HomeDatabankenBedevaarten

Maastricht, O.L. Vrouw van Foy, O.L. Vrouw Troosteres der Bedroefden

Mail voor aanvullingen en commentaar
Cultusobject: O.L. Vrouw van Foy, O.L. Vrouw Troosteres der Bedroefden
Datum: 21 november
Periode: 1674-1773; 1853 (1884?) - heden
Locatie: Mariakapel aan de Tongersestraat, tegenover het begin van de Abtstraat
Adres: Tongersestraat nabij nr. 53, 6211 LM Maastricht
Gemeente: Maastricht
Provincie: Limburg
Bisdom: Roermond
Samenvatting: In 1674 verwierven de jezuïeten na hun hervestiging in Maastricht een eiken kopie van het wonderbare beeldje van O.L.Vrouw van Foy; vanaf dat jaar tot 1773 kreeg het een ereplaats in de kerk bij hun college aan de Bredestraat. Na de heroprichting van de orde vestigden de jezuïeten zich in 1852 aan de Tongersestraat; daar kreeg ook het beeld van 1884 tot 1940 een plaats in de neogotische kerk die gewijd was aan het H. Hart van Jezus, daarna kwam het op zijn huidige locatie terecht. Mede door toedoen van de door de jezuïeten opgerichte Mariacongregaties werd het beeld, zowel voor 1773 als na 1884, door veel vereerders bezocht en werd het begiftigd met vele geschenken. Vanaf de jaren zeventig komen er alleen nog enkele individuele vereerders.
Auteur: Hub. Reumkens
Illustraties:
(Klik op afbeelding voor vergroting)
Topografie - In 1575 vestigden de jezuïeten zich in Maastricht en startten er een college. Aan de Bredestraat, naast het klooster en de school, bouwden zij een kerk, die in 1614 gereed kwam en werd toegewijd aan de HH. Petrus en Paulus. In 1674, een jaar nadat Maastricht door de Fransen was veroverd, werd het beeld van O.L. Vrouw van Foy op het hoogaltaar van deze kerk geplaatst. In 1675 werd voor het beeld een klein stenen altaar vervaardigd dat met schilderwerk was versierd. Na de opheffing van de orde in 1773 moesten de paters Maastricht verlaten met achterlating van al hun bezittingen; het beeldje 'dook onder' bij de Maastrichtse familie Kerens de Wylre. In 1789 werd de voormalige kerk als 'Comedie' in gebruik genomen. De oude 'Comedie', vanwege de vorm van de zaal ook wel 'Bonbonnière' genaamd, is in 1996 gerenoveerd en heropend als cultureel centrum.
- In 1852 keerden de jezuïeten terug naar Maastricht; een jaar later kregen zij ook weer de beschikking over het Mariabeeld. Ze vestigden zich aan de Tongersestraat en bouwden daar een opleidingshuis. In 1869 verrees naar ontwerp van broeder Slootmaekers sj een neogotische kerk, toegewijd aan het H. Hart. Het beeld kreeg een plaats links vooraan in de kerk. Eind jaren dertig werd het hele complex herbouwd; links van de toegangspoort van het opleidingshuis werd in 1940 een kapelletje gebouwd voor het Mariabeeld.
- In 1973 werd het gebouwencomlex, inclusief beeld, verkocht aan de Rijks Universiteit Limburg. De kerk werd afgebroken, maar het beeld bevindt zich nog steeds op de locatie waar het in 1940 is geplaatst; thans is dat bij de ingang van de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde van de Rijks Universiteit Limburg.
Cultusobject - Het Maastrichtse beeld van O.L. Vrouw van Foy is een kopie van het Mariabeeldje dat in 1609 werd aangetroffen in een omgehakte eik in de omgeving van Dinant. Het toont grote overeenkomsten met beelden die indertijd in een Utrechts atelier werden gemaakt (vgl. ⟶ Roermond, O.L. Vrouw van Foy; ⟶ Haastrecht, dl. 1, Oudewater, dl. 1, ⟶ Rotterdam, dl. 1; ⟶ Breda, O.L. Vrouw van Foy, dl. 2). Al spoedig maakte men uit de omgehakte eik kopieën die over heel Europa en zelfs in Amerika werden verspreid. Later vervaardigde men ook gipsen kopieën.
