HomeDatabankenBedevaarten

Weiteveen, Heilig Sacrament

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: Heilig Sacrament
Datum: Geen specifieke datum
Periode: 1925 - 1985
Locatie: Parochiekerk van Maria Koningin van de Vrede; de kerkhofkapel
Adres: Zuidersloot 59, 7765 AG Weiteveen
Gemeente: Schoonebeek
Provincie: Drente
Bisdom: Groningen
Samenvatting: In de nacht van 4 op 5 mei 1925 werd uit de parochiekerk van O.L. Vrouw Koningin des Vredes te Amsterdamscheveld (nu: Weiteveen) het tabernakel met de daarin opgeborgen hosties gestolen. Na het terugvinden van het tabernakel in het veen ontstond een speciale sacramentsdevotie, waaromheen enkele bedevaarten zijn georganiseerd.
Auteur: Geert Kocks
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Op 30 oktober 1918 werd midden in de venen tussen Klazienaveen en Nieuw-Schoonebeek na veel inspanningen de eerste steen gelegd voor een kerk te Amsterdamscheveld (Weiteveen heette tot 1974 Amsterdamscheveld). Op 3 juni 1919 werd de kerk, toegewijd aan O.L. Vrouw Koningin des Vredes, geconsacreerd.
- Tot de diefstal ervan in 1925 stond het tabernakel, onder een neogotische overkapping met gordijnen, op het altaar voor in de kerk. Enkele maanden nadat het was teruggevonden werd het vervangen door een fraaier en kostbaarder tabernakel dat onder een baldakijn - gedragen door twee mannenbeelden die in droefheid een hand voor het gelaat houden - op een eveneens nieuw altaar was geplaatst. Deze altaarconstructie was ontworpen door Aug. A. van Os te Tilburg en uitgevoerd door de Fa. P.J.M. van Stokkum te Rotterdam. Op de rand van de altaartafel is de tekst aangebracht: 'Gij verlaat niet wie U zoeken Heer'.
- In de veensloot waar het gestolen tabernakel was teruggevonden, zo'n 600 meter van de kerk, werd korte tijd later een houten kruis van circa twee meter hoog opgericht. Op deze plaats werd later een kerkhof aangelegd met op de centraal gelegen vindplaats een open kapel met stenen kruis. In 1985 werd het oude tabernakel in deze kapel geplaatst onder een sluitsteen, waar het zich thans nog bevindt. Het kerkhof is gelegen te midden van bossages buiten de bebouwde kom en alleen toegankelijk via een eigen weg van de parochie.
Cultusobject - Vereerd werd het sacrament van de eucharistie; tijdens de oefeningen voor eerherstel werd een geconsacreerde hostie in een monstrans uitgesteld. Het tabernakel waarvan de diefstal de aanleiding was tot de cultus, is een eenvoudige kluis (ongeveer een halve meter hoog) die destijds geen hogere geldwaarde vertegenwoordigde dan 25 gulden.
Dit tabernakel dat al vanaf de zomer van 1925 niet meer als zodanig in gebruik was, is sinds 1985, toen het onder een sluitsteen werd weggeborgen in de kerkhofkapel, onttrokken aan het zicht.
Verering - De kerk zou geen bijzondere betekenis hebben gekregen, als niet in de nacht van 4 op 5 mei 1925 mei enkele inbrekers het tabernakel van het altaar hadden gelicht en meegenomen. De reden voor de diefstal zou kunnen zijn dat veel mensen in Zuidoost-Drenthe, maar vooral de niet-katholieken, meenden dat het geld van de bankenpacht in het tabernakel werd bewaard.
- Na de diefstal werd groot alarm geslagen en begon men een zoekactie, waarbij vooral het dagblad De Maasbode voor veel publiciteit zorgde. Het dagblad zond een van zijn verslaggevers, M.J. van den Biggelaar, naar Amsterdamscheveld, niet alleen voor de nieuwsgaring maar tevens om te assisteren bij de opsporing van het tabernakel. Hierbij werd hij bijgestaan door de Rotterdamse privé-detective Klok en gaandeweg door een heel team van externe deskundigen waarvan ook Duitse grensbeambten deel uitmaakten. Op 10 mei, toen in de stromende regen vele vrijwilligers de omgeving rond Amsterdamscheveld uitkamden op zoek naar het tabernakel, werd dit gevonden door twee jongens. Het lag op een plaggenhoop, bedekt met veen en zoden, in een veensloot, ongeveer 600 meter van de kerk verwijderd. De ciborie was geopend en de hosties lagen door het tabernakel verspreid. Onder leiding van de pastoor, P.J. Veltman, en diens collega van Nieuw-Schoonebeek, D. Huurdeman, werd het Allerheiligste in processie teruggebracht naar de kerk.
- In het gebed dat pastoor Veltman uitsprak - althans zoals dat is weergegeven in een gedenkboek van het 12,5 jarig bestaan van de parochie - tijdens de hoogmis op zondag 17 mei 1925, wordt de diefstal in verband gebracht met de goddelijke voorzienigheid: 'Hebt Gij die [gruwelijke belediging] niet toegelaten om mij, herder dezer parochie en bewaarder van Uw tabernakel, om mij te dwingen U meer te beminnen, om mijn parochianen aan te wakkeren en aan te sporen tot inniger liefde jegens U in het Allerheiligst Sacrament?' Deze woorden en ook de daardoor ingeleide speciale verering te Amsterdamscheveld tot het sacrament, passen geheel binnen het destijds door de kerkelijke overheid veel gepropageerde streven naar 'eerherstel': het meedoen aan godsdienstige oefeningen ter compensatie van de beledigingen die mensen God aandoen door de zonde.
- Na een landelijke inzamelingsactie waarbij vooral De Maasbode weer actief was, werd de kerk voorzien van het nieuwe altaar met tabernakel.
- In 1930 lukte het pastoor P.J. Veltman om door bemiddeling van kardinaal van Rossum de zusters franciscanessen missionarissen van Maria naar Amsterdamscheveld te halen. Hun klooster, waaraan ook een school was verbonden, werd naast de kerk gevestigd. De zusters namen de taak op zich om de gelovigen te helpen bij hun oefeningen van eerherstel. Het Allerheiligste werd nu iedere zondag uitgesteld van 14.00 tot circa 17.00 uur en het lag in de bedoeling om tot een altijddurende aanbidding te komen. Zolang het Allerheiligste was uitgesteld, werd er door de zusters gebeden. De uitstelling eindigde met een lof.
- Een belangrijke stap in het werk van eerherstel was de oprichting in 1932 van de 'Broederschap van Eerherstel'; een der bestuursleden werd Henri Kuijpers, directeur van De Maasbode. De leden verbonden zich om op de eerste zondag van iedere maand te communiceren en alle donderdagen de mis bij te wonen lof te komen bidden. Alle katholieken van boven de 18 jaar uit het hele land konden lid worden. Door gebrek aan belangstelling is die devotie aan het eind van de jaren vijftig verdwenen.
- In de dertiger jaren is er ook een streven geweest om van de eeuwigdurende aanbidding een landelijke zaak te maken, in die zin dat parochies elkaar in een soort estafette zouden afwisselen in gebed. Maar na aanvankelijke successen meldt de pastoor op 15 februari 1937 aan de aartsbisschop, dat deze onderneming toch niet geslaagd is.
- Al met al groeide in de Drentse venen een grote devotie tot het H. Sacrament, die mede gestimuleerd werd door het Gezelschap van de Stille Omgang in het dekenaat Klazienaveen.
- 25 jaar na het terugvinden van het tabernakel, op 7 mei 1950, trokken weer duizenden naar Weiteveen voor een grootse processie, waaraan overigens, net als bij de Stille Omgang, alleen jongens en mannen mochten deelnemen. De Stille Omgang in ? Amsterdam was op zijn retour en men probeerde de sacramentsverering door het stimuleren van een bedevaart naar Weiteveen nieuw leven in te blazen. Dit initiatief heeft zich echter niet kunnen bestendigen. Na genoemd jaar verminderde de deelname aan de processies; geleidelijkaan werden ze alleen gehouden bij speciale gelegenheden, zoals bijvoorbeeld bij de herdenking dat de zusters 25 jaar in Weiteveen woonden, en bij het brengen van het tabernakel in 1985 naar de kerkhofkapel, de plaats waar het destijds was teruggevonden.
- De kapel leent zich voor liturgievieringen in de open lucht, hetgeen echter sinds 1985 niet meer is voorgekomen. Wel is het tot heden (1996) gebruikelijk dat bij begrafenissen korte tijd wordt haltgehouden bij de kapel.
- Met het wegbergen van het tabernakel bleek ook de cultus te zijn afgesloten. In de parochiekerk is sindsdien geen speciale verering meer van het sacrament en de zusters legden zich toe op de aanbidding van het sacrament in de eigen kloosterkapel. Begin 1995 werd het klooster opgeheven en verlieten de zusters Weiteveen. De pastor die sinds 1991 dienst doet, is nooit opgevallen dat aan de kerkhofkapel bezoek wordt gebracht door vereerders; evenmin dat er bloemen worden gelegd. Wel leeft anno 1996 de herinnering aan de voorbije cultus voort onder veel parochianen en katholieken uit naburige parochies.

