Bergen, H. Cosmas

Cultusobject: H. Cosmas
Datum: 26 september (?)
Periode: 13e eeuw - 18e eeuw
Locatie: Kapel van de HH. Cosmas en Damianus
Adres: Hoek Heerenweg / Banweg te Bergen
Gemeente: Bergen
Provincie: Noord-Holland
Bisdom: Haarlem
Samenvatting: Aanvankelijk was er vooral sprake van een wegkapel waar reizigers Cosmas en Damianus om hulp konden vragen. In de 17e en de 18e eeuw was de voormalige kapel een plek waar bedevaartgangers 's nachts heentrokken ter genezing van ziekten, waartoe zij brokjes steen van de muren afhaalden.
Auteur: Frits David Zeiler
Illustraties:
Topografie - De kapel werd omstreeks 1230 gesticht ter ere van de H. Cosmas. In 1357 is de kapel door graaf Hugo van Egmond hersticht en bij die gelegenheid gewijd aan zowel Cosmas als Damianus.
- Het gebouwtje bestond uit een schip en een koor in romano-gotische stijl. Het koor is na de reformatie tot woonhuis verbouwd en uiterlijk sterk gewijzigd. Het schip werd tot school ingericht en behield grotendeels zijn oorspronkelijke vorm. Andreas Kok maakte in 1774 een nauwkeurige beschrijving van het gebouwtje. In 1865 brandde het tot de grond toe af; de resten werden gesloopt, met inbegrip van de fundamenten waarvan bij een archeologische verkenning in 1988 niets meer was terug te vinden.
- De kapel stond nabij de hoek van de Heerenweg en de Banweg op een perceel dat tegenwoordig tot de gemeente Bergen behoort. Ten tijde van de stichting lag het gebouwtje echter in de heerlijkheid Wimmenum, die destijds onder de parochie Egmond viel. Omstreeks 1420 is Noord-Wimmenum, ook genoemd Het Woud, bij de heerlijkheid Bergen gekomen en kwam de grens tussen beide bannen (rechtsgebieden) te lopen langs de landweg die later Banweg zou worden genoemd.
Cultusobject - De verering van de gebroeders Cosmas en Damianus, artsen en martelaren ten tijde van keizer Diocletianus (284-305), kwam in de tijd van de kruistochten op, met name na de derde kruistocht (1189-1192) en dan vooral in de Zuidelijke Nederlanden. Als schutspatroons van chirurgijns- en apothekersgilden zouden zij ook na de hervorming nog bekend blijven.
- Over het cultusobject is de volgende overlevering (vastgelegd in een 'Memorye en liedt van 't Cappeleken van Cosmas en Damianus') bekend: tijdens de vijfde kruistocht (1217-1221) zou graaf Willem I in het door zijn troepen veroverde Damiate (Egypte) een beeld van de H. Cosmas hebben aangetroffen en dit mee naar Holland hebben genomen. Daar liet hij een kapelletje bouwen waarin het beeld werd geplaatst. Reizigers konden hier tot de heilige bidden en om bescherming vragen tijdens hun tocht.
Verering - Over de cultus is verder, tot het midden van de 18e eeuw, niets bekend. Andreas Kok verhaalt, dat tot voor kort (ca. 1750) de voormalige kapel:
'noch dikmael, in stilte en vooral des nachts van veele Roomsgezinden, buiten Bergen wonende, [werd] bezocht, die aldaer hunne Devotie verrichtten, bestaende inzonderheid in Gebeden, dien zij, rondsom de Kapel gaende, prevelden: ik weet ook, dat zij menigmael steentjes van de Kapel zochten en medenamen, dien zij waenden de kracht te bezitten, om een zekere Ligchaemskwael te genezen [...]'.
Er zijn geen latere vermeldingen van religieus ritueel.
Materiële cultuur - In museum Het Sterkenhuis (inv.nr. 488a-b) bevinden zich twee bakstenen, formaat 30 x 15 x 7 cm, afkomstig van de Cosmas- en Damianuskapel.

Bronnen en literatuur Archivalia: Den Haag, Algemeen Rijksarchief: archief van de Abdij van Egmond, inv.nrs. 755-758, regesten nrs. 355, 373, 374, 375 en 1342; Alkmaar, Regionaal Archief: prentverzameling, Tekening van de voormalige kapel door G. Boomkamp, 1738 en tekeningen van de kapel in 1571 en in 1740 (voor repro's zie bij Van Reenen-Völter 1925, na p. 148 en Prinsen Geerligs 1939, fig. 19 en 20).
Tekstedities: J. de la Torre, 'Relatio seu descriptio', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 11 (1883) p. 162; Antonius Matthaeus ed., Chronicon Egmundanum seu anneles regalium abbatum Egmondensium auctore Fr. Johanne de Leydis (Leiden 1692) p. 70.
Literatuur: Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden dl. 8 (Amsterdam: Tirion, 1750) p. 362; Andreas Kok, Het tweede eeuw-getij van Bergens kerk-verwoesting (Alkmaar: Wed. Jacob Maagh en zoon, 1774) p. 38-44; M.A.D. van Reenen-Völter, De heerlijkheid Bergen in woord en beeld (1e dr., Alkmaar: Herms. Coster, 1903) p. 86-88; (2e dr., 1925) p. 135-137, (2e verm.dr., 1948) p. 157-158, vermelding 'memorie en lied'; H.C. Prinsen Geerligs, Twaalf Eeuwen Kennemer Historiën (Alkmaar: N.V. Boek- en handelsdrukkerij v/h Herms. Coster & zoon, 1939) p. 42-45; A. Wittmann, Kosmas und Damian. Kultausbreitung und Volksdevotion (Berlijn 1967); F.D. Zeiler, Hoog en vrij. Schetsen uit de geschiedenis van de heerlijkheid Bergen tot 1798 (Schoorl: Pirola, 1986) p. 30-32; J. Zuring, De heilige genezers Cosmas en Damianus in Nederland (Breda: eigen beheer, 1989) p. 63; F.D. Zeiler, 'Wimmenum en Wimmenumerwoud', in: J.P. Berns e.a. ed., Feestbundel D.P. Blok (Hilversum: Verloren, 1990) p. 376-383.
Overige bronnen: Meertens Instituut BiN-dossier Bergen-Cosmas. Documentatie over Cosmas en Damianus uit collectie J.A. Bomans, opgenomen in BiN-dossier (acquisitie 2012)

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<