Borgharen, H. Cornelius

Cultusobject: H. Cornelius
Datum: 16 september (+ octaaf); gehele jaar
Periode: 19e eeuw - heden
Locatie: Parochiekerk van St. Cornelius
Adres: Kerkstraat 8, 6223 BK Borgharen
Gemeente: Maastricht
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: De Corneliusverering in Borgharen bestond met zekerheid in de 18e eeuw, maar dateert waarschijnlijk al uit de middeleeuwen. In de 19e eeuw was Borgharen een bedevaartplaats, die omstreeks 1900 jaarlijks duizenden bezoekers trok. Dit getal verveelvoudigde in de eerste helft van de 20e eeuw, mede dankzij de oprichting in 1905 van een St. Corneliusbroederschap. Na een terugval in de periode 1965-1975 werd Borgharen in het laatste decennium van de 20e eeuw weer even druk bezocht als omstreeks 1900. De bezoekers komen uit de Belgisch-Nederlandse regio (inclusief Wallonië) en, in mindere mate, uit de rest van Nederland. De heilige wordt aangeroepen als patroon tegen vallende ziekte, stuipen, zenuwziekten en overspannenheid.
http://www.parochieborgharen.nl
Auteur: Ottie Thiers; Peter Jan Margry
Illustraties:
Topografie - Borgharen is een kasteeldorpje aan de Maasoever, twee kilometer ten noorden van Maastricht. Vermoedelijk is de St. Martinusparochie van Borgharen ontstaan in de Frankische tijd, omstreeks de achtste eeuw. In 1979 is het patrocinium van de kerk gewijzigd van St. Martinus ten gunste van de H. Cornelius. De heren van Borgharen hadden tot 1794 het patronaatsrecht over de parochie. Van 1647 tot 1680 had Borgharen protestantse heren. Bij het partagetraktaat van 1661 kwam de heerlijkheid onder Staats bewind. Na 1680 gold in de parochiekerk het simultaneum; eenmaal per jaar verzorgde een predikant een dienst voor het gezin van de onderwijzer. De kerk werd dan tijdelijk aangepast.
- De gotische kerk van Borgharen, die mogelijk eind 15e eeuw was gebouwd, bestond uit een vlakgedekt eenbeukig schip, een overwelfd driezijdig gesloten koor en een lage westtoren. Het gebouw was opgetrokken uit mergel op grondmuren van breuksteen, waarin Romeins afbraakmateriaal voorkwam. In de kerk stonden in de 19e eeuw twee zijaltaren, het linker ter ere van O.L. Vrouw en het rechter gewijd aan de H. Cornelius.
- Op de plaats van deze kerk is in 1887 de huidige bakstenen kruiskerk in vroeggotische stijl gebouwd naar een ontwerp van architect J. Kayser. De eenbeukige kerk (circa 32 meter diep, in de kruisarmen 22 meter breed) heeft een polygonaal gesloten verhoogd koor en polygonaal gesloten transeptarmen. In 1962 zijn bij een restauratie aan weerszijden van het priesterkoor zijkapellen toegevoegd en is het interieur gemoderniseerd. Vanaf 1986 is een aantal uit het buitenland afkomstige beelden aangekocht.
- In deze kerk was aanvankelijk het rechterzijaltaar aan St. Jozef gewijd. Het Corneliusbeeld stond op een eikenhouten voetstuk onder een neogotisch torenbaldakijn in een hoek in het rechtertransept, moeilijk toegankelijk door de vele stoelen die er stonden. Pastoor J.D. Lebens bestelde daarom in 1906 een nieuw Corneliusaltaar naar een ontwerp van rector Martin Rutten uit Maastricht. De heer Tonglet maakte het onderstel uit graniet en marmer; hij gebruikte daarvoor het bewaard gebleven marmer van een altaar uit de oude kerk. Het bestaande baldakijn werd erboven geplaatst. In 1907 werd het nieuwe altaar opgesteld op de plaats van het St. Jozefaltaar. Aan weerszijden van het beeld stonden kruisen, waaraan de ex-voto's werden opgehangen. Erboven aan de muur werden votiefstenen aangebracht. Pastoor Emile Batta had hiermee een begin gemaakt in 1901 ter vervanging van oude ex-voto's 'zonder waarde'. Het oude voetstuk van het beeld diende tijdens het octaaf als offerblok. Op 14 september 1912 werd het altaar uitgebreid met twee vleugels van gepolychromeerd eikenhout, gemaakt door de firma Ramakers uit Geleen, met reliëfvoorstellingen (hoogte 70 cm) uit het leven van de heilige: de pauskroning en de genezing van een zieke vrouw. De buitenkanten van de vleugels werden verfraaid door twee engelen.
- In 1962 verving een nieuwe zwartmarmeren altaartafel, ontworpen door Frans Griesenbrock uit Vaals, het oude Corneliusaltaar; de votieftegels werden toen verwijderd. Erboven aan de muur kwam het door hem opnieuw gepolychromeerde Corneliusbeeld, geflankeerd door de beide reliëfs. In de jaren tachtig werd opnieuw een neogotisch baldakijn aangebracht (niet het originele), bestaande uit drie panelen, waarin het beeld en de reliëfs een plaats kregen. Enige tijd later is het middenpaneel vervangen. Naast dit altaar zijn momenteel enkele votieftegels aan de muur bevestigd uit de jaren 1990-1992. Tijdens het Corneliusoctaaf worden een tafel en standaards voor kaarsen bijgeplaatst en er ligt een intentieboek. Aan de muur in de zuidelijke kruisarm hangt, beschermd door plastic, een 19e-eeuws Corneliusvaandel.
