Bloed van Boxtel-Hoogstraten, 3 dln. (Brecht: 1952-1953) standaardwerk over de H. Bloedverering in Boxtel en Hoogstraten; Raymond Peeters, 'Kempense zoengedingen en strafbedevaarten tot aan de vooravond van de beeldenstorm', in: Taxandria (...) Antwerpse Kempen nwe. reeks 28 (1956) p. 62, 97; W.H.Th. Knippenberg, Kultuurhistorische verkenningen in de Kempen III. Oude pelgrimages vanuit Noord-Brabant (Oisterwijk: Stichting Brabants Heem, 1968) p. 13, 15, 18 en 83; H. Franken, Liederen en dansen uit de Kempen. Een optekening (Hapert: De Kempen, 1978) p. 188-191; J. van Herwaarden, Opgelegde bedevaarten (Assen/Amsterdam: Van Gorcum, 1978) p. 706 en 727, Excurs II, A56, H; W.H.Th. Knippenberg, Devotionalia. Religieuze voorwerpen uit het katholieke leven, dl. 1 (Eindhoven: Bura, 1980) p. 93; J.J. Antier, De pelgrimage weer ontdekt. In het Nederlands vertaald, ingeleid en wat de Benelux betreft aangevuld door Th.G.A. Hendriksen, bisschop (Utrecht: Zaken die God raken, [1980]) p. 355-357; P.J. Margry, Bedevaartplaatsen in Noord-Brabant (Eindhoven: Bura Boeken, 1982) p. 72-79; A.C. Jansen e.a. ed., Encyclopedie van Brabant, dl. 1 (Baarn: Market Books, 1985) p. 81, 203; P.Th.A. Dorenbosch, De Boxtelse St. Petrus. Kerk van de parochie Sint-Petrus' Stoel te Antiochië te Boxtel. Over kerk, kapittel, toren, parochie, H. Bloedviering en orgel, dl. 2 (Boxtel: Stichting 'Red de Toren', 1986) p. 117-217, 250-252, o.m. een kopie en vertaling van de bul van Pilaeus; R. van der Linden, Bedevaartvaantjes. Volksdevotie rond 200 heiligen op 1000 vaantjes (Brugge: Tabor, 1986) p. 75-76; Léon van Liebergen ed., Volksdevotie. Beelden van religieuze volkskultuur in Noord-Brabant (Uden: Museum voor Religieuze Kunst, 1990) p. 38-40, 47, 71; E. van Autenboer, 'Bedevaartgangers uit Turnhout in de 17de eeuw', in: Taxandria. Jaarboek (...) Antwerpse Kempen, nwe. reeks 62 (1990) p. 277, bedevaart in 1631; Ch. van Gerwen, De heilige Kempen. Cultuur en kunst uit de Nederlandse en Belgische Kempen (Valkenswaard: Museum Van Gerwen-Lemmens, 1992) p. 51-52, nr. 23 en 74-77; C. Caspers, De eucharistische vroomheid en het feest van Sacramentsdag in de Nederlanden tijdens de late middeleeuwen (Leuven: Peeters, 1992) p. 233, 234, 237 (noot 43); M. Wingens, 'De Nederlandse mariale bedevaart (ca. 1600 - ca. 1800). Van een instrumentele naar een spirituele benadering van het heilige', in: Trajecta 1 (1992) p. 168-170, 173; R. van Heesewijk & P.J. Margry, Bloedprocessies in Brabant, Fotodocumentaire van de bloedprocessies in Boxtel, Boxmeer en Hoogstraten (Breda: Papieren Tijger, 1993) passim, met overzichten van de oude en de moderne samenstelling processie: p. 14-15; H.J.E. van Beuningen & A.M. Koldeweij, Heilig en profaan. 1000 laat-middeleeuwse insignes uit de collectie H.J.E. van Beuningen (Cothen: Stichting Middeleeuwse en Profane Insignes, 1993) p. 143; Gerard Rooijakkers, Rituele repertoires. Volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant 1559-1853 (Nijmegen: Sun, 1994) p. 270 en 280; J.M.M. van de Ven, Over Brabant geschreven. Handschriften en archivalische bronnen in de Tilburgse universiteitsbibliotheek, dl. 2 (Leuven: Peeters, 1994) cat. II, 525, 447; M. Wingens, Over de grens. De bedevaart van katholieke Nederlanders in de zeventiende en achttiende eeuw (Nijmegen: Sun, 1994) p. 11, 28-29, 35, 37, 44, 46, 60; J.W. Hagen & G. Janssen, Acht eeuwen kerken in Reusel (Reusel: HWR, 1995) p. 60, bedevaart vanuit Hoogeloon in 1637; Rien van Heesewijk & Peter Jan Margry, Processies. België, Nederland en Luxemburg (Heeswijk: Uitgeverij Abdij van Berne, 1997) p. 13-24; Ronald Peeters, '"Ter eeren Gods ende der sielen te laeffenis een bedevaert gaen". Bedevaarten in en vanuit Tilburg', in: Henk van Doremalen, Ronald Peeters & Ton Thelen ed., Godsvrucht en deugdzaamheid. Godsdienst en kerk in Tilburg door de eeuwen heen (Tilburg: Gianotten, 1997) p. 114, opgelegde bedevaart 1540, p. 115-116; W. Meulenkamp & P. De Nijs, Buiten de kerk. Processieparken, Lourdesgrotten en Calvariebergen in Nederland en België (z.p.: Aspekt, 1998) p. 87-89; Maarten van Boven, Het Brabant Boek (Zwolle: WBooks, 2011) p. 49.
Door de jaren heen zijn veel aankondigingen en artikelen verschenen in (regionale) kranten en andere periodieken, zoals Brabants Centrum, De Maasbode, St. Jansklokken, Onze Kerkklokken, en Brabants dagblad.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Boxtel-H. Bloed; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a+b (1993); veel ongepubliceerd fotomateriaal bevindt zich in het archief van de H. Bloedstichting (Boxtel, gemeentearchief).
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<