HomeDatabankenBedevaarten

Gorinchem, H. Barbara

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Barbara
Datum: 4 december (?)
Periode: 1448 - 17e eeuw
Locatie: Kerk van het tertiarissenklooster van St. Agnes
Adres: -
Gemeente: Gorinchem
Provincie: Zuid-Holland
Bisdom: Rotterdam
Samenvatting: De devotie tot Barbara in het tertiarissenklooster ontstond naar aanleiding van een miraculeuze redding in 1448 van een inwoner van Gorinchem uit een brandend huis. De apostolische vicaris De la Torre spreekt in 1656 nadrukkelijk over een speciale devotie en cultus rond Barbara in het Agnesklooster. In de Grote of St. Janskerk was aan het Barbara-altaar vanaf 1489 ook een broederschap verbonden.
Auteur: Jeroen van de Ven
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - Het tertiarissenklooster van St. Agnes werd in 1401 gesticht. Het convent was gelegen aan de zuidzijde van het kerkhof van de Grote Kerk en strekte zich uit van de Krijtstraat, de tegenwoordige Boerenstraat, tot aan de Grote Markt. De kapel van het klooster werd op 4 oktober 1407 ingewijd door de Utrechtse bisschop.
- Na de inname van Gorinchem door de geuzen op 26 juni 1572 weken veel religieuzen uit. Nadat in hetzelfde jaar de Grote of St. Janskerk door calvinisten in bezit was genomen, drongen de predikanten van Gorinchem aan op de afbraak van alle kloosters in de stad. Korte tijd later werd het Agnesklooster verwoest. In 1583 werden de restanten van de kloostergebouwen, met uitzondering van de kapel, afgebroken.
- Naast het Agnesklooster komt als locatie van de Barbaraverering wellicht ook de Grote of St. Janskerk van Gorinchem in aanmerking. Met betrekking tot deze kerk zijn vanaf 1212 bouwactiviteiten bekend, de consecratie van de kerk wordt, niet met zekerheid, gedateerd op de derde zondag na Pasen 1263. In 1489 werd in de kerk ter ere van Barbara een altaar gesticht waaraan ook een broederschap was verbonden. In 1844 werd het bouwvallige kerkgebouw afgebroken. Alleen de toren (60 meter hoog) bleef staan. Op de plaats van de middeleeuwse kerk werd in 1845 een nieuwe Hervormde kerk gebouwd.
Cultusobject - Barbara (4 december) werd door haar vader Dioscorus opgesloten in een toren om haar van alle invloeden van buiten af te schermen. Toch werd Barbara in weerwil van haar heidense vader christen. Dioscorus bracht zijn dochter voor de stoel van rechter Martianus die haar vervolgens liet folteren. Uiteindelijk werd Barbara door haar vader met een zwaard onthoofd. Dioscorus werd daarop met een bliksemschicht gedood. Barbara, tijdens de middeleeuwen gerekend tot de noodhelpers, wordt aangeroepen tegen een onvoorziene dood, donder en bliksem en de pest. Iconografisch wordt Barbara voorgesteld met een toren met drie vensters.
- Nagenoeg zeker was het materiële cultusobject een beeld, omdat een anonieme 15e- of 16-eeuwse kroniek van het Agnesklooster spreekt over een beeld dat is gemaakt naar gelijkenis van Barbara zoals zij zich toonde in een visioen (zie onder Verering).
Verering Legende
- Op de avond van 27 augustus 1448, één dag voor het feest van Augustinus, kwam de 70-jarige Gorinchemse vleeshouwer Hendrick Cock, een fervent Barbaravereerder, na een dag hard werken thuis en viel van vermoeidheid direct in slaap. Door onvoorzichtigheid met kaarsen ontstond rond elf uur 's avonds binnenshuis brand en spoedig stond het hele huis in vuur en vlam. Door de hitte van de vlammen werd Hendrick gewekt uit zijn slaap en probeerden hij en zijn zoon Andries naar buiten te komen. Alleen Hendrick slaagde hierin. Toen hij aan zijn spaargeld dacht dat nog in het brandende huis lag, bedacht hij zich geen moment, sloeg een kruisteken en liep meteen daarop terug zijn huis in om zijn geld te halen. Toen Hendrick weer binnen was, stortte het huis plotseling in. Met de dood voor ogen riep hij Barbara aan, bad tot deze heilige en smeekte haar niet te hoeven sterven zonder dat hij de laatste sacramenten had ontvangen. Hendrick had zijn vurige gebed nog niet beëindigd of Barbara verscheen aan hem: 'Dit gebedt metter herten gedaen hebbende, openbaerde sij haer in sulcken schijn, als men haer beelde in de kercke maeckt, int midden van den brande ende sloech die vlamme van den brande met haren mantel van hem'. Zij nam hem bij de hand en leidde hem naar buiten. En hoewel Hendrick van top tot teen verbrand was, behalve zijn ogen, tong en hart, liep hij toch door de straten van de stad naar het huis van zijn dochter. Daar werd hij zwaargewond op bed gelegd. Hendrick sprak tot de omstanders: 'Tast mij vrijlijcken aen, want ick heb geen gevoelen, pijn noch wete en hebbe in mijn lichaem, want ick alsoo wel van binnen als van buyten verbrandt ben'. De Gorinchemse priester Dirk Frankenszoon Pauw (Theodoricus Pauli) nam hem daarop de biecht af en diende hem vervolgens de laatste sacramenten toe. 'Ende alsoo desen Hendrick Cock een eerlijck ende lieftal man was, soo quam al dat volck van der stede tot sijnder begravinge ende hem eerlijcken begraven aen der noortsijde van der kercken bij Sinte-Marien-Magdeleenenoutaer'.