- Het middelste glas-in-loodraam in de noordwand van het schip is gemaakt door Henri Pieters uit Maastricht in 1941. Het toont St. Cornelius met metropolitaanstaf in de linkerhand, terwijl de rechterhand het spreekgebaar maakt. Boven hem zijn drie personen afgebeeld: de heilige zelf, geflankeerd door een vrouw op een bed en een geknielde man. Beneden hem is een groep pelgrims te zien, onder wie een man in een rolstoel, luisterend naar een predikende pastoor. Het raam is geschonken door Corneliusvereerders. Het tegenoverliggende raam in de zuidwand toont de H. Aloysius.
- In het portaal onder de toren staat een meubel met drie afbeeldingen: een ikoon van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, geflankeerd door aquarellen van Jos Hoenen (1996) met voorstellingen van St. Cornelius en St. Martinus. Tegenover dit meubel is gedurende het Corneliusfeest een devotionaliawinkel ingericht.
Cultusobject - Zie voor St. Cornelius ⟶ Bocholtz.
- In het Corneliusaltaar staat een houten gepolychromeerd staak- of processiebeeld (1,4 m hoog) van de heilige uit de 18e eeuw, waarvan alleen de kop en de handen zijn gesneden. Cornelius, met donkere baard en weelderige haardos, is gekleed in een albe met een roodfluwelen stola en koormantel. Hij draagt een losse tiara op het hoofd, houdt in zijn rechterhand een hoorn en in zijn linker de pauselijke staf. In de 19e eeuw waren er voor het beeld verschillende 'blikken en houten thiaren'. Tussen 1901 en 1911 werd Cornelius' garderobe uitgebreid, waarna zij bestond uit een kap van rode moiré zijde met goudgalon, een wit moiré zijden kleed met een goudlaken mantel en een gebloemde rode velours mantel. In 1999 was een in goede staat verkerende reservemantel (rood met goud) aanwezig, die echter niet gebruikt werd. Omstreeks 2001 werd het beeld tijdens het passeren van een deuropening tijdens de processie onthoofd. Het beeld werd gerestaureerd en op zijn vaste locatie teruggeplaatst. Een nieuw verguld-bronzen borstbeeld van Cornelius werd aangeschaft en fungeert sindsdien als processiebeeld en mag tijdens het Corneliusoctaaf, geplaatst voor het Corneliusaltaar, worden aangeraakt of aangestreken.
- Tot 1906 bezat de kerk een reliek 'ex ossibus S. Cornelii' ('uit het gebeente van de H. Cornelius'), met een bijbehorend certificaat, getekend te Rome op 12 december 1772. Op 9 augustus 1773 verleende de bisschop van Roermond toestemming deze reliek in zijn diocees publiek te vereren. De Corneliusreliek werd op 9 augustus 1873 opnieuw geauthentificeerd.
- In 1906 bezorgde de redemptorist pater Mosmans de kerk een nieuwe reliek. Hij had tijdens de missie geconstateerd dat de oude reliek erg klein was in verhouding tot het grote aantal pelgrims. Pastoor Lebens mocht de kleine reliek persoonlijk houden. De nieuwe reliek was goedgekeurd op 20 juli 1906 in Theani namens Alphonsus M. Giordano; op 22 augustus 1906 verleende bisschop J.H. Drehmanns van Roermond toestemming voor publieke verering. De reliek bestaat uit een (relatief groot) botpartikel, bevestigd op roodpaarse stof, omgeven door een krans van kleine pareltjes, met erboven en eronder de tekst 'Ex. oss. / S. Cornelii P.M.', geplaatst in een verzilverde ronde theca (ø 3 cm). De reliek wordt bewaard in een geelkoperen neogotische reliekhouder (hoogte 38 cm) uit het tweede kwart van de 19e eeuw, gegoten in de vorm van een monstrans.
- In 1975 bracht bisschop J.M. Gijsen voor de kerk een derde Corneliusreliek uit Rome mee. Deze bestaat uit een klein botfragment op rode stof, waaronder de tekst 'S. Cornelii P.M.' De reliek is gevat in een moderne, strak vormgegeven ronde theca (ø ca. 3 cm). Deze past in een goudkleurige neogotische reliekhouder in monstransvorm, welke in diezelfde tijd nieuw in Rome is aangeschaft.
Verering - Over het ontstaan van de Corneliusverering in Borgharen is niets bekend. Men spreekt evenwel vaak over een 'eeuwenlange traditie'. De Harense kermis wordt al honderden jaren rond 16 september gevierd, hetgeen eveneens een hoge ouderdom van de verering suggereert. Sinds 1773 beschikt de kerk over een Corneliusreliek, terwijl ook het cultusbeeld uit de 18e eeuw dateert. Uit de 19e eeuw zijn meer gegevens overgeleverd. De Corneliusreliek was van de in de kerk aanwezige relieken de oudste en werd in opsommingen steevast als eerste vermeld. In 1843 bezat de kerk vijf zilveren ex-votoplaten, geschonken ter ere van O.L. Vrouw en St. Cornelius.
- Ter stimulering van de verering verleende paus Pius IX op 22 juni 1851 een volle aflaat aan allen die de kerk van Borgharen op 16 september, of in het octaaf van die feestdag, berouwvol zouden bezoeken, er zouden biechten en de communie ontvangen. Bisschop J.A. Paredis verleende op 15 september 1851 toestemming voor publicatie van de aflaat.
- Toen J.D. Lebens kort na 1900 als pastoor werd aangesteld in Borgharen trof hij er een omvangrijke Corneliusverering aan. Gedurende het octaaf werd het dorp overspoeld door pelgrims wier aantal in drukke jaren de 10.000 naderde. De pastoor verkreeg in 1904 toestemming tot het geven van de Corneliuszegen. Dit privilege was door de bisschop aangevraagd voor het hele bisdom, en werd vervolgens verleend aan parochies die in de aanvraagkosten hadden gedeeld.

