HomeDatabankenBedevaarten

Schelluinen, H. Nicolaas van Myra

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: H. Nicolaas van Myra
Datum: 6 december
Periode: 14e eeuw - 16e eeuw (?)
Locatie: Parochierk van O.L. Vrouw en St. Nicolaas
Adres: -
Gemeente: Giessenlanden
Provincie: Zuid-Holland
Bisdom: Rotterdam
Samenvatting: De feestdag van Nicolaas werd in de middeleeuwse parochiekerk van Schelluinen plechtig gevierd. Onder het zingen van Nicolaashymnen trok men op die dag in processie rond de kerk. Er bestaat een vermelding uit de 14e eeuw van een opgelegde bedevaart naar Nicolaas in Schelluinen.
Auteur: Jeroen van de Ven
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - De vroegmiddeleeuwse benaming 'Scalunen' is mogelijk een verbastering van Ascalon, de oude havenstad van Jeruzalem die tijdens de kruistochten vaak is bevochten.
- In 1232 werd de kleine vestiging van de Duitse orde te Schelluinen ingedeeld bij de Balije van Utrecht. Ofschoon de commanderij van Schelluinen kan worden aangeduid als de oudste nederzetting van de Duitse Orde in de Nederlanden, was haar lokale betekenis (vijf tot acht personen) maar zeer gering. Vooral in beginjaren van de vestiging waren de financiële tekorten soms zo groot, dat die ten laste moesten komen van de Utrechtse Balije. Toch wist de Duitse Orde door allerlei grondwissels veel grond in Schelluinen te verwerven.
- De eerste vermelding van een (houten?) kerkgebouw in Schelluinen dateert uit 1220. De bijzondere verering van Nicolaas speelde zich af in de parochiekerk die dateert uit de eerste helft van de 14e eeuw. Die kerk was toegewijd aan O.L. Vrouw en St. Nicolaas. Deze kerk was voorzien van rechthoekvormig schip. Het dak werd gedragen door een gewelfd plafond. Op het dak werd in de 17e of 18e eeuw een klein houten torentje gebouwd. Aan de noordzijde van de kerk, vlak bij de uitgang van gebouw, stonden een preekgestoelte en het doopvont. In de kerk was ook een 'verwulft' graf, bestemd voor alle afgestorven leden van het Duitse huis te Schelluinen. Een tweede grafkelder bevond zich onder het gotische koor (1466).
- In 1572 kwam de parochiekerk van Schelluinen definitief in handen van de protestanten. Het kerkgebouw, dat al gauw in verval raakte, bleef nog geruime tijd in het bezit van de Duitse Orde die eveneens tot de reformatie was overgegaan. In 1594 gelukte het de protestantse bewoners van Schelluinen om de kerk hersteld te krijgen. Na de doorbraak van de Wolferse dijk op 30 december 1658 herstelde de Duitse Orde de kerk en het commanderijhuis Schelluinderberg. Dit huis werd rond 1690 als predikantenwoning in gebruik genomen.
- Nadat de oude kerk, vanwege de bouwvallige staat waarin het gebouw verkeerde, in juni 1899 was gesloopt, werd het jaar daarop op dezelfde plaats een nieuwe N.H. kerk gebouwd. Het oude uurwerk en de luidklok, die de naam Johannes droeg, werden in de toren van het nieuwe kerkgebouw gehangen.
Cultusobject - Over de historische figuur van St. Nicolaas is eigenlijk alleen bekend dat hij aan het begin van de 4e eeuw bisschop van Myra in Klein-Azië was en deelnam aan het concilie van Nicea. In 1097 werden de relieken van Nicolaas overgebracht naar Bari. Reeds in de 6e eeuw zijn er al sporen te vinden van verering. Volgens de overlevering heeft Nicolaas van Myra door zijn gebed eens drie kleine jongens weer tot leven gewekt die door een gewetenloze waard vermoord waren en vervolgens in stukken werden gesneden en in een ton ingezouten. Nicolaas wordt iconografisch veelal afgebeeld als bisschop met drie kinderen in een kuip aan de voeten, drie gouden ballen op een boek of met anker. De gouden ballen herinneren aan een legende volgens welke Nicolaas eens aan drie arme meisjes een bruidschat zou hebben gegeven. St. Nicolaas is patroon van de bakkers en matrozen.
- Het concrete object van verering was een beeld van Nicolaas. Precieze gegevens over dit beeld ontbreken. Een laatmiddeleeuwse rekening van de Duitse orde spreekt over een betaling voor een beeld van 'onsen cleine sente Nyclaes'. Dit beeldje had men in Dordrecht gekocht. Een andere rekening van 1438 spreekt over een altaarstuk en twee schilderijen 'van onser liever vrouwe ende sunte Nyclaes' waarvoor de schilder Gysbrecht den Maeller vijf arnoldusguldens had ontvangen.
- In 1420 zijn in de parochiekerk van Schelluinen ook enkele gebrandschilderde ramen aangebracht waarop onder anderen Elisabeth van Hongarije en Nicolaas waren afgebeeld.
Verering - In een verloren gegaan manuscript van de commanderij van de Duitse Orde bevond zich, temidden van allerlei ordevoorschriften, ook een oude 'ordinarius' van de parochiekerk van Schelluinen. Met betrekking tot de bijzondere verering van Nicolaas in de kerk van Schelluinen wordt hierin vermeld dat zijn feestdag in de kerk met de waardigheid van een Paasdag moet worden gevierd. Onder het zingen van de gezangen 'Sanctus Nicolaus' en 'O Christi pietas' trok men in processie met het H. Sacrament (en een beeld van Nicolaas?) rond de kerk:

'Item Nicolaus, patroon van deser kerc totum duplex ende vieren als paesdach, beiden vesperen, metten, ende misse selmen singen, ende predicken, ende mit processie, ende mitten heiligen Sacrament om die kerc gaen, ende singen responsorium Sanctus Nicolaus, ende die antiphen O Christi pietas mis versikel ende collect. Item onder de hoochmis selmen noch op Sinte Nicolaes outer doen lesen een misse'.

- In de middeleeuwse zoendingboeken van Gent wordt tussen 1350-1351 en 1359-1360 een opgelegde bedevaart vermeld naar 'tsente Niclaeus in Scallinen bi Goerichem'. Het is de enige vermelding van een Nicolaasbedevaart naar Schelluinen.
- In 1248 heeft Conradus van Hochstaden (1238-61), bisschop van Keulen, nog een aflaat verleend aan eenieder die op bepaalde feestdagen het Duitse huis (en de kerk?) te Schelluinen zou gaan bezoeken.

Bronnen en literatuur Archivalia: Den Haag, Algemeen Rijksarchief: archief monumentenzorg, doos 43. Utrecht, Archief Ridderlijke Duitsche orde, Balije van Utrecht: oudarchief, inv.nrs. 2494, 2515. Gent, stadsarchief: register van staten en goed, zoendincboeken. Schelluinen, parochiearchief N.H. Kerk: inv.nr. 326, stukken aangaande de bouw van een nieuwe kerk.
Tekstedities: A. Matthaeus, Veteris aevi analecta seu vetera monumenta hactenus nondum visa etc., dl. 5 ('s-Gravenhage: G. Block, 1738) p. 927-929, teksteditie ordinarius.
Literatuur: H.F. van Heussen, Historia episcopatuum foederati Belgii etc., dl. 1 (Antwerpen: J.B. Verdussen, 1733) p. 229; W.J. d'Ablaing van Giessenburg, De Duitsche orde of beknopte geschiedenis, indeeling en statuten der broeders van het Duitsche huis van St. Marie van Jerusalem ('s-Gravenhage: M. Nijhoff, 1857); J. Hillegeer, Leven van den heiligen Nicolaas (Gent: Vander Schelden, 1868); J.J. de Geer tot Oudegein, Archieven der Ridderlijke Duitsche orde, Balie van Utrecht, dl. 2 (Utrecht: Kemink en Zoon, 1871) inv. nrs. 207 en 489; Bibliotheca hagiographica latina, dl. 2 (Brussel: Société des Bollandistes, 1900-01) p. 890-899; S. Muller, Geschiedkundige atlas van Nederland. De kerkelijke indeeling omstreeks 1550 tevens kloosterkaart, dl. 1 ('s-Gravenhage: M. Nijhoff, 1921) p. 409; K. Meisen, Nikolauskult und Nikolasbrauch im Abendlande (Düsseldorf: Schwann, 1931); Propylaeum ad acta sanctorum etc., dl. 69 (Brussel, 1940) p. 568-570; Vie des saints et des bienheureux selon l'ordre du calendrier avec l'historique des fêtes, dl. 12 (Parijs: Éditions Letouzey et Ané, 1956) p. 198-213; H.J. Kok, Enige patrocinia in het middeleeuwse bisdom Utrecht (Assen: Van Gorcum, 1958) p. 173-174; Bibliotheca Sanctorum, dl. 9 (Rome: Città Nuova, 1967) k. 923-948; C. Pylyser, De activiteit van de Gentse 'paysierders' aan de hand van de zoendingboeken (1350-1360) (Gent 1965-66; onuitgegeven licentiaatsverhandeling); J. van Herwaarden, Opgelegde bedevaarten (Assen-Amsterdam: Van Gorcum, 1978) p. 639, Bijlage 2, p. 700, excurs 1; C. Vellekoop, 'Sint Nicolaas', in: R.E.V. Stuip en C. Vellekoop ed., Andere structuren, andere heiligen. Het veranderende beeld van de heilige in de middeleeuwen (Utrecht: Hes, 1983) p. 133-162; H.J. Zuidervaart, 'Het verloop van de reformatie in Schelluinen' in: Jaarboek Alblasserwaard en Vijfheerenlanden (1984) p. 36, noot 3; H.J. Zuidervaart, Het Duitse huis te Schelluinen. De opkomst en ondergang van een commanderij van de Ridderlijke Duitse orde (Amstelveen: De Ram, 1988) passim; J.A. Mol, De Friese huizen van de Duitse orde. Nes, Steenkerk, Schoten en hun plaats in het middeleeuwse Friese kloosterlandschap (Ljouwert: Fryske Academy, 1991) p. 39, 41 en 343, noot 42.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Schelluinen.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<