15e-17e eeuw
- De wonderbare redding van de vleeshouwer Hendrick Cock en de verschijning van Barbara werden opgetekend in het Chronicon (ca. 1467) van Dirk Frankenszoon Pauw (Theodoricus Pauli), kanunnik en onderdeken van de St. Janskerk van Gorinchem. Het verhaal komt ook voor in het Chronicon van Hendrik van Gouda, in een Middelnederlandse vertaling van heiligenlevens en in de Kronijcke des lants van Arckel (ca. 1483), een kroniek die aan Pauw wordt toegeschreven.
- In 1490 hebben 25 jonge vrouwen uit Gorinchem een altaar ter ere van Barbara gesticht in de Rotterdamse carmelitessenkerk.
- De apostolische vicaris Jacobus de la Torre staat in 1656 stil bij de vroegere Barbaraverering in het Agnesklooster te Gorinchem en de redding van Hendrick Cock:

'[...] fuitque Sancta Barbara in hoc oppido jam ab olim speciali devotione venerata ac culta, ad cujus invocationem miraculum speciale admodum hoc in oppido anno 1448 contigit'. ('[...] de H. Barbara werd in deze stad reeds vanouds vereerd met een speciale cultus; nadat zij was aangeroepen gebeurde in 1448 een wonder in deze stad.')

Uit zijn notitie over de broederschap (zie hieronder) kan worden afgeleid dat rond het midden van de 17e eeuw nog steeds een levendige Barbaracultus in Gorinchem bestond.

Aflaat
- Volgens een anonieme kroniek van het Gorinchemse Agnesklooster heeft Frederik van Baden (1496-1517), bisschop van Utrecht, een aflaat van 40 dagen verleend aan allen die de kapel van het tertiarissenklooster zouden bezoeken op het feest van de kloosterwijding, het feest van Johannes de Doper (24 juni) en feestdagen van andere heiligen, zoals het feest van Barbara: '[...] die van horen sonden warachtich berouwen hebben ende te rechte ghebiechtet ende comen in deser capellen pelgrymaedze of devotelic hair ghebet te doen, of die mair misse predikinghe of enighe andere godlike dienste horen'.

Broederschap
- In de Beschryvinge der stadt Gorinchem (1755) worden enkele gegevens vermeld over een Barbara-altaar en -broederschap. Het Barbara-altaar werd in 1489 in de Grote of St. Janskerk gesticht ter herinnering aan de miraculeuze redding van Hendrick Cock. Dit altaar werd vervaardigd door Adriaan Jansz. Aan het altaar was een broederschap verbonden die tot in de 17e eeuw bleef voortbestaan. De broederschap werd gesticht door pastoor Johan van Wevelinkhoven. Zij liet elke week door een priester de mis lezen. Bovendien werd ieder jaar door de pastoor een mis opgedragen voor alle overleden broeders en zusters van de broederschap. Jacobus de la Torre vermeldt dat indertijd pastoor Joannes Hortensius de broederschap van de H. Barbara heeft vernieuwd en dat de paus de broederschap terstond geestelijke genaden en aflaten heeft toegestaan.