De St. Corneliusbroederschap
- Op herhaald verzoek van bedevaartgangers nam pastoor Lebens het initiatief tot de oprichting van een broederschap, zij het na enige aarzeling omdat hij vreesde dat daardoor de offers teveel zouden verminderen. Deze angst bleek ongegrond; de broederschap droeg zelfs al spoedig aanzienlijk bij aan de inrichting en het onderhoud van de kerk. De pastoor nam als voorbeeld de statuten van de broederschap van ⟶ Lutterade, die hij van zijn collega-pastoor Linssen had gekregen. Na enige wijzigingen werd het ontwerp goedgekeurd, waarna de oprichting op 29 januari 1905 plaatsvond. De leden betaalden jaarlijks 12 cent; voor ⨍2,50 was men levenslang lid en voor ⨍5,50 werd dan bovendien na overlijden een hoogmis opgedragen. Elke 16e dag van de maand werd een mis opgedragen voor de leden. Kinderen tot 7 jaar konden als lid worden aanbevolen. In 1997 kostte het lidmaatschap ⨍5,- per jaar of ⨍300,- voor het leven. De maandelijkse Corneliusmis werd gevierd op een zondag (16e of erna).
- Van 1905 tot 1979 lieten ruim 36.500 personen zich inschrijven; in de periode 1905-1935 gemiddeld zo'n 1000 per jaar, daarna tot het begin van de jaren 1950 300 à 600, met een forse terugval in de Tweede Wereldoorlog. Van circa 1950 tot 1979 kwamen er gemiddeld per jaar 70 leden bij.
De meeste ingeschrevenen woonden binnen een straal van 15 tot 30 kilometer rond Borgharen, een gebied begrensd door Tongeren, Maasmechelen, Sittard, Kerkrade, de Voerstreek en Luik en omgeving. Een kleiner, maar aanzienlijk aantal was afkomstig uit de rest van Nederland, met concentraties in Noord- en Zuid-Holland en Groningen. Verder kwam men uit verspreid liggende plaatsen in België en enkele in Duitsland. De volgende plaatsnamen worden genoemd:

Aalst, Abtswoude, Alkmaar, Alsemgeest [?], Amby, Amersfoort, Amsterdam, Angleur B, Antwerpen B, Apeldoorn, Argenteau B, Banholt, Bassenge B, Bastogne B, Bemelen, Berlicum, Berg en Dal, Berg en Terblijt, Bergen-Henegouwen B, Beverwijk, Biesland, Bladel, Blerick, Boirs B, Bolder B, Boorsem B, Borgharen, Boschbrakken [?], Boskoop, Boxtel, Breda, Breust, Broekhem, Brussel B, Bunde, Bussum, Caberg, Cauberg, Cheratte B, Coevorden, Coudewater (Rosmalen), Dalhem B, Daal-Uikhoven B, Delfgauw, Delft, Den Haag, Den Hoorn (Delft), Den Hoorn (Groningen), Doetinchem, Dongen, Dordrecht, Dorplein, Düsseldorf D, Eckelrade, Edam, Eefde (bij Zutphen, Huis Balzac, Jhr. Bosch van Dralenstein), Eijsden, Epen, Ergenbilzen B, Essen B (onder Roosendaal), Eupen B, Finheslains [?], Flakkee, Flergheim [?], Fléron B, Frankfurt a/M D, Frederica [?], Gellik B, Genk B, Genoels-Elderen B, Geulhem, Geulle, Glons B, Gorinchem, Grand-Lo[e]nay [?], 's-Gravenvoeren B, Grivegnée B, Groningen (veel), Gronsveld, Grootebroek (zusters), Groote-Spouwen B, Gulpen, Haarlem, Haarlemmermeer, Haccourt B, Hagen [?], Hallembaye B, Haneffe B, Hasselt B, Heemstede, Heer, Heerlen, Heerlerbaan, Hees B, Heimergheim [?], Hermée B, Hermalle-sous-Argenteau B, Herstal B, 's-Hertogenbosch, Heugem, Heure-le-Romain B, Heusden NB, Heythuysen, Hillegom, Hilversum, Hintham, Hof van Delft, Hollogne-aux-Pierres B, Hoorn, Housse B, Houtem, Houthem St. Gerlach, Huissen, Hulsberg, Itteren, Jemeppe B, Juprelle B, Kampen (veel), Kanne B, Keer, Kerkrade, Nes aan de Amstel, Kessel B, Kesselt B, Kethel, Keulen D, Koninksem B, Laaffelt B, Lanaken B, Lanaye B, Leerdam, Leiden, Leidschendam, Leimuiden, Leuven B, Liers B, Limbricht, Limmel, Lisse, Lisserbroek, Lixhe B, Lobith, Londen GB, Longchamps B, Loos-la ville pensionat [Fr?], Luik B, Maartensdijk, Maasmechelen B, Maastricht, Margraten, Martinslinde B, Mheer, Mechelen, Meers, Meerssen, Middelharnis, Millen B, Milmort B, Moelingen B, Mouland B, Monnikendam, Monster, Montenaken B, Mopertingen B, Munsterbeke B, Munsterbilzen B, Munstergeleen, Naaldwijk, Neerharen B, Neeroeteren, Neufchateau B, Nieuwkoop, Nijmegen, Noorbeek, Noorden, Nulmort [?], Nuth, Oegstgeest, Oldeneik-Ven [?], Oss, Ouderkerk a/d Amstel, Oude Tonge, Ougrée B, Oupeye B, Paifve B, Pijnacker, Poeldijk, La Préalle B, Lutjebroek, Reckheim, Reeuwijk, Reijmerstok, Rekem B, Renory B, Riemst B, Rijckholt, Rijnsburg, Rijswijk, Rocourt B, Roermond, Rosmalen, Rosmeer B, Rotem B, Rotterdam, Seraing B, Scharn, Schimmert, Schipluiden, Sigmaringen D, St. Geertruid, St. Odiliënberg, St. Pieter, St.-Pietersvoeren B, St. Rémy B, St. Simeon B, St. Truiden B, St. Walburg [klooster], Sittard, Slenaken, Slingh [?], Slins B, Sluis B, Smeermaas, Sterksel, Stevensweert, Stratum, Swalmen, Ter Aar, Tilburg, Tilquin [?], Tongeren B, Uikhoven B, Ulestraten, Urmond, Utenaken [?], Utrecht, Valkenburg, Val-Meer B, Vaux-sous-Chèvremont B, Veldweselt B, Venlo, Verviers B, Ville Morte [?], Villers-St. Simeon B, Visé B, Vivegnis B, Viville B, Vlijtingen B, Vogelzang B, Vriezekoop, Vrijenban (Delft), Vroenhoven B, Walenweer [?], Waltwilder B, Wandre B, Warffemin [?], Warsage B, Wateringen, Waverveen, Weert, Weert-Meerssen, Welten, Weyent-Reckheim, Wezel B, Wihogne B, Wijck, Wijlre, Wittem, Woensel, Wolder, Wonck B, 't Woud, Wiekevorst bij Noorderwijk B, Xhendremael B, Zaandam, Zevenhoven, Zichen B, Zoeterwoude, Zussen B, Zutendaal B. Enkelen kwamen uit Duitsland, Indië, Java of Montana VS.

