Amsterdam, O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand

Cultusobject: O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand
Datum: 16 juni (?)
Periode: 1868 - eerste helft 20e eeuw
Locatie: Kloosterkerk (redemptoristen) van het Onbevlekt Hart van Maria
Adres: Keizersgracht 220, 1016 DZ Amsterdam
Gemeente: Amsterdam
Provincie: Noord-Holland
Bisdom: Haarlem
Samenvatting: Bijzondere verering van een kopie van de bekende icoon van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand. Deze eerste cultus van de icoon boven de Moerdijk werd door de redemptoristen in Amsterdam sinds 1868 met verve gepropageerd. Hoewel een filiaaldevotie van beperkte omvang, had de verering toch trekken van een bedevaartcultus. Bezoekers kwamen voor genezing en steun uit de regio groot-Amsterdam.
Auteur: Peter Jan Margry
Illustraties:
Topografie - Op het voormalige terrein van de in 1845 afgebrande suikerfabriek 'Het Paardenhoofd', aan de Keizersgracht, nabij de Westermarkt, bouwden redemptoristen een klooster dat ze op 13 november 1850 betrokken. Het was het eerste mannenklooster boven de Moerdijk sinds de reformatie. Op verzoek van de vice-superior van de Hollandse Zending lieten de redemptoristen er een hulpkerk aan verbinden.
- De driebeukige kruiskerk, in een vroege neogotische stijl, is een ontwerp van architect Th. Molkenboer. De kerk werd in 1853/1854 gebouwd. In 1868 werd de icoon tegen de zuidelijke muur van de kerk, links van het altaar, bevestigd. In 1886 kwam er op die plaats een speciale devotiekapel voor het schilderij, voorzien van geschilderde binnentaferelen door A. Windhausen en M.C. Schenk en van een nieuw altaar uit het atelier van W. Mengelberg. Het altaar werd op 30 ooktober 1887 door mgr. Schaap ingezegend.
Cultusobject - Het betreft een geautoriseerde kopie van de in Rome, in de kerk van de H. Alfonsus bij het generalaatshuis van de redemptoristen, bewaarde icoon van de O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand. Dit schilderij was in de 15e eeuw van Kreta naar Rome overgebracht en trok daar sindsdien vele bedevaartgangers. Het stuk werd verondersteld gedurende de Franse Revolutie verloren te zijn gegaan, maar werd in 1865 door een redemptorist weer teruggevonden.
Verering - De bevordering van de devotie tot O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand werd in 1866 door paus Pius IX aan de redemptoristen toevertrouwd. Kopieën van het miraculeuze schilderij werden over de gehele wereld verspreid. Sindsdien zijn in veel van hun kerken speciale kapellen voor deze Maria ontstaan, waarvan sommige devotioneel een breder karakter verwierven en het doel werden van (individuele) bedevaarten.
- De Mariaverering stond traditioneel hoog in het vaandel bij deze congregatie. De verering gold in het bijzonder de meimaand die aan Maria is toegewijd en die sinds ca. 1855 ook in de Amsterdamse Mariakerk met luister werd gevierd. Klooster en kerk vormden lange tijd een centrum van godsdienstig leven in Amsterdam en van daaruit vertrokken paters het land in voor missies en retraites.
- In 1868 ontvingen de Amsterdamse paters vanuit Rome de kopie van de icoon van de Lieve Vrouw. Het was het tweede exemplaar in Nederland (na Wittem in 1867). Bij de opening van de meimaand werd op 30 april om 20.00 uur een processie gehouden waarbij het schilderij vanuit de recreatiezaal via de sacristie naar de kerk werd gebracht waarna het in een omgang op een draagbaar door de kerk werd gevoerd. Het werd gezegend voordat het in de kapel werd geplaatst. De verering van de beeltenis 'nam terstond goed op onder het volk'. Diverse voorwerpen werden er door de bezoekers geofferd.
De kloosterkroniek vermeldt op verschillende tijdstippen 'genezingen en weldaden' die door Maria zouden zijn bewerkstelligd. Een voorbeeld is Therèse Munche die na tien maanden pijn te hebben gehad aan de rechterhand, op 9 december 1868 plots was genezen na het bidden van een noveen voor deze Maria. In hetzelfde jaar genazen nog vier personen. In de loop der jaren werden diverse ex-voto's aan het schilderij geschonken, waarvan er nog ettelijke aanwezig zijn.
