HomeDatabankenBedevaarten

Oirsbeek, H. Gerlach (Gerlac[h]us)

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Gerlach (Gerlac[h]us)
Datum: 5 januari
Periode: Eerste helft 18e eeuw - ca. 1960 (?)
Locatie: Parochiekerk van St. Lambertus
Adres: Raadhuisstraat 10, 6438 GZ Oirsbeek
Gemeente: Schinnen
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: De Gerlachusdevotie is vermoedelijk gesticht vanuit het norbertinessenklooster van Houthem-Sint-Gerlach, dat het patronaatsrecht van de kerk in Oirsbeek bezat. De devotie bloeide vooral rond de eeuwwisseling en was het meest in trek bij de boeren in de omgeving. Gerlach werd er aangeroepen tegen veeziekten.
Auteur: Guus Janssen
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De St. Lambertuskerk is gelegen in het midden van Oirsbeek. In de 13e/14e eeuw was er een kerk van maaskeien, waarvan de toren in 1514 van binnen en buiten ommanteld werd met baksteen (afgewisseld met mergel). Aan deze toren werd een nieuw schip gebouwd. Het schip werd in 1830 vervangen door architect S. Beugels. In 1953 kwam er een nieuw schip van architect F. Peutz.
- In de kerk van 1830 waren op de triomfboog vijf taferelen uit het leven van Gerlachus geschilderd door de plaatselijke schilder Deumens: Gerlachus als ridder, zijn bekering, zijn boetedoening (St. Gerlach hoedt het vee te Jeruzalem), Gerlachus als kluizenaar en zijn dood. Deze schilderingen verdwenen bij de afbraak van deze kerk in 1952. Volgens pastoor Meulenberg was het ‘volkskunst’, waardoor de Gerlachvereerders ‘zeer [werden] gesticht’.
Cultusobject - Zie over St. Gerlach ⟶ Banholt.
- De reliek van het gebeente van Gerlach, op 26 december 1848 goedgekeurd door apostolisch vicaris J.A. Paredis van Roermond, werd vroeger bewaard in een houten met zilver ingelegd kistje (in 1894 nog vermeld) en was anno 1987 in het barokke hoofdaltaar ingebouwd. De huidige reliekmonstrans van geslagen geel koper (hoogte 32,5 cm) dateert uit het eerste kwart van de 20e eeuw en heeft een rond ostensorium in een grote vierpas (gemaakt in Aken?).
- De parochie bezat een beeld van Gerlach uit de eerste helft van de 18e eeuw. Het beeld was tot 1955 nog in de kerk aanwezig op een sokkel links van het priesterkoor.
- In 1978 werd door de harmonie St. Gerlachus een nieuw beeld geschonken, vervaardigd uit hout door de Duitse beeldhouwer Kurt Preuss (hoogte 118 cm). De heilige is afgebeeld met kruis en stier.
Verering - De Gerlachusdevotie is in Oirsbeek vermoedelijk door de norbertijnen ingevoerd. Van 1273 tot de Franse tijd bezat het klooster van St. Gerlach bij ⟶ Houthem het patronaatsrecht van Oirsbeek; een Luciareliek van de Oirbeekse kerk was uit dit klooster afkomstig. Volgens Schrijnemakers trok men in 1745 tijdens een veepest vanuit de omgeving van Geleen onder andere naar Oirsbeek om voor Gerlach te bidden.
- De Gerlachusdevotie kende haar bloeiperiode van het midden van de 19e eeuw tot en met het eerste kwart van de 20e eeuw. De feestdag was op 5 januari. Rond 1905 waren er zes gelezen missen en een hoogmis (in 1946 nog 3 gelezen missen en een hoogmis). In de hoogmis voor de leden van de veeverzekering werd een feestpreek gehouden. De bedevaartgangers kwamen individueel naar Oirsbeek. Er was rond 1900 een grote toeloop uit alle dorpen in de omtrek, vooral van boeren. Gerlachus werd immers aangeroepen tegen veeziekten. Hij werd ‘St Geerling’ genoemd. De boeren namen zelf brood en water ter zegening mee. In het bijzonder worden de boeren uit de Duitse grensdorpen (Hillensberg, Süsterseel) genoemd. Het feest van St. Gerlachus viel samen met de winterkermis. Een inwoner van Bingelrade verklaarde in 1959 dat men voor veeziekten Gerlachus van Oirsbeek inriep.
- Na de missen was er broodzegening en reliekverering. M. Meulenberg beschreef in 1955 de situatie in het begin van de eeuw: ‘Bij de reliquieverering die na elke H.Mis ... plaats had, was het een dringen van je welste.’ Hij vertelt, hoe de Duitsers over de banken heen stapten om snel vooraan te kunnen zijn. Sedert de sloop van de oude parochiekerk in 1953 zijn de devotionele gebruiken vrij snel verdwenen.
- Anno 1996 heeft de harmonie St. Gerlachus nog ieder jaar in januari een feestelijke mis met koffietafel erna. Het is geen voortzetting van de vroegere devotie; de harmonie is van jonger datum. Niettemin besteedt de pastoor tijdens de dienst aandacht aan Gerlach.
Materiële cultuur - In de pastorie bevond zich in 1911 nog een schilderij van Gerlachus, waarvan de huidige verblijfplaats onbekend is.
Bronnen en literatuur Archivalia: Sittard, gemeentearchief: parochiearchief Oirsbeek, nr. 46 (goedkeuring relieken 1848), nr. 129-144 (publicanda 1895-1946), nr. 151-153 (inventarissen 1872-1947). Roermond, bisdomarchief: J. Rouwet, ‘Inventaris St.-Lambertusparochie Oirsbeek’ (Roermond, 1983) nr.16 en 53.
Literatuur: M. Meulenberg, De parochies Oirsbeek en Doenrade van oude tijden tot heden ([Oirsbeek]: z.n., 1955) p. 26, 29, 35; M. de Meyer, Volkskunde-atlas voor Nederland en Vlaams-België. Commentaar bij de kaarten 21-29 volksgeneeskunde, dl. 3 (Antwerpen/Utrecht: Standaard, 1968) p. 50; M.J.H.A. Schrijnemakers, ‘De jaarkring in het oude Geleen’, in: Tijdschrift Heemkundevereniging Geleen, extra nummer 1981, p. 8; H.L. Cox, ‘Die Auswirkungen der deutsch-niederländischen Staatsgrenze von 1815 auf die volkstümliche Heiligenverehrung im Rhein-Maasgebiet; Ein Beitrag zur kulturräumlichen Stellung des Rhein-Maas-Gebietes’, in: Rheinisch-Westfälische Zeitschrift für Volkskunde 28 (1983) p. 114; Martina Friedrich, Grenzüberschreitende Wallfahrten in de Euregio Rhein-Maas (Bonn: scriptie Institut für Volkskunde, 1987) p. 23, Duitse bedevaartgangers; J. Gerits, ‘Sint-Gerlach van Houthem, beschermheilige tegen ziekten van mens en dier’, in: Ons Heem 41 (1987) p. 91; M.J.H.A. Schrijnemakers, Geschiedenis van Geleen, dl. 1 (Geleen: SCHUG, 1998) p. 300.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Oirsbeek-Gerlach; Meertens Instituut volkskundige vragenlijst 23 (1959).
  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<