De oprichting van de broederschap zorgde voor een forse toename van het aantal pelgrims. Volgens Van Rooijen (1918) kwamen er in de oorlogsjaren in het octaaf wel 50.000 bezoekers, ondanks de grenssluiting. Hoewel deze schatting - waarschijnlijk een opgave van pastoor Lebens - mogelijk aan de hoge kant is - staat wel vast dat men uit geheel Nederland naar Borgharen kwam. Men hoopte zelfs op de vestiging van een zusterklooster, waar de pelgrims onderdak zouden kunnen vinden voor een langer verblijf.
- In de jaren twintig van de 20e eeuw bleef het druk. De grenzen waren weer open, zodat weer veel Belgen kwamen, het reizen werd gemakkelijker en het aantal zenuwlijders tengevolge van 'fietsen, auto's, malaise en gejaagdheid in den gekken modentijd' nam toe; het mes van de mobiliteit sneed aan twee kanten. Tijdens het Corneliusoctaaf (1933) verzorgde de heer Plantaz uit Wyck een permanente pendeldienst met verschillende autobussen tussen Maastricht en Borgharen. Het gehele jaar door werd het dorp vrijwel dagelijks bezocht door bedevaartgangers. Dit gaf zoveel drukte dat de pastoor behoefte kreeg aan een muur rond de pastorie, waarvan de bouw bekostigd werd door de broederschap. Vervolgens hadden met name Belgische pelgrims grote moeite de pastoor te vinden. Dit werd opgelost door een elektrische bel aan te leggen van het Corneliusaltaar naar de pastorie.

Geloof en praxis
- De bedevaart had in hoge mate een individueel karakter. Er was geen processie of formele ontvangst; de bedevaartgangers kwamen alleen of groepsgewijs biddend het dorp in en verlieten het op dezelfde wijze. Als het druk was, kon men de kerk van opzij ingaan en langs de hoofdingang verlaten. Twee priesters boden relieken ter verering aan, en baden en zegenden vaak uren achtereen. Men kon gezegend water voor gebruik mee naar huis nemen. Pastoor Lebens had nieuwe devotieboekjes en prentjes laten drukken en zorgde voor medailles en andere devotionalia. De opbrengst ervan dekte in 1907 grotendeels de kosten van het nieuwe altaar. Hij worstelde wel met het probleem dat de medailles eigenlijk pas na de verkoop gewijd mochten worden, omdat anders 'de aflaten eraf gingen'. De vraag was zo groot dat dit praktisch moeilijk uitvoerbaar was.
Sommige bedevaartgangers offerden de opbrengst van bijeengebedeld koren, al dan niet gelijk aan het gewicht van de zieke voor wie zij voorspraak vroegen. Dit was een van de 'boeten van de H. Cornelius', die onder de noemer van bovennatuurlijke middelen werden aanbevolen aan epilepsiepatiënten. Het gebruik werd gemotiveerd in de Borgharense devotieboekjes.
- De H. Cornelius werd in Borgharen vereerd als patroon tegen vallende ziekte, St. Vitusdans, jicht, maar vooral stuipen en zenuwlijden ('stuupkes en bubbelesenes'). Velen vonden hun gebeden verhoord en kwamen weer, anderen werden daardoor aangemoedigd op hun beurt ter bedevaart te gaan. Zo werd Cato Brouwer zelatrice van de broederschap omdat haar zuster Truida te Borgharen 'zo gelukkig van een bittere ziekte was genezen'. Cato bracht samen met een collega in twaalf en een half jaar tijd 4000 leden in, afkomstig uit Delft en omgeving. Beiden waren ver-knocht aan Borgharen en verzetten zich hevig tegen de plannen van pastoor J.C. Vassen uit Den Hoorn-Schipluiden om de nieuwe kerk aan St. Cornelius te wijden en een eigen Corneliusbroederschap op te richten. Uit correspondentie van Vassen in 1924 met het bisdom Rotterdam blijkt hoezeer hij zich stoorde aan het feit dat vele gelden van zijn parochianen in de parochiekas van Borgharen terechtkwamen. Om dit tegen te gaan wilde hij een eigen Corneliusheiligdom realiseren, maar zover is het niet gekomen.
- Ook bij gebeurtenissen met een fatale afloop kon de H. Cornelius het leed verzachten. In 1907 vluchtte de uit een gegoede Luikse familie afkomstige Eugenie Lahaye uit een convent en sprong te Visé in de Maas, waarna haar lichaam in Borgharen aanspoelde, de plaats waar St. Cornelius, patroon van zenuwlijders, werd vereerd.

