Hertogenbosch, H. Willibrord

Cultusobject: H. Willibrord
Datum: Onbekend, maar vermoedelijk op drie achtereenvolgende vrijdagen
Periode: Ca. 1614
Locatie: Kapel van het wilhelmietenklooster Baseldonk
Adres: -
Gemeente: 's-Hertogenbosch
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting: Het Bossche wilhelmietenklooster Baseldonk werd blijkens een bron uit 1614 door bedevaartgangers bezocht ter genezing van kinderen die leden aan het 'gebreck van S. Willebrort'. Gezien de beschrijving van de symptomen gaat het hierbij om rachitis (Engelse ziekte).
Auteur: Adriaan Monna
Illustraties:
Topografie - Het wilhelmietenklooster Porta Coeli, meer bekend onder de naam Baseldonk, die is ontleend aan de stichter Winand van Basel, ontstond in de 13e eeuw buiten de stadsmuren van 's-Hertogenbosch. Vrees voor een aanval op de stad leidde in 1542 tot afbraak van de kloostergebouwen. De monniken vestigden zich binnen de stadsmuren.
- Op de Windmolenberg ten zuiden van de Jacobskerk, waar zich momenteel de Baselaarsstraat bevindt, werd vervolgens een nieuw kloostercomplex gebouwd. De kapel van het nieuwe kloos-ter werd in 1549 gewijd. In 1629, na de inname van 's-Hertogenbosch door Frederik Hendrik, vertrokken de monniken uit de stad. De kloostergebouwen zijn daarna successievelijk afgebroken, het laatste gedeelte in 1933.
Cultusobject - Zie voor St. Willibrord ⟶ Alphen.
- Er mag worden aangenomen dat zich in Baseldonk relieken van Willibrord bevonden. Daarvan is echter niets bekend.
Verering - De enige bron waaruit blijkt dat het Bossche wilhelmietenkloos-ter Baseldonk werd bezocht door bedevaartgangers, is een verslag van een onderzoek uit februari 1614 naar de bedevaarten naar Machutus in ⟶ Vught. In dit verslag, opgesteld op verzoek van de bisschop van 's-Hertogenbosch, Gijsbertus Masius, wordt beschreven dat men met kinderen die leden aan het 'gebreck van S. Willebrort' genezing kon zoeken in het klooster Baseldonk. We hebben hier dus te doen met een ziekte waaraan de naam van een heilige is verbonden. Ook in Vught was dat het geval. Deze plaats bezocht men als kinderen leden aan het 'gebreck van S. Machuijt'. Blijkens het verslag leden de kinderen die de ene ziekte onder de leden hadden, gewoonlijk ook aan de andere ziekte.
- De verschijnselen van het 'gebreck van S. Willebrort' worden als volgt beschreven: 'de kinderkens crygen op haer ribbekens cleyn knobbelkens als spellen hooftkens oft paternosterkorentkens off van dyergelycke groote'. Het zal hier gaan om rachitis (Engelse ziekte), een veel voorkomende kinderziekte, als gevolg van een gebrek aan vitamine D. Ook de beschrijving van het 'gebreck van S. Machuijt' wijst hier op, maar naar Vught ging men vermoedelijk ook bij andere kwalen. Behalve op rachitis wijst de beschrijving, die wat uitvoeriger is dan die bij het 'gebreck van S. Willebrort', op ondervoeding en infectieziekten, die eveneens door gebrek aan vitamine D konden ontstaan.
- Ging de bedevaartganger naar Vught op een of drie vrijdagen, naar Baseldonk diende men zich 'drye andere weecken' te begeven. Vermoedelijk, maar dat staat niet duidelijk in het verslag, diende dit eveneens op vrijdag te gebeuren. Men diende 'S. Willebrorts water, gesegent off gewyt tot Diesen (een dorp bij Oisterwyck gelegen)' mee te brengen en daarvan de kinderen te drinken te geven 'zoo veel dagen als het den heer off priester der Baselers beveelt, alle dage drye droppelkens'. Hier wordt gedoeld op de Willibrordput in ⟶ Diessen. Aan het water uit deze put werd een geneeskrachtige werking toegedacht. Tenslotte voegde Jenneken Wouters, de in het verslag genoemde informante, nog toe dat 'aengaende de gebeden, dye gelesen moeten werden sullen de Baselers daer aff kennis doen, want Jenneken daer van niet en weet'.
- Hoe lang het wilhelmietenklooster een bedevaartoord was en hoe frequent het werd bezocht, is niet bekend. Evenals in Vught kwamen in Baseldonk religieuze prak-tijken voor die de bisschop niet welgevallig waren. Zoesius meldt in 1619 en 1622 in verslagen, door hem bij de paus ingediend, dat er wantoestanden heersten in het klooster. De klachten lijken vooral betrekking te hebben op de kloostertucht. Over religieuze praktijken in verband met bedevaarten wordt niet gesproken, maar gezien het onderzoeksverslag van 1614 valt niet uit te sluiten dat de wantoestanden ook hiermee te maken hadden. Hoe het ook zij, enkele jaren later, na de inname van 's-Hertogenbosch en het vertrek van de kloosterlingen, is hieraan zeker een einde gekomen.

Bronnen en literatuur Archivalia: 's-Hertogenbosch, bisdomarchief: parochiedossier Vught, St. Petrus (rapport van Masius uit 1614).
Literatuur: L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, 5 dln. (St. Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1870-1876) dl. 4, p. 391-397; dl. 5, p. 846; A.F.O. van Sasse van Ysselt, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen. Aanteekeningen uit de Bossche schepenprotocollen, loopende van 1500-1810, dl. 3 (['s-Hertogenbosch]: Provinciaal Genootschap, [1910]) p. 32-48; W. Lampen, Willibrord en Bonifatius (Amsterdam: P.N. van Kampen, 1939) p. 80-81; Michael Schoengen, Monasticon Batavum, dl. 3 (Amsterdam: Noord-Hollandse Uitgevers Maatschappij, 1942) p. 64-65; P. van Engelen, 'St. Machutus en verering in Vught', in: Bosboombladeren 17 (juli 1975) p. 42; W. Heijting, 'Het Wilhelmietenklooster Baseldonk te 's-Hertogenbosch', in: J. Stellingwerff ed., Een vrije universiteitsbibliotheek: studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit (Assen: Van Gorcum, 1980) p. 221-254; C. van de Walle, Siardus Bogaerts; de prior en zijn monasterium te Huijbergen, 1614-1670 (Tilburg: Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1980) p. 192-202; A.D.A. Monna, Zwerftocht met middeleeuwse heiligen (Amsterdam: Rodopi, 1988) p. 48; A.D.A. Monna, 'Machutusbedevaarten naar Vught', in: R. Wols e.a. ed, Vught. Zicht op vroeger (Vught 1997) p. 7-35.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier 's-Hertogenbosch-Willibrord.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<