- De Maastrichtse kopie is uit de oorspronkelijke eik gemaakt en waarschijnlijk ouder dan 1674, het jaar waarin het in bezit kwam van de Maastrichtse jezuïeten; vermoedelijk was het een geschenk van Belgische jezuïeten aan hun zwaar beproefde Nederlandse confraters. Het beeld is van gepolychromeerd eikenhout en koper, en is 60 cm hoog. Maria draagt haar zoon, naar wie zij met een glimlach kijkt, op haar rechterarm; met haar linkerhand houdt zij zijn voetje vast. Het kind draagt een appel in de hand. Het beeld komt qua grootte en vormgeving sterk overeen met de kopie van Kortrijk en is vermoedelijk, net als deze, ook omstreeks 1638 gemaakt. Beide exemplaren missen overigens het karakteristieke voetstuk met de drie blindnissen in het midden, en links en rechts de twee open bogen. In opdracht van de Maastrichtse familie Kerens, die het beeld van 1773 tot 1853 in bewaring hield, vervaardigde François Joseph Hourdoucq voor moeder en kind de twee zilveren kroontjes.
- In 1887 vermeldt R.J. Pierik s.j. dat reeds in 1638 in de Maastrichtse jezuïetenkerk een beeldje van O.L. Vrouw van Foy werd vereerd, dat vervaardigd was van gips, gemengd met een stukje van de oorspronkelijke eik. Kronenburg heeft er echter in 1911 op gewezen dat Pierik hier de situatie in Maastricht verwart met die in Roermond (⟶ Roermond, O.L. Vrouw van Foy).
Verering - Sinds 1674 is het beeld van O.L.Vrouw van Foy voorwerp van verering, in de eerste plaats door de paters jezuïeten zelf en door de leerlingen die massaal hun college bezochten. Ook de Maastrichtse bevolking participeerde aan deze devotie. De paters stimuleerden dit, mede door de oprichting van Mariacongregaties in de 17e en 18e eeuw (en later opnieuw in de 19e eeuw).
- De komst van het beeld viel in de periode dat de jezuïeten, dankzij de Franse veroveraars van Maastricht, opnieuw hun kerk inrichtten en in gebruik namen. Het gebouw had vanaf 1640 ter beschikking gestaan van de Waalse kerk. Reeds spoedig trok het beeld vele vereerders en werd het met offergaven verrijkt. In 1675, toen het nieuwe stenen altaar aan Maria werd gewijd, nam de verering nog verder toe.Vanaf dat jaar werd ook de speciale feestdag van O.L. Vrouw van Foy, de Opdracht van Maria in de tempel in Maastricht met bijzondere luister gevierd (21 november; in 1568 werd dit feest van de algemene liturgische kalender geschrapt, maar later namen de jezuïeten het aan als een feest voor de eigen orde). Op de vooravond van het feest en gedurende de hele octaafweek werd het lof gevierd, het octaaf werd geopend en afgesloten met een plechtige mis. Bij de congregatie van de H. Maagd - met een afdeling voor volwassen mannen die was gewijd aan O.L. Vrouw Hemelvaart, en een afdeling voor jongelingen die was gewijd aan de Opdracht van Maria in de tempel - werden meer leden aangemeld dan konden worden opgenomen. Het beeld werd begiftigd met vele sieraden. In 1676 werd het feestoctaaf eveneens gevierd door de Maastrichtenaren, ofschoon de stad toen onder het kanonvuur van het leger van de Republiek lag. Vanaf 1678, na de herovering van de stad door de Republiek, werden de jezuïeten ernstig in hun werkzaamheden belemmerd, maar de Mariacultus bleef voortduren. In 1684 werd het feest op de 21e november nog plechtiger gevierd dan in voorgaande jaren; aan het Mariabeeld werd een zilveren hart geschonken en de twee zilveren kronen (van Maria en haar kind) werden verguld. De cultus verkeerde blijkbaar in een opgaande beweging, want met betrekking tot het jaar 1703 werd opnieuw gemeld dat de feestdag en het octaaf plechtiger dan voorheen werden gevierd.
- Van 1773 tot 1852 werd het beeld zoals gezegd bewaard door de familie Kerens de Wylre. Over deze periode zijn geen gegevens gevonden die duiden op een bijzondere verering. Op 8 augustus 1853 werd het beeld weer teruggeschonken aan de jezuïeten die zich in het voorgaande jaar opnieuw in Maastricht gevestigd hadden. Waarschijnlijk werd het eerst alleen 'binnenshuis' vereerd, om pas op 8 september 1884 in de nieuwe H. Hartkerk ter verering te worden tentoongesteld. Zo'n 1255 leden van de negen Maastrichtse congregaties waarover de jezuïeten de leiding hadden, herdachten toen het feit dat 300 jaar eerder (in 1584) de eerste Mariacongregatie in Maastricht was opgericht. Geleidelijk aan werden rondom het beeld votiefstenen aangebracht.