1945 - heden
- Na de Tweede Wereldoorlog bleef de grote populariteit van de Corneliusbedevaart geruime tijd voortduren. In 1962 telde men nog 40.000 bezoekers, maar in 1970 was hun aantal gedaald tot 10 à 12.000. Pastoor H. Heijnen (1974-1981) zorgde voor een flinke opleving. Hij putte inspiratie uit een pleidooi voor de volksgodsdienstigheid, gehouden door paus Paulus VI in zijn apostolische aansporing 'Evangelii nuntiandi' en vestigde daar de aandacht op. Hij zorgde voor een ruim en feestelijk liturgisch programma, met een processie, gastzangkoren en gastpredikanten. Bisschop J.M. Gijsen (met wie hij bevriend was) kwam elk jaar naar Borgharen en seminaristen van Rolduc verleenden assistentie. Het assortiment devotionalia werd belangrijk uitgebreid. De verwerving van een nieuwe reliek, de patrociniumwijziging (van Martinus naar Cornelius) en een ingrijpende herziening van het kerkinterieur dateren alle uit deze periode. De belangstelling van bedevaartgangers, vooral uit de regio, nam fors toe, maar daalde weer na het vertrek van pastoor Heijnen.
- In de jaren 1990 lag het aantal bezoekers van het circa anderhalve week durende Corneliusfeest rond de 6 à 7000, waarvan de meesten buiten de diensten de kerk bezochten. Naast grootouders met kleinkinderen kwamen ook ouders weer met hun kinderen. De broederschap had intussen een opgeschoond adressenbestand met circa 200 adressen uit de grensstreek, de rest van Nederland en België en, nog steeds, een enkeling uit Duitsland.
De hoogtepunten in het programma vormden de processie op de eerste zondag in de feestperiode en sinds 1996 een stille lichtprocessie die gehouden werd als protesttocht tegen sexueel misbruik van kinderen. De processieroute was in 1997 als volgt: Spekstraat, hoek Bosveldweg, Kasteelstraat, Middenstraat, Schoolstraat, Kerkstraat. Een acoliet met het processiekruis opende de stoet, gevolgd door twee kerkbestuurders met flambouwen, de fanfare St. Cornelius, de gewone deelnemers, het koor, de Corneliusrelikwie, gedragen en gevolgd door leden van de carnavalsvereniging, en tot slot pastoor P.F.G. Backus en de hoofdcelebrant, monseigneur Soudant (andere jaren deken mgr. Hanneman) geflankeerd door twee leden van het kerkbestuur met flambouwen. Tijdens de processie liep men afwisselend in stilte, met fanfaremuziek of met koorzang, waarbij als laatste het Corneliuslied klonk. In de kerk aangekomen begon de pontificale hoogmis, waarbij de relikwie op het altaar werd uitgesteld. De mis, bezocht door circa 220 gelovigen, werd besloten met de zegen door de bisschop, het Corneliuslied en de relikwieverering. Aan de lichtprocessie, voor vrede en verzoening en tegen het misbruik van kinderen, namen 60 à 70 gelovigen deel, voornamelijk uit Borgharen zelf. Zij droegen allen brandende kaarsen met een papieren lantaarntje eromheen geschoven. Men vertrok bij de Mariakapel en eindigde in de kerk.
- Het programma voorzag verder dagelijks in minstens twee missen, het 'Engel des Heren' (angelus) en een lof, een gebedsdienst met kinderzegen of een kruiswegoverweging. Na alle diensten en op de hele en halve uren was er overlezing en verering van de reliek. Er was gelegenheid tot biechten en voor een persoonlijk gesprek. Cornelius' hulp wordt vooral ingeroepen bij zenuwziekten, onrust, vallende ziekte en overspannenheid.
- In 2017 vindt het Corneliusoctaaf nog altijd traditiegewijs plaats, inclusief reliekverering. Het aantal bezoekers is afgenomen tot ruim 4000, waarvan meer dan de helft uit België afkomstig is; een klein aantal komt uit Duitsland. De broederschap telt nog zo'n ruim 100 leden. De meeste bezoekers zijn anno 2017 boven de vijftig en komen met de auto. Voetbedevaarten worden niet meer gehouden; van Belgische zijde zijn er slechts nog enkele fietsbedevaarten. Niettegenstaande een jaarlijkse mailing aan de Limburgse parochies en die van over grenzen, gaat de terugloop van het aantal bezoekers door. Afgezien van de ontkerkelijking ligt er ook een relatie met de afname van het aantal dorpscafé's van tien naar slechts één, waardoor pelgrims niet meer terecht kunnen na de viering. De klassen van de omliggende katholieke scholen waren ondertussen al gestopt te komen.
Materiële cultuur - Ex-voto's: 1 Vermeld in 1843 en 1851: vijf zilveren platen geschonken aan O.L. Vrouw en aan St. Cornelius; 2 in 1901 begon pastoor Emile Batta met het plaatsen van votiefstenen rond het Corneliusbeeld ter vervanging van de oude ex-voto's 'zonder waarde'. De stenen werden geleverd door J. Roukens en kostten ƒ2,50 per stuk; 3 in 1911 telde men 50 ex-voto's ter ere van St. Cornelius, in 1921 circa 100 (harten, beeldjes); 4 vier votieftegels uit 1990-1992, 2 x gunst, 1 x genezing, 1 x innerlijke rust, met de plaatsnamen Den Haag, Heerlen, Borgharen en Tenerife.