Bronnen en literatuur Archivalia: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: hs. 132 A 32, f. 60r-62v, Dirk Frankenszoon Pauw, Kronijcke des lants van Arckel, tweede helft 16e eeuw. Hamilton, McMaster University, universiteitsbibliotheek: hs. 41, f. 151r-156v, Chronicon, middelnederlandse vertaling. Leiden, universiteitsbibliotheek: Bibliotheca Neerlandica Manuscripta, databank BNM onder 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, hs. 25050. Groningen, universiteitsbibliotheek: hs. Henricus Goude, nr. 129, f.444, mirakel van 1448. Utrecht, Universiteitsbibliotheek: hs. 1650, p. 1049-1060, Chronicon Hollandiae, 18e-eeuws afschrift op last van Pieter Bondam. Weert, minderbroedersklooster: hs. 6, kroniek Agnesklooster.
Tekstedities: J. de la Torre, 'Relatio seu descriptio', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 11 (1883) p. 69-70; H. Bruch, Dirck Franckensz. Pauw (Theodoricus Pauli), Kronijcke des lants van Arckel ende der stede van Gorcum (Middelburg: J.C. en W. Altorffer, 1931) p. 89-92, c. 61, teksteditie Kronijcke des lants van Arckel; M. Carrasso-Kok ed., Repertorium van verhalende historische bronnen uit de middeleeuwen ('s-Gravenhage: M. Nijhoff, 1981) p. 20-21, nr. 17, 177-178, nr. 150, 243, nr. 218 en 297, nr. 278.
Literatuur: H. Adriani, Legende, oft d'leven, wercken, doot ende miraculen ons liefs heeren Iesu Christi etc. (Antwerpen: H. Verdussen, 1602) f. 324v-325r; L. Surius ed., De probatis sanctorum vitiis, dl. 4 (Keulen: J. Kreps en A. Mylius, 1618) p. 125-126; Abr. Kemp, Leven der doorluchtige heeren van Arkel, ende jaar-beschrijving der stad Gorinchem, heerlijkheyd, ende lande van Arkel onder desselfs heeren, ook onder de graven van Holland, tot den Jare 1500 etc. (Gorinchem 1656) p. 266; Petrus Ribadineira en Heribertus Rosweydus, Generale legende der heylighen etc. (Antwerpen: H. Verdussen, 1686; 6e dr.) p. 558-560; H.F. van Heussen, Historie ofte beschryving van 't Utrechtsche bisdom etc., dl. 2 (Leiden: Chr. Vermey, 1719) p. 625-626, 628-629, 642 en 656-657, noot 9; H.F. van Heussen, Kerkelijke historie en outheden der Zeven Vereenigde Provincien etc., dl. 2 (Leiden: D. Haak, S. Luchtmans en J.A. Langerak, 1726) p. 338 en 345-346, noot 9; Z.H.H.T., Beschryvinge der stadt Gorinchem, en landen van Arkel etc.(Gorinchem: G.T. Horneer, 1755); Leven en mirakelen van de H. Barbara, bijzondere patrooner tegen de onvoorziene dood (Gent: Vander Schelden, 1858) p. 48; J.W.L. Smit, 'Het klooster der H. Agnes te Gorcum', in: De katholiek 34 (1858) p. 107-108; J. Hillegeer, Leven van de heilige Barbara, maagd en martelares (Gent: Vander Schelden, 1868); H. Welters, Leven, marteldood en wonderen van de H. Barbara, maagd en martelares, beschermheilige van eenen zaligen dood (Breda: E. van Wees, 1884) p. 73-74; Bibliotheca hagiographica latina antiquae et mediae aetatis, dl. 1 (Brussel: Société des Bollandistes, 1898/1899) p. 146, nr. 970; H.A. van Goch, Van Arkel's oude veste. Geschied- en oudheidkundige aanteekeningen betreffende de stad Gorinchem en hare gebouwen en instellingen (Gorinchem: T. Horneer, 1898) p. 15-20 en 38-40; W.F. van Emck Wz., Kroniek van Gorinchem. Geschiedkundige en andere aanteekeningen in chronologische volgorde 1230-1927 (Gorinchem: J. Noorduyn, 1929) p. 31; M. Schoengen, Monasticon Batavum, dl. 1 (Amsterdam: N.H. Uitg. Maatschappij, 1941) p. 76-77; Bibliotheca sanctorum, dl. 2 (Rome: Città Nuova, 1962) k. 751-767.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Gorinchem-Barbara

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<