Bronnen en literatuur Archivalia: Groningen, Rijksarchief in Groningen: archief van het bisdom Groningen, parochiedossier Weiteveen.
Literatuur: Katholieke Illustratie (1924-1925) p. 412, 426-427, 436, verslag diefstal; Maandbulletin der Broederschap van Eerherstel 1 (1932) nr. 1; W. Nolet ed., Katholiek Nederland. Encyclopaedie, dl. 3, Zusterorden en -congregaties ('s-Gravenhage: Ter Hagen, 1932) p. 9-28, vooral 24 en 25; Ant. van Welsem, Gewroken smaad. Geschiedenis van de Parochie van Amsterdamscheveld gedurende het eerste 121/2-jarig tijdsbestek van haar bestaan (z.p.: Maasbode, 1932); H.D. Minderhoud en J.R. Seinen, Stap voor stap door Dalen en Schoonebeek (Hardenberg: De Krim, 1984) p. 118; Charles Caspers, 'Eerherstel. De belediging van God en de ervaring van tegenslag bij rooms-katholieken, van de twaalfde tot in de twintigste eeuw', in: Marijke Gijswijt-Hofstra, Florike Egmond ed., Of bidden helpt? Tegenslag en cultuur in West-Europa, circa 1500-2000 (Amsterdam: Amsterdam University Press, 1997) p. 99-117, 183-188; Jarik Stollenga, 'De zielenherders uit het veenland', in: De Groene Amsterdammer, 16 december 2010, p. 70-73.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Weiteveen; diverse foto's van het gebeurde staan in bovengenoemde uitgave Gewroken Smaad uit 1932.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<