- Vaandels: 1 In 1869 schonk mevr. Hoeberech[t]s-Lemaire uit Maastricht de witte zijde van haar bruidsjurk voor een nieuw Corneliusvaandel, dat gemaakt werd naar model van het pauselijk zouavenvaandel; 2 Vaandel uit 1898 (1,8 x 1 m) gemaakt uit zijde, velours en gouddraad. In een langgerekte vierpas met uitstekende punten is een geschilderde voorstelling aangebracht van H. Cornelius met staf en hoorn, geplaatst tegen een architecturale achtergrond. Buiten de Corneliusvoorstelling zijn figuren aangebracht in de vorm van kruis met palmtak, fleur-de-lysmotieven en vierpuntige ster met fleur-de-lysmotieven.
- Textiel: 1 vermeld in 1911: nieuw rood fluwelen kussen met stikwerk 'H. Cornelius B.V.O.' (niet meer aanwezig); 2 een altaardwaal, geborduurd met roodwollen letter 'H. Cornelius bid voor ons' (uit periode 1911-1921).
- Altaarschel: eind 19e eeuw, gegoten geelkoper, mantel geornamenteerd, inscriptie 'Ter eere der H. Cornelius'.

Devotioneel drukwerk
- Devotieboekjes: 1 A. Scheepers, St. Cornelius-boekje of beknopte schets van het leven, den marteldood en de vereering van den H. Cornelius, paus en martelaar, patroon tegen vallende ziekte, jicht, stuipen, kinkhoest en alle zenuwlijden (Gulpen: Alberts en Zonen, 1888; 48 p.) met vermelding relikwieverering te Borgharen (latere uitgaven 1889, 64 p.; 1897, 64 p.; 1900 64 p.; met auteursomschrijving 'door een Pater Redemptorist': 1937, 64 p.; 's-Hertogenbosch: Mosmans, 1938; 64 p.) onbekend is in hoeverre deze boekjes in Borgharen zijn gebruikt; 2 Borgharen bij Maastricht. Boekje ter eere van den H. Cornelius paus en martelaar, bijzonderen patroon tegen vallende ziekte, jicht, stuipen en alle zenuwlijden (Maastricht: Victor Schols, 1905; impr. Roermond 3 september 1905, Dr. P. Mannens; 29 p.; 9,8 x 14,9 cm; oplage 1000 ex.), bevat levensschets, verering waaronder uiteenzetting over bedelen van koren, broederschapsstatuten, gebeden, litanie en noveen, veel is ontleend aan Scheepers; 3 als vorige, titel ....tegen vallende ziekte, Sintvitusdans, jicht, ... (Maastricht: J.H. Elissen, 1908; impr. Roermond 16 augustus 1908, Dr. P. Mannens; 30 p.; 10,3 x 13,9 cm), toegevoegd is een foto van het Corneliusaltaar en een inleiding waarin over zenuwlijden en stuipen wordt gesproken; 4 als vorige (Borgharen: C. Wijnands, 1936; impr. H. Bijersbergen S.J. Maastricht, september 1936; 32 p.; 8,2 x 14,3 cm), bevat ten opzichte van 3 uitgebreider aanwijzingen hoe Cornelius te vereren, nieuw is kinderzegening, diverse gebeden zijn vervallen; 5 Leven, litanie en gebeden tot de H. Cornelius, vereerd te Borgharen bij Maastricht (z.p.: z.n., ca. 1965?; 18 p., 9 x 13,6 cm) gemoderniseerde en verkorte versie van voorgaande titels; later herdrukt in 16 p. met verhoogd lidmaatschapsbedrag, in 1997 in gebruik; 6 L.C.J. Bodden, Paus Cornelius. Een historische impressie van het leven van deze heilige (Borgharen: gestencild, 1991; 37 p.)
- Devotieprentjes: 1 Omstreeks 1907 werd een cliché van het nieuwe altaar gemaakt voor een gevouwen prentje met de broederschapsstatuten achterop gedrukt (geen exemplaar gevonden, de foto is waarschijnlijk ook afgedrukt in het devotieboekje uit 1908); 2 vouwprentje met op de voorzijde een foto van de heilige omringd door ex-voto's, aan de binnenzijde de Corneliuslitanie en op de achterzijde mededelingen over de feestorde in de kerk van Borgharen (Gulpen: M. Alberts, 1910; impr. Dr. P. Mannens, Roermond 30 juli 1910; 8 x 13 cm; 4 p.; coll. D. Gooren); 3 prentje met op de voorzijde een tekening van de heilige, de parochiekerk op de achtergrond en de tekst 'H. Cornelius bid voor ons', op de achterzijde een tekst over de broederschap te Borgharen (ca. 1940; coll. D. Gooren). De volgende prentjes zijn niet specifiek gedrukt voor Borgharen, maar wel daar verspreid: 4 noveen, bestaande uit 'Gebed tot de H. Cornelius, tijdens een ziekte' (8 x 13 cm); 5 zwartwit afbeelding van heilige als paus, rechterhand zegenend, naast hem een hoorn, onder in banderol 'St. Cornelius bid voor ons' (7,6 x 12 cm); 6 voorzijde als 5, achterzijde noveengebed (7,6 x 12,6 cm), in 1997 in gebruik; 7 vouwprentje, voorzijde afbeelding als 5 binnenzijde gebed Franstalig (7,4 x 12,5 cm; 4 p.) in 1997 in de kerk.
- Foto's: 1 In 1907, toen het nieuwe Corneliusaltaar gedeeltelijk af was, had pastoor Lebens plannen voor het doen vervaardigen van 'photographies, cliché's, platen etc.', zodra het altaar voltooid zou zijn. Het altaar was in 1912 af, of het drukwerk nog gemaakt is, is niet bekend; 2 kleurenfoto Corneliusbeeld, werd in 1997 aangeboden; 3 foto Corneliusbeeld (driekwart), afgedrukt op geel A4-papier (1997).