- De bloei van de verering van O.L. Vrouw van Foy - eerst in de H. Hartkerk, vanaf 1940 in het kapelletje bij het opleidingshuis - hield aan tot na de Tweede Wereldoorlog om, na een geleidelijke teruggang, weg te kwijnen in de jaren zeventig. Thans is de verering beperkt tot individuele devotie, zich uitend in het schenken van bloemen en het opsteken van een kaarsje bij het beeld in het kapelletje aan de Tongersestraat.
Materiële cultuur - Replica: het Limburgs Museum bezit een pijpaarden replicabeeldje van O.L. Vrouw van Foy (nr. L1212), het is niet zeker of dit beeldje specifiek in verband staat met de Maastrichtse Foycultus.


Bronnen en literatuur Archivalia: Nijmegen, provincialaat jezuïeten: huisarchief Maastricht.
Literatuur: Pierre Bouille, Brefve histoire de l'invention & miracles de l'image nostre dame de Foy trouvée en un Chesne à Foye lez Dinant l'an 1609 (Liège: Jean Ouwerx, 1620); W. Gumppenberg, 'Atlas Marianus', in: J.J. Bourassé ed., Summa aurea de laudibus Beatissime Virginis Mariae, dl. 11 (Parijs: J. P. Migne, 1862; oorspr. 1672) p. 1110 e.v.; R.J. Pierik, 'Het gewezen Jesuiten-Collegie te Maastricht', in: Maandrozen. Ter eere van het H. Hart van Jesus en ter verbreiding van het Apostolaat des Gebeds 13 (1882) p. 167, 169-170; R.J. Pierik, 'Een oud beeld van Onze Lieve Vrouw van Foy (Foja) te Maastricht', in: Maandrozen 15 (1884) p. 403-407; R.J. Pierik, Onze Lieve Vrouw van Foja, in de kerk van het H. Hart te Maastricht (Amsterdam: Beerendonk, 1885); R.J. Pierik, 'Het gewezen Jesuiten-Collegie te Maastricht', in: Maandrozen 18 (1887) p. 387, 389, 391, 423, 471-475; R.J. Pierik, 'De eerste kerk van het H. Hart in Nederland', in: Maandrozen. Ter eere van Jesus' H. Hart 23 (1892) p. 346-347; Joseph Destrée, La Vierge miraculeuse de Foy-Notre-Dame, près de Dinant. Origine et iconographie (Namur: Ad. Wesmael-Charlier, 1904); F. Fries, Histoire de Notre-Dame de Foy (près Dinant) (Namur: A. Godenne, 1909); J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, dl. 6 (Amsterdam: Bekker, 1909) p. 360-363, dl. 7 (Amsterdam: Bekker, 1911) p. 368-369; J.A.F. Kronenburg, Maria's feestkring in Nederland. Overzicht van het ontstaan en de ontwikkeling der Mariafeesten in ons vaderland (Amsterdam: R.K. Boek-Centrale, 1919) p. 101-114; J. Tesser, De Jezuieten te Maastricht 1852-1952 (Maastricht: 'Veldeke', 1952) p. 130, plaatsing van het beeld in de kerk anno 1884; P.J.H. Ubachs, Twee heren, twee confessies. De verhouding van staat en kerk te Maastricht, 1632-1673 (Assen: Van Gorcum, 1975) p. 97, reeds in 1584, lang voor de komst van het Mariabeeld, hadden de jezuïeten een Mariacongregatie in Maastricht opgericht; J. van Term, 'Jezuïetenkerk (Stadsschouwburg)', in: Kerken van Maastricht (Maastricht: kerkbestuur van de parochie van de H. Lambertus, 1979) p. 46-48; J.M.A. van Cauteren, Maria in Limburg. Vroomheid rond miraculeuze beeltenissen (tent.cat.; Weert: Gemeentelijk Museum voor Religieuze Kunst Jacob van Horne, 1989) p. 38; Eduard Kimman & René Verspeek ed., Tussen Heksenhoek en Tongersepoort. Een bundel artikelen over de geschiedenis van het gebouw van de Faculteit der Economische Wetenschappen te Maastricht (Maastricht: Faculteit der Economische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Limburg, 1992) op p. 8, het Mariabeeld.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Maastricht-O.L. Vrouw van Foy.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<