HomeDatabankenBedevaarten

Schoondijke, H. Cornelius

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Cornelius
Datum: 16 september (+ octaaf)
Periode: 1914 - ca. 1967
Locatie: Parochiekerk van St. Petrus
Adres: Prinses Beatrixstraat 5-7, 4507 ZG Schoondijke
Gemeente: Oostburg
Provincie: Zeeland
Bisdom: Breda
Samenvatting: De paus en martelaar Cornelius werd in Schoondijke met name vereerd ter vrijwaring van stuipen, vallende ziekte en zenuwziekten. De bedevaart kwam in het tweede decennium van de 20e eeuw op gang en heeft ruim 50 jaar standgehouden. De bedevaartgangers kwamen vrijwel uitsluitend uit westelijk Zeeuws-Vlaanderen.
Auteur: Huub de Jonge
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Het huidige dorp Schoondijke ontstond in 1852 kort na de inpoldering van de Willemspolder, niet ver van de plaats waar in 1570 een dorp met dezelfde naam door de zee was verzwolgen. In 1876 werd een aan St. Petrus gewijd noodkerkje gebouwd op het erf van een logement dat door het kerkbestuur van de parochie IJzendijke was aangekocht. In dat jaar telde de overwegend protestantse plattelandsgemeente 411 katholieken, voornamelijk Vlaamse landarbeiders met hun gezinsleden.
- In 1877 kreeg Schoondijke een eigen parochie. In 1884 werd de 'planken hulpkerk' vervangen door een stenen kerkgebouw naar een ontwerp van de architect P. van Genk. De kerk telde honderd zitplaatsen. In 1944 werd de kerk door het oorlogsgeweld verwoest. Opnieuw was de parochie op een noodkerk aangewezen. In 1955 werd deze door de huidige kerk vervangen.
Cultusobject - Zie voor Cornelius ⟶ Honselersdijk.
- In de kerk stond een beeld van Cornelius en in het altaar werd een reliek van de heilige bewaard. Het beeld en het reliek zijn in 1944 tijdens de geallieerde opmars verloren gegaan, maar na de oorlog vervangen. De parochie ⟶ Lamswaarde in het oosten van Zeeuws-Vlaanderen, dat ook een centrum van Corneliusdevotie vormde, schonk Schoondijke een oud beeld, terwijl de parochie Hoofdplaat een in haar bezit zijnde Corneliusreliek tegen enkele beelden ruilde.
Verering - Op 20 december 1913 kreeg de parochie toestemming van Rome om een broederschap van de H. Cornelius op te richten en jaarlijks op diens feestdag, 16 september of de zondag daarop, een bedevaartdag te houden. Op 12 januari 1914 beschikte de paus dat alle gelovigen een volle aflaat konden verdienen voor zielen in het vagevuur als ze op de feestdag van deze heilige of in de week daarna te biecht en te communie gingen en in de Petruskerk te zijner intentie baden.
Door het organiseren van een bedevaart hoopte de armlastige parochie zowel haar schulden te verkleinen als de Corneliusdevotie te verbreiden. Tot Cornelius, of Cornelis zoals de Zeeuws-Vlamingen hem noemen, bad men vooral om bevrijd te blijven en genezing te krijgen van stuipen, hersenvliesontsteking, verlamming, jicht, vallende ziekte en alle zenuwziekten.
Het lidmaatschap van de broederschap kostte per jaar een kwartje per persoon, dat elk jaar in de weken voor de feestdag door zelatrices werd opgehaald. Bijna alle parochianen waren lid, terwijl ook in de naburige dorpen Hoofdplaat en Oostburg de broederschap veel aanhangers had. Ook de overleden leden van de broederschap werden niet vergeten. Voor hun gezamenlijke zielenheil werd jaarlijks in de maand november een gezongen mis met 'libera' gehouden. Elk overleden lid had bovendien recht op een aparte mis nadat het bericht van overlijden door de zelatrices was doorgegeven. Uit naburige plaatsen werd dit meestal pas bij het innen van de contributie vernomen, zodat veel missen ter nagedachtenis van broederschapsleden rond de feestdag werden opgedragen.
- De Corneliusdevotie viel uiteen in een maandelijkse en een jaarlijkse verering. De maandelijkse verering bestond uit de zegening van de kerkgangers met het reliek van Cornelius na mis en lof op de eerste zondag van de maand. Deze devotionele praktijk ging echter aan de meeste parochianen voorbij. Belangrijker was de jaarlijkse verering tijdens het plechtig lof dat op de feestdag van Cornelius (16 september) of, zoals gebruikelijk, op de eerste zondag daarna plaats vond. Gelovigen uit de hele streek woonden deze viering bij. Voor de oorlog kwamen de bedevaartgangers uit de omtrek te voet, per rijwiel, tram, of sjees; na 1945 vooral op de fiets. Men kwam gewoonlijk in gezinsverband, zelden in grotere groepen. De naoorlogse noodkerk was meestal te klein voor het grote aantal bedevaartgangers, zodat twee keer lof werd gehouden. Tijdens het lof werd onder andere een feestlied ter ere van Cornelius gezongen en een speciaal gebed tot de heilige gericht om voorspraak ter genezing van zieke broederschapsleden te vragen. Het belangrijkste moment vormde de kinderzegen met het reliek. Kinderen achtte men het meest vatbaar voor zenuwziekten en aanverwante aandoeningen. Ze waren in groten getale aanwezig.
Tijdens het patroonfeest van Cornelius en de daaropvolgende zeven dagen was het beeld van de heilige versierd met 'planten, bloemen en licht' en werd na de mis de reliek vereerd. Op de feestdag zelf verkeerde ook het hoofdaltaar 'in optima forma'. Achter in de kerk verkochten misdienaars prentjes en 'gebedjes' (10 cent), medailles (25 cent) en kaarsen. De gezongen mis werd die dag opgedragen aan alle levende leden van de broederschap. Voor het houden van de preek werd lange tijd een redemptorist uitgenodigd, die ook de biecht afnam. Voor de zelatrices waren voorin de kerk stoelen, en later een bank, gereserveerd. Voor de oorlog ontving de pastoor deze jongedames na afloop van de mis in café Wijffels of in de pastorie en trakteerde hij op een koffietafel met krentenbrood en tulband. Soms kregen ze een glas wijn na. Na de oorlog kwam men na het lof bijeen.

Bronnen en literatuur Archivalia: Schoondijke, parochiearchief St. Petrus.
Literatuur: A.J. Van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 10 (Gorinchem: Noorduyn, 1847) p. 248-250; F. Nagtglas, Zelandia Illustrata, dl. 2 (Middelburg: J.C. & W. Altorffer, 1880) p. 563-565; J. Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 483; R. Willemsen, Schoondijke toen en nu (Alphen a/d Rijn 1975); H. en L., 'IJzendijke rond 1900', in: Bijdragen tot de geschiedenis van West Zeeuws-Vlaanderen 12 (1983) p. 69-80; K.J.J. Brand en W.J.P.M. Brand, 'Geschiedenis van kerk en godsdienst in Zeeuwsch-Vlaanderen en het in België gelegen deel van de Vier Ambachten', in: A.M.J. de Kraker, H. Van Royen, Marc E.E. De Smet ed., 'Over den Vier Ambachten'. 750 jaar keure, 500 jaar Graaf Jansdijk (Kloosterzande: Duerinck, 1993) p. 697-734;
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Schoondijke; Zeeuwse Bibliotheek te Middelburg, Zeeuws Documentatiecentrum.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<