- Propagandadrukwerk: jaarlijks worden raambiljetten en folders verspreid ter aankondiging van de jaarlijkse bedevaart ('Haardergank'). Ten tijde van pastoor Heijnen werden ook grote affiches in het Nederlands en in het Frans gedrukt: 1 'Borgharen, pelgrimage naar St. Cornelius. Haardergaank, 13 september t.m. 28 september 1975, octaaffeesten van St. Cornelius, beschermheilige tegen ziekten van de geest, zenuwaandoeningen en overspannenheid. Feestdagen van de Heilige: 15 en 16 september. Heilig jaar 1975; nieuwe reliek van St. Cornelius ....' (44 x 56 cm.; ook in het Frans); 2 affiches 1976 en 1977 (43 x 52 cm.), 1978 (43 x 56 cm.), 1979 (43 x 51 cm.), 1980 (47 x 62 cm.); 3 raambiljet 'Haardergaank Borgharen (Gemeente Maastricht) St. Cornelius. Beschermheilige tegen onrust, overspannenheid en zenuwlijden. 15 t/m 27 september 1998', met volledig programma (A3, geel papier); 4 als vorige, 1999 (rood); 5 folder: 'Programma Haardergaank 1997' met programma en informatie over St. Cornelius en Borgharen (A4, in drieën gevouwen); 6 als vorige, 1998 (geel papier), 1999 (rood).
- Periodieken: 1 St. Corneliusbode. Maandblad voor de broederschap van Sint Cornelius te Borgharen en voor de vereerders van den heiligen patroon tegen zenuwlijden (Borgharen: Wijnands en Stegen, 1923 - ?; niet meer bestaand) door schoolhoofd geredigeerd, met adverteerders, het blad had duizenden abonnees en was winstgevend, t.t.v. pastoor Simonis (1935-1937) niet verschenen, daarna hervat door pastoor Jos. Gillissen. Vaak werden gebedsverhoringen hierin gepubliceerd; het blad had vaak een felle 'missionerende' toon en poogde de lezers aan te zetten tot een strikt katholieke levenswandel, becommentarieerde andersdenkenden en stromingen als het nationaal-socialisme; 2 gemeenteblad De Haardergaank, sinds 1970 veranderd in parochieblad 'Haardergank'. Informatiebulletin parochie H. Cornelius Borgharen 1 (1970) - 29 (1999); 3 De Maasklok, parochieblad van Borgharen en Itteren 1 (1999) - heden.

Devotionalia
- Replica's: Corneliusbeeldje Borgharen, gips, handgeschilderd polychroom of bruin (hoogte 25 cm), met losse staf die door het handje gestoken wordt (advertentie 1990, in kerk 1997).
- Plaquette: lood, met houten standaard (diameter 12 cm), reliëfvoorstelling buste St. Cornelius, naar beeld in kerk, randtekst 'St. Cornelius-broederschap Borgharen' (1997).
- Tegel: geglazuurd, blauw op wit met afbeelding Corneliusbeeld, onderschrift 'St. Cornelius Borgharen', rechts en links een bloemmotief (15 x 15 cm; Sphinx; 1997).
- Medaille: zilverkleurig metaal, ovaal, voorzijde Cornelius met hoorn, staf en tiara, randtekst 'H. Cornelius bid voor ons', achterzijde Maria op wolk met stralen uit handen, randtekst 'O Marie, concue sans péché, priez p. nous, qui avons recours á vous!' (1,7 x 2,0 cm).
- Sleutelhanger: voorzijde afbeelding buste Cornelius met hoorn en staf in wapenschild, tekst erboven 'H. Cornelius', achterzijde tekst 'kom veilig thuis' (1997).
- Zakheiligdommetje: 1 blikken doosje (3,5 x 1,5 cm) met rood plastic venster, waarin miniatuurbeeldje van de heilige, met op de voet de tekst 'S. Cornelius' (bisdomarchief); 2 miniatuurbeeldje (hoogte 2,7 cm) zilverkleurig metaal in plastic etui, Cornelius met hoorn, staf en tiara, onderschrift 'S. Cornelius' (1997).
- Water: flacon Corneliuswater (hoogte 15,5 cm), opdruk in bruin afbeelding Corneliusbeeld, in banderol de tekst 'St. Cornelius bid voor ons. Borgharen "Haardergaank" ' (1997).
- Kaarsen: 1 noveenkaarsen in plastic met gele dop, stompkaarsen, gewone kaarsen, met bruine opdruk Corneliusbeeld (1997); 2 voor de lichtprocessie een gewone witte kaars met een bedrukt papieren lantaarntje erop geschoven, waarop de teksten 'Credo', 'Tantum ergo', 'Te Lourdes op de bergen', en 'U Rozenkrans bemin ik'.
- Diversen: rozenkransen, kruisjes, medailles, wijwaterbakjes niet specifiek i.v.m. St. Cornelius.
Bronnen en literatuur Archivalia: Maastricht, gemeentearchief: archief Corneliusparochie Borgharen, inv.nr. 1, register der deliberatiën der kerkfabriek 1833-1863, met goedereninventarissen fol. 58-59, 85-87; inv.nr. 2, register der deliberatiën der kerkfabriek vanaf 1865, fol. 2 (4 april 1869), fol. 6 (2 januari 1870); inv.nr. 4, memoriaal 1902-1970, p. 2vo, 3ro, 4ro, 12ro, 17vo-21ro, 26ro-28ro, 33vo- 35ro, 40ro, 45ro, 46ro, 54vo-55ro, 60ro, 67ro, 72ro, 82ro-vo, 84ro, 92vo, 96ro, 98vo-99ro, 104ro, 106ro-vo, 108ro, 110ro, 125ro, ongenummerde pagina's jaren 1922, 1923, 1937, 1940, 1962-1970; inv.nr. 26, Broederschapsregister 1905 - ca. 1920; inv.nr. 37 relieken en aflaten; inv.nrs. 38-41 goedereninventarissen; inv.nr. 188 aflaat 1851; inv.nr. 189 verzoek relikwiegebruik 14-7-1908; inv.nr. 201 oprichting broederschap 1905; inv.nr. 202 ledenlijst broederschap 1925-1979. Roermond, bisdomarchief: archiefnr. 223, Parochie Borgharen, map met devotioneel drukwerk, devotionalia en affiches; dozen met 'Algemene staat der inkomsten etc.' 15 december 1903, begrotingen jaren 1940, goedereninventarissen 1911, 1921, 1931. Borgharen, archief van het kasteel van Borgharen. Den Haag, Algemeen Rijksarchief: bisdomarchief Rotterdam nr. 3.18.01.01. doos 28 (Den Hoorn 1924).
Literatuur: 'St. Corneliusfeesten', in: Limburger Koerier 13 september 1906; Jan Kalf, De katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema en Warendorf, 1906) p. 561; Raphaël de Selys-Longchamps, 'Notice sur les pierres tombales de Borgharen', in: Publications S.H.A. Limbourg 43 (1907), p. 23-38, foto's oude kerk bij p. 23; Alb. van Rooyen, Vereering van den H. Cornelius (bijzonderen patroon tegen zenuwziekte) in Nederlandsche kerken en kapellen (Leiden: Futura, 1918) p. 2, 11-16, beschrijving van drukke bedevaart; Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel VIII. De provincie Limburg. Eerste stuk (Den Haag: Algemeene Landsdrukkerij, 1926) p. 36-37; W. Marres & J.J.F.W. van Agt, De Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel V. De provincie Limburg. Derde stuk: Zuid-Limburg uitgezonderd Maastricht (Den Haag: SDU, 1962) p. 72-73; Jozef Cordie, Volksbedevaarten tegen kwaal van mensch en vee in Limburg (Leuven: onuitgegeven licentiaatsverhandeling Katholieke Universiteit, 1943) p. 13; S. Tagage, Maastricht, bakermat van een congregatie, 1800-1850 (Maastricht: [De Beyart], 1965) p. 122; Karel Matthijs [= Charles Thewissen], Limburgse Jaarkrans ([Maastricht]: [Charles Thewissen], 1954) p. 93-94; Matthias Zender, Räume und Schichten mittelalterlicher Heiligenverehrung in ihrer Bedeutung für die Volkskunde. Die Heiligen des mittleren Maaslandes und der Rheinlande in Kultgeschichte und Kultverbreitung (Düsseldorf: Rheinland-Verlag, 1959) p. 144-176 en kaart 8, Borgharen p. 160, nr. 75; P.J. Meertens & Maurits de Meyer ed., Volkskunde-atlas voor Nederlands en Vlaams-België. Commentaar, dl. 2 (Antwerpen: Standaard Boekhandel, 1965) p. 21, 43; 'Octaaffeesten van H. Cornelius in Borgharen', in: Informatiebulletin Roermond 3 (1975-1976) nr. 10, p. 11-13; 'Vreuger', in: Sja. / De Sjakel 32 (1978-1979) 379, p. 19-21 [= gemeenschappelijke gelegenheidsuitgave met Ukeverse Sjakel 8 (1979) p. 3]; Jac. van Term, Kerken van Maastricht (Maastricht: kerkbestuur Lambertusparochie, 1979) p. 90-91; J.J. Antier, De pelgrimage weer ontdekt. In het Nederlands vertaald, ingeleid en wat de Benelux betreft aangevuld door Th.G.A. Hendriksen, bisschop (Utrecht: Zaken die God raken, [1980]) p. 379-380; Inventaris van het archief van de parochie H. Martinus, thans H. Cornelius, te Borgharen 1596-1960 (Maastricht: Gemeentearchief, z.j.) p. 2-11; Jo Wijnen & Theo Koopmanschap, Hoe katholiek is Limburg? De kerk en het bisdom Roermond (Maasbree: De Lijster, 1981) p. 162; E. Tielemans, Volksgeneeskunde in Limburg. Een bibliografie (Limbricht: Limburgs Volkskundig Instituut, 1986) nr. 185, 252, 281, 282, 313, 334; F.G.H.M. Crutzen, 'Geloven op straat. Openbare godsdienstoefeningen buiten de gebouwen en besloten plaatsen in de dekenaten Gulpen en Meerssen, 1848/1857', in: Jaarboek 'Historische studies in en rond het Geuldal' (1992) p. 140; Pius Jaarboek. Almanak Katholiek Nederland 1996 (Houten: Bohn etc., 1995) p. 343; 'Lichtend protest in Borgharen', in: Dagblad De Limburger, 19 september 1996, lichtprocessie tegen kinderonrecht; Guus Sluysmans, De meester-werken van Guus Sluysmans: over vervlogen tijden (Margraten: 'Oet de Riestepot', 1998; oorspr. bijdrage in: Oet de Riestepot 30 november 1975) p. 181, vanuit Margraten ter bedevaart naar Borgharen; Peer Boselie, 'Epilepsie, geheiligd of verdoemd? Volksgeneeskundige recepten tegen epilepsie in Limburg in de zeventiende en achttiende eeuw', in: J.C.P.A. van Laarhoven e.a. ed., Munire ecclesiam. Opstellen over 'gewone gelovigen' (Maastricht: LGOG, 1990) p. 135; 'Sint Cornelius', in: Keerpunt 3 (1998) 16; V. Delheij & A. Jacobs, Kerkenbouw in Limburg 1850-1914. Neogotische en neoromaanse parochiekerken en hun architecten (Sittard: Stg. Charles Beltjens, 2000) p. 118.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Borgharen; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 64a (1993) Utrecht: Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland-dossier parochie H. Cornelius Borgharen; Nijmegen: Katholiek Documentatie Centrum, knipsels, bedevaarten Borgharen; mededelingen en informatie in 1999 van pastoor P.F.G. Backus te Borgharen, van pastoor H. Heijnen te Beek en van H.J.A. Saeys uit Delft.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<