Hoewel de cultus in die tijd waarschijnlijk niet als een bedevaart werd aangemerkt, duiden de grote aanhang van vereerders, ook van buiten de stadsgrens, de verering en de genezingen daar in beperkte mate wel op.
- Op 4 mei 1869 verleende de paus een volle aflaat voor hen die op 16 juni of de daaropvolgende zondag de beeltenis vereerden. In 1872 werd het schilderij gekroond. In februari 1877 werd een speciale broederschap opgericht, geaffilieerd aan de aartsbroederschap te Rome. Reeds binnen een week konden duizend leden worden ingeschreven.
- Vanuit Amsterdam ging de broederschap jaarlijks ook op bedevaart naar de door de redemptoristen bestierde bedevaartplaats ⟶ O.L. Vrouw in 't Zand te Roermond. Daarvoor beschikte men over twee processievaandels (van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand en van H. Alfonsus).
- Over de voortgang van de verering is verder weinig bekend. De kloosterkronieken vermelden er niet veel meer over. Mogelijk is de bedevaartgebonden devotie onder invloed van het succes van de Amsterdamse Stille Omgang allengs teruggelopen.
Op 9 juli 1916 werd het gouden jubileum van de schenking van de beeltenis nog groots herdacht met een triduum en processies. Ook telde de broederschap in 1924 nog 25.269 leden. Of deze ook nog een praktische invulling gaven aan de verering van deze O.L. Vrouw in de Keizersgrachtkerk is niet bekend.
- Door de ontvolking van de binnenstand en de veranderingen in de vorm en praktijk van het godsdienstig leven moesten uiteindelijk op 28 april 1985 klooster en kerk worden gesloten. De kerk is dat jaar eigendom van de Syrisch-Orthodoxe kerk geworden en later (1994-96) gerestaureerd.
Materiële cultuur - Devotioneel drukwerk
1 Jaarlijks werden prentjes uitgegeven 'Gedachtenis aan de Meimaand plegtig gevierd in de O.L.V. Kerk te Amsterdam', vaak met op de voorzijde een tekening van het Maria-altaar en op de achterzijde een gebed van de H. Alphonsus en Maria; 2 Een speciaal vouwprentje met gebed en afbeelding werd uitgegeven bij de plaatsing van het schilderij: 'herinnering aan de plegtige viering der Meimaand in de kerk der Eerw. Paters Redemptorisaten te Amsterdam in het jaar 1868' (Amsterdam: A. vander Hoeven; impr. Theodorus ep. Leod., Luik, 7 november 1867).
Bronnen en literatuur Archivalia: Wittem, archief van de provincie der redemptoristen: archief 'Amsterdam' inv.nrs. 2, 3, 95 en 96 (kroniek I, p. 81, 87, 98, 272, 275; kroniek II p. 99-100).
Literatuur: 'Gouden jubileum O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand in Amsterdam', in: Katholieke Illustratie, 29 juli 1916; Gedenkboek bij het 75-jarig jubeljaar van de vestiging der eerwaarde paters Redemptoristen te Amsterdam (Amsterdam 1925) p. 87-95; C. Henze, Ausführliche Geschichte des Muttergottesbildes von der Immerwährenden Hilfe (R.-Hagenau 1939); M. van Grinsven, 'Propaganda voor de verering van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand', in: Monumenta Historia [c.s.s.r.] 2 (1952) p. 96; H. Schäfer, De madonna op de Esquilijn. Geschiedenis van de Schilderij der Moeder van Altijddurende Bijstand, vereerd in de St. Alfonsuskerk te Rome (Heerlen 1952); C. Hoogveld, 'De Redemptoristenkerk van het Onbevlekt Hart van Maria te Amsterdam', in: Bulletin van de Stichting Oude Hollandse Kerken 18 (1984) p. 3-31; 14 februari 1985 afscheid O.L. Vrouwe-kerk KeizersgrachtTer herinnering aan het verblijf van de redemptoristen in Amsterdam (Amsterdam 1985); Fikri Sümer, Onze Lieve Vrouwekerk te Amsterdam, Keizersgracht 220 (Amsterdam: Syrisch-orthodoxe kerk, 1994), brochure.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Amsterdam-